Seksueel misbruik en seksueel geweld (algemeen)

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Seksueel misbruik en seksueel geweld (algemeen)

  • Dit onderwerp bevat 158 reacties, 6 deelnemers, en is laatst geüpdatet op 16/01/2022 om 22:00 door Luka.
19 berichten aan het bekijken - 141 tot 159 (van in totaal 159)
  • Auteur
    Berichten
  • #256046
    Luka
    Moderator

    “Ondanks een verleden van seksueel kindermisbruik kunnen we ons leven zelf in handen nemen”

    Zo’n 3 weken geleden zoomde ‘De Wereld van Sofie’ in op seksueel misbruik bij kinderen. Cynthia vertelde toen heel moedig over haar eigen ervaringen met misbruik. Er volgde een golf aan berichten van mensen die zich herkenden in haar verhaal. Goele was één van hen.

    Tijdens de uitzending schreef Goele ons toen : “Heftig en confronterend om te horen. Dit triggert een trauma waarvan ik dacht dat ik het onder controle had, maar ik typ hier met trillende vingers en tranen, die blijven vloeien.”

    Misbruikt als kind
    Goele werd ook misbruikt als kind. “Dat begon toen ik ongeveer 3, 4 jaar oud was. Ik zat toen in een leefwereld waarin fantasie en werkelijkheid heel dicht op elkaar zaten.” Ze werd 16 jaar lang misbruikt door haar oom. Hij woonde bij haar grootouders waar ze vaak ging logeren. “Het heeft geduurd tot mijn 19e ongeveer. Toen is hij gestorven aan kanker en daardoor is het gestopt. Het allermoeilijkste aan het verwerken van dat trauma is het onder ogen zien dat het zo lang geduurd heeft. Daar kwam heel veel schuldgevoel en schaamte bij kijken. Omdat ik dat zo lang heb toegelaten.”

    “Pas toen ik 27 was, heb ik het voor het eerst verteld”
    Niemand wist al die jaren wat er aan de hand was. “Ik heb het voor de eerste keer verteld aan de papa van mijn dochter. Toen we een jaar samen waren. Omdat het toch moeilijkheden gaf. Hij voelde dat er blokkades zaten bij mij. Toen mijn dochtertje 3 jaar werd, overviel me de angst dat ik haar nooit zou kunnen beschermen. Ik herbeleefde het trauma dat ik jaren zwaar onderschat had, door haar te zien opgroeien.”

    “Ik voelde me waardeloos en nietig”
    Op haar 27e scheurde haar loodzware rugzak en vertelde Goele over het misbruik aan haar familie. Die reageerde vol begrip. Door die erkenning viel er een enorme last van haar schouders. Ze is toen naar een psycholoog gestapt die haar een paar goede handvatten aanreikte voor de verwerking van het trauma. “Ik voelde me altijd waardeloos en nietig. Ik voelde me nooit goed genoeg en werd naar de afgrond geduwd.” Daar leerde ze anders naar kijken. Cruciaal waren haar familie en vrienden, hun begrip en erkenning gaven haar haar eigenwaarde terug.

    Ik werk nu met veel ambitie aan mijn eigen identiteit

    “Het gaat nu eigenlijk heel goed. Ik werk met veel ambitie aan mijn eigen identiteit. Ik heb mijn vrouwelijkheid terug kunnen opeisen. Ik heb een nieuwe, gezonde betekenis kunnen geven aan seks. Ik heb ook geleerd om bevestiging te zoeken in mezelf. Ik kijk vaak terug naar de weg die ik heb afgelegd en krijg dan heel veel goesting om de volgende berg te beklimmen.”

    Goele wil ook Cynthia moed inspreken. “Toen ik Cynthia hoorde vertellen dat ze op haar zesde levenslang kreeg, dacht ik : ‘Nee, dat is helemaal niet eerlijk. Je leven is van jou en van niemand anders. Niemand heeft het recht om dat van je af te nemen. De impact van het misbruik is immens en het verdriet zal er tot de laatste snik blijven. Maar dat hoeft je helemaal niet tegen te houden om je leven te leiden en je ding te doen. Ondanks het verleden hebben we de keuze om ons leven in handen te nemen.”

    Ze vindt het heel belangrijk om te getuigen over seksueel kindermisbruik. Hoe meer mensen weten dat het een alledaags gegeven is in alle lagen van de bevolking, hoe sterker we daar als samenleving op kunnen reageren, het bespreekbaar kunnen maken om misbruik te voorkomen.

    Bron: Radio 1 Be >>

    #256353
    mara
    Lid LSG

    Sex tegen mijn wil
    LEGIEN SPRAK NA TWINTIG JAAR OVER HAAR ERVARING MET SEKSUEEL GEWELD

    Een ongewenste seksuele ervaring doet veel met je. In de nieuwe LINDA.original-serie ‘Sex tegen mijn wil’ gaat Tess Milne in gesprek met ervaringsdeskundigen.

    In de tweede aflevering van Sex tegen mijn wil gaat Tess langs bij Legien (44). Zij zocht na twintig jaar hulp om te verwerken wat er met haar is gebeurd. Ze praat nu eindelijk over waar ze al die tijd niet over durfde te praten.

    SEKSUEEL GEWELD
    Inmiddels is Legien getrouwd en moeder van twee zonen. Ze noemt zichzelf ‘über-gelukkig’, maar dat is niet altijd zo geweest. Op zestienjarige leeftijd werd Legien verkracht door iemand die ze vertrouwde. Twee weken later gebeurde het nog een keer. “Mijn wereld was aan diggelen.”

    Legien voelde zich lange tijd schuldig en schaamde zich voor wat er was gebeurd. “Ik dacht: ik heb het uitgelokt, omdat ik zelf op zoek was naar vriendjes en contact.” Ze zag de gebeurtenis als een “seksuele activiteit” en bij haar thuis werd helemaal niet over seksualiteit gesproken. “Ik snapte toen nog niet dat dit niet mijn keuze was.”

    OVERLEVINGSSTAND
    Om uit te zoeken waarom sex voor veel mensen nog altijd zo privé is en wat het bespreken van nare ervaringen des te lastiger maakt, spreekt Tess Milne ook met Iva Bicanic (47). Zij is hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum van het UMC Utrecht. “Het zou heel erg helpen als mensen zouden begrijpen dat wanneer zoiets je overkomt, je in de overlevingsstand gaat”, legt Bicanic uit.

    In bovenstaande video vertelt Legien meer over wat zij heeft meegemaakt op het vlak van seksueel, en op welke manier ze twintig jaar later uiteindelijk haar verhaal heeft gedeeld met haar omgeving.

    Bron: Linda.nl >>

    #256874
    Mark
    Moderator

    Angela had seks tegen haar wil: ‘Hij was een ander type dan hij zich op de datingsite voordeed’


    Anno 2021 heerst er nog altijd een levensgroot taboe op seksueel geweld. Dat moet anders en daarom doen vijf slachtoffers hun verhaal aan deze krant. Deel 5: Angela (41) uit Breda liet uit angst dingen toe die niet oké waren.

    ,,Ik bleef hem van mij afduwen. Toen hij voor de zoveelste keer probeerde, heb ik toegegeven. Ik verstijfde en liet toe dat hij seks met mij had. Ik wil weg, dat is het enige waaraan ik dacht. Ik was zo boos op mezelf. Toen hij klaar was, vertrok ik meteen. Onderweg stopte ik op een parkeerplaats, omdat ik zo overstuur was. Ik dacht echt dat hij anders was. Hij kon mij uitdagen op intellectueel vlak.

    Waarom heb ik na de derde keer niet mijn tas gepakt?
    We hadden vier weken intensief gepraat via de chat van de datingsite. Toen we wilden afspreken, stelde ik voor om buiten af te spreken. Maar door corona konden we niet in een restaurant afspreken, het was ook slecht weer. Uiteindelijk heb ik voorgesteld om samen te koken, bij hem thuis. Want het voelde goed.

    Ik verstijfde, was bang voor een escalatie. Dus liet ik het maar gebeuren.
    Angela

    Eenmaal bij hem voor de deur stuurde ik toch mijn locatie naar mijn zus. Ik voelde dat ik dat moest doen. Toen hij de deur opendeed met een flesje bier in zijn handen, merkte ik al dat het een ander type was dan hij zich op de datingsite voordeed.

    Al snel ontstond wrijving in het gesprek. Hij was heel dominant, dronk veel. Ik paste mezelf aan en dacht: misschien is hij zenuwachtig. Hij wilde me zoenen, maar ik wilde dat niet en zei dat ook. Daarna probeerde hij het weer. Waarom heb ik na de derde keer niet mijn tas gepakt? Ik verstijfde, was bang voor een escalatie. Dus liet ik het maar gebeuren.

    Uiteindelijk heb ik het toch laten gebeuren
    Eigenlijk doe ik dat heel mijn leven al. Ik heb nooit geleerd om nee te zeggen als iets niet goed voelt. Op mijn 11de ging mijn vader apart wonen, waardoor een familiecrisis ontstond. Thuis werd niet gepraat en dus ging ik de straat op. Toen ik 12 was, ging ik al met oudere jongens om. Ik liet dingen gebeuren, uit angst om er anders niet meer bij te horen. Sindsdien is dat de basis voor meerdere situaties in mijn leven.

    Op mijn 15de raakte ik verslaafd aan alcohol en drugs. Tijdens mijn studie liep ik stage in het buitenland. Drugs had ik daar niet, dus compenseerde ik dat met alcohol. Ik kreeg een relatie, hij was ook alcoholverslaafd. Na een avond stappen kon zijn beste vriend geen bus meer pakken. Of hij bij ons mocht blijven slapen in het appartement. Ik wilde dat niet en zei dat tot wel drie keer toe.

    Uiteindelijk heb ik het toch laten gebeuren. Ik sliep toen ik voelde dat iemand mijn kleren uittrok. Ik dacht dat het mijn vriend was en sliep nog half. Toen ik merkte dat het iemand anders was, die beste vriend, was het al te laat. Hij had seks met mij. Ik schrok me rot, was in één klap nuchter en duwde hem van mij af. Waarom overkwam mij dit? Van tevoren zei ik dat ik niet wilde dat hij bleef slapen. Toch is het mijn eigen schuld. Mijn vriend heeft twee weken niet tegen mij gepraat, want hij wist niet wie hij moest geloven.

    Toen ik merkte dat het iemand anders was, die beste vriend, was het al te laat. Hij had seks met mij
    Angela

    Kun je die mensen vertrouwen?
    Op mijn 31ste ben ik in een afkickkliniek opgenomen. Sindsdien ben ik clean en ben ik patronen in mijn leven gaan ontdekken. Ik werd altijd snel afhankelijk van mensen en was bang om te worden verlaten waardoor ik dingen toeliet die niet oké waren.

    Nu heb ik geleerd wat zelfliefde en -acceptatie is. Inmiddels heb ik twee lange, gezonde relaties achter de rug. Ik was een jaar vrijgezel toen ik dit jaar voor het eerst naar een datingsite ging.

    Ik was een beetje bang. Kun je die mensen vertrouwen? Na wat dates met mannen met wie ik geen klik had – én dat tegen ze durfde te vertellen – had ik het vertrouwen dat ik het wel kon. Ondanks de vele therapiesessies lukte het me opnieuw niet om te voorkomen dat mijn grenzen werden overschreden en gebeurde er iets wat ik niet wilde.

    Ondanks de vele therapie­ses­sies lukte het me opnieuw niet om te voorkomen dat mijn grenzen werden overschre­den en gebeurde er iets wat ik niet wilde
    Angela

    Wel heb ik deze keer meteen met mensen erover gesproken en ben ik milder naar mezelf toe. Daarna heb ik nog wat dates gehad, gingen we op zaterdagmiddag wandelen in het bos of door de binnenstad. Inmiddels date ik met iemand die wel serieus is.”

    Bron: bndestem.nl

    #257057
    mara
    Lid LSG

    Seksueel geweld is een groot probleem in de samenleving. Gemiddeld genomen duurt het 16 jaar voordat een slachtoffer onthult een slachtoffer te zijn van seksueel geweld. Hoe eerder slachtoffers onthullen, hoe groter de kans op adequate hulpverlening.

    Bij hulpverleners heerst een grote mate van handelingsverlegenheid om seksueel geweld bespreekbaar te maken en te vragen naar negatieve seksuele ervaringen. Deze presentatie heeft als doel kennis over seksueel geweld te vergroten en handelingsverlegenheid te verminderen.

     

    #257749
    Luka
    Moderator

    Anne werd jarenlang misbruikt door haar coach: ‘Hij verkrachtte me dagelijks en ik deed helemaal niets’

    Anne Kamminga (22) werd van haar veertiende tot haar zeventiende vrijwel dagelijks seksueel misbruikt door haar kickbokscoach. Afgelopen jaar werd Hans T. veroordeeld tot 36 maanden celstraf en betaling van een schadevergoeding van vijfduizend euro. ‘Het voelde alsof mijn lichaam al die tijd niet van mij was geweest.’

    ‘Ik verstijfde volledig’
    “Na de training reed hij met me naar een afgelegen parkeerplaats. De muziek schalde door de boxen van de autoradio. Oude soul. Toen hij op me kwam liggen en me verkrachtte, verstijfde ik volledig. Ik zei niks, deed niks en liet het gebeuren. Vanaf dat moment was dit een dagelijks ritueel, bijna vier jaar lang werd ik door hem misbruikt. En nog steeds als ik soulmuziek hoor, krijg ik het op slag zo benauwd dat het voelt alsof mijn keel wordt dichtgeknepen.”

    Vaderfiguur
    “Vanaf het eerste moment dat ik via een vriend in aanraking kwam met kickboksen, was ik verkocht. Wát een sport, wát een adrenaline. Ook al was ik pas tien, ik wist dat ik dit veel vaker wilde doen. En hoewel mijn moeder me liever een meer ‘meisjesachtige’ sport had zien beoefenen, kreeg ik het toch voor elkaar om op kickboksles te mogen. Ik bleek er goed in te zijn, mijn toenmalige trainer zei dat ik talent had en dat ik kampioen zou kunnen worden. Dat klopte, want binnen vijf maanden won ik mijn eerste wedstrijd en binnen een jaar won ik mijn eerste Nederlandse titel. Toen ik veertien was, kwam ik via mijn toenmalige vriendje terecht bij zijn trainer, Hans.”

    Opgegroeid zonder vaderfiguur
    “Ik groeide op zonder vaderfiguur in mijn leven. Mijn ouders zijn uit elkaar gegaan toen ik nog heel klein was. Mijn moeder had de zorg voor vijf kinderen en ik zag dat zij het daar vaak moeilijk mee had. Ik miste vooral een sterke man in mijn leven, iemand die me kon beschermen als dat nodig was en op wie ik terug kon vallen. Hans nam die rol steeds meer over. Hij luisterde naar me als ik thuis weer eens problemen had, ruzie met mijn moeder bijvoorbeeld.”

    ‘Hij bleef zo vaak tegen me zeggen dat hij verliefd op me was en dat we iets bijzonders hadden, dat ik er in begon te geloven’

    Verliefd
    “Binnen een maand of vier begon Hans’ gedrag te veranderen. Hij werd steeds handtastelijker, legde steeds vaker een hand op mijn been, gaf me een knuffel en later zelfs een kus op mijn mond. Ik vond het vreemd, maar hij zei dat dit normaal was in zijn cultuur. Toen het zelfs tongzoenen werd, begreep ik wel dat hij dit vast niet met iedereen deed. Al wist ik totaal niet wat ik ermee aan moest en liet ik het gelaten over me heen komen. Ook toen hij vertelde: ‘Ik ben verliefd op je, daar kan ik niks aan doen’, reageerde ik niet. Vervolgens had hij seks met me. Het voelde alsof ik op dat moment uit mijn eigen lichaam trad, ik realiseerde me dat ik me toch niet kon verweren. Een condoom gebruikte hij niet, want hij wist denk ik dat ik aan de pil was. Ik liet het zwijgend gebeuren. Toen het klaar was, zette hij me thuis af en ben ik meteen naar mijn slaapkamer gegaan. Ik heb misschien wel een uur verdwaasd op de rand van mijn bed gezeten en dacht: wat moet ik hier in vredesnaam mee? Ik had echt geen idee, ik kon niet bevatten wat er was gebeurd en waarom.”

    Manipuleren
    “Vanaf dat moment gebeurde het vrijwel dagelijks. In de auto op een parkeerplaats, in de sportschool als hij zeker wist dat er niet nog iemand anders aanwezig was. Hij verkrachtte me. En ik? Ik deed helemaal niets. Ik verstijfde elke keer als het gebeurde. Ik kon ook letterlijk niets. Hij was fysiek natuurlijk veel sterker en groter dan ik, maar hij was ook mijn trainer. Hij kreeg me steeds meer in zijn macht. En hij bleef ook zo vaak tegen me zeggen dat hij verliefd op me was en dat we iets bijzonders hadden, dat ik er in begon te geloven. Achteraf gezien was het geslepen natuurlijk, hij manipuleerde me zodat ik niets anders kon dan mijn mond houden. Bovendien gaf hij me het gevoel dat we een relatie hadden. Hij zei ook dat niemand anders dat met me zou willen. En dat hij de enige was die me verder zou kunnen brengen in de kickbokswereld. Zonder hem was ik niks waard, prentte hij me in.”

