Seksueel misbruik en seksueel geweld (algemeen)

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Seksueel misbruik en seksueel geweld (algemeen)

  • Dit onderwerp bevat 147 reacties, 6 deelnemers, en is laatst bijgewerkt op 22/06/2021 om 21:31 door Luka.
25 berichten aan het bekijken - 101 tot 125 (van in totaal 148)
  • Auteur
    Berichten
  • #244747
    Luka
    Moderator

    Ik verloor de zaak tegen de docent die me aanrandde

    Tom stelde zich op als een soort mentor. Hij zei dat ik het over alles kon hebben, dat hij mij als zijn zus zou behandelen. Door dat laatste ben ik hem echt gaan vertrouwen. Ik dacht dat ik veilig was.

    Waarschuwing: dit artikel bevat beschrijvingen van seksueel geweld.

    Het begon eigenlijk al in 2012, vlak voor ik op stage zou gaan. Door problemen thuis ging het niet goed met me, ik sliep slecht en kon mijn aandacht nergens goed bij houden. Op die bewuste dag zat ik wat voor me uit te staren toen Tom*, een docent van mij, vroeg of hij me na de les even kon spreken.

    Toen het lokaal leeg was, vroeg hij of het wel goed met me ging. Ik zei dat ik vreselijk moe was, en toen hij doorvroeg over mijn thuissituatie, brak ik. Ik vertelde hem dat mijn ouders uit elkaar waren en er daardoor thuis veel problemen waren ontstaan – dat ik me eenzaam, machteloos en onbegrepen voelde, en tegelijkertijd enorm verantwoordelijk. En ook dat ik het gevoel had dat ik nergens terecht kon met mijn verdriet.

    Tom luisterde en stelde zich direct op als een soort mentor, als iemand naar wie ik toe kon om te praten over mijn zorgen en onzekerheden. Ik stelde me open omdat ik hem vertrouwde. Ik had hem leren kennen als een amicale man, als iemand die vriendelijk was tegen iedereen. Hij kon het vooral goed vinden met studenten die gemotiveerd waren en ambitie toonden; daar was ik er eentje van.

    Maar hij had ook een andere kant, had ik toen al eens gezien: hij was een trotse man, iemand die erg vasthield aan zijn eergevoel. Hij werd boos als hij kritiek kreeg en sprak negatief over collega’s die populairder waren dan hij. Eerder in ons studiejaar was hij een tijd ziek geweest, en ik en mijn klasgenoten vonden zijn vervanger een leuke docent van wie we veel leerden.

    Tom was gepassioneerd over zijn lessen, maar zijn stijl was wat ouderwets. Dat was bij zijn vervanger heel anders. Toen Tom terugkeerde, mocht de vervangende docent nog een tijdje blijven om andere lessen te geven. Tom vond dat maar niks: hij vroeg ons om de lessen van de vervanger te boycotten. Hij liet duidelijk merken dat hij zich bedreigd voelde.

    In 2014 keerde ik terug na een stageperiode van een jaar. Ik moest nog een half jaar lessen volgen, dan zou ik mijn diploma halen. Ik had net mijn relatie beëindigd en thuis ging het wederom niet goed. Ik woonde met mijn vader in een te kleine caravan, dus elke dag hing ik lang rond op school om te kunnen werken.

    Ik voelde me die dagen heel alleen – er waren nauwelijks lessen om te volgen, dus zag ik mijn klasgenoten maar één keer per week. Ik had behoefte om met iemand te praten over hoe ik me voelde, dus liep ik naar Toms lokaal. Ik had geen les meer van hem, maar in het gesprek vlak voor mijn stage had hij me het gevoel gegeven dat ik bij hem terecht kon – het was fijn om gehoord te worden.

    Tom bood wederom een luisterend oor, en ik vertelde hem dat ik thuis niet goed aan mijn opdrachten kon werken en daarom veel op school rondhing. Hij stelde toen voor dat ik het hokje dat aan zijn lokaal grensde zou gebruiken als werkplek – daar kwam verder niemand, en het was er rustiger dan in de gangen.

    Tom wilde ook graag weten hoe het verder met me ging, dus deed hij de deur dicht voor wat meer privacy. Ik had het gevoel dat hij mijn situatie begreep, en hij bood zich zelfs aan als vertrouwenspersoon. Hij zei dat ik het over alles kon hebben, dat hij mij als zijn zus zou behandelen. Door dat laatste ben ik hem echt gaan vertrouwen. Ik dacht dat ik veilig was.

    In de weken die volgden spraken we bijna als vrienden met elkaar, en hij zei dat hij me met van alles wilde helpen: geld, administratieve rompslomp, werk, en natuurlijk emotionele steun. Wel begon hij toen al steeds meer dubbelzinnige opmerkingen te maken. Op een gegeven moment vertelde hij dat hij een pornofilm wilde maken, en hij vroeg of ik daar niet in wilde acteren. Ook stopte hij ‘voor de grap’ geld in mijn bh, omdat ik dat niet van hem wilde aannemen.

    Ik trok me door dit soort gedrag juist wat meer terug, en ik ging niet in op zijn seksuele opmerkingen. Als reactie daarop begon hij te dreigen: ik kon maar beter aan niemand vertellen over de dingen die hij tegen me zei, anders zou hij de geheimen over mijn persoonlijke situatie aan het licht brengen, en dat zou mijn toekomst en carrière kunnen verknallen, zei hij. Zo begon zijn chantage – in het begin nog onder het mom van een grapje, maar zijn toon werd steeds dreigender. Ik was bang, dus verzette ik me niet en ging er zelfs in mee. Waarom is achteraf moeilijk te begrijpen, maar op dat moment voelde het alsof ik verstrikt was geraakt in een situatie waar ik niet meer uit kon, alsof Tom de controle nam over beslissingen die ik niet wilde maken.

    Zijn seksuele gedrag uitte zich in steeds meer vormen. Hij deed vaak de deur van het lokaal op slot en de gordijnen dicht als ik er was, en dan begon hij me fysiek aan te randen. Hij stopte zijn vingers in mijn broek en decolleté, sloeg op mijn kont en kuste in mijn nek.

    Ik was in die tijd heel instabiel, zelfvertrouwen had ik nauwelijks en ik had behalve Tom geen vrienden of andere mensen om me heen die ik vertrouwde. Ook liep ik met veel schaamtegevoelens rond over Toms gedrag, dat steeds meer uit de hand liep, en het feit dat ik het niet kon stoppen.

    Ik dacht dat ik het allemaal aan mezelf te danken had, dat ik waardeloos was – dat was voor mij de enige manier om ermee te dealen. Soms ging hij heel erg ver: dan zei hij hoe hij mij seksueel zou gebruiken, probeerde hij me te zoenen en stopte zijn handen onder mijn kleren. Hij dwong me mijn schaamhaar te laten groeien, en controleerde dat ook. Als hij vond dat mijn shirt te hoog zat, trok hij het naar beneden tot mijn decolleté te zien was.

    Deze dingen gebeurden allemaal als we alleen in zijn lokaal waren, maar het bleef ook doorgaan als ik thuis was. Ik moest foto’s van mezelf sturen, vervolgens alle appjes verwijderen, en dit bewijzen door een screenshot te sturen van het lege chatgesprek. De volgende dag controleerde hij mijn telefoon nog een keer extra, of ik niks naar mezelf gemaild had. Op een gegeven moment werd dit zelfs een dagelijks ritueel. Natuurlijk denk ik nu: hoe kan het dat hij zo ver kon gaan, waarom ging ik daarin mee? Maar Tom wist mij precies zo onder druk te zetten dat hij mij het gevoel gaf dat ik er niet onderuit kon – en zelfs dat ik verraad zou plegen als ik niet met hem mee zou gaan.

    Op een dag bood Tom mij een lift naar het station aan, omdat er niet genoeg geld op mijn OV-kaart stond voor de bus. Waarom ik überhaupt op zijn voorstel inging, snap ik nu nog steeds niet, maar voor mijn gevoel kon ik toen niet anders; ik was bang voor de gevolgen als ik nee zou zeggen. Een paar meter van elkaar vandaan liepen we naar zijn auto – niemand mocht ons samen zien.

    Toen we eenmaal de parkeergarage uitreden, greep hij direct naar mijn kruis en trok mijn broek open. Op dat moment was ik ervan overtuigd dat hij me zou gaan verkrachten. Ik probeerde mezelf gerust te stellen door te denken dat ik het ritje gewoon even uit moest zitten – het station ligt op vijf minuten rijden van het schoolgebouw. Maar hij reed hij niet naar station, maar richting mijn huis. Dat is een rit van 45 minuten.

    Ik kon letterlijk geen kant op – ik zat vast in zijn auto die met 120 km per uur over de snelweg sjeesde. Ik was zo bang voor wat er ging gebeuren dat ik bevroor. Ik weet nog dat ik in stilte aan mezelf beloofde dat ik dit nooit meer zou laten gebeuren. Gelukkig haalde hij zijn hand op een gegeven moment weg, en even had ik de hoop dat hij zich had bedacht.

    Maar toen droeg hij me op om de locatievoorzieningen op mijn telefoon uit te zetten. We waren inmiddels in de buurt van mijn huis, maar hij sloeg af richting het bos, en daar stopte hij. Hij begon me te zoenen en uit te kleden. Ik was helemaal verstijfd, ik kon letterlijk niks bewegen. Hij ging met zijn hoofd naar beneden en verkrachtte me oraal. Hij was nog nooit zo ver gegaan. Hij haalde zijn telefoon tevoorschijn en begon foto’s van me te maken, terwijl ik verstijfd in zijn auto lag. Ik kon alleen maar naar de klok staren. Bij elkaar duurde het een halfuur, maar het voelde oneindig. Plotseling raakte hij paranoïde door een vrouw die haar hond aan het uitlaten was en stopte met waar hij mee bezig was. Daarna reed hij alsnog naar mijn huis.

    Die autorit zal ik nooit vergeten – het heeft een permanent litteken op mijn ziel gekerfd.

    Toen we mijn straat inreden, eiste hij dat ik mezelf onderspoot met deodorant. Zelf spoot hij wat parfum op, en vervolgens begon hij zijn auto schoon te maken met een doekje – ik denk om sporen van mij te wissen. Juist door deze schoonmaakactie kreeg ik het idee dat hij zich hierop had voorbereid, en ook dat dit voor hem niet de eerste keer was.

    Ik stapte uit de auto en liep huilend en met een omweg naar huis – ik wilde niet dat mijn vader iets zou merken. Toen ik thuiskwam stapte ik gelijk onder de douche en bleef er een uur onder staan: ik voelde me zo vies en gebruikt. Tegelijkertijd was ik verschrikkelijk opgelucht dat die vrouw met haar hond was langsgelopen – daardoor was Tom niet nóg verdergegaan.

    Na die keer in de auto is het nooit meer zover gekomen – ik had mezelf dit beloofd, en zo ging het ook. Tom nam ook afstand; er was een jongen uit zijn klas met wie ik begon te daten, en ik vermoed dat hij bang was dat ik hem zou vertellen over zijn misbruik. Een paar maanden later haalde ik mijn diploma en ging ik van school af. Ik hoefde Tom nooit meer te zien.

    Bijna een jaar later, in de lente van 2015, kreeg ik een tijdelijke baan aangeboden op mijn oude school. Ik kon op dat moment geen ander werk vinden, en ik wist dat ik op een andere locatie zou werken dan waar Tom lesgaf. Dus ik nam het baantje aan. De eerste maanden ging het goed, ik kwam Tom nooit tegen. Ook ontmoette ik een nieuwe liefde.

    De zomervakantie stond voor de deur, en mijn nieuwe relatie werd steeds serieuzer. Ik wilde mijn vriend vertellen wat er was gebeurd, wat twee keer zo eng was omdat hij Tom ook kende. Hij reageerde gelukkig heel begripvol en liet mij inzien dat het niet mijn schuld was.

    In september begon mijn baantje weer, en toen ging het mis. Ik kwam Tom onverwachts tegen met twee collega’s, toen ik thee aan het halen was in een keukentje. Ik wilde snel weer weg, maar Tom begon een gesprekje met me, alsof er nooit iets was gebeurd: “Alles goed meid?”

    Dit was de eerste keer dat ik hem tegenkwam nadat ik alles in een ander daglicht was gaan zien – nadat ik me realiseerde dat hij misbruik van mij had gemaakt, en ik niet schuldig was aan zijn gedrag. Vanbinnen was ik extreem kwaad, maar ik hield me in. Hij wees naar een gaatje in mijn blouse en stopte plotseling zijn hand in mijn broek – natuurlijk buiten het gezichtsveld van zijn collega’s. Ik sloeg zijn hand weg en stormde de keuken uit. Ik appte mijn vriend over wat er net gebeurd was en besloot ook direct dat ik het er niet bij wilde laten zitten – ik deed de camera van mijn telefoon aan en liep naar het lokaal van Tom.

    Daar filmde ik hem stiekem terwijl ik hem confronteerde. Ik zei tegen hem dat ik niet meer wilde dat hij aan me zat, waarop hij reageerde met: “Oh, sorry…”. Ondanks mijn woede en angst lukte het om mezelf te beheersen, maar meer dan zijn excuses kreeg ik er toen niet uit.

    Na deze confrontatie begon mijn werk eronder te lijden. Met mijn vriend besprak ik wat ik met de situatie aan moest, en toen besloot ik om aan de schoolleiding te vertellen wat er was gebeurd. Ik maakte een afspraak met de bedrijfsarts, die mij na het verhaal doorverwees naar een vertrouwenspersoon.

    Ongeveer op datzelfde moment vroeg mijn manager een gesprek met mij aan, omdat hij zag dat ik mijn werk niet goed meer deed. Het was eng om alles op tafel te gooien, maar ik wist dat het vroeg of laat moest gebeuren. Ik zat tegenover hem en zei: “Ik moet iets vertellen, maar ik wil er zeker van zijn dat ik veilig ben. Tom heeft mij maandenlang aangerand, en vorige week nog een keer.”

    Het gezicht van mijn manager betrok helemaal. Hij zei direct dat hij dit gesprek niet verder met mij mocht voeren, en verwees me door naar een hogere manager. Ik had geen idee waar ik op dat moment aan begonnen was. Gesprek na gesprek volgde – met de manager, met HR, met de teamleider, en iedere keer moest ik mijn verhaal opnieuw vertellen. Na twee uur lang praten mocht ik naar huis, en ik werd vrijgesteld van mijn werkzaamheden. Tom werd diezelfde dag ook ondervraagd.

    Een paar dagen later kreeg ik een brief: de hoogste directeur van de school wilde samen met zijn jurist in gesprek met mij. Opnieuw moest ik vertellen wat er was gebeurd. Zij vertelden mij dat Tom een advocaat had ingeschakeld, en toen raakte ik in paniek – alles ging ineens zo snel en zo officieel. Ik had me helemaal niet kunnen voorbereiden hierop. Ik vroeg om een time-out met mijn vertrouwenspersoon, zodat ik met haar de vervolgstappen kon doorspreken.

    Zij verzekerde mij dat het heel normaal was dat iemand die aangeklaagd wordt, een advocaat inschakelt. Ik moest me vooral niet bang laten maken – ik was degene die nu een statement aan het maken was. Samen gingen we terug naar de directeur, en de jurist vertelde toen dat als ik besloot over te gaan tot een formele klacht, er door een onafhankelijke commissie besloten zou worden of de klacht gegrond was.

    Dat zou middels een hoorzitting gebeuren. Na zowel Tom en mij verhoord te hebben, zou de commissie een advies voor de school opstellen: of mijn klacht gegrond was en Tom inderdaad ontslagen zou moeten worden, of dat hij bijvoorbeeld een waarschuwing zou krijgen of overgeplaatst zou moeten worden. Natuurlijk kon ik er ook voor kiezen om officieel aangifte te doen bij de politie, maar deze procedure was voor mij al zwaar genoeg.

    Ik besprak dit met mijn vertrouwenspersoon, en zij vertelde dat ik inderdaad een klacht zou moeten indienen als ik wilde dat hij ontslagen zou worden – en dat wilde ik. Na kort twijfelen hakte ik de knoop door: ik schreef een verzoek tot een formele klacht, waarin ik Tom aanklaagde voor seksuele intimidatie, wangedrag en aanranding.

    Als je 21 bent, hoor je je bezig te houden met dingen als uitgaan en plezier maken met je vrienden. Ik was 21 en onderweg naar een afspraak met mijn advocaat. Tijdens het gesprek puzzelden we samen de bewijslasten die ik had bij elkaar. Tom had telkens mijn telefoon gecontroleerd, maar ik had wel een paar dingen bewaard: berichtjes, een paar geheime screenshots en wat foto’s.

    De hoorzitting was op vrijdag de dertiende. Ik had een ‘afzonderlijke zitting’ aangevraagd, waardoor Tom en ik niet in één ruimte hoefden te zitten tijdens het verhoor. Er zaten vier mensen tegenover me, rechts zat mijn advocaat, en links die van Tom. De hoorzitting begon en de voorzitter stelde mij een aantal vragen over hoe het aanranden ooit was begonnen en wat er precies was gebeurd. Ik had het gevoel dat mijn bewijzen heel overtuigend waren. Na drie uur lang vragen beantwoorden, waarin Tom en ik om en om werden verhoord – en ik niet kon horen wat hij allemaal zei – was het eindelijk klaar. Binnen twee weken zou ik het advies van de commissie te horen krijgen. Ik had er een goed gevoel over.

    Alles was afgelopen – alle moeite die ik al die maanden had gestoken in het verzamelen van bewijs, in de gesprekken met de directie van de school, de advocaat, de therapeut en de vertrouwenspersoon, het telkens opnieuw moeten vertellen wat er was gebeurd, het was allemaal klaar. Ik kon naar huis en kon niks meer doen.

    De dagen gingen langzaam voorbij, het wachten op de uitslag duurde oneindig lang. In mijn hoofd had ik mezelf al verteld dat ik had gewonnen – dat Tom ontslagen zou worden en dat ik daardoor gesterkt zou zijn om alsnog aangifte tegen hem te doen. Ik wist dat ik niet alles kon bewijzen, maar ik dacht: de commissieleden zien toch ook wel dat hij dingen deed die niet klopten?

    Toen stond mijn advocaat op mijn voicemail: “Hai Gillian, ik heb de uitslag binnen. Het is niet positief, zou je mij terug willen bellen?” Hij stuurde de uitslag ook door, samen met de notulen van de hoorzitting, waarin ik dus kon lezen wat Tom die dag allemaal had gezegd. Ik kon het niet geloven toen ik het las, wat hij allemaal had beweerd – waarom draaide hij de rollen om en beweerde hij bijvoorbeeld dat ik hem zoende in de auto, en híj het niet wilde? Het was zijn woord tegen het mijne. Ik was zo gefrustreerd en verdrietig dat ik alleen maar kon schreeuwen.

    De uitslag was onderverdeeld in een aantal kopjes. Overal stond dat mijn klacht ongegrond was verklaard wegens gebrek aan bewijs, en door het door mij onvoldoende kunnen onderbouwen van feitelijkheden.

    Hoe had ik dat in hemelsnaam kunnen doen? Had ik een geluidsopname moeten maken? Had ik het koffiebekertje moeten bewaren waar hij in spuugde? Had ik direct zijn DNA van mijn huid af moeten schrapen? Hoe had ik dit kunnen onderbouwen met feitelijkheden als er niemand bij was als het gebeurde?

    De commissie oordeelde dat ‘er geen sprake was van seksuele intimidatie of belaging, zoals bedