Reageer op: Therapieën, behandelingen & traumaverwerking

#272168
Luka
Moderator

Pyschiater gaat in tegen vooroordelen over trauma: ‘Praten en pillen zijn zeker niet altijd de beste remedie’

Het woord ‘trauma’ is overal, of het nu gaat over de pandemie, de oorlog, #MeToo, kindermisbruik of slachtoffers van ‘toxische’ relaties. ‘Gelukkig groeit het besef over wat zoveel mensen doormaken, maar de misverstanden blijven hardnekkig’, vertelt psychiater Bessel van der Kolk (Boston University School of Medicine).

In tijden van oorlog, virusellende en peperdure energie zou je denken dat dikke nonfictieboeken over zware thema’s weinig kans maken. Een frappant bewijs van het tegendeel is The Body Keeps the Score, vertaald als Traumasporen, van psychiater Bessel van der Kolk (Boston University School of Medicine).

De klepper van 464 pagina’s uit 2014 start met de enorme aantallen mensen die zijn misbruikt of mishandeld en legt uit hoe traumatische gebeurtenissen onze hersenen, blik op de wereld, identiteit en relaties in de war sturen. Het is een fascinerend, maar ook triest verslag van de huiveringwekkendste dingen die wij elkaar kunnen aandoen. Er zijn al drie miljoen exemplaren verkocht, in allerlei talen. Ook staat het werk al meer dan drie jaar erg hoog en vaak op één in de bestsellerlijst van The New York Times. Op sociale media zijn citaten uit de psychiatrische baksteen een hit.

De conclusie van Van der Kolks onderzoek luidt dat trauma diepe fysieke afdrukken nalaat zoals een overactief alarmsysteem in de hersenen, te veel stresshormonen en veranderingen in het systeem dat relevante van irrelevant informatie scheidt. Ons rationele brein duwt bovendien soms de herinneringen weg om te blijven functioneren. Zolang ze niet verwerkt zijn, staan traumatische gebeurtenissen op scherp, klaar om ons ook jaren later nog te overmannen.

“Daarom volstaat de ratio niet om te herstellen”, lezen we. “Het lichaam moet op diepe niveaus ervaringen meemaken die het tegendeel zijn van de hulpeloosheid, woede en radeloosheid die ons overspoelt bij trauma.” Dat werkt het best, zo ontdekte Van der Kolk, met fysieke methodes als yoga, ademtraining, EMDR (een therapie die werkt op basis van oogbewegingen, BDB). De pionier in onderzoek naar het posttraumatische stresssyndroom (PTSS) schrijft ook nog de klassiekers praten en pillen voor, maar nooit volstaat één aanpak en iedereen heeft een combinatie op maat nodig.

“Ik heb er ook het raden naar waarom het boek al bijna vier jaar zo’n hit is”, zegt de Amerikaanse Nederlander vanuit Boston, waar hij al vijftig jaar woont. “Misschien is er een verband met het politieke klimaat in de VS. Dat is zoals opgroeien in een mishandelend gezin. Mensen mogen de waarheid niet vertellen, zichzelf niet zijn, de sfeer is agressief. Dat resoneert bij de velen die trauma meemaakten.”

Het begrip ‘trauma’ is ook overal. Mediaplatform Vox riep het uit tot woord van het decennium.

“Klopt. Maar zo dreigt het betekenisloos te worden. Ieder leven is lastig. En wij zijn erg goed in omgaan met moeilijkheden. Maar trauma gaat niet over iemand die je berichten niet beantwoordt. Trauma gaat over horror en hulpeloosheid, iets dat je vermogen te boven gaat en niemand die je komt helpen. Veel media bellen me met de vraag om het te hebben over het collectieve trauma van de pandemie. Maar ook de pandemie is geen collectief trauma. Ik woon in een fijn huis en heb een goed huwelijk. Al dat zoomen is niet leuk, maar het is niet traumatisch. Verpleegkundigen die elke dag mensen zien stikken en niet naar huis kunnen uit besmettingsangst kunnen wel trauma doormaken.”

U hoopt dat de wereld beter gaat beseffen wat trauma is en wat het doet met mensen. Hoe staat het daarmee?

“Ik en mijn collega’s dachten: als mensen trauma begrijpen, zullen ze medelevender worden en zullen we in een betere wereld leven. De laatste vijf jaar tonen hoe dat niet is gebeurd. Ik zie de oorlog in Oekraïne niet bepaald als een eerbetoon aan ons werk. Tegelijkertijd zijn er velen die geweldig werk doen, van India tot Jordanië, de VS tot Europa. Het inzicht en de gevoeligheid ervoor nemen stilaan toe, al zijn er nog veel misverstanden.”

Zien we te weinig wat anderen meedragen?

“Ja. Maar ook de psychiatrie zag het lang niet. Het is ironisch dat we trauma al lang kenden uit de oorlog en dat ik en mijn collega’s, toen we voor het eerst de ­diagnose posttraumatische stressstoornis beschreven, het hadden over een uitzonderlijke gebeurtenis buiten de normale menselijke ervaring. We waren compleet blind voor hoeveel vrouwen en kinderen misbruikt worden.”