    Aangifte
    “Vrouwen zeggen vaak dat ze zich vies voelen als er zoiets met ze is gebeurd. Ik heb dat eigenlijk pas zo gevoeld toen het was gestopt, omdat toen pas tot me doordrong wat er al die jaren aan de hand was. Het voelde alsof mijn lichaam al die tijd niet van mij was geweest. Dat was mijn zwaarste moment: me realiseren dat iemand vier jaar lang gebruik heeft gemaakt van mijn lichaam zonder dat ik dat wilde. Ik kon het niet bevatten. Ik heb me lang heel schuldig gevoeld omdat ik niks heb gezegd, geen hulp heb gevraagd en ook elke keer terug ben gegaan naar de sportschool. Achteraf is dat begrijpelijk, hij had me wijsgemaakt dat ik zonder hem niet verder zou komen in de kickbokswereld. Ik zou al mijn succes overboord gooien en kickboksen was mijn alles.”

    Nog steeds op vrije voeten
    “Toen ik een tijd later toch aangifte deed, is hij opgepakt en heeft hij een paar dagen vastgezeten voor verhoor. Daarna kwam hij weer op vrije voeten en dat is hij tot op de dag van vandaag nog steeds. In januari was de uitspraak. Hij heeft een gevangenisstraf van 35 maanden en een schadevergoeding van vijfduizend euro opgelegd gekregen, maar is daartegen in hoger beroep gegaan. De consequentie is dat hij nog steeds vrij rondloopt en zelfs tot kortgeleden nog kickbokstrainingen heeft kunnen geven, in zijn eigen kickboksschool.”

    Bron: Flair >>

    #258517
    mara
    Lid LSG

    Kirsten (29) had seks tegen haar wil in: ’Die nacht achtervolgt mij nog steeds’

    In de rubriek ’Tussen de lakens’ vertellen vrouwen over hun seksleven. Dit verhaal komt van Kirsten (29). Ze heeft diverse nare ervaringen met mannen achter de rug, waardoor ze haar vertrouwen kwijt is.


    @Getty Images

    „De eerste keer dat ik me op straat onveilig voelde was toen ik een jaar of 14 was. Ik fietste alleen naar huis na hockey en werd door een groepje jongens nagefloten en ze riepen misselijkmakende teksten. Ik was een hoertje, een sletje. Ze zouden me wel willen nemen, riepen ze. Het zijn misschien maar woorden, maar voor een meisje van 14 is dat heel intimiderend. Ik kwam huilend thuis en vanaf dat moment heeft mijn vader mij altijd gebracht en gehaald.”

    Niet zo’n held
    „In de loop der jaren ben ik ook op andere momenten nog talloze keren op straat lastiggevallen. De ene keer wordt er gesist, de andere keer alleen maar heel intimiderend gekeken. Het maakt me iedere keer weer bang. Ik ben niet zo’n held en ik ken ook de verhalen van aanranding en verkrachting wel. Wat als zoiets mij ooit overkomt? Ik kon daar echt van wakker liggen.”

    „Toen ik op een wat latere leeftijd uitging, kreeg ik te maken met handtastelijkheden. Jongens vinden het de normaalste zaak van de wereld in een kroeg even aan je kont te zitten. Of naar je borsten te grijpen. Mijn beste vriendin lachte zoiets weg. ’Ze zijn dronken’, zei ze dan. Het gebeurde haar ook, maar ze maalde er niet om. Sterker nog; zij genoot van die ’aandacht’. Het maakte mij alleen maar kwaad en bang.”

    Beste vrienden
    „Op m’n 20ste kreeg ik een vriend. Een onwijs lieve jongen met wie ik zes jaar samen ben geweest. Hij was de eerste met wie ik naar bed ging en hoewel ik denk dat we seksueel gezien niet de allerbeste match waren, vond ik het wel altijd lekker met hem. Hij had niet zo’n enorme seksdrive. Toen hij het uitmaakte, snapte ik eindelijk waarom. Hij vertelde mij dat hij op jongens viel. Ik wond hem gewoonweg niet genoeg op. We zijn nog steeds beste vrienden.”

    Kater
    „In de periode daarna heb ik veel gedate. Ik ging volop uit en zat vaak op Tinder: na zes jaar gezapigheid moest ik mijn wilde haren kwijt. Ik trof de ene na de andere mafkees. Het leek wel alsof ik het in mijn Tinderbio had staan: ’Heb je geen respect voor vrouwen, like mij dan’. De meeste mannen willen maar één ding en dat is seks met je. Ik ben daar een paar keer in meegegaan omdat het mij wel spannend leek. De kater komt daarna; zo’n man wil vervolgens zo snel mogelijk weer weg of er blijft van zijn vleierij als hij is klaargekomen niets meer over.”

    Teveel gedronken
    „Iedere keer weer voelde ik me gebruikt als ik me had laten meeslepen in het moment. En laten we eerlijk zijn: ik was ook gewoon gebruikt, ondanks dat ik er zelf aan had meegewerkt. Diverse mannen drongen schaamteloos aan als ik zei dat ik niet met ze naar bed wilde. Dat maakte me bang. Net zo bang als ik destijds op straat of tijdens het uitgaan was geweest. Vrijwel alle keren heb ik mezelf uit de benarde situatie kunnen bevrijden. Dan ging ik er met een smoes vandoor. Tot de laatste keer, nu een half jaar geleden. Ik had net iets teveel gedronken en bood niet voldoende weerstand. Mijn ’nee’ was niet genoeg.”

    De klap
    „Ik heb seks gehad tegen mijn zin in. Gek genoeg durf ik het nog steeds geen verkrachting te noemen, maar feitelijk is dat het wel. Ik heb meerdere keren nee gezegd, maar dat drong niet door. De klap kwam de ochtend erna pas. Toen ik me echt realiseerde wat er gebeurd was en hij weg was, kon ik alleen nog maar huilen. Ik heb mijn ex gebeld om er met hem over te praten. Hij was heel lief en kwam direct langs om me te troosten. Mijn beste vriendin was woest op die gast, maar ook op mij. Hoezo had ik hem niet gewoon in zijn gezicht geslagen?”

    Best lastig
    „Die nacht achtervolgt mij nog steeds. Mijn Tinderaccount heb ik inmiddels verwijderd. En daten doe ik niet meer. Het heeft me meer beschadigd dan ik dacht. Mijn ex vindt dat ik aangifte moet doen, maar daar heb er absoluut geen zin in; het heeft tóch geen nut, lees je altijd. Ik wil het vooral vergeten en doorgaan, maar dat is heel lastig. Mijn vertrouwen in mannen zal echt hersteld moeten worden, maar hoe? Dat kan nog best eens lastig worden…”

    Bron: de Telegraaf >>

    #258981
    Luka
    Moderator

    Waarom praten over seksueel ongewenst gedrag zo moeilijk is
    Trustpunt: seksueel grensoverschrijdend gedrag

    Wie seksueel grensoverschrijdend gedrag meemaakte, ervaart heel wat drempels om daarover te praten.

    Velen schamen zich over wat hen overkwam. Eliane, die zelf grensoverschrijdend gedrag meemaakte, en onderzoekster Lotte De Schrijver kaderen waar dat vandaan komt.

    “Je allereerste reactie is meestal heel onbewust.” Eliane maakte ooit grensoverschrijdend gedrag mee door een medestudent. “Ik had meteen door dat de situatie niet oké was. Maar ook al bedenk je op voorhand hoe je in zo’n geval zou reageren, toch lukt het niet altijd om dat op het moment zelf ook te doen. Sommigen zeggen er iets over of worden kwaad, anderen zijn net in shock en kunnen helemaal niets zeggen of doen.”

    Lotte De Schrijver van het International Centre for Reproductive Health nam diepte-interviews af met meer dan 100 Belgen tussen 16 en 99 jaar die seksueel geweld meemaakten. “Sommigen beseffen pas dat het om seksueel geweld ging bij de vraag of iemand ooit iets tegen hun wil deed, of als ze het verhaal van anderen horen. Het cliché wil dat iemand zich hard verzet tegen een onbekende dader die fysiek veel sterker is. Terwijl seksueel geweld vaak een langzaam proces is waar telkens meer grenzen worden overschreden, evengoed door een partner of bekende.”

    Schrik voor de reacties
    Eén van de meest voorkomende redenen om niet over seksueel geweld te praten is schaamte, zo bleek uit Lottes onderzoek. Die schaamte komt vaak door eerdere reacties waarin het eigen verhaal of dat van anderen niet geloofd of serieus genomen werd. Ook Eliane vreesde daarvoor: “Je vraagt je af hoe anderen zullen reageren. Gaan ze mij geloven of net als rotte appel zien en negeren? Wiens kant gaan ze kiezen? Dat eerste gesprek vind ik cruciaal. Als iemand dan niet goed luistert of het gevoel geeft dat jij iets verkeerd deed, kan je dichtklappen en verder niets meer ondernemen. Ik praat nochtans makkelijk over moeilijke ervaringen, dus voor introverten moet dat nog veel lastiger zijn.”

    Eliane nam haar zus en vriendinnen in vertrouwen. “Ik koos bewust mensen waar ik me goed bij voel en waarvan ik wist dat ze me zouden ondersteunen. Het helpt als je weet dat iemand al hetzelfde meemaakte. Na lang aarzelen begon ik erover tegen een vriendin uit de groep, omdat ik niet wou dat er nog slachtoffers vielen. “Jij ook al?”, reageerde ze meteen. Er bleken nog slachtoffers te zijn. Je wenst het niemand toe, maar ergens luchtte het op. Ik voelde me begrepen en niet meer alleen.” Al kunnen reacties ook tegenvallen. Eliane: “Sommige vrienden geven die medestudent nog steeds het voordeel van de twijfel en willen eerst en vooral hém helpen. Of durven er niets op zeggen uit schrik om vrienden kwijt te raken.”

    De schuld van wie het overkomt
    De omgeving weet niet altijd wat ze moet zeggen of doet onbewust aan victim blaming: de reactie die de schuld bij het slachtoffer legt, bijvoorbeeld dat je het uitlokte of had kunnen voorkomen. Eliane: “Ik voelde zelf geen schaamte over wat er gebeurd was, maar het werd mij door sommigen wel aangepraat. Als je dan niet stevig in je schoenen staat, begin je te twijfelen aan jezelf. Terwijl je niets verkeerd deed en je je nergens over hoeft te schamen, wat je ook deed, zei of droeg. Het feit dat je een slachtoffer bent, zegt niets over jou, enkel over de dader. Iederéén kan het meemaken.”

    Dat aanpraten van schaamte komt volgens Eliane vanuit een zwart-witdenken. “Zelfs als meerdere mensen met hetzelfde verhaal naar buiten komen, hebben sommigen het nog moeilijk om de waarheid aan te nemen. Een vriend of bekend figuur die sympathiek leek, wordt plots een monster waar iets mis mee is, waardoor ze hun beeld helemaal moeten bijsturen. Ik denk dat het zinvoller is om in een grijze zone te denken: ook mensen met wie je een goede band hebt, kunnen iets fout doen. Dat moet je onder ogen zien.”

    Praten met professionelen
    De drempel om je verhaal te doen lijkt nog groter bij formele instanties. “Toch is het soms makkelijker om je verhaal te doen aan iemand die er professioneel mee bezig is dan aan bekenden,” vindt Eliane. “Zij weten meteen hoe ze moeten reageren om je te ondersteunen. Het voelde goed om erover te praten met mijn therapeut, met Trustpunt en de politie. Die luisterden lang naar me, ik kreeg echt de indruk dat ze hun uiterste best deden om me te helpen.” Lotte: “Iedereen zou over seksueel geweld moeten kunnen praten in een veilige omgeving wanneer ze daar nood aan hebben.”

    Sara Drieghe creëert als vertrouwenspersoon en coördinator bij Trustpunt een omgeving waarin studenten zich veilig voelen om hun verhaal te doen: “Eerst en vooral stellen we mensen op hun gemak door een zorgzame, open en empathische houding. Fysieke gesprekken gebeuren in een rustige, discrete en comfortabele ruimte. We volgen het tempo als ze praten en laten ruimte voor stiltes. We proberen goed aan te voelen waar ze wel of niet op willen ingaan en vermijden waarom-vragen, zodat ze zich nergens voor hoeven verantwoorden. En vooral: we laten ons niet meeslepen door emoties, stellen niet in vraag wat gezegd wordt en oordelen niet. Zo creëren we een context waarin mensen zich gehoord en gerespecteerd voelen.”

    Heb je er zelf nood aan om in een veilige omgeving over seksueel grensoverschrijdend gedrag te praten? Bel Trustpunt op 09 264 82 82 (in de voormiddag) of mail naar trustpunt@ugent.be.

    Bron: UGent >>

    #259532
    Luka
    Moderator

    TESSA (21) WERD VERKRACHT DOOR KLASGENOOT: ‘MIJN MENTOR ZEI DAT IK HET ZELF HAD UITGELOKT’

    Uit onderzoek van I&O Research onder ruim duizend studenten blijkt afgelopen week dat 1 op de 9 vrouwelijke studenten tijdens haar studententijd slachtoffer is geworden van verkrachting.
    Tessa* (21) wordt tijdens haar relatie met klasgenoot Max* herhaaldelijk verkracht, maar krijgt bij het melden hiervan geen steun of hulp van haar mentor.

    RELATIE
    De eerste paar maanden van de relatie tussen Tessa en Max is er nog niets aan de hand. “Ik ontmoette hem drie jaar geleden tijdens mijn studie en werd snel verliefd op hem. Voor we elkaar echt goed kenden hadden we al een relatie.”

    Na een half jaar begint Max steeds vaker aan te dringen als Tessa aangeeft niet altijd sex te willen. “Ik was zijn eerste, hij niet de mijne. Op mijn dertiende had ik namelijk een relatie met een oudere jongen die, ondanks dat ik aangaf dit niet te willen, sex met me had. Ergens dacht ik daardoor dat sex tegen je wil in hebben normaal was als je een relatie had. Ook tegen Max zei ik dat ik het niet wilde. Toch bleef hij aandringen.”

    AANDRINGEN
    Na ongeveer een jaar merkt Tessa dat het opdringerige gedrag steeds vaker voorkomt. “Er waren moment waarop ik niet wilde dat hij doorging, maar als ik dat aangaf luisterde hij niet. Ik kreeg hem gewoon niet van me af. Doordat hij steeds agressiever werd durfde ik op een gegeven moment geen ‘nee’ meer te zeggen. Ik dacht: ‘Ik laat het wel gewoon gebeuren. Dan is het zo snel mogelijk voorbij’. Ik hoopte dat het bij die ene keer zou blijven, maar daarna is het nog heel vaak gebeurd.”

    Op een gegeven moment is het zelfs zo dat iedere seksuele handeling vanuit Max tegen de zin van Tessa in is. “Aan mijn vorige relatie had ik een depressie overgehouden. Ik merkte dat ik door wat Max me aandeed weer terug begon te vallen daarin. Ik besefte door de verhalen die ik om me heen hoorde steeds meer dat mijn seksleven niet normaal was.”

    MENTOR
    Uiteindelijk durft ze de stap te zetten om met iemand te gaan praten. Ze maakt een afspraak met haar mentor en vertelt hem wat haar op haar dertiende is overkomen en wat Max, die bekend is bij de mentor, haar nu aandoet. “Ik vertelde hem dat ik me misbruikt voelde, bang was en niet goed wist wat ik met de situatie aanmoest. Mijn mentor zei daarop: ‘Je hebt een relatie met hem, dus dat soort dingen gebeuren’. Volgens hem kon iemand binnen een relatie geen sex tegen zijn of haar wil hebben. Hij vond dat het mijn eigen schuld was en ik waarschijnlijk had aangegeven dat ik het wel zelf wilde.”

    “Door die reactie ben ik nog een half jaar met mijn relatie doorgegaan, omdat ik het gevoel had dat het toch mijn eigen schuld was. Dat is iets waar ik nog steeds moeite mee heb, al weet ik inmiddels heel goed dat het zeker niet mijn schuld was. Als ik ‘nee’ zeg en iemand gaat tóch tegen mijn wil bij mij naar binnen, dan is dat verkrachting. Het maakt het niet uit of dat binnen of buiten een relatie is.”

    HUIDIGE PARTNER
    Dankzij haar huidige vriend durft ze uiteindelijk de relatie met Max pas te verbreken. “Hij heeft me laten realiseren dat wat er binnen mijn relatie gebeurde niet normaal was. Als ik het met hem over sex had omschreef hij het als iets waarbij je je gewaardeerd en geliefd voelt. Ik voelde me daar bijna ongemakkelijk bij, omdat alle sex die ik had gehad nooit zo voelde.”

    AANGIFTE
    Aangifte tegen haar verkrachter heeft Tessa nooit gedaan. “Wat voor bewijzen heb je als zoiets in een relatie gebeurt? Al zou ik naar de politie gaan met bij wijze van zijn zaad nog in me, dan zouden ze alsnog kunnen zeggen: ‘Het is je partner, daar kunnen we niets mee doen’. Hoe kan ik aantonen dat ik ‘nee’ heb gezegd en het niet wilde? Dat gevoel werd alleen maar versterkt door de verhalen van vrouwen die met veel geweld verkracht zijn en dán zelfs niet worden geloofd.”

    “Het is te bizar voor woorden dat zoveel vrouwen hiermee te maken krijgen. En dat de vrouwen bij wie dit in een relatie gebeurt het gevoel krijgen dat het hun eigen schuld is, is al helemaal verschrikkelijk. Een relatie hebben betekent niet automatisch dat je consent geeft aan je partner.”

    Inmiddels gaat het, mede dankzij haar huidige relatie, goed met Tessa. Wel heeft ze nog steeds weleens paniekaanvallen als gevolg van de verkrachtingen. “Ik heb nog geen professionele hulp durven zoeken, omdat ik nog heel lang heb gedacht dat het mijn eigen schuld was. Zelfs nu ik diep van binnen weet dat het niet zo is. De buitenwereld heeft daar zoveel effect op gehad. Wel wil ik graag hulp zoeken, omdat ik soms ineens door herinneringen getriggerd kan worden. Daar heb ik de rest van de dag last van en dan voel ik me onveilig en bang. Het trauma is nog steeds heel erg actief.”

