Reageer op: Victim blaming

#271545
Peerke
Lid LSG

Het taalgedraai van Johan Derksen bevestigt zijn positie: buitenspel


Studio Vandaag Inside met vlnr: Wilfred Genee, Johan Derksen en René van der Gijp. Beeld Brunopress

Plaatste Johan Derksen met zijn ‘kaarsverhaal’ op tv zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag in een historische context, of maakte het programma een cabaretvoorstelling ervan, met een vrouw als slachtoffer-op-herhaling?

Door Jacqueline Kleijer

Onlangs (12/2) mocht ik aanschuiven bij radioprogramma De Taalstaat om de vraag te beantwoorden of seksueel grensoverschrijdend gedrag begint met taal. Dinsdagavond 26 april overtrof Johan Derksen mijn uitleg daar, want hij gaf er bij Vandaag Inside een glashelder voorbeeld van: hoe over seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt gesproken, is soms bijna nog schadelijker en verachtelijker dan de daad zelf. Vooral in een populaire talkshow, waar niet wordt ingegrepen.

Een analyse van het taalgebruik bij Vandaag Inside. Eerst geef ik het fragment, daarna mijn duiding:

Het zou best kunnen dat Johnny de Mol zich daadwerkelijk misdragen heeft, maar eigenlijk heeft ‘iedereen’ wel eens zo’n ‘jeugdzonde’ begaan, zegt Johan Derksen in zijn talkshow Vandaag Inside. Zelf bekent hij zich ook wel eens te hebben misdragen. ‘Als ik eraan terugdenk, Wilfred: je schaamt je kapot.’

> Derksen maakt het eventuele daderschap van De Mol minder erg door De Mol samen te trekken met ‘iedereen’ en misstappen van ‘iedereen’ gelijk te trekken met die van De Mol. Dan neemt hij zichzelf als voorbeeld. Het wordt hiermee een ‘we-gebeuren’.

> Derksen noemt zijn daad een ‘jeugdzonde’. Dat betekent ‘misstap uit de jeugd’. Met het woord ‘iedereen’ in combinatie met het woord ‘jeugdzonde’ anonimiseert hij zichzelf en maakt hij zichzelf onderdeel van ‘ons’. Hij doet alsof het een normale gang van zaken was om ernstig seksueel grensoverschrijdend te vertonen.

Dan begint Johan met zijn verhaal. ‘Kijk, een heel smerig verhaal hoor, maar dat soort dingen gebeuren: ik was met de keeper van Veendam met twee juffrouwen op stap en we werden liederlijk. We zijn op stap en dronken en we gaan mee naar die woning en die juffrouwen zijn zo dronken, die kotsen ons helemaal onder.’

> Derksen: ‘Kijk, een heel smerig verhaal hoor, maar dat soort dingen gebeuren.’ Hier neemt hij de kijker in vertrouwen, bijna alsof je in een onderonsje met hem zit. Ouwe-jongenskrentenbrood, je weet toch?

> ‘We werden liederlijk.’ Dat klinkt heel gezellig. ‘Die juffrouwen zijn zo dronken, die kotsen ons onder.’ Dat klinkt niet zo gezellig, hier wordt het zaadje voor victim blaming geplant. Zíj werden dronken. Wíj liederlijk.

En toen? ‘Toen weet ik nog wel – en ik ben er niet trots op, maar dat soort dingen gebeuren als je jong bent: we zijn weggegaan en die juffrouw lag bewusteloos op zo’n bank en er stond zo’n grote kaars en die hebben we erin gestopt en toen zijn we weggegaan.’

> ‘Ik ben er niet trots op.’ Hij lijkt het zichzelf aan te rekenen, maar doet dat totaal niet. ‘Maar dat soort dingen gebeuren.’ Door dit zinnetje pleit hij zichzelf vrij.

> ‘Die juffrouw lag bewusteloos op zo’n bank en er stond zo’n grote kaars en die hebben we erin gestopt.’ Door het woord ‘die’ voor ‘juffrouw’ te plaatsen wordt de vrouw in kwestie tot iets abjects gemaakt. Het klinkt verwijtend zoals: ‘Die daar’.

> Met het woord ‘erin’ objectiveert Derksen de vrouw. Ze wordt een bewusteloos ding.

Tafelgast Steven Brunswijk kan het eerst niet geloven. ‘Nee, nee!’

> De tafelgast roept ‘nee’. Maar stopt het verhaal niet. De tafelgast maakt zijn afgrijzen niet af, loopt niet van tafel. De tafelgast zit vast in het omstandereffect en stapt niet op.

Collega René van der Gijp: ‘Heb je hem nog wel aangedaan?’

> Van der Gijp maakt met deze opmerking één grote grap van de bekentenis. Van wat mogelijk een verkrachting was.

Johan: ‘Daar zou je nu gevangenisstraf voor krijgen.’

Wilfred: ‘Het is in jouw geval allang verjaard, maar het is wel een beetje een apart verhaal dit.’

> Door het woord ‘nu’ te gebruiken wordt stemming gemaakt over de huidige tijd.

> Genee noemt het een apart verhaal, hiermee bagatelliseert hij de ernst ervan. Hij bevestigt het normaliseren van Derksen en Van der Gijp.