U ziet hoe diepe angst door geweld en dreiging onze neurobiologie verandert. Kan dat door verwaarlozing?

“Ja. Maar het hangt af van je leeftijd. Wanneer je kinderen bezig ziet, zou je denken dat ze de hele tijd een trauma’s meemaken (lacht). Maar ouders pakken hen op en troosten. Dat is de essentie. Zo leren wij dat het dat het niet erg is om overspoeld te worden door iets ergs. Er zijn mensen die je opvangen.

“Maar wanneer je huilend thuiskomt en er is niemand, je krijgt enkel afwijzing of degene die voor je zou moeten zorgen blijkt een bron van gevaar, dan laat dat diepe sporen na, zeker wanneer we klein zijn. Daan zien je al die neurobiologische veranderingen die onder andere wijzen op proberen om helemaal niets meer te voelen of heel geagiteerd zijn in een poging om gevoelens van hulpeloosheid te managen. De impact op de ontwikkeling en gezondheid is groot en nefast.”

U gelooft dat er ook fysieke ­methodes zijn waarmee je kan herstellen zoals yoga, theater en ademtraining?

“Inderdaad. Dat is misschien ook een reden voor het succes van dit boek. Er is een positieve boodschap. Het is mogelijk te herstellen van onbeschrijfelijke dingen. Eerst en vooral moet het ­lichaam kalmeren, zichzelf terugvinden en zich opnieuw in harmonie kunnen voelen met anderen.”

Het klinkt soft. Is er veel scepsis?

“Dat hangt af van met wie je spreekt. Als clinici zien wij als eerste nieuwe dingen die werken en dan bots je op de gevestigde orde. Uiteraard is er scepsis over methodes die gek lijken. Ik was ook terughoudend toen ik voor het eerst hoorde over EMDR en psychomotorische therapie. Maar ik zag keer op keer positieve resultaten. EMDR maakt van trauma een verre herinnering. Zonder erover te praten, maar enkel door terug te keren naar de zware scènes, stil te staan bij hoe je je voelt en de ogen van links naar rechts te bewegen.”

Is EMDR aanvaard in de psychiatrie?

“Er wordt mee gewerkt, maar er is nauwelijks onderzoek en het zit niet in de opleiding. Wij deden vijftien jaar geleden een studie die toont hoe EMDR betere resultaten geeft dan Prozac bij PTSS. Maar ik heb moeten smeken om die onderzoeksfondsen te verzilveren. Psychiatrie en psychotherapie vormen dan ook nog altijd een ideologische, religieuze wereld. De ene ­gelooft in gedragstherapie en in niets ­anders, de andere in praten. Dat is nefast, want zo ben je niet bezig met hoe je ­iemand het best kunt helpen. Het is ook een cultureel fenomeen dat de westerse psychiatrie neerkijkt op fysieke therapie.”

Hoezo?

“Wij hebben twee manieren om met erge dingen om te gaan. Vroeger was dat alcohol, maar nu zijn pillen een aanvaardbaar alternatief. Je slikt iets om je beter te voelen. Daarnaast praten we. Andere culturen gaan anders om met psychisch leed. In China doet iedereen qi gong, in California en India is het yoga, in Brazilië capoeira. Dat is niet voor de toeristen, maar omdat die bewegingen helpen om het lichaam en zo de geest kalmeren wanneer we bang, boos of nerveus zijn.”

U schrijft praten en pillen niet af?

“Nee, ik ben niet dogmatisch. Toen ik meewerkte aan het vroege onderzoek naar psychofarmaca zoals Prozac waren we erg hoopvol. Mentale aandoeningen bleken een chemische onbalans en dat zouden de pillen oplossen. Maar het heeft ons die aandoeningen niet beter doen begrijpen en behandelen. Medicatie kan helpen om beter te slapen en te kalmeren, maar je verdooft er ook systemen mee die essentieel zijn om volop het leven te beleven. De psychiatrie is te verslaafd aan symptomen met medicijnen te bestrijden zonder te willen begrijpen wat er is gebeurd.

“Ook praten heeft twee kanten. Taal is cruciaal om onze gemeenschappelijke realiteit te beschrijven en om een verhaal voor jezelf te ontwikkelen, bijvoorbeeld in psychotherapie. Maar bij trauma is erover praten vaak onmogelijk. Bij een traumatische gebeurtenis sluit ons taalcentrum. Daarom zijn er vaak geen woorden voor wat is gebeurd. Bovendien is het niet omdat je uiteindelijk wel kan verwoorden dat je soms woedeaanvallen hebt omdat je als kind bent misbruikt, dat die aanvallen weg zijn. Die zitten in je lijf.”

U stelt ook vast hoe mensen zich een trauma soms pas veel later herinneren. ‘Onwetenschappelijk’, ­hekelen sommige collega’s.