    PRAAT EROVER
    Tessa’s tip aan andere meiden is: “Laat andere mensen je helpen, hoe lastig het ook is. Merk je bijvoorbeeld dat jouw seksleven heel anders in dan dat van je vrienden en voelt wat er met je gebeurt niet goed? Praat erover. Alleen dan kom je erachter dat wat je meemaakt misschien niet normaal is.”

    *Deze namen zijn gefingeerd, maar wel bekend bij de redactie.

    Bron: Linda.nl >>

    #259719
    Luka
    Moderator

    ‘Hoer!’ in stoepkrijt: Naomi kaart straatintimidatie aan, net als veel andere vrouwen die niet langer ‘op hun hoede’ willen zijn

    Vrouwen hebben schoon genoeg van straatintimidatie en laten van zich horen. Zoals in Rotterdam, waar een verbod op het wangedrag ineffectief en juridisch onhoudbaar bleek. Wat werkt er wel tegen het sissen, schelden en betasten?


    Naomi Landman (20) schrijft voorbeelden van straatintimidatie met stoepkrijt en verspreidt ze op Instagram. Beeld Eva Roefs

    Op de hoek van de Hartmanstraat en de Witte de Withstraat in het centrum van Rotterdam zit een jonge vrouw te stoepkrijten. In gele, blauwe en paarse letters schrijft ze woorden op de tegels. Als je er van een afstandje naar kijkt, biedt het een vrolijke aanblik. Kom je dichterbij, dan lees je dit: ‘Mag ik je melken?’

    Die woorden zijn letterlijk zo door een stel mannen geroepen, precies op deze plek, vertelt Naomi Landman (20), terwijl ze haar stoepkrijt weer opbergt in haar rugzak. Niet naar haar, maar naar een andere jonge vrouw uit Rotterdam, die ze niet eens persoonlijk kent. Landman, net afgestudeerd aan de mbo theaterschool, verzamelt dit soort voorbeelden van straatintimidatie al twee jaar op haar Instagramaccount (@catcallsofrot) en gaat alle plaatsen delict in de stad af om de teksten op de grond te kalken. Op de West-Kruiskade: ‘Hé mooie dame, wel een beetje lachen hè.’ Op de Jonker Fransstraat: ‘Wat een lekkere billen!’ Op Het Hofplein: ‘Hé schat, lekker kontje. Laat me je poesje eens likken.’ Op de Spoorsingel: ‘Als jullie niet zo jong waren, had ik jullie allang opengescheurd.’

    Chalk Back
    Chalk Back heet de wereldwijde beweging van vrouwen die schoon genoeg hebben van mannen die hun zo nodig op straat moeten naroepen, nasissen, uitschelden, achtervolgen en betasten, en door hun ervaringen neer te krijten een discussie proberen aan te wakkeren. Ook in andere delen van Nederland is de beweging actief. De reacties op haar Instagramaccount zijn overweldigend, zegt Landman. ‘In mijn omgeving ken ik niet één vrouw die nog nooit met straatintimidatie te maken heeft gehad.’

    Dat uitgerekend Rotterdamse vrouwen de noodzaak voelen om dat probleem aan te kaarten, is veelzeggend. Rotterdam was de eerste stad in Nederland waar straatintimidatie hoog op de politieke agenda belandde en geldt sindsdien als voorbeeld voor andere steden in Nederland die ook met het wangedrag worstelen. Landelijk werkt demissionair minister Grapperhaus aan een verbod op straatintimidatie, dat naar alle waarschijnlijkheid over een of twee jaar zal worden bekrachtigd.

    Maar uit een onlangs verschenen evaluatierapport van de Erasmus Universiteit blijkt dat het beleid dat de afgelopen vier jaar in Rotterdam is gevoerd om het probleem de kop in te drukken, weinig tot niets heeft opgeleverd. Werd in 2017 nog 44 procent van de vrouwen in de Maasstad op straat lastiggevallen, inmiddels ligt dat aandeel op 47 procent. Hoe kan dat? Waar heeft het Rotterdamse beleid gefaald? En wat kunnen andere steden daarvan leren?


    Op de hoek van de Hartmanstraat en de Witte de Withstraat: ‘Mag ik je melken?’ Beeld Eva Roefs

    Leefbaar Rotterdam
    Bij gemeenteraadspartij Leefbaar Rotterdam konden ze op 19 december 2018 hun geluk niet op. Die middag had de Rotterdamse rechtbank, voor het eerst in Nederland, een man veroordeeld wegens het intimideren van vrouwen op straat. De 36-jarige Rotterdammer Everon el F. was op de Coolsingel en het Schouwburgplein achter acht vrouwen aangelopen, dicht naast hen gaan zitten op een bankje, had kusgebaren gemaakt en dingen geroepen als ‘Hé schatje, blijf nog even bij me’. Dat de rechtbank hem hiervoor kon bestraffen, was te danken aan het lokale verbod op straatintimidatie waarvoor Leefbaar Rotterdam sinds 2010 had geijverd, en dat begin dat jaar eindelijk van kracht was geworden.

    De maatregel gold als het belangrijkste wapen in de strijd die toenmalig wethouder Veiligheid Joost Eerdmans in 2017 was aangegaan tegen de intimiderende praktijken van een deel van de Rotterdamse mannen, onder Leefbaar ook wel bekend als ‘het tuig’. Overtreders van het verbod konden rekenen op een geldboete tot 4.100 euro of een gevangenisstraf van drie maanden, stelde Eerdmans in een persbericht. ‘Als je gedrag wilt veranderen, zul je flinke tikken moeten uitdelen’, verklaarde hij. ‘Singapore aan de Maas, dat is mijn motto.’

    Everon el F., een man met een verstandelijke beperking, had geen advocaat meegenomen naar zijn rechtszaak en kreeg slechts een boete van 200 euro opgelegd. Maar voor Leefbaar maakte dat weinig verschil. ‘We did it! Wat een mijlpaal, superblij mee!’, twitterde raadslid en aanjager van het verbod Tanya Hoogwerf na de uitspraak.

    Het Rotterdamse beleid tegen straatintimidatie had meer om het lijf dan strafbaarstelling alleen. Zo werd er ook de StopApp gelanceerd waarmee vrouwen melding konden maken van incidenten, werd er voorlichting gegeven aan politieagenten en jongerenwerkers, en zou slachtoffers psychische ondersteuning, weerbaarheidstraining en een armband met geurbom worden aangeboden. Dit alles omlijst met een abricampagne waarvoor, geheel in de stijl van het gespierde bestuursjargon dat in Rotterdam eerder al de ‘stadsmarinier’ en de ‘patsercontrole’ had voortgebracht, de term ‘pikpraat’ werd bedacht.

    Omlopen en aanpassen
    Zwaar geschut, al met al, en dat was op zich te begrijpen. Onderzoek van de Erasmus Universiteit uit 2017 had uitgewezen dat veel Rotterdamse vrouwen zich onveilig voelden op straat, en dat ook meisjes in de puberleeftijd al de smerigste dingen naar hun hoofd geslingerd kregen. De meesten van hen bleken hun gedrag daarop volledig te hebben aangepast. Sommigen gingen niet de deur uit zonder na te denken over hun kleding. Anderen meden bepaalde plekken in de stad. En het gros van de vrouwen en meisjes had zichzelf allerlei gewoonten aangewend wanneer ze onderweg mannen of jongens passeerden: ze hielden hun ogen naar de grond gericht, zetten een koptelefoon op, deden alsof ze een telefoongesprek voerden of klemden hun sleutels tussen hun vingers.

    Dit vroeg om harde actie, vonden ze bij Leefbaar Rotterdam. Niet in de laatste plaats omdat er op landelijk niveau niets was geregeld om de overlast te kunnen aanpakken. Hoewel toenmalig PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch al in 2012 pleitte voor een wet tegen straatintimidatie, was die er nooit gekomen. Een landelijke publiekscampagne over het probleem bestond evenmin. Stichting Sire confronteerde Nederlanders wel met de vraag ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’, maar vroeg geen aandacht voor de minstens zo prangende kwestie waarom sommige jongens leken te denken dat je rustig ‘hoer’ naar een meisje kon roepen. Dit alles terwijl Nederland de plicht had een antwoord te formuleren op (onder meer) straatintimidatie sinds het in 2011 samen met 46 andere landen een handtekening zette onder het Verdrag van Istanbul, dat geweld tegen vrouwen moet tegengaan.

    Bij Leefbaar Rotterdam wisten ze wat hun te doen stond: niet lullen, maar poetsen, met de agressiefste middelen die voorhanden waren.

    Naomi Landman was 16 toen het beleid tegen straatintimidatie in haar stad werd ingevoerd, en heeft er weinig van meegekregen. Hoewel ze al vanaf de basisschool werd nageroepen door mannen, leefde ze lang in de veronderstelling dat dit er gewoon bij hoorde. Dat is nu wel anders. ‘Het enge van straatintimidatie’, zegt ze, ‘is dat je nooit weet waar het eindigt. Het kan zijn dat het blijft bij een gore opmerking, wat al intimiderend genoeg is, maar voor hetzelfde geld word je een auto ingesleurd. Je moet als vrouw dus altijd op je hoede zijn.’

    Van die ernst leken niet alle media doordrongen toen ze in Rotterdam hun maatregelen bekendmaakten. Kranten schreven eufemistisch over een ‘sisverbod’. Op sociale media klonk het verontwaardigd dat bouwvakkers nu zeker ook geen vrouwen meer mochten nafluiten. Al eerder wijdde de Volkskrant een Stekel, een kort ironisch commentaar, aan Amsterdamse plannen om ‘gesis en ander primitief vertoon van bewondering’ aan banden te leggen: ‘Als dit kanon op de laatst overgebleven alfaman wordt afgevuurd, is er voor vrouwen helemaal geen lol meer aan.’

    Eigenlijk was Joost Eerdmans dus heel woke voor zijn tijd, toen hij bij de presentatie van zijn beleid stelde dat het hier ging om ‘de onvrijheid die vrouwen voelen om zich te kleden hoe ze willen, en te gaan en staan waar ze willen’.

    Aantallen gestegen
    En toch, alle Rotterdamse inspanningen ten spijt, heeft Naomi Landman het vier jaar later maar druk met straatintimidatie in haar stad. Er zijn weinig wijken waar ze nog niets op de gegrond heeft gekalkt. Bij de Euromast: ‘Hé dame, je loopt verkeerd, mijn huis is die kant op.’ Op de Lijnbaan: ‘Lekker hoor, die tieten in de wind.’ In de Provenierstraat: ‘Stomme slet, arrogante trut.’

    Volgens het evaluatierapport van de Erasmus Universiteit is niet alleen het aantal Rotterdamse vrouwen dat te maken heeft gehad met straatintimidatie sinds 2017 gestegen, ook hun angst en neiging tot risicomijdend gedrag zijn sterker geworden.

    Joost Eerdmans, tegenwoordig fractieleider van JA21 in de Tweede Kamer, erkent dat hij liever een andere uitkomst had gezien. ‘Maar voor mij is dit geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten’, zegt hij. ‘De aanpak van straatintimidatie kost nu eenmaal tijd. Het rapport van de Erasmus Universiteit sterkt mij vooral in de overtuiging dat we de strijd moeten voorzetten en er nog harder tegenaan moeten gaan.’

    Vrijheid van meningsuiting
    Maar worden de tegenvallende resultaten van Eerdmans’ beleid wel voldoende verklaard door een gebrek aan tijd en inspanningen? Neem het verbod op straatintimidatie. Leefbaar Rotterdam heeft het nog altijd als een van haar successen op de partijwebsite staan. In werkelijkheid kon het verbod al snel worden bijgezet in het museum voor papieren tijgers. In twee jaar tijd werden er maar twaalf processen-verbaal voor straatintimidatie opgemaakt en twee plegers voor de rechter gebracht en veroordeeld. En die vonnissen besloot het gerechtshof in Den Haag eind 2019 ook nog eens te vernietigen, omdat het verbod strijdig zou zijn met de vrijheid van meningsuiting.

    ‘Krankzinnig’, vond raadslid Tanya Hoogwerf. Toch kon het oordeel van het hof onmogelijk een verrassing zijn. Diverse juristen hadden vooraf in de media gewaarschuwd dat het verbod niet zou standhouden. De vrijheid van meningsuiting wordt in Nederland nu eenmaal ruim geïnterpreteerd. Ook de man die ooit een parkeerwachter toebeet: ‘Dan duw je die teringbon er maar onder, vuile kankerzak’, werd door de rechter vrijgesproken. Bovendien mogen verbale uitingen niet plaatselijk worden ingeperkt, dat mag alleen de centrale overheid. Zo zette de rechter in de jaren tachtig en negentig al een streep door verboden op godslastering in de Biblebelt.

    Die informatie werd in Rotterdam bewust genegeerd. ‘We zijn nogal van de can do-mentaliteit’, zei Joost Eerdmans in 2017 in De Telegraaf. ‘Dus niet eindeloos praten, maar gewoon proberen.’

    Preventieve maatregelen
    Dat het uitdelen van boetes een sisyfusklus zou gaan worden, wist Eerdmans eveneens. Criminoloog Tamar Fischer, die beide onderzoeken van de Erasmus Universiteit uitvoerde, had dat al in haar eerste rapport voorspeld. Volgens Fischer zelf, en de vrouwen en jongerenwerkers die ze had geïnterviewd, kon straatintimidatie veel beter worden aangepakt door te focussen op preventieve maatregelen, zoals voorlichting op scholen. ‘Alle respect voor Tamar, maar daarom werkt zij op de universiteit en ik op het stadhuis’, zei Eerdmans daarover in NRC Handelsblad. ‘Het is een politieke keuze geweest om vol in te zetten op de strafbaarheid.’

    Die keuze is mogelijk wel ten koste gegaan van de andere onderdelen van het Rotterdamse beleid. Uit de evaluatie van de Erasmus Universiteit blijkt in elk geval dat vrouwen die via de StopApp melding maakten van wangedrag vaak geen ondersteuning of training kregen. Ook zijn er nauwelijks armbanden met geurbom uitgedeeld. Preventieve maatregelen kwamen amper van de grond: de pikpraat-campagne duurde maar kort, het aantal voorlichtingsbijeenkomsten op scholen was beperkt en de invloed van jongerenwerkers is nooit gemonitord.

    Luidt dus de conclusie dat de Rotterdamse aanpak van straatintimidatie uiteindelijk vooral symboolpolitiek was? Joost Eerdmans vindt van niet: ‘Ik denk dat we de juiste stappen hebben gezet. We hebben pech gehad met het verbod, ik had gehoopt dat de rechter welwillender zou zijn. Maar ik vind het al heel mooi dat we het onderwerp zo breed onder de aandacht hebben kunnen brengen.’

    Ook Tamar Fischer is niet al te negatief. Ze wil als wetenschapper sowieso geen direct verband leggen tussen het Rotterdamse beleid en een toename van het aantal vrouwen die overlast zeggen te ervaren en ’s avonds liever een blokje omlopen. ‘De aandacht voor het probleem kan er evengoed toe hebben geleid dat meer vrouwen zijn gaan beseffen dat bepaald gedrag niet oké is’, zegt Fischer, waarbij ze ook wijst op het mogelijke effect van de #MeToo-beweging.

    Hoewel ze gelijk kreeg over de beperkte handhaafbaarheid van strafbaarstelling, is ze anders gaan denken over de waarde van het verbod. ‘Het heeft wel een norm gesteld en een verandering in het bewustzijn veroorzaakt. Vroeger konden bestuurders en politieagenten nog rustig beweren dat straatintimidatie geen probleem vormde, of de verantwoordelijkheid voor de overlast bij slachtoffers leggen. Dat zal nu niet zo snel meer gebeuren. Vrouwen voelen zich daardoor serieuzer genomen.’

    Vertrouwen in de rechtsstaat
    Socioloog Mischa Dekker, die vergelijkend onderzoek deed naar de aanpak van straatintimidatie in Nederland en Frankrijk, is kritischer. ‘Experimenteren met wetgeving kan schade toebrengen aan het vertrouwen in de rechtsstaat’, zegt hij. Bewijs daarvoor ziet Dekker in de vele woedende reacties op sociale media na de vernietiging van het verbod door het Haagse gerechtshof. ‘Are you fucking kidding me?’, twitterde dichter Lieke Marsman. Andere tweets varieerden van ‘Welke ruggengraatloze rechter heeft dit nu weer bedacht?’ tot ‘Weer een belachelijke uitspraak van rechters in Nederland!’

    Dekker vindt dat Rotterdam zijn vrouwelijke inwoners geen dienst heeft bewezen met het verbod. ‘Als je belooft daders te gaan bestraffen, terwijl je eigenlijk al weet dat je die belofte niet kunt waarmaken, laat je slachtoffers in de kou staan.’

    Lange adem
    Nog geen 18 jaar zijn ze, de drie jongens die zich op een woensdagmiddag aan het eind van de Koopgoot hebben geposteerd. Drie paar ogen schieten in de winkelstraat in hartje Rotterdam driftig heen en weer. Bij elke jonge vrouw die hun voorbij loopt, klinkt het van onder hun vlassnorren: ‘Hé meisje, hé meisje, hé meisje!’ Een reactie krijgen ze niet. Na een minuut of veertig durft een van de jongens het aan. Hij kijkt, hij wacht, hij kijkt nog eens en roept dan naar een blonde twintiger in een wit topje: ‘Hé meisje, dikke tieten!’ Het ongemak is van het gezicht van de jonge vrouw af te lezen. Maar ze zegt niets en loopt door.

    Wat is nu de effectiefste manier om dit soort gedrag uit te bannen? Het is een vraag waarover ze niet alleen in Rotterdam, maar ook in andere delen van Nederland het hoofd breken. Onderzoeken wijzen uit dat vrouwen in Amsterdam, Utrecht en Den Haag ongeveer evenveel last hebben van straatintimidatie als hun Rotterdamse seksegenoten. Ook buiten de Randstad regende het de laatste jaren maatregelen, meldpunten, publiekscampagnes en protestacties.

    Volgens deskundigen is het in elk geval van belang te onderkennen dat de aanpak van het probleem een lange adem vergt. ‘Er bestaat geen kant-en-klare ­oplossing’, zegt Jens van Tricht van Emancipator, een organisatie voor mannenemancipatie. ‘Je kunt dit niet in een paar jaar oplossen’, zegt ook Marianne Cense van kenniscentrum Rutgers, die onder meer een project leidde over machogedrag onder jongens. ‘Dit vraagt om een cultuuromslag en dat kost tijd.’

    Alle soorten mannen
    Om die omslag voor elkaar te krijgen, menen de deskundigen, moet onder ogen worden gezien dat straatintimidatie iets is waar alle soorten mannen zich schuldig aan maken. Dus niet alleen de jongemannen van Marokkaanse en Turkse afkomst die vrouwen nasissen en ‘hoer’ toeroepen, waarvoor sommige politieke partijen en media extra aandacht lijken te hebben. ‘Je kunt niet beweren dat het een specifiek cultureel probleem is’, zegt Tamar Fischer, ‘want het overgrote deel van de mannen met een migratieachtergrond valt nooit vrouwen lastig. Bovendien heeft #MeToo wel aangetoond dat seksueel grensoverschrijdend gedrag niet aan één bepaalde groep is voorbehouden.’

    Uit het onderzoek van de Erasmus Universiteit uit 2017 kwam naar voren dat plegers van straatintimidatie volgens de geïnterviewde vrouwen uiteenlopende profielen hebben. Voor zover bepaalde etniciteiten in sommige wijken oververtegenwoordigd waren onder de daders, werden daarvoor andere verklaringen aangedragen: straatcultuur, verveling en het feit dat meer dan de helft van de Rotterdamse bevolking uit mensen met een migratieachtergrond bestaat.

    Ook de stichting Stop Straatintimidatie bestrijdt het beeld dat de overlast vooral een niet-westers gezicht heeft. ‘Elke vrouw die weleens in de buurt van een voetbalstadion, bouwkeet, hockeyfeest of studentenvereniging is geweest, weet dat je op al deze plekken het risico loopt om op een seksuele manier te worden geïntimideerd’, zegt Erik Verweij, projectmedewerker Rotterdam bij de stichting en tevens advocaat. ‘Er is dus één constante factor, en dat zijn mannen.’

    Niettemin drong Joost Eerdmans er in 2017 bij de Erasmus Universiteit op aan nader onderzoek te doen naar de afkomst van daders. Toen de universiteit daarvoor bedankte, besloot Eerdmans zijn eigen onderzoek te laten uitvoeren. Zo’n zeshonderd Rotterdamse vrouwen werd gevraagd wat de etniciteit was van de laatste man door wie ze waren belaagd. Resultaat: het gros van de mannen was volgens de respondenten van Marokkaanse of Antilliaanse origine. ‘Die uitkomst verbaasde mij niet’, zegt Eerdmans. ‘Marokkanen en Antillianen hebben nu eenmaal heel andere opvattingen over vrouwen en seksualiteit dan wij. Voor sommige politieke partijen is dat een taboe, maar ik vind dat je dat gewoon moet kunnen benoemen, zodat je met die gemeenschappen in gesprek kunt gaan.’

    Tamar Fischer noemde het onderzoek van Eerdmans destijds in de media onbetrouwbaar. ‘Het is onwaarschijnlijk dat al die vrouwen nog precies wisten welke etniciteit de dader had’, zegt ze nu. ‘Ik heb daar nog een uitgebreid gesprek met hem over gevoerd.’

    Vanuit linkerzijde kreeg Eerdmans de kritiek dat hij vooral een stok zocht om mee te slaan en politiek bedreef over de rug van vrouwen. Sommigen zagen hun vermoedens bevestigd in het samenwerkingsverband dat Leefbaar Rotterdam in juni 2017 aanging met Thierry Baudet, bekend om zijn opvatting dat vrouwen ‘helemaal niet willen dat je hun ‘nee’, hun weerstand respecteert’, maar ‘overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden’.

    Toch heeft etniciteit nooit een directe rol gespeeld in de Rotterdamse aanpak, zegt Erik Verweij van Stop Straatintimidatie. ‘Maar ik heb wel gemerkt dat de ideeën die sommige rechtse politici hebben verspreid over het profiel van daders zich in de hoofden van veel mensen hebben geworteld. Altijd als ik op Twitter over straatintimidatie begin, krijg ik te horen dat ik maar het halve verhaal vertel, dat ik een wegkijker ben. En echt niet alleen van types die voor alles de schuld bij migranten zoeken.’

    Motieven
    Er zijn momenten waarop Naomi Landman er even helemaal klaar mee is. Bijvoorbeeld als ze terugdenkt aan de nacht waarin ze door de welgestelde wijk Hillegersberg fietste, en er een man in een auto naast haar kwam rijden die maar bleef aandringen: waarom ging ze niet met hem mee? Moest hij dan helemaal alleen naar huis? Of als ze weer eens een intimiderende tekst op de grond zit te krijten, en zelfs dan van passerende mannen iets vulgairs krijgt toegeworpen. Op dat soort momenten denkt ze: ‘Waar halen die mannen het lef vandaan om de wereld op deze manier te regeren?’

    Het is een wezenlijk punt bij de aanpak van straatintimidatie: wat drijft de daders?

    Uitgebreid onderzoek naar motieven is er nooit gedaan. Volgens Jens van Tricht van Emancipator draait straatintimidatie vooral om macht, meer dan om seks. ‘Mannen willen laten merken: dit is mijn ruimte, dit zijn mijn vrienden, dit is de pikorde. En ze proberen elkaar te overtroeven om te laten zien dat ze geen mietje zijn.’

    Ook Marianne Cense van Rutgers wijst op de invloed van bewijsdrang en groepsdruk: ‘Als je jongens een-op-een spreekt over dit soort gedrag, blijkt dat ze er zelf vaak ook niet tevreden over zijn.’

    Juist vanwege dat machtsaspect werkt het uitdelen van boetes voor straatintimidatie eerder contraproductief, zegt Cense. ‘Het klinkt natuurlijk heel stevig om te zeggen: we gaan dit probleem eens even keihard aanpakken. Maar dat zal bij die jongens alleen maar tot gezichtsverlies leiden, waardoor ze zich nog eens extra zullen willen bewijzen.’

    Jens van Tricht ziet nog een ander risico van een verbod, zeker in combinatie met het dominante beeld van daders: etnisch profileren. En volgens Tamar Fischer zal het altijd lastig blijven om het onderscheid te maken: ‘Wanneer is iets intimidatie en wanneer niet?’

    Volgens sommige deskundigen zit er dus maar één ding op: alle ballen op voorlichting voor jongens. ‘We zullen onze zoons moeten heropvoeden’, zegt Van Tricht. ‘Door hun te leren luisteren, empathie bij te brengen en niet meer mee te lachen als vrienden zich misdragen. En we zullen hun de wezenlijke vraag moeten stellen: wat voor man, zoon en partner wil je zijn?’

    Nationaal coördinator
    Maar daarmee ben je er nog niet, denkt Van Tricht. Wil je straatintimidatie werkelijk met wortel en tak uitroeien, dan zul je het probleem volgens hem in een breder kader van geweld tegen vrouwen moeten plaatsen. ‘Als je niet ziet dat dit een uitwas is van de scheve verhoudingen in onze maatschappij, die ook ten grondslag liggen aan online-intimidatie, huiselijk geweld en verkrachting, dan heb je er niets van begrepen.’ Begin maart ondertekende Emancipator daarom samen met 21 andere organisaties een oproep voor een nationaal coördinator tegen geweld tegen vrouwen. Van Tricht: ‘Het is absurd dat die er nog niet is, terwijl we wel een Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding hebben. Geweld tegen vrouwen ontwricht de maatschappij veel meer dan terrorisme.’

    Vooralsnog lijken de aanbevelingen van de deskundigen grotendeels aan dovemansoren gericht. In Alkmaar en Enschede gaan ze straatintimidatie binnenkort ook strafbaar stellen. Door zich niet op verbale uitingen, maar op hinderlijk gedrag te concentreren, hopen de steden het verbod juridisch mogelijk te maken. ‘Ik heb geen honderd procent zekerheid dat dit plan niet in strijd is met de wet’, zei het Enschedese VVD-raadslid Malkis Jajan daarover. ‘Maar ik vind dat we het sowieso moeten proberen.’

    Het landelijke verbod op straatintimidatie waar demissionair minister Grapperhaus ondertussen aan werkt, zal waarschijnlijk na de zomer in de Kamer worden behandeld. Joost Eerdmans zal dan een van de eersten zijn om namens JA21 te betogen dat de daders meestal een migratieachtergrond hebben. ‘Het zou een omissie zijn om dat niet te doen.’

    Een landelijke voorlichtingscampagne over het wangedrag staat voorlopig niet op de planning. Een nationaal coördinator tegen seksueel geweld tegen vrouwen komt er in elk geval niet, liet demissionair minister Van Engelshoven van Emancipatiezaken al in antwoord op Kamervragen weten.

    In Rotterdam bracht VVD-wethouder Bert Wijbenga deze week zijn plannen naar buiten over de toekomstige aanpak van straatintimidatie in de stad. Wijbenga wil, anders dan zijn voorganger Eerdmans, veel meer werk maken van voorlichting voor jongens en mannen en nazorg voor slachtoffers. De vraag is wat daarvan terechtkomt. Wijbenga vertrekt na de zomer als wethouder, hij wordt burgemeester van Vlaardingen. Bovendien zijn er volgend jaar gemeenteraadsverkiezingen, waarna de prioriteiten weer heel anders kunnen liggen. Leefbaar Rotterdam en de plaatselijke VVD-fractie dienden al met succes een moties in om notoire overlastplegers te weren uit het uitgaansleven en het openbaar vervoer. Kan dat wel zonder veroordeling? ‘Ik vind dat we al eerder moeten ingrijpen’, zegt Tanya Hoogwerf. ‘Je kunt in trams en cafés smoelenboeken met foto’s van al die jongens ophangen. Gewoon, lik op stuk.’

    Naomi Landman wil zich niet laten leiden door politieke grillen. Zolang straatintimidatie bestaat, krijt ze door. Toen ze laatst weer eens met een tekst bezig was, bleven een moeder en haar zoontje staan kijken. ‘De moeder legde het jongetje precies uit waarom het nodig was dat ik dat deed. Dat vond ik zo bijzonder’, zegt Landman. ‘Als elke ouder het zo zou aanpakken, kan ik mijn Instagramaccount misschien ooit opheffen.’

    Bron: de Volkskrant >>

    #259753
    Luka
    Moderator

    NATASHA OVER SEKSUELE INTIMIDATIE OP WERKVLOER: “IK KREEG APPJES ALS: ‘IK WIL JE NEUKEN'”

    In de afgelopen tien jaar heeft 16 procent van de Nederlanders te maken gehad met seksuele intimidatie op de werkvloer. Dat blijkt uit een onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens dat deze week is uitgekomen. Helaas hoort Natasha bij die 16 procent. Zij vertelde meer over haar nare ervaring aan Sander.

    Ik kreeg smerige appjes, zoals: ‘Ik wil je neuken’. Dat wil je gewoon niet.

    Natasha

    SMERIGE BERICHTEN
    Een aantal jaar geleden kreeg Natasha te maken met seksuele intimidatie bij haar voormalige werkgever. Hoewel ze meerdere malen om een werktelefoon vroeg, kreeg ze er telkens maar geen. Uiteindelijk gebruikte ze haar privételefoon voor afspraken, maar dat zorgde voor vervelende situaties. “Op een gegeven moment kreeg ik pornografische afbeeldingen en berichten. Het was vrij snel duidelijk dat het ging om een van de cliënten die ik begeleidde. Ik kreeg bijvoorbeeld smerige appjes, zoals: ‘Ik wil je neuken’. Dat wil je gewoon niet.”

    GESPREK MET LEIDINGGEVENDE
    Natasha schrok ontzettend van al die berichten en besloot het met haar leidinggevende te bespreken. Daarbij benadrukte ze dat ze zo snel mogelijk een werktelefoon wilde. “Hij vond het heel vervelend, maar blijkbaar niet vervelend genoeg om met zijn vuist op tafel te slaan en direct actie te ondernemen. Het duurde nog maanden voordat ik een werktelefoon kreeg en in de tussentijd bleef ik nog heel veel ranzige berichten ontvangen.”

    Ze besefte dat er meer nodig was dan alleen het krijgen van een werktelefoon om seksuele intimidatie op de werkvloer tegen te gaan. “Wat je overkomt is ontzettend naar en je voelt je ook niet veilig op je werk. Dat doet wel iets met je. Er is uiteindelijk nooit een passende oplossing gekomen”, vertelt Natasha.

    NATASHA: “WAT JE OVERKOMT IS ONTZETTEND NAAR EN JE VOELT JE OOK NIET VEILIG OP JE WERK”

    In de afgelopen tien jaar heeft 16 procent van de Nederlanders te maken gehad met seksuele intimidatie op de werkvloer. Dat blijkt uit een onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens dat deze week is uitgekomen. Helaas hoort Natasha bij die 16 procent. Zij vertelde meer over haar nare ervaring aan Sander.

    Ik kreeg smerige appjes, zoals: ‘Ik wil je neuken’. Dat wil je gewoon niet.

    Natasha

    SMERIGE BERICHTEN
    Een aantal jaar geleden kreeg Natasha te maken met seksuele intimidatie bij haar voormalige werkgever. Hoewel ze meerdere malen om een werktelefoon vroeg, kreeg ze er telkens maar geen. Uiteindelijk gebruikte ze haar privételefoon voor afspraken, maar dat zorgde voor vervelende situaties. “Op een gegeven moment kreeg ik pornografische afbeeldingen en berichten. Het was vrij snel duidelijk dat het ging om een van de cliënten die ik begeleidde. Ik kreeg bijvoorbeeld smerige appjes, zoals: ‘Ik wil je neuken’. Dat wil je gewoon niet.”

    GESPREK MET LEIDINGGEVENDE
    Natasha schrok ontzettend van al die berichten en besloot het met haar leidinggevende te bespreken. Daarbij benadrukte ze dat ze zo snel mogelijk een werktelefoon wilde. “Hij vond het heel vervelend, maar blijkbaar niet vervelend genoeg om met zijn vuist op tafel te slaan en direct actie te ondernemen. Het duurde nog maanden voordat ik een werktelefoon kreeg en in de tussentijd bleef ik nog heel veel ranzige berichten ontvangen.”

    Ze besefte dat er meer nodig was dan alleen het krijgen van een werktelefoon om seksuele intimidatie op de werkvloer tegen te gaan. “Wat je overkomt is ontzettend naar en je voelt je ook niet veilig op je werk. Dat doet wel iets met je. Er is uiteindelijk nooit een passende oplossing gekomen”, vertelt Natasha.

    NATASHA: “WAT JE OVERKOMT IS ONTZETTEND NAAR EN JE VOELT JE OOK NIET VEILIG OP JE WERK”

    OP ONDERZOEK UIT
    Na haar nare ervaringen ging Natasha op onderzoek uit om te ontdekken wat je concreet kunt doen als je te maken krijgt met seksuele intimidatie op de werkvloer. “Het is sowieso belangrijk om het kenbaar te maken bij je leidinggevende. In mijn geval heeft het ook heel erg geholpen om er met andere collega’s over te praten. Vaak ben je niet de enige die ermee te maken heeft. Op een gegeven moment kreeg een collega met hetzelfde probleem te maken en daardoor was het goed te herleiden om welke persoon het ging. Het is dus niet alleen om je hart te luchten, maar ook met het oog op een oplossing.”

    ALLIANTIE VORMEN MET COLLEGA’S
    Natasha realiseert zich dat het niet altijd even makkelijk is om naar je leidinggevende toe te stappen met dit soort problemen. Uit het onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens blijkt zelfs dat maar 37 procent van de slachtoffers melding maakt van seksuele intimidatie op de werkvloer. Daarom is het volgens Natasha juist belangrijk om het te bespreken met collega’s.

    “Vooral vrouwen zijn slachtoffer van seksuele intimidatie op de werkvloer. Relatief veel vrouwen hebben te maken met onzekere contracten met weinig werkzekerheid. Daardoor is het nog moeilijker om op je leidinggevende af te stappen, want het kan verlies in uren of geen contractverlenging betekenen. Daarom denk ik dat het juist belangrijk is dat je dit ook met collega’s bespreekt, zodat je een soort alliantie op de werkvloer kunt smeden en zo voor elkaar kunt opkomen.”

    Bron + radiofragment: Funx.nl >>

    #260726
    mara
    Lid LSG

    Je wil dit zelf, je vindt het lekker, zei hij

    Anderhalf jaar geleden werd Kimberley Mac-Intosch verkracht door een collega. Lange tijd dacht ze dat ze daar zelf schuldig aan was en overheerste schaamte. Nu niet meer.

    Kimberley (27): ‘Als meisje leer je om voorzichtig te zijn, niet alleen door het donker naar huis te fietsen of in een steegje te lopen. Je bent bang voor de vreemde verkrachter die jou de bosjes insleurt. Maar ik werd verkracht door iemand die ik kende en vertrouwde. Dat kwam totaal niet overeen met het beeld van een verkrachter dat ik in mijn hoofd had, dus dat maakte het verwarrend. En daardoor vond ik lange tijd dat ik het mezelf had aangedaan. Ik voelde me vies en dom en gaf mezelf de schuld.

    Het gebeurde op mijn derde werkdag bij mijn nieuwe werkgever. De dader had ik daar al eens eerder aan het werk gezien. Ik vond hem relaxed en gezellig, maar we hadden geen bijzondere klik. Die avond sloten we samen de zaak af. Zijn scooter was stuk en ik bood hem een lift aan in mijn auto. ‘Ik breng je wel even!’ riep ik vrolijk. In de auto waren we gezellig aan het praten over ons werk. ‘Kom je nog even binnen wat drinken?’ vroeg hij. We waren nog midden in ons gesprek, dus ik dacht: ach, dat kan wel even. Druk kletsend liep ik zijn trap op. Ik zat op de bank en hij schonk een wijntje voor me in. We waren nog steeds aan het praten over ons nieuwe team op het werk toen mijn collega een tweede wijntje in schonk. ‘Hierna moet ik gaan,’ zei ik nog. Tijdens het drinken van dat tweede glas werd ik plots duizelig. Gek, vond ik. Zo laag was mijn alcoholtolerantie helemaal niet. Ik gooide het erop dat ik moe was van het werk en niet goed had gegeten. Ik probeerde de duizeligheid te negeren en verder te praten, maar toen merkte ik dat ik met dubbele tong sprak. Vanaf dat moment werd alles wazig. Ik weet nog dat ik naar de wc ben gegaan en dat ik amper meer kon lopen. En dat de dader mij optilde en als een lappenpop op zijn bed gooide. Toen wist ik dat ik in gevaar was. Ik vermoed dat ik gedrogeerd ben met GHB. Mijn armen en benen kon ik niet meer bewegen. Ik wilde hem slaan, maar mijn arm ging heel langzaam omhoog. Sneller, dacht ik. Maar dat lukte niet. Ik leek wel verlamd. Voor mijn gevoel heb ik wel gevochten, maar het was alsof ik in een droom zat. Zo eentje waarin je lichaam heel traag en zwaar is en niet doet wat je wil. Ik schreeuwde naar hem, dat lukte nog wel. ‘Niet doen!’ riep ik. En dat ik naar huis wilde. Ook ging ik excuses verzinnen. Dat ik me niet geschoren had en dat ik ongesteld was – wat ook echt zo was. Mijn collega luisterde niet. Hij trok mijn trui uit en scheurde mijn panty kapot. ‘Je wil dit zelf, je vindt het lekker,’ zei hij. Ik weet nog dat hij op me lag en me penetreerde. En dat dat heel veel pijn deed. Ik was in paniek en beet hem in zijn schouder. Zijn vieze whisky-adem sloeg in mijn gezicht. Hij had lelijke gordijnen die net te kort waren, stom genoeg bleef ik daarnaar kijken. Daarna verloor ik het bewustzijn.’

    Net CSI
    ‘De volgende ochtend werd ik naakt wakker in zijn bed, naast hem. Ik schrok me rot. Het leek wel een CSI-aflevering met al dat menstruatiebloed op zijn witte beddengoed. Snel sprong ik het bed uit. Hij sliep nog of deed alsof-ie sliep. Mijn trui lag in de gang, de inhoud van mijn tas lag verspreid in de woonkamer. Mijn onderbroek kon ik niet vinden, die heeft hij waarschijnlijk nog steeds. Half ontbloot rende ik de deur uit. Op de stoep kwam ik een meisje tegen dat boodschappen bezorgde bij de buren. Geschrokken keek ze me aan. Snel rende ik naar mijn auto. Terwijl ik wegreed, belde ik een vriendin. Ik bleef maar herhalen dat ik eraan kwam en dat ze thuis moest blijven. In haar gang begon ik als een klein kind te huilen. Ik kon alleen maar zeggen dat het niet goed ging met me. Toen ben ik me gaan douchen. In verband met de dadersporen had ik dat natuurlijk niet moeten doen, achteraf ben ik daar nog boos op mezelf over geweest. Maar ik voelde me vreselijk en ben zonder na te denken gaan douchen. Ik moest ‘hem’ van me af spoelen. Ruim een uur lang zat ik op de grond onder de douchestraal, terwijl ik het water vermengd met bloeddoor het putje zag verdwijnen. Daarna gaf mijn vriendin me een kalmeringstabletje en ben ik gaan slapen. Na drie uur werd ik wakker en toen pas kon ik de woorden vinden. ‘Volgens mij ben ik verkracht,’ zei ik tegen haar. Opnieuw begon ik heel hard te huilen. Ze was in shock en vroeg me waar het was gebeurd en door wie. Langzaam kwam het verhaal eruit, maar tegelijk schoot ik in de ontkenning. Verkrachting gebeurde alleen op tv, mij zou dat niet overkomen. En als iemand mij aanviel, zou ik terugvechten. Dat dacht ik altijd. Daarom kon ik niet geloven dat het mij écht gebeurd was.

    Hij tilde me op en gooide me als een lappenpop op zijn bed. Toen wist ik: ik ben in gevaar

    Ik had een lunchafspraak met mijn tante, daar ben ik gewoon naartoe gegaan. Ik ben oké en ik ben sterk, dacht ik. Mijn tante zag meteen dat er iets niet goed was: ik zat er als een zombie bij en reageerde nergens op. Ze vroeg wat er met me aan de hand was. Ik zei: ‘Er is gisteravond iets gebeurd met mij wat ik niet snap. Volgens mij ben ik verkracht.’ Ze sloeg dicht en schoot meteen in een regelmodus. Mijn tante rekende af, we liepen naar haar auto en daar belden we de politie. ‘Ik wil aangifte doen van verkrachting,’ zei ik. Ik had verwacht dat ik naar het bureau moest komen, maar de rechercheurs kwamen meteen naar mij toe.’

    Botte reactie
    ‘Achter in een politiebusje gaf ik in grote lijnen mijn eerste verklaring. Ik vertelde wat er was gebeurd en gaf de naam van de dader. De volgende ochtend deed ik op het bureau een volledige aangifte. Tot in detail beschreef ik die avond. Daarna volgde het medisch onderzoek om zijn DNA op mijn lichaam te zoeken. Ik had niet verwacht dat dat zo heftig zou zijn. Als een zeester lag ik naakt op een tafel. Er stonden vijf forensisch onderzoekers om me heen, gekleed in een wit pak. Met stokjes gingen ze langs mijn hele lichaam om sporen te vinden: in mijn oren, mond en vagina, langs mijn tanden, benen, buik, armen, billen en rug. Echt overal. Ik voelde me heel kwetsbaar: ik was net verkracht, en nu zaten er vreemde mensen aan me. Maar ik wist dat dit belangrijk was om bewijs te verzamelen tegen de dader. Daarna ging ik naar de GGD, waar ik een prik tegen hepatitis, een medicijn tegen hiv en een morning-afterpil kreeg. Ik was helemaal gesloopt toen ik thuiskwam.

    De geruchten en het niet geloofd worden waren bijna heftiger dan de verkrachting zelf

    Pas na drie weken vertelde ik het mijn moeder. Ik vond het zo moeilijk om haar te vertellen dat haar kind was verkracht. Ik wilde haar geen pijn doen. Natuurlijk begon ze meteen te huilen, maar ik was niet in staat om haar te troosten. Het voelde alsof ik sorry tegen haar moest zeggen, omdat ik zelf met de dader mee naar huis was gegaan. De reactie van mijn toenmalige vriend werkte ook niet mee. Hij woont in het buitenland en toen ik hem facetimede om te vertellen dat ik verkracht was, gaf hij mij daarvan de schuld. ‘Een man doet dat niet zomaar, je hebt vast met hem geflirt,’ zei hij woedend. Dat deed me pijn, maar tegelijkertijd geloofde ik zijn woorden. Misschien had ik het inderdaad zelf uitgelokt, anders had de dader mij toch niet gepakt? En ik was zelf naar binnen gelopen, ík had het wijntje aangenomen. Dat rekende ik mezelf heel erg aan. Toen ik vervolgens niets meer van mijn vriend hoorde, heb ik het uitgemaakt.

    Natuurlijk kon ik niet meer terugkomen op mijn werk. Twee dagen na de verkrachting belde ik mijn baas. Ik liet hem weten dat er iets ergs was gebeurd en dat ik niet meer kon komen. Toen hij vroeg wat er dan precies gebeurd was, vertelde ik hem dat ik verkracht was door die collega. ‘Hoe kan dat gebeuren dan?’ vroeg hij wantrouwig. Daarna zei hij dat hij echt iemand nodig had op het werk. Zijn botte reactie was een klap in mijn gezicht. Hij had er gewoon schijt aan. Niet alleen dat, de boel werd omgedraaid. Kort daarop gingen er verhalen rond in de stad dat ík me had misdragen. Ik zou mijn verkrachter hebben uitgedaagd en daarna de schuld hebben gegeven. Daar werd ik zó boos van. Die geruchten en het niet geloofd worden waren bijna heftiger dan de verkrachting zelf. Er was mij iets aangedaan, en nu was ik de schuldige. Vanbinnen bevestigde dat mijn idee dat het inderdaad mijn verdiende loon was.’

    Huilend in de supermarkt
    ‘De dader werd opgepakt en verhoord. Toen hij met de DNA-sporen, zoals zijn sperma in mijn vagina, werd geconfronteerd, beweerde hij dat de seks vrijwillig was geweest. De GHB kon helaas niet meer getraceerd worden omdat die stof snel uit je bloed verdwijnt. Uiteindelijk heb ik de zaak laten seponeren op aanraden van mijn advocaat. Er was te weinig bewijs tegen hem en de kans was heel groot dat hij zou worden vrijgesproken. Door het te laten seponeren, blijft hij wel deze aantekening houden. Als hij nu wordt aangehouden wegens te hard rijden, komt deze melding naar boven. Dat geeft me iets van genoegdoening, al voelt het ook alsof hij ermee is weggekomen. Het steekt dat de dader gewoon door kan gaan met zijn leven en kan doen alsof er niets gebeurd is, terwijl mijn wereld totaal op z’n kop stond. Ik was zo fragiel. Als ik in de supermarkt stond en iemand vroeg of hij erlangs mocht, begon ik al te huilen van schrik.

    Een vriendin uit Florence heeft me erbovenop geholpen. Drie weken lang facetimeden we elke dag, de hele dag door. Ze moedigde me aan om te praten en om hardop na te denken.

    Dat deed ik, ook tijdens het afwassen. Soms riep ik twijfelend of ik toch degene was die fout zat. Ik wist het soms echt even niet meer. Mijn vriendin zette me dan steeds heel goed terug in de realiteit: ‘Kim, doe normaal!’ Daar heb ik heel veel aan gehad. Net als de eendjes voeren op de kinderboerderij met het dochtertje van een vriendin. Voor haar was ik tante Kimmy, niet ‘Kim met een probleem’. Het werkte beter dan therapie, wat ik ook een tijdje heb gehad.’

    Geen kort jurkje meer
    ‘Lange tijd schaamde ik me voor wat er met me is gebeurd. Maar nu vertel ik het gewoon. Het is belangrijk dat ik mijn verhaal deel, omdat veel slachtoffers de schaamte voelen die ik ook had. Terwijl ik merk dat als ik erover praat, het helemaal geen taboe hoeft te zijn. Dat adviseer ik lotgenoten: neem iemand in vertrouwen, dat lucht op. Als je bent aangereden, vertel je het ook aan iedereen. Nu is mij iets aangedaan, en dan zou ik mijn mond moeten houden en doen alsof alles oké is. Maar ik ben niet altijd oké. Er zijn nog steeds triggers. Zoals de geur van whisky, daar krijg ik de rillingen van. De dader woont in dezelfde stad als ik, ik kan hem dus gewoon tegenkomen. Dat maakt me onzeker. Als ik ergens naartoe ga, kies ik altijd een drukke route met veel mensen op straat zodat er hulp is, mocht dat nodig zijn. Ik ben nog steeds bang voor hem. Misschien is hij boos op mij omdat ik aangifte heb gedaan. Daardoor komt hij nu misschien nooit meer aan een goede baan. Ik weet niet wat hij gaat doen als hij mij ziet. Sinds de verkrachting heb ik hem nooit meer gezien of iets van hem gehoord. Naar omstandigheden gaat het goed met mij. Ik heb een nieuwe vriend die mij vertrouwen en veiligheid geeft. We kenden elkaar al langer en raakten eerst bevriend. De eerste keer dat ik bij hem bleef slapen – gewoon voor de gezelligheid – hield ik gespannen al mijn kleren aan in bed. De volgende ochtend werd ik wakker en er was niets gebeurd, nog geen kus. Dat herhaalde zich een paar avonden en toen wist ik: dit is oké. De eerste keer seks ging heel vanzelf en relaxed. Ik had verwacht dat ik er veel problemen mee zou hebben, maar dat was niet zo. Ik ben veilig bij hem.

    Ik was eerder vrij naïef, vond iedereen lief en zag nergens gevaar in. Nu ben ik meer op mijn hoede. Ik kleed me anders. Bedekter, omdat ik geen ongewenste aandacht wil. Liever zweet ik me kapot in een trui dan dat ik een kort jurkje draag. En ik durf niet meer te veel te drinken, uit angst dat ik dan geen controle meer heb. Mijn onbevangenheid is weg. Toch sta ik nog open en positief in het leven. Een jaar lang ben ik alleen maar heel ongelukkig geweest. Nu wil ik elke dag blij zijn en het naar mijn zin hebben. Dat is mijn focus. De zon, lekker eten en mijn vrienden maken me blij. Ik ben een stuk rustiger geworden en weet precies wat ik wel of niet wil. Vroeger liet ik mijn stem minder horen. Als ik geen zin had in een verjaardag, ging ik toch gewoon. Dat doe ik niet meer, want mijn mening telt ook. Een waardevolle les, maar die had ik niet op deze manier willen leren. Ik ben vooral mezelf dankbaar dat ik er nog ben. En ik zeg geen sorry meer.’

    Dit artikel komt uit: &C Magazine – Editie 9 – 2021. Interview Anne Broekman, fotografie Lizzy Ann, haar en make-up Sanne Le Gras Bleeker, styling Charlotte Martens, blazer Zara, met dank aan Stephan Lesger, Kevin Murphy en Charlotte Tilbury

    Bron: tijdschrift.nl

    #260937
    Mark
    Moderator

    Francine Oomen openlijk over seksueel misbruik: ‘Sterfbed moeder was kantelpunt in mijn leven’

    Op het sterfbed van haar moeder komt schrijver Francine Oomen erachter dat ze een hele leve lang een geheim over seksueel misbruik heeft verzwegen. “Dat geheim van mijn moeder is eigenlijk ook mijn geheim”, vertelt ze in Nooit Meer Slapen. Hoe kan je intergenerationele trauma’s doorbreken?

    Seksueel misbruik
    Praten over seksueel misbruik gaat niet vanzelf, vertelt Francine Oomen in Nooit Meer Slapen. Erover zwijgen is een patroon die ze herkent in haar eigen leven en dat van haar moeder. In de nieuwe documentaire Hoe overleef ik: Francine Oomen doorbreekt het zwijgen gaat ze de confrontatie aan met de ‘weeffouten’ en hardnekkige patronen in haar familie.

    “Ik kwam op een punt in mijn leven dat ik patronen begon te herkennen. Dat je denkt: dit kan geen toeval zijn.” Die patronen, die zich in haar leven voordeden, begon ze ook te herkennen in het leven van haar volwassen kinderen. “Je zou het simpel kunnen samenvatten als de intergenerationele doorgifte van patronen.” Het kantelmoment was het sterbed van haar moeder, benadrukt Oomen. “Op een indirecte manier kwam ik achter het geheim van mijn moeder, dat ze haar hele leven met zich had meegedragen. Dat geheim van mijn moeder was eigenlijk hetzelfde als mijn geheim, dat ik ook mijn leven bij me heb gedragen.”

    Schuld en schaamte
    Oomen was 13 jaar oud toen ze werd seksueel misbruikt. “Dat heeft een paar jaar geduurd. Mijn moeder had precies dezelfde leeftijd toen het bij haar gebeurde.” Het fascinerende van intergenerationele trauma’s is dat zelfs de jaartallen vaak blijken te kloppen, legt Oomen uit. “Mijn moeder heeft haar hele leven daarover gezwegen, maar dat geheim kwam op het sterfbed haar martelen. Ze er niet meer de reserves voor om het geheim er onder te houden. Het was net een groot monster, dat niet haar graf mee in wilde; alsof dat monster van haar op mij sprong.”

    Seksueel misbruik kent volgens Oomen twee vormen. “Bij verkrachting is duidelijk wie de schuldige en wie het slachtoffer is.” Maar het wordt ingewikkelder als het onder het mom van liefde gebeurt, legt ze uit. “Mensen die onder het mom van liefde worden misbruikt, hebben het gevoel dat ze medeplichtig zijn. Uit schaamte houden ze hun mond dicht.” Liefde van ouders kan een beschermend effect hebben, onderstreept Oomen. “Kinderen die niet in een liefhebbend blik van hun ouders staan, zijn vaak niet beschermd. Die liefhebbende blik hebben kinderen wél nodig om te kunnen overleven.”

    Bron: nporadio1.nl

    #261050
    mara
    Lid LSG

    Sophie Ellis-Bextor: ‘Ik werd op mijn 17de verkracht door een man van 29’

    Zangeres Sophie Ellis-Bextor (42) is als 17-jarig meisje verkracht door een man van 29. Ze werd daarbij ontmaagd. Dat stelt ze in een voorpublicatie van haar autobiografie, die binnenkort verschijnt. Ze vertelt niet wie de man is, want daar gaat het haar niet om. Ze wil iedereen meegeven waar de grens ligt tussen goed en slecht, inclusief haar eigen vijf zoons. ‘Ik wil dat ze actief de wens hebben dat de andere persoon ook gelukkig is.’

    De onzichtbare littekens zijn nog altijd voelbaar, schrijft de Britse Murder on the dancefloor-zangeres in de Daily Mail. Ellis-Bextor vond zichzelf als tiener preuts en onervaren. Veel van haar vriendinnen hadden inmiddels seks gehad, zij had ‘alleen’ gezoend. Ze voelde zich gevleid toen ze bij een clubavond een oudere man ontmoette die haar leuk vond.

    Hij was gitarist in een band, zij was net begonnen in haar eigen groepje. Sophie vertelde dat ze zich op school had gespecialiseerd in geschiedenis. Dat had hij ook gedaan, vertelde de man. ‘Wil je mee naar mijn flat om mijn geschiedenisboeken te zien?’ vroeg hij volgens Sophie. ‘Waarschijnlijk de stomste openingszin ter wereld, maar ik stapte in een taxi met hem richting zijn huis.’

    Ik hoorde mezelf ‘nee’ en ‘ik wil niet’ zeggen, maar dat maakte totaal geen verschil

    Sophie Ellis-Bextor

    Eenmaal in de flat liet Jim, zoals ze hem voor het gemak noemt, inderdaad zijn geschiedenisboeken zien. Ze nam er zelfs eentje mee, dat haar later altijd een slecht gevoel zou geven.

    ‘Want Jim en ik begonnen te zoenen en voor ik het wist, lagen we op zijn bed en deed hij mijn slipje uit’, schrijft ze. ‘Ik hoorde mezelf ‘nee’ en ‘ik wil niet’ zeggen, maar dat maakte totaal geen verschil. Hij luisterde niet naar me, had seks met me en ik schaamde me heel erg. Ik werd zo ontmaagd en voelde me stom. Ik herinner me hoe ik naar zijn boeken staarde en dacht: ik moet dit nu maar laten gebeuren.’

    Geen zaak
    Ellis-Bextor wist niet hoe ze midden in de nacht nog thuis moest komen en besloot maar te blijven. Jim viel in slaap en zij ook, heel even. ‘Daarna pakte ik boos mijn kleren van de vloer terwijl ik tegen mezelf zei: ik heb ‘nee’ gezegd.’

    Ook Jim werd wakker. Hij had niet verwacht dat ze er nog was, zei hij. Weer voelde ze zich stom. Ze wist niet dat ze na zoiets geacht werd ‘gewoon weg te gaan’. Eenmaal in de metro vroeg ze zich af of mensen aan haar zagen wat er was gebeurd. Ze wist niet eens hoe ze zichzelf voelde. ‘Want ik had geen andere ervaring om het mee te vergelijken.’

    Ik wil tolerante, vriendelij­ke mensen opvoeden, die rekening kunnen houden met gevoelens van anderen

    Sophie Ellis-Bextor

    Als mensen in die tijd over verkrachting spraken, ging het volgens Sophie niet om wederzijdse toestemming. Mensen dachten vaak aan agressie. ‘Maar niemand had me vastgehouden of tegen me geschreeuwd om me mee te laten werken, dus waarom voelde ik me zo slecht behandeld?’ schrijft ze. ‘Alles wat er gebeurde, is dat er niet naar me werd geluisterd. Van de twee mensen zei er eentje ‘ja’ en de ander ‘nee’, en de ‘ja’-persoon deed het toch.’ Ellis-Bextor kreeg het idee dat ze nooit een zaak zou hebben.

    Juist daarom schrijft ze er nu over, 25 jaar later. Ze gunt iedereen de stem die zij als 17-jarige niet had. ‘Ik wil niet de naam van de man noemen en hem aan de schandpaal nagelen. Ik heb hem gegoogeld, hij ziet er gelukkig uit en heeft al lange tijd een relatie. Ik wil dat iedereen zich realiseert waar de grens tussen goed en slecht ligt.’

    Inclusief haar vijf jonge zoons, die ze kreeg met The Feeling-bassist Richard Jones, al jaren haar echtgenoot. ‘Ik introduceer het onderwerp van wederzijdse toestemming al vroeg’, schrijft ze. ‘Ik wil tolerante, vriendelijke mensen opvoeden, die rekening kunnen houden met gevoelens van anderen. Ik wil dat ze actief de wens hebben dat de andere persoon ook gelukkig is, in plaats van alleen te stoppen omdat dat moet.’


    Sophie Ellis-Bextor met haar man Richard Jones. © BrunoPress/Wenn

    Dapper en eerlijk
    Ze heeft zich vaak afgevraagd waarom je zo’n pijnlijke ervaring zou opschrijven en delen. ‘Maar als je iets meemaakt waarvan je weet dat het verkeerd is, dan helpt het om dapper en eerlijk te zijn. En als iemand anders iets soortgelijks heeft meegemaakt, helpt het ons misschien allemaal om erover te praten.’

    Sterker nog, door al die jaren niets te zeggen, kreeg Sophie bijna het gevoel ‘medeplichtig’ te zijn door het niet te delen. ‘Ik werd niet gehoord toen ik 17 jaar was, maar ik denk dat er nu wel wordt geluisterd.’

    Bron: AD.NL >>

    #263273
    Mark
    Moderator

    ROMINA (39) WERD ALS KIND JARENLANG MISBRUIKT: ‘IK ZIE EN RUIK HEM NOG BIJNA ELKE NACHT’

    Nog iedere avond is Romina (39) bang om te gaan slapen. Ze weet dat ze in haar slaap zijn stem weer zal horen, zijn handen zal voelen. Nee, de grip die seksueel misbruik op je heeft wordt niet minder als de dader dood is.

    “Het blijft, je hebt levenslang”, vertelt ze aan LINDA.nl.

    Romina’s ouders scheiden als ze drie jaar oud is. Sinds dat moment slaapt ze in haar moeders bed, maar na drie jaar wordt die plek ingenomen door haar nieuwe stiefvader. Een maand nadat hij bij het gezin intrekt, begint hij Romina ’s nachts te bezoeken. “Het begon met alleen voelen”, vertelt Romina. “Toen moest ik handelingen bij hem doen, daarna deed hij dat ook bij mij. Op het laatst verkrachtte hij me anaal. Voordat hij mijn slaapkamer uitging vertelde hij me altijd dat ik dom was, lelijk. Als ik hem verraadde, zou hij mijn moeder iets aandoen.”

    “En weet je wat het bizarre is? Als hij een nacht niet kwam, ging ik me zorgen maken”, vervolgt ze. “Ik dacht dan: ‘Er moet iets mis zijn. Hij is vast boos, nu komt er nog meer’. Het klinkt stom nu ik het zo vertel, maar ik was zes. Het is bizar hoe een kinderbrein met zoiets omgaat.”

    PIJN
    Als Romina elf is komt de relatie tussen haar moeder en stiefvader tot een einde, en daarmee ook het misbruik. Ze is lang boos geweest op haar moeder, maar neemt het haar inmiddels niet meer kwalijk.” Ze moet het hebben doorgehad, dat kan bijna niet anders”, aldus Romina. “Maar ik denk dat zij ook bang was. Ze was geestelijk ziek, hij sloeg haar regelmatig. Ze deed haar best. En inmiddels is ze al elf jaar dood, dus navragen kan niet meer.”

    Als het om haar basisschool gaat, is het een ander verhaal. “Hen neem ik het wél kwalijk. Ik was gewoon een heel ongelukkig kind, dat zag je duidelijk. Ik kon soms door de pijn niet goed zitten op mijn schoolstoel, had soms bloed in mijn onderbroek. Mijn school heeft nooit zorgen geuit, daar hebben ze echt steken laten vallen.”

    HERBELEVINGEN
    Op haar zestiende krijgt Romina bericht dat haar stiefvader is overleden: een hartaanval, veroorzaakt door een overdosis. Ze kan het niet geloven, zo blij is ze. Toch verandert het niet veel aan haar situatie. “Ik bleef verstarren als ik iemand zag die op hem leek en dat doe ik nog altijd”, vertelt Romina. “Ik weet dat hij dood is, maar de angst zit er nog diep in. Bijna elke nacht heb ik herbelevingen. Dan ben ik weer dat jonge meisje in die slaapkamer, ik kan hem op zo’n moment weer zien en ruiken. Het is zó echt.”

    Juist hierom wil Romina haar verhaal graag doen. “Ik vind het belangrijk dat mensen meer praten over de impact die misbruik heeft. Het houdt niet op als de dader dood is, of opgepakt. Je hebt levenslang. Mensen zeggen weleens goedbedoeld dat ik hem niet zoveel macht over mijn leven moet geven. Maar die gééf ik hem niet, die heeft hij gewoon. Het is geen keuze.”

    THERAPIE
    Lange tijd dacht Romina dat het misbruik haar eigen schuld was. “Ik zocht de reden bij mezelf. Wat had ik gedaan, waarmee had ik hem verleid? Al die tijd schaamde ik me ontzettend. Pas later besefte ik dat het niet mijn schuld was, dat een zesjarige nóóit om zoiets vraagt.”

    Therapie helpt haar verder. Ze begint op haar zestiende met een maandenlange deeltijdbehandeling waarin ze drie dagen per week groepstherapie volgt. Daarna volgt een jaar sekstherapie, omdat genieten van sex voor Romina nagenoeg onmogelijk is. “Echt, ik gun dit elke lotgenoot. De therapie heeft me laten zien dat het ook mooi en intiem kan zijn. Daarvoor was het gewoon verschrikkelijk. Ik wilde er niets mee te maken hebben, maar kon er daarna weer van genieten.”

    Nog elke maand praat Romina met haar psycholoog over de blijvende effecten die ze ondervindt van haar misbruik. Die zullen waarschijnlijk nooit helemaal verdwijnen, maar dat is oké vertelt ze. “Ik ben trots dat ik al zover ben gekomen. De nachten zijn nog steeds mijn vijand, maar ik heb geaccepteerd dat het nooit ‘normaal’ zal zijn. Dankzij therapie kan ik ermee leven, in plaats van alleen overleven. Dat is een enorm verschil.”

    NIET JOUW SCHULD
    Met haar verhaal hoopt Romina lotgenoten te helpen. “Als iemand hier herkenning of steun uit kan halen, dan is al mijn pijn en ellende van de afgelopen jaren niet voor niets geweest. Hopelijk inspireert het anderen om hun verhaal ook te delen, al is het maar met één iemand. Blijf er niet mee rondlopen.”

    “Mag ik nog iets toevoegen, voor de mensen die dit lezen?”, vraagt ze. “Wat ik vooral wil meegeven: het is niet jouw schuld. Het is absoluut níet jouw schuld. Je kiest hier niet voor, het is je aangedaan. Zoek alsjeblieft een vertrouwenspersoon of professionele hulp, want je hoeft niet je hele leven gebukt te gaan onder het misbruik. Je kunt eraan werken en óók leren genieten van de mooie kanten van het leven.”

    Bron: linda.nl

    #264433
    Luka
    Moderator

    Ellen (18) werd verkracht: ‘Politie zei dat het misschien beter was geen aangifte te doen’

    Ellen (18) is slachtoffer geworden van een ernstig zedenmisdrijf in Apeldoorn en wil graag aangifte doen. Dat proces verloopt naar haar gevoel uiterst moeizaam en geeft haar het idee dat de politie liever niet ziet dat ze aangifte doet. ,,Alsof het mijn eigen schuld is.’’

    Een mooie, jonge dame is ze, het haar hoog in een staart, haar gezicht bleek. Met haar armen om haar middel geklemd, alsof ze zichzelf bij elkaar wil houden, zo zit Ellen* als ze haar verhaal vertelt van de nacht die haar leven voorgoed veranderde.

    Die nacht was 23 juli. Ze werd verkracht en wil dat de dader wordt aangepakt. Dáárom vertelt ze haar verhaal. Want tijdens de aangifte, die tweeënhalve week later plaatsvindt, geeft de politie haar, zegt ze, het gevoel dat het allemaal haar eigen schuld is, dat zij alles verkeerd heeft gedaan die nacht.

    Het doen van de aangifte duurt vier uur. Als ze eenmaal weer buiten staat, begint ze pas echt boos te worden. Wat is er nu eigenlijk tegen haar gezegd?

    Ik heb overal ‘nee’ op gezegd, ik heb nergens enthousi­ast op gereageerd

    Ellen, slachtoffer

    Het zou moeilijk worden
    Samen met haar vader zit ze aan tafel, hij is op van de zenuwen over de hele gang van zaken. Hoe de politie haar, maar ook hem heeft behandeld. Waarom wordt het hen zo moeilijk gemaakt, vragen ze zich af. Waarom heeft Ellen het advies gekregen geen aangifte te doen, waarom is haar afgeraden sporenonderzoek te laten doen, waarom is er geen contact over het verloop van het onderzoek naar wat die nacht is gebeurd? En waarom duurt het ruim vier weken voordat getuigen worden gehoord?

    Ellen: ,,Ze zeiden dat het hele proces heel lang zou duren, dat het moeilijk zou worden om te bewijzen, dat het misschien beter was geen aangifte en onderzoek te doen. Het is dat mijn vader die nacht zijn advocaat belde voor advies, die benadrukte dat ik absoluut dat sporenonderzoek moest laten doen. Ik was zelf zo compleet van de wereld, dat ik het echt niet meer wist.”

    De sfeer verandert
    Terug naar de bewuste nacht. Remco*, de beste vriend van Ellen, geeft een feest. Zijn ouders zijn op vakantie. Iedereen is zo tussen de 16 en 18, behalve één collega van Remco, die rond middernacht binnenkomt. Remco had hem uitgenodigd, al had hij hem nog niet eerder buiten het werk om gezien.

    Vanaf het moment dat hij binnen is, verandert volgens aanwezigen met wie de Stentor sprak, de sfeer. De man is 35, groot en sterk en praat in bevelen. Ellen voelt zich de hele avond door hem geïntimideerd, net als de andere vrienden. Ze zegt dat hij zijn zinnen op haar had gezet en niet meer van haar zijde wijkt. ,,Ik heb overal ‘nee’ op gezegd, ik heb nergens enthousiast op gereageerd.”

    De agent roept: ‘Ben jij het meisje dat gebeld heeft omdat ze bang was voor een man?’

    Ellen, slachtoffer

    ,,Hij zei dat hij een vuurwapen had en ik zag iets in zijn zak zitten. Ik geloofde hem.” Tegen drie uur zegt ze dat ze naar huis gaat. Ze is bang en wil niet dat de man haar brengt. Remco verzint een smoes dat Ellen naar een vriendin moet, om maar weg te zijn bij de man. De man wordt boos, maar ze zit al bij Remco op de scooter en rijdt weg, de man achter hen aan. Inmiddels belt ze de politie. Ze omschrijft de situatie, hun scooters, ze geeft de kentekenplaat van de man en zegt: ‘We zijn 16, 18 en een Turkse man van 35 met een vuurwapen, ik ben doodsbang en we zijn op weg naar de Rijnstraat ter hoogte van de Action’. De politie zegt dat ze komen.

    Wat er vervolgens gebeurt, is achteraf moeilijk te begrijpen. Terwijl Ellen tijd zit te rekken op het verzonnen adres van de verzonnen vriendin, arriveert de politie. Ellen is opgelucht, maar ook bang. De man had de hele avond al over de politie lopen schelden. ,,Ik dacht, nu ben ik veilig.” De politie parkeert de wagen midden op de straat en de chauffeur stapt uit en loopt op hen af. Hij roept meteen: ,,Ben jij het meisje dat gebeld heeft omdat ze bang was voor een man?”

    Boze ogen op haar gericht
    Ellen schrikt, waarom vraagt hij dat op die manier? De hand van de man ligt op haar dijbeen en ze durft amper te bewegen. Remco staat er verloren bij. ,,Nee,” zegt ze, ,,Wat dan?” Ze hoopt dat hij nu het kenteken van de scooter ziet, want hij kijkt ernaar, ze hoopt dat hij nu ziet dat ze precies aan de beschrijving voldoen, ze staat aan de grond genageld en voelt de boze ogen van de man op haar gericht. Ze denkt: nu gaat de politieagent zijn rijbewijs vragen, iets, waardoor ze opzij kan stappen en weg kan. Maar dat gebeurt niet en de agent zegt ,,fijne avond” en verdwijnt.

    Dan is het duidelijk. Met een vuist gebald staat hij op een millimeter met zijn gezicht van Remco. Ze móet mee naar zijn huis en hij dwingt haar volgens Ellen bij hem achterop te stappen. Zijn scooter is veel sneller dan die van Remco, die hen kwijtraakt. Wanhopig gaat hij bellen, naar de vader van Ellen en haar moeder.

    Ik word verkracht. AUB. 5e verdieping
    ,,In de lift van zijn flat probeert hij me te zoenen. Ik keer me af. Ik zeg steeds dat ik naar huis wil, maar hij luistert niet.” Ze durft niets meer tegen te spreken, ze zegt niets meer, verstijft. In zijn flat stuurt ze een live locatie naar Remco. Ze appt hem: ,,Ik word verkracht. Remco. Aub. 5e verdieping.” Een knop in haar hoofd gaat om. Ze doet wat hij zegt. Wel zegt ze dat ze het niet wil. Later zijn haar knieën blauw. Als hij klaar is, doet ze haar rok naar beneden, trekt haar leren jasje over haar ontblote bovenlichaam, ze laat alles liggen verder en gaat naar buiten. Daar zakt ze tegen een muurtje neer en komen de tranen.

    Uit de belgeschiedenis van de telefoon van Ellens vader blijkt dat hij twee keer de politie belt. Een keer om 4.26 uur en later nog om 4.40 uur. Het eerste belletje leidt niet tot actie, bij de tweede keer bellen dwingt en schreeuwt hij om naar zijn dochter te zoeken. De agenten aan de telefoon zeggen volgens hem echter dat er niets aan de hand is. Hij blijft aandringen en stuurt ze naar de locatie die Remco van Ellen kreeg doorgestuurd.

    Ik dacht dat hij me iets aan zou doen, ook al stond die agent daar

    Ellen

    De politie en haar eveneens gealarmeerde moeder arriveren. Ze moet aanwijzen waar ze heen moeten, mee naar boven. Op dat moment begint ze te gillen, een paniekaanval rolt over haar heen. Wat ze nog weet, is dat de twee agenten van even ervoor opnieuw voor haar neus staan en tegen haar schreeuwen: ,,Waarom heb je net niets gezegd? Dan was dit niet gebeurd!”

    Nu zegt ze: ,,Ik had misschien ‘ja’ moeten zeggen toen de politie vroeg of ik gebeld had. Maar ik was bang. Ik dacht dat hij me iets aan zou doen, ook al stond die agent daar. Het ging ook allemaal heel snel. Ik had iets anders kunnen doen, maar de politie had ook veel anders kunnen doen. Waarom kunnen ze dat niet toegeven?”

    Verhoor
    De politie neemt de man wel mee voor verhoor. Hij zal vervolgens in ieder geval een week vast blijven voor andere, eerdere vergrijpen. Volgens de politie wordt hij niet vastgehouden en voorgeleid voor de verdenking van de verkrachting. De politie wil in het belang van het onderzoek niet ingaan op vragen van de Stentor over waarom de man niet is aangehouden in deze zaak. Uit onderzoek naar zijn justitieel verleden blijkt dat hij gedetineerd was en tussen 2017 en 2019 twee keer voor rijden onder invloed voor de politierechter heeft gestaan.

    Ze wil meteen aangifte doen, maar in Nederland wordt alleen eerst een melding door de politie verwerkt en krijgt het slachtoffer twee weken bedenktijd.

    De meeste slachtof­fers hebben geen blauwe plekken omdat ze zich niet verzetten

    Iva Bicanic, klinisch psycholoog en directeur-bestuurder van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld

    ,,Sommige slachtoffers weten heel zeker dat ze aangifte willen doen. Dan moeten ze ook meteen daartoe de kans krijgen”, zegt Iva Bicanic, klinisch psycholoog en directeur-bestuurder van het Landelijk Centrum Seksueel Geweld. Volgens Bicanic zijn niet alle slachtoffers van verkrachting gebaat bij het doen van aangifte. Vaak wil de omgeving het wel, vaders, moeders, vrienden van het slachtoffer.

    De bedenktijd van twee weken wil minister Ferd Grapperhaus (CDA, Justitie) afschaffen om slachtoffers te helpen, maar Bicanic is het daar niet mee eens. ,,Omstanders voelen zich boos en machteloos dat zij het slachtoffer niet hebben kunnen beschermen. Maar als je puur kijkt naar het belang van het slachtoffer, dan is het heel erg goed om er goed over na te denken en met een slachtofferadvocaat te bespreken of je die aangifte wel of niet moet doen.”

    Hoe zit het met verkrachtingen in Nederland?
    Het aantal meldingen van verkrachting is in zeven jaar met 60 procent gestegen, maar het aantal aangiften is teruggelopen van 50 procent naar 38 procent in 2020.

    In 2019 deed de Inspectie Justitie en Veiligheid onderzoek naar de aanpak van verkrachtingszaken door de politie en recherche. Zij deden op basis daarvan aanbevelingen, omdat de indruk bestond dat rechercheurs vrouwen ontmoedigden aangifte te doen.

    Hanneke van der Werf, Tweede Kamerlid voor D66, diende hier op 1 juli een motie over in. Ze wil jaarlijks inzicht krijgen in de cijfers, om in de gaten te houden of dat gat tussen het aantal meldingen en aangiften groeit. ,,Het is niet de bedoeling dat de rechercheur je ontmoedigt door de onmogelijkheid van de zaak te benadrukken. En dat de slachtoffers denken: laat maar zitten die aangifte. Je moet als vrouw de kans hebben je recht te halen op het moment dat zoiets is gebeurd, anders blijft veel seksueel geweld onbestraft. Die bedenktijd is helemaal niet nodig als slachtoffer en dader elkaar niet kennen.”

    Ook al komt het wel tot die aangifte, het aantal zaken dat geseponeerd wordt, is al jaren ongeveer hetzelfde, rond de 60 procent.

    De Zedenwet is op dit moment in Nederland zo dat seks tegen de wil niet strafbaar is, behalve als geweld is aangetoond. Minister Grapperhaus heeft in juni een wetsvoorstel ingediend waarmee ‘iedere vorm van seks tegen de wil strafbaar’ zou zijn, maar ook hiermee is het aantonen en bewijzen nog even lastig.

    De helft van de slachtoffers van verkrachting heeft na een half jaar PTSS, weet Bicanic. ,,Zij hebben veel moeite hun leven weer op de rit te krijgen, het voelt alsof hen iets is afgenomen, ze voelen zich fundamenteel veranderd. Het allerbelangrijkste voor slachtoffers is dat ze serieus worden genomen en dat er naar hen wordt geluisterd. Victim blaming is echt uit den boze, dat kun je er niet bij hebben.”

    Het bewijzen is lastig. ,,De meeste slachtoffers hebben geen blauwe plekken omdat ze zich niet verzetten. Niks doen of meewerken is normaal slachtoffergedrag. Ze bevriezen, uit angst.”

    Personeelstekort is enorm
    Volgens Bicanic zijn landelijk 700 zedenrechercheurs te weinig om zaken goed te kunnen onderzoeken. Daar zit wat haar betreft het echte probleem. ,,Het personeelstekort is enorm, het aantal zedenzaken blijft maar stijgen.” Dat aangiften daardoor te lang op de plank blijven liggen, is een bekend probleem. Binnen zes maanden na aangifte zou een dossier bij het Openbaar Ministerie moeten zijn, maar die termijn wordt vaak niet gehaald.

    Van de politie hoort Ellen na die nacht niets meer. Als Ellen na aandringen een datum voor de aangifte heeft, 4 augustus, belt de politie af. Wegens personeelstekort moet ze op een andere datum komen, 10 augustus. Als ze op het bureau is, krijgt ze meteen de indruk dat de focus niet ligt op het onderzoek naar de verkrachting, maar op het handelen van de politie.

    Ik wil andere meiden waarschu­wen, doe dat sporenon­der­zoek als je zoiets overkomt. Ook al is het klote, maar dan heb je een zaak

    Ellen, slachtoffer

    Ze vragen wat ze aanhad die avond. Een coltrui en een rokje. ,,Niet uitdagend, zei ik. Maar toen zeiden ze: ‘Nou, je rokje was wel heel kort hoor!’ en moesten allebei lachen. Ze vonden dus dat het wel uitdagend was en ik het daardoor over mezelf had afgeroepen.” De agenten zijn volgens haar vooral uit op een bevestiging van haar kant dat ze niet verkracht was geweest als ze meteen bij de agenten in de bewuste nacht had gezegd dat zij wél degene was die had gebeld dat ze zich bedreigd voelde.

    Alleen maar verdedigen
    Tijdens de aangifte moet ze vaak huilen uit onmacht, waarop de rechercheurs een doos tissues voor haar neus neerzetten. ,,Ze hebben gewoon zijn kant gekozen, zo lijkt het.”

    Ze is bang dat haar zaak geseponeerd gaat worden wegens gebrek aan bewijs. Ook heeft ze te horen gekregen dat andere urgente zaken vóór de hare gaan. Maar ze wil dat de dader gestraft wordt voor wat hij heeft gedaan. Dat het echt niet mag en echt niet kan als iemand keer op keer ‘nee’ zegt. ,,Ik wil andere meiden waarschuwen, doe dat sporenonderzoek als je zoiets overkomt. Ook al is het klote, maar dan heb je een zaak. Ik ben het vertrouwen verloren in de politie. Zij zouden je toch moeten helpen? Als je bij hen al niet terecht kan, als zij je al niet serieus nemen, wie dan wel?”

    Voor dit artikel is gesproken met meerdere bronnen die bekend zijn bij de redactie. Zij willen uit veiligheidsoverwegingen niet met hun naam vermeld worden.

    Reactie politie Oost Nederland:

    ,,Wij hebben in de nacht van 23 juli omstreeks 3.45 uur een melding ontvangen van iemand die op straat zou worden lastiggevallen. We zijn naar die melding toe gegaan. We hebben daar een aantal personen getroffen die allen aangaven dat er niets aan de hand was en dat zij de politie niet hadden gebeld. Daarmee was er voor de agenten ter plaatse geen enkele aanleiding actie te ondernemen.

    Door de personen werd aangegeven dat mogelijk anderen aan de andere zijde van het winkelcentrum een melding hadden gedaan. Daarop hebben de agenten een kort rondje (ongeveer 1 minuut) gereden om het winkelcentrum, waarna zij weer terugkwamen bij de eerst getroffen personen. Daar troffen zij alleen nog een jongen aan die aangaf dat zij toch wel de melding hadden gedaan. Daarop zijn de agenten actief en onophoudelijk op zoek gegaan naar de andere twee personen.

    Omstreeks 4.30 uur kregen we een melding van een mogelijk zedenincident. Ook naar die melding zijn we toe gegaan. Het onderzoek naar deze zedenzaak loopt nog. Daarover doen we verder geen mededelingen.

    In een zedenzaak wordt altijd gestart met een informatief gesprek met een slachtoffer. In zo’n gesprek wordt aan een slachtoffer uitgelegd wat een zedenprocedure inhoudt en worden de mogelijkheden en onmogelijkheden geschetst. Het gaat vaak over een langdurig traject, dat veel impact kan hebben op een slachtoffer. Dat proberen we altijd goed uit te leggen. In dit soort zaken zullen wij mensen nooit ontraden om aangifte te doen.

    Na een informatief gesprek krijgt een slachtoffer bedenktijd. Daarna kan een slachtoffer aangeven of hij of zij aangifte wil doen. Zo’n aangifte volgt meestal binnen twee weken na het informatieve gesprek, maar soms lukt dat niet door omstandigheden.”

    De politie wil in het belang van het onderzoek niet inhoudelijk ingaan op vragen over de aangifte van Ellen. Inmiddels heeft één van de getuigen de Stentor laten weten op 27 augustus gehoord te zijn, maar de politie wil dat niet bevestigen.

    De Stentor heeft ook vragen gesteld aan de politie over de wijze waarop Ellen het handelen en het doen van aangifte heeft ervaren. Daarover heeft woordvoerder Ruud Visser van de politie aangegeven vooralsnog geen aanleiding te zien voor een intern onderzoek.

    Bron: AD.nl >>

    #264555
    Luka
    Moderator

    Wat als diegene die jij het meest vertrouwt, al jouw gedrag wil controleren? In Een soort god onderzoeken Volkskrant-journalisten Simone Eleveld en Anneke Stoffelen hoe het kan dat slimme mensen in een sekte belanden. Kan dit jou ook overkomen?

    TEASER
    Een soort god

    Wat als diegene die jij het meest vertrouwt, al jouw gedrag wil controleren? In Een soort god onderzoeken Volkskrant-journalisten Simone Eleveld en Anneke Stoffelen hoe het kan dat slimme mensen in een sekte belanden. Kan dit jou ook overkomen?

     

    AFLEVERING 1
    De hoge groep

    De avontuurlijke vrienden Jeppe en Joris zijn begin twintig als ze in de sportschool kennismaken met kungfu-leraar René. Een indrukwekkende vechtmeester die hen precies lijkt te snappen. Al snel maken Jeppe en Joris onderdeel uit van een nieuwe vriendengroep die samen traint, muziek maakt en motor rijdt. Iedereen kijkt op tegen René. Maar die blijkt ook grimmige trekjes te hebben.

     

    AFLEVERING 2
    Wat is dwang?

    De sterke en lenige Manuela is een van René’s favoriete kungfu-leerlingen. Als hij haar op een dag vertelt dat hij droomde over hun liefdesrelatie in een vorig leven, verandert alles. Jaren later vraagt Manuela zich nog steeds af: was dit dwang, of had ze ook nee kunnen zeggen?

     

    AFLEVERING 3
    Totale controle

    De nuchtere Linda vindt vechtkunst prachtig, maar met de collectieve bewondering voor René kan ze weinig. Bovenmenselijke krachten? Doe effe normaal. Toch wordt ook zij langzaam Renés web ingetrokken. De groep raakt steeds verder met elkaar verknoopt: ze kopen groepshuizen en gaan samen het criminele pad op.

     

    AFLEVERING 4
    Afkicken

    Om geld te verdienen begint de groep onder aanvoering van René een eigen verslavingskliniek. Maar met de patiënten en het personeel van de kliniek dringt ook een stukje buitenwereld de gesloten kungfu-club binnen. Groepslid Jeppe ziet psycholoog Elsje aanvankelijk als een ‘maatschappijslet’ als zovelen. Maar dan blijkt ze toch anders te zijn dan hij dacht.

     

    AFLEVERING 5
    Een zuiver meisje

    Nadat ze door René werd bedreigd met een revolver, heeft Manuela nooit meer contact gehad met wie dan ook uit de kungfu-groep. Soms heeft ze nog wel nachtmerries over die tijd, maar gaat het leven door. Tot ze twaalf jaar na dato ineens een bericht krijgt.

     

    AFLEVERING 6
    Vechtmeester in een seniorenflat

    Na alle gruwelijke verhalen over René, besluiten Simone en Anneke dat het tijd is om de vechtmeester zelf te vragen hoe hij terugkijkt op zijn tijd met de kungfu-groep. Hij heet hen in Limburg welkom in zijn seniorenflatje. Blijf wel uit de buurt van zijn vechthond, waarschuwt René, ‘want als die beet heeft, laat ‘ie niet meer los’.

    Bron: de Volkskrant >>

    #266419
    Luka
    Moderator

    Kim Koumans (39) werd jarenlang misbruikt in de danswereld: ‘Ze deden niets. Niemand greep in’

    Ruim twintig jaar danste Kim Koumans (39) op topniveau, en al die jaren – en de jaren ervoor – werd ze gekleineerd en misbruikt. “De eerste keer staat in mijn geheugen gegrift. Ergens had ik aangevoeld dat zoiets ging gebeuren, want ze had me tijdens lessen al vaak betast aan mijn billen en borsten.” Nu komt Kim met haar verhaal naar buiten en strijdt voor verandering binnen de danswereld.

    “Een roze balletpakje met zo’n smal bandje om mijn middel, witte schoentjes en roze beenwarmers. Vooral de kleding maakte indruk op me toen ik als kleuter op ballet ging. Mijn moeder had zelf altijd gedanst en het leek haar leuk voor mij. Eerlijk gezegd weet ik niet echt of ik het wel leuk vond, maar ik werd er al vrij snel fanatiek in. Ik was een gedreven kind en stond in no time uren in de balletzaal. Ik deed aan klassiek ballet en jazzballet, later aan moderne dans en ik was heel muzikaal. Als kind kon ik met mijn roze walkman op heerlijk verdwijnen in mijn eigen wereld, bewegend voor de spiegel op Madonna of Mel & Kim.

    ‘Extra eng is hoe ze zich profileren: het ene moment zitten ze aan je, het volgende moment geven ze je een vest omdat het koud is’

    Eindeloos luisterde ik naar Gloria Estefan and the Miami Sound Machine, bedacht ik danspasjes op Dr. Beat of Conga. Als we op school een uitvoering hadden, verzon ik voor mijn vriendinnen en mij een hele choreografie. Toen ik een jaar of elf was, moest ik van mijn ouders op stijldansen, zoals veel kinderen in die tijd. Dat was goed voor je algemene ontwikkeling, vonden ze. Ik had amper brons binnen – het eerste niveau – of ik werd eruit gepikt door een dansdocente. Zij zag iets in me en begon me privéles te geven in latin dance.

    Latin dance is Latijns-Amerikaans wedstrijddansen met vijf dansen: de chachacha, de samba, de rumba, de jive en de paso doble. Elke dans is totaal verschillend qua karakter en muziek, geeft een andere emotie. Mijn favoriet was de samba, die draait om vrolijkheid, blij zijn en feest. Mijn trainster stoomde me in korte tijd klaar voor wedstrijddansen. Ik moest enorm veel informatie verwerken en snel leren.”

    Denigrerend
    “De eerste keer staat in mijn geheugen gegrift. Ik was twaalf en moest een wedstrijdjurk passen op het toilet van de dansschool. Elke tegel en groef van die ruimte kan ik nog voor me halen. De grote spiegels links, de wc-hokjes rechts en de wasbakken ernaast… Ik keek mezelf naakt aan in de spiegel terwijl mijn trainster me met die jurk hielp en me opeens van achteren greep en misbruikte. Zo stevig, dat ik bijna werd opgetild, mijn benen vlogen een stukje omhoog. Ergens had ik aangevoeld dat zoiets ging gebeuren, want ze had me tijdens de lessen al vaak betast aan mijn billen en borsten.

    Ik klapte dicht, bevroor volledig. Dat is altijd mijn mechanisme geweest. Ik vertelde het aan niemand. Ze was mijn docent, ik keek tegen haar op en ik voelde me machteloos en bang. Daarna bleef het misbruik doorgaan. Niet elke les, want ze moest wel gelegenheid hebben. Als we als laatsten over waren in de dansschool, gebeurde het. Of als we op andere plekken alleen waren. We praatten er niet over. Ik was loyaal aan haar, want je wordt een soort familie als je zo vaak bij elkaar bent.

    Mijn trainster was mijn ‘dansmoeder’, zo noemen ze dat in de wereld van latin dance. Het is een soort familiestructuur met ‘dansouders’ – de trainers – en hun ‘danskinderen’, de leerlingen. De trainers van jouw trainers zijn dan weer je ‘dansgrootouders’. Incestueus lijkt ’t. Toen ik langer danste, kwam ik erachter dat meer dansers werden misbruikt, meisjes en jongens. Niet alleen seksueel gaat het mis, dansers worden ook denigrerend toegesproken. We moesten continu op de weegschaal staan en waren nooit dun genoeg.

    Russische, Poolse en Hongaarse trainers kwamen naar Nederland en die hadden meer spartaanse methoden. Een Oekraïense trainer sloeg je met een stok op je knieën als je die niet genoeg naar achteren strekte, ze schreeuwden tegen me. Ik was als kind niet snel onder de indruk, was best hard en pikte veel. Daardoor gingen ze alleen maar verder. ‘Dikke koe!’ terwijl ik nooit meer dan 45 kilo woog, ‘You are shit, you fat ass’, ‘Je bent niets’. Niemand praatte er buiten de danswereld over, ook andere dansers en trainers niet die ik hierover tijdens mijn jaren in de dans sprak.”

    Robotstand
    “Het seksuele misbruik vond ik het ergst. Mensen die in je lichaam zitten, je aanranden… Ik krijg liever een klap of gescheld over me heen dan dat. Niet alleen die trainster heeft me misbruikt, ook anderen – ook mannen – hebben dat gedaan in mijn loopbaan in de latin dance. Internationale trainers die je een paar keer per jaar zag en daarna telefoonseks wilden. Sommigen misbruikten me tijdens trainingsweekenden en toernooien.

    De vrouwen waren net zo erg als de mannen, extra eng daaraan vind ik dat ze zich als een soort moeder profileerden; het ene moment zitten ze aan je, het volgende moment geven ze je een vest omdat het koud is. Ik weet ook nog hoe ik van een trainer naakt, in alleen een string op danshakken moest dansen. Alleen zo waren zogenaamd mijn bewegingen goed zichtbaar. Achteraf werd gezegd dat er een camera had gehangen en werd ik gechanteerd. Toen was ik al in de dertig, maar nog steeds verzette ik me niet, was ik verlamd door angst.

    Nu nog worstel ik ermee: waarom zei ik niet gewoon nee? Maar als je het zelf niet hebt meegemaakt, is niet uit te leggen hoe machtsposities in zo’n geïsoleerde wereld werken. Er werd niet over gesproken en het was vanaf zo jong ‘gewoon’ voor mij. Als kind voelde ik al vaak dat een dansleraar een erectie had als hij mij vastpakte om een beweging te laten zien. Ik was als jong meisje in een soort robotstand overgegaan en bleef het ondergaan.

    Ondertussen ging ik snel naar de top van de latin dance. Ik was er perfect voor: klein en tenger, ik had door mijn roots een donker uiterlijk – wat goed past bij latin dance – en kon dansen. Genieten van mijn succes deed ik niet. Daarvoor waren de verwachtingen te hoog en was het drillen te heftig. Ik heb geprobeerd mensen in de danswereld in vertrouwen te nemen over het schelden, het kleineren en het misbruik, maar ze deden niets. Niemand greep in. Ik denk omdat zij ook vastzitten in die wereld.”

    Alcohol en cocaïne
    “Momenteel steunen veel trainers me in stilte, ze laten me via privéberichten weten dat ze achter me staan, maar nog steeds wordt het niet uitgesproken. De trainers die zich misdragen hebben macht, ze zijn een soort Hollywoodsterren en zitten vaak in jury’s, dus je danscarrière hangt van hen af.

    Waarom er zo veel misbruik in de danswereld voorkomt? Een combinatie van oorzaken denk ik: geen gedragsregels, dubbele petten en machtsposities, en geen onafhankelijke of helemaal geen meldpunten. Er zijn geen kleedkamers, je moet je omkleden waar iedereen bij is. Vaak is er niemand bij als je les krijgt. Je traint veel solo, want je kunt geen goed danspaar vormen als je individueel niet goed onderlegd blijft.

    Maar zelfs tijdens gezamenlijke lessen met mijn danspartner of als er tegelijkertijd ook andere lessen in de ruimte bezig waren, gebeurde er van alles. Dat dat kan, komt doordat het zo’n geïsoleerde wereld is, dans op hoog niveau. Dat misbruik gebeurt niet tijdens de gezellige vrije dansavondjes voor amateurs. Verder gaat het in de latin dance te veel om seks en uiterlijk, vrouwen zijn seksobjecten. Het is bijna normaal om in je kruis of bij je borsten te worden gegrepen. Sowieso word je bij dansen automatisch continu aangeraakt, dan vervagen grenzen.

    Bovendien werd er veel alcohol gedronken op dansscholen en op party’s van danswedstrijden zag ik als kind de volwassenen cocaïne snuiven. Zelf heb ik nooit drugs en alcohol aangeraakt, maar de hele setting is dus onveilig. Daarom moet de danscultuur helemaal anders en niet alleen in de latin dance, want ook over andere dans-vormen krijg ik veel meldingen binnen.”

    Bron: Flair Online >>

    #269514
    Luka
    Moderator

    Eline (43) werd verkracht tijdens haar nachtdienst: “De man bleef maar doorgaan”

    Eline (43) werd tijdens haar nachtdienst in een verpleegtehuis verkracht. Na die ingrijpende gebeurtenis in 2009 moest ze door een diep dal: “Ik was niets meer, kon niets meer, wilde niets meer.”

    Die nacht staat in mijn geheugen gegrift. De begrafenis van Michael Jackson was op tv en ik zette vast de kopjes klaar voor de volgende dag. Opeens werd ik van achteren vastgegrepen. Ik stond voor de la met bestek en had een mes kunnen pakken om mezelf te verdedigen, maar ik deed niets. Ik schreeuwde niet eens, dat zou de demente bewoners op mijn afdeling alleen maar wakker maken en voor chaos zorgen. De man greep mijn keel en sleurde me door de gang. In een spiegelende ruit zag ik dat hij helemaal in het zwart was gekleed en handschoenen en een bivakmuts droeg; hij had zich duidelijk voorbereid.

    Shock
    Op dat moment wist ik dat ik verloren was en dat hij mij zou verkrachten, misschien wel zou vermoorden. ‘Laat maar gebeuren dan’, dacht ik. ‘Zo snel mogelijk’. In het begin was ik me overal heel helder van bewust en raasden mijn gedachten. Maar op het moment dat hij mij voorover duwde op de huiskamertafel, mijn broek uittrok en zei: ‘Nu heb ik je eindelijk te pakken. Het sterke, leukste zustertje van het tehuis’, vluchtte ik in mezelf.

    Ik dacht aan mijn trouwdag. Aan mijn twee zoontjes van toen 11 en 9. Aan mijn man Johan, die in bed lag en van niets wist. Aan hoe ik hem dit later moest gaan vertellen. Het duurde lang. De man bleef maar doorgaan. Toen hij klaar met me was, rende hij weg. En nóg riep ik niet om hulp. Ik was in shock. Ik liep door de gang heen en weer tussen twee wc’s waar ik me iedere keer ging wassen. Ik schaamde me kapot, ik was vernederd tot op het bot. Pas op het moment dat ik besefte dat hij nog in het gebouw kon zijn en mijn collega’s gevaar liepen, heb ik mijn afdelingshoofd gebeld.

    Hiv-besmetting
    Pas toen Johan er was, voelde ik me weer veilig. Hij heeft me heel lang, heel stevig vastgehouden en heeft uren herhaald dat alles goed zou komen. De maanden daarna leefde ik in een roes. Iedere nacht beleefde ik de verkrachting opnieuw in mijn dromen. Elke seconde en elke handeling kwamen keer op keer terug in mijn nachtmerrie. Wakker worden vond ik nóg erger. ’s Ochtends voelde ik me loodzwaar en kon ik me bijna niet bewegen. Ik was zo ziek als een hond door de medicatie die ik kreeg om eventuele hiv-besmetting ongedaan te maken.

    Johan deed alles: hij zorgde ervoor dat ik uit bed kwam, hield het huishouden draaiende, luisterde, praatte, hield me vast en probeerde zo veel mogelijk leuke dingen met me te doen. Hij nam me mee naar de stad en kocht alle kleren die ik mooi vond, hij nam me mee uit lunchen en naar het theater. Ons spaargeld vloog erdoorheen in onze pogingen die vreselijke gebeurtenis te compenseren, maar dat maakte allemaal niets uit. Het enige wat ik wilde, was dat alles weer normaal zou worden en dus probeerde ik net te doen alsof er niets met me aan de hand was.

    De dag na de verkrachting
    De dag na de verkrachting heb ik op een barbecue gezellig met buurvrouwen wijn gedronken en grappen gemaakt. Ik probeerde weer te werken, maar na drie diensten zat ik thuis. Mijn werkgever wilde dat ik zou re-integreren op dezelfde werkplek. Zonder begrip en zonder goede begeleiding. Ik kon het niet. Dat hij me zo lieten vallen, was voor mij bijna net zo erg als de verkrachting zelf.

    Het voelde alsof ik naast de rails stond, terwijl de hele wereld doordenderde. Het besef dat iemand mij helemaal kapot kon maken, haalde alle grond onder mijn voeten vandaan. Ik was bang. Bang voor simpele dingen, maar vooral bang dat ik nooit meer de oude zou worden. De sterke en onafhankelijke Eline die moeiteloos haar werk, studie, moederschap en relatie combineerde, was in één klap verdwenen. Ik was niets meer, kon niets meer, wilde niets meer en had voor mijn gevoel niemand meer iets te bieden. Het ging gewoon niet, mijn hele leven was uit elkaar gevallen.

    Mijn verwerkingsproces
    Op een gegeven moment ben ik in de auto gestapt. Gelukkig besefte ik bij de spoorwegovergang dat zelfmoord plegen geen optie was. Ik ben doorgereden naar Johans moeder in België en heb een week bij haar gelogeerd. Iedere dag heb ik vloekend, tierend, huilend en schreeuwend door het bos gelopen. In marstempo, om mijn pijn voor te zijn, met haar hond braaf hijgend naast me. Al die tijd had ik geprobeerd mijn hel naast me neer te leggen, maar ik ontkwam er niet meer aan: ik móest erdoorheen.

    Nadat ik al mijn emoties er in België had uitgeschreeuwd, kon ik met hulp van een psycholoog en coach echt vooruit in mijn verwerkingsproces. In mijn laatste droom over de verkrachting heb ik wél dat mes uit de la gepakt en mezelf verdedigd. Vanaf dat moment ging het weer bergopwaarts. Doordat ik nu weet hoe diep mijn diepste put is, geniet ik heel bewust van mijn leven. Het is gek, maar eigenlijk heeft het me ook veel opgeleverd. Soms voel ik me nu zelfs gelukkiger dan voor die tijd: ik maak me niet druk over rondslingerende sokken en als ik geen tijd heb om te koken, halen we gewoon Chinees.

    Nachtdiensten
    Dat zou de oude Eline nooit hebben gedaan. Natuurlijk heb ik nog moeilijke momenten, maar ik heb mijn leven weer op de rit. Ik ben gelukkig weer aan het werk – wel bij een andere werkgever – en ik draai geen nachtdiensten meer. Het allerbelangrijkste vind ik dat ik mijn droom om een coachingspraktijk te beginnen, is uitgekomen. Dat was ik altijd al van plan – met dat doel studeer ik psychologie – maar ik stelde het steeds uit. Door mijn verschrikkelijke ervaring is mij duidelijk geworden dat goede hulp hard nodig is en dat ik daarin als ervaringsdeskundige veel kan betekenen. Gek, dat zoiets vreselijks zoiets moois tot gevolg kan hebben.”

    12% van de vrouwen in Nederland wordt ooit daadwerkelijk verkracht. En 33% van de vrouwen en 5% van de mannen (in de categorie 15 tot 70 jaar) zeggen ooit seksueel geweld te hebben meegemaakt.
    Bron: Rutgers Nisso Groep

    Bron: Libelle >>

    #269570
    Luka
    Moderator

    Karin Bloemen: ‘Na een verkrachting legde hij vaak geld of snoep neer’

    Jarenlang stelselmatig seksueel misbruikt worden door je stiefvader. Het overkwam zangeres en cabaretière Karin Bloemen (inmiddels 61). Hij heeft haar jeugd – en haar hele gezin – vernield. ‘Als kind voelde ik aan alle kanten dat het niet klopte wat hij deed. Maar ik zei niks, uit angst: hij dreigde altijd met de gevangenis.’

    Karin is de jongste van drie zussen en vierenhalf jaar oud, als Ben Kuijt, dan 27, bij het gezin intrekt. Haar vader is anderhalf jaar daarvoor vertrokken en steeds verder uit beeld geraakt. Met Kuijt krijgt haar moeder nog twee kinderen: een meisje en een jongen.

    Verkracht
    Vlak na haar achtste verjaardag wordt Karin voor het eerst door hem verkracht. En dat blijft ruim zes jaar lang doorgaan, vaak meerdere keren per week. Thuis, voor school, na school. In de donkere kamer waar ze haar stiefvader, een kermisfotograaf, moet helpen rolletjes te ontwikkelen, achter in de winkel die haar moeder en hij hebben en waar ze na school en in de vakanties vaak moet helpen. Hij maakt kijkgaatjes in de slaapkamers en de douche, kent haar rooster. Overal is hij met die ‘ogen van ijs’ die geen tegenspraak dulden. Ook Karins’ twee oudere zussen worden door hem misbruikt. En ook haar moeder – zal later blijken. Ze beschrijft het allemaal in haar in 2019 verschenen boek: ‘Mijn ware verhaal’.

    Je wil de mechanismes laten zien, hoe het in z’n werk gaat en waarom iedereen zwijgt, gaf je ooit als een van de redenen om het boek te schrijven. Wat zijn die mechanismes?
    ‘Het is een sluw spel van verleiden, omkopen, afhankelijk maken, manipuleren, bang maken, straffen, controleren. Na afloop legde hij vaak geld of snoep neer – zo corrumpeerde hij je. Hij zei ook altijd dingen als: “Je bent er aan toe”. En: “Iedereen doet dit”. Tegelijkertijd mocht je het absoluut aan niemand vetellen. Dus je voelde aan alle kanten dat het niet klopte. Maar je zei niks, uit angst: hij dreigde altijd met de gevangenis. Maar ook uit schaamte en onwetendheid. Als iemand mij op mijn achtste had gevraagd: heb je seks met papa, dan had ik gezegd: ik weet het niet. Het hele concept van seks is een kind totaal onbekend.’

    Een keer gevraagd
    In haar boek schrijft Karin dat haar moeder één keer vraagt of haar stiefvader ‘wel eens iets doet wat een grote man niet met een klein meisje zou moeten doen’. Karin is dan nog niet verkracht, maar wel betast. Ook heeft ze gezien, nauwelijks begrijpend wat ze zag, hoe haar stiefvader ‘steunend op zijn armen met een ontbloot onderlichaam tussen de benen van Annelies ritmisch op en neer bewoog’.

    Je beschrijft hoe je nee zegt, terwijl je uit alle macht hoopt dat je moeder snapt dat het ‘ja’ is. Waarom zei je nee?
    ‘Je moet je die situatie voorstellen: mijn moeder stond met haar jas nog aan in hun slaapkamer, de kamer waar hij mij niet lang ervoor zijn lul had laten zien. Dat, en dat hoogteverschil van een volwassene die op je neerkijkt en je bevraagt en dan niet duidelijk zegt wat ze wil weten, wat ze vermoedt, waar ze zich zorgen om maakt. En als kind weet je ook niet: wat gaat ze met die informatie doen? Ik had al gezien hoe Annelies, mijn oudste zus, naar een kindertehuis was gestuurd. Daarom begon hij met mij. Ik dacht: als ik het vertel, stuurt ze mij ook weg. Of misschien gaat ze het wel aan hem vertellen, en dan? Al die factoren bij elkaar maken dat je denkt: ik ben niet veilig. Dus zeg je niks.’

    Veiligheid
    Veiligheid, daar begint het mee, zegt Karin als het gaat over de vraag hoe een hulpverlener een vermoeden van seksueel misbruik bespreekbaar kan maken. ‘Veiligheid is dat een kind naar huis kan en net kan doen alsof-ie niks heeft verteld. Dus niet: Als je het nu vertelt, stuur ik morgen de politie erop af. En ook niet: dan zorg ik dat je uit huis wordt geplaatst. Thuis is het enige dat kinderen kennen en hebben. De loyaliteit en opofferingsgezindheid is heel groot. Daar moet je rekening mee houden, dus ook niemand de schuld geven. Dan ben je klaar, dan is het gesprek weg.’

    Hoe moet het wel?
    ‘Zorg eerst voor een veilige plek en zeg dan iets als: “Ik ga niets doen, zonder dat jij het wil”. En: “Je hoeft nu niets te beslissen, alleen te vertellen. Ik schrijf het op, zodat we het weten, maar dan doen we nog steeds niks.” Dan heb je misschien een begin.’

    Bron: Zorg en Welzijn >>

19 berichten aan het bekijken - 141 tot 159 (van in totaal 159)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 14 ▪︎ leden online: 9
Sammie123, Ollybolly, Luka, Juul, Sonya20, Marianne, Joannepark, Vinnie, Mark
FORUM STATISTIEKEN
topics: 3.071, berichten: 16.410, leden: 1.914