Johan: ‘Maar dat soort dingen zijn gebeurd en we hebben allemaal onze jeugdzonden, hè? Ik vind nu ook met dit soort beschuldigingen dat het wel ver teruggaat hoor. Er is een groot verschil of je 73 bent of 22.’

> ‘Maar dat soort dingen zijn gebeurd en we hebben allemaal onze jeugdzonden, hè?’ Derksen pleit zichzelf nogmaals vrij. Hij wil met deze opmerking ‘dit soort beschuldigingen’ ridiculiseren en een statement maken naar Johnny de Mol, die wordt beschuldigd. ‘We hebben allemaal wel onze jeugdzonden, hè?’

René lachend: ‘Ze heeft nog geluk gehad, hè? Voor hetzelfde geld staat er een honkbalknuppel in de hoek. Dan is ze verder van huis, hahaha.’

> Van der Gijp zegt hiermee dat het slachtoffer zich gelukkig mag prijzen. Ze mag blij zijn. Met andere woorden: Ze moet niet zeuren. Van der Gijp maakt een cabaretvoorstelling van seksueel geweld.

Steven: ‘Ik vraag me af: hoe groot was die kaars?’

> Omstander Brunswijk is zijn verbazing voorbij. Door deze vraag wordt hij onderdeel van het verhaal. Na de lollige opmerking van ‘Van der Gijp’, wil hij een lollig punt maken. Boys will be boys. Het verhaal wordt gevisualiseerd. We zijn erbij. De penetratie lijkt opnieuw plaats te vinden.

Johan: ‘Het was een flinke kaars.’

> Eerder zei hij niet trots te zijn. Dit antwoord doet anders vermoeden.

Wilfred: ‘Maar goed, jij hebt er nog steeds het gevoel bij gehad dat het met wederzijdse instemming was. Jullie hadden allemaal gedronken. Van die kaars afgezien.’

Johan: ‘Ja, maar technisch gezien zal een officier van Justitie het als verkrachting kunnen uitleggen.’

Wilfred: ‘Ja.’

> Wilfred Genee: bevestigt met zijn constatering de wederzijdse instemming bij het gebeuren door het woord ‘allemaal’. ‘Jullie hadden allemaal gedronken.’

> Derksen maakt de officier van Justitie dader. Die zal dit als verkrachting uit kunnen leggen. Maar wij zien het als wederzijdse toestemming. Genee bevestigt dit met een ‘ja’.

Johan: ‘Maar ik denk dat iedereen dat soort avonturen beleefd heeft, waar je later van zegt: nou.’

Hij wijst erop te zijn opgegroeid in de jaren ’60 en ’70. ‘Toen waren we met z’n allen ook veel ruimdenkender. Toen was er heel veel toegestaan, hè? Dan lachte je iemand uit als iemand er aangifte van deed.’

> Derksen vat het nogmaals samen met het bagatelliserende ‘Maar ik denk dat iedereen dat soort avonturen beleefd heeft’. Door de woorden ‘iedereen’ en ‘dat soort avonturen’ veralgemeniseert hij zichzelf en noemt het voorval een ‘avontuur’.

> Door deze gebeurtenis in een andere tijdgeest te plaatsen en daarmee te vergoelijken, plaatst hij zichzelf buiten de realiteit en pleit zichzelf vrij.

> Door te zeggen dat je vroeger iemand uitlachte als die aangifte deed en daarbij op te merken dat ‘we met zijn allen’ veel ruimdenkender waren, zet hij aangiftes in de huidige tijd neer als iets preuts en iets negatiefs.

De reacties daags na de uitzending zijn niet mild, op sociale media wordt met afgrijzen gereageerd. Johan Derksen zegt tegen de NOS zich niet druk te maken over de commotie die is ontstaan: ‘Ik zie het allemaal wel. Ik ben er niet trots op. Maar ik zei het in een bepaalde context, om duidelijk te maken hoe er tegenwoordig op dit soort dingen wordt gereageerd. Dat heb ik blijkbaar goed ingeschat.’

Na de veelbesproken uitzending zegt Derksen een dag later in de nabeschouwing bij Vandaag Inside dat het penetreren, zoals het AD intussen heeft geschreven, allemaal ‘gelul’ is. Hij zegt dat hij iets totaal anders heeft gezegd.

Interessant aan deze wending is, dat hij hiermee de schuld bij anderen legt voor wat hij zelf exact zo heeft gezegd en pleit zichzelf wederom vrij. De woorden ‘erin gestopt’ illustreerde hij eerder met een duwend handgebaar. ‘Een kaars met een sokkel tussen haar benen gedaan’ een dag later met optillende handgebaren.

Maar beste Johan, de tijden zijn veranderd. Zo kon je in de jaren ’70 met hard roepen en draaikonten nog wel eens gelijk krijgen van het publiek. Tegenwoordig is in de herhaling direct duidelijk dat je al die tijd al buitenspel stond.

Jacqueline Kleijer is mediapedagoog, was zestien jaar therapeutisch hulpverlener voor slachtoffers van seksueel geweld, geeft nu les, training en advies over (online) seksualiteit, identiteit en beïnvloeding.

Bron: volkskrant.nl