“Dat zijn mensen met sterke religieuze overtuigingen die het onderwerp echt niet goed genoeg kennen. Het is niet omdat je er een artikeltje over schrijft dat je het traumatische geheugen kent. Ik heb duizenden getraumatiseerde mensen gezien, talloze studies gedaan.

“Het fenomeen van geheugenverlies na zware ongevallen of oorlogservaringen is trouwens al meer dan een eeuw geleden beschreven en er zijn honderden wetenschappelijke artikels over verschenen. Een ervan toont hoe 38 procent van een groep vrouwen die als kind misbruikt werden zich niets herinnert van wat nochtans in hun medisch verslag stond. In 1980 is geheugenverlies ook opgenomen in de Diagnostic Statistical Manual (waar Van der Kolk toen aan meewerkte, BDB) als mogelijk kenmerk bij PTSS.

“In het labo zien we hoe bij mensen die hun trauma oproepen de frontale kwabben gedeactiveerd worden, inclusief de regio’s die nodig zijn om gevoelens in woorden om te zetten, om tijd en plaats te bepalen en om gebeurtenissen op te slaan in een logische volgorde. De enorme shock schiet de ­samenwerking tussen het emotionele en rationele brein aan flarden. Daardoor is trauma anders opgeslagen dan gewone herinneringen. Het zit als ongeorganiseerde zintuiglijke en emotionele flarden in je systeem. Daarom kan een slachtoffer ook jaren later helemaal van slag raken van een geluid, een geur. Er zit geen logisch verhaal in het rationele brein, alleen onsamenhangende brokstukken die soms pas later bovendrijven.”

Vanwaar de kritiek?

“Omdat je het niet kan tonen in een labo, zoals sommigen eisen. Dan zou je een trauma vanuit het niets moeten organiseren. Critici verwijzen ook naar experimenten waarbij mensen valse herinneringen worden aangepraat, zoals ‘als kind liep jij verloren in een winkelcentrum’. Dat lukt inderdaad. Maar dat gaat helemaal niet over de diepe angst die kinderen overspoelt wanneer ze misbruikt worden.”

In 2009 stelde u met collega’s voor om ontwikkelingstrauma te erkennen als stoornis omdat veel problemen bij kinderen voortvloeien uit trauma. Dat werd niet aanvaard?

“Wij baseerden ons nochtans op onderzoeken bij tienduizenden kinderen die tonen dat veel getraumatiseerde kinderen problemen hebben met concentratie, impulsiviteit en relaties. Meestal krijgen zij de diagnoses als ADHD en worden ze behandeld met pillen. Ik vermoed dat ons voorstel onder druk van de farma-industrie is afgevoerd. Maar iedere clinicus die ik ken, hanteert nu het begrip ontwikkelingstrauma. Wie zegt dat het niet bestaat, behandelt geen kinderen.

“Het grootste probleem blijft dat als je als kind enorm bang bent in je eigen omgeving, je impulsief, agressief, vol zelfhaat en onvoorspelbaar kan worden. Als een hulpverlener niets weet over trauma, krijg je al die diagnoses die enkel over gedrag gaan, zoals als Oppositionele Opstandige Stoornis. Maar die kinderen verzetten zich niet omdat ze een aangeboren hekel aan zijn ouders hebben, maar omdat er met hen gesold is.”

Psychiater John Bowlby beschreef hoe wij ons als kind veilig of onveilig hechten. Beschermt een ‘veilige hechting’ ­tegen trauma?

“Zeker. Zo bleek dat de kinderen die tijdens WO II bij hun ouders in Londen bleven tijdens bombardementen het later beter stelden dan de kinderen die waren weggestuurd naar het platteland. Dat is nu weer een groot probleem in Oekraïne. Duizenden kinderen zijn van hun ouders gescheiden. Dat is erg gevaarlijk, want zij hangen compleet af van hun ouders voor hun gevoel van veiligheid. Zolang je ouders er zijn en zij kalm zijn, voelt een kind zich veilig, zelfs te midden van rampen.”

Leg je zo niet te veel de schuld voor psychische problemen bij ouders?

“In mijn boek lees je hoe ik dat zeker niet doe. Opvoeden is erg complex en iedereen doet zijn best. Als je zelf een geschiedenis van trauma hebt, verknoei je het meer met je kinderen. Maar niemand heeft iets aan beschuldigingen. Wel is het belangrijk te beseffen dat je je kind schaadt wanneer je het slaat, emotioneel verwaarloost of erger. En dat je je afvraagt wat je misschien anders kan doen wanneer je kind in de problemen raakt en bijvoorbeeld suïcidaal is of niet meer eet. Het kan dat je dan op eigen trauma’s botst. Misschien is het soms moeilijk je liefhebbend op te stellen omdat je vader je sloeg. Zo’n inzicht is dan de start van herstel, niet het einde zoals velen denken. Dan pas kun je gaan werken aan genezen van de traumasporen die je meesleurt.”

Bron: De Morgen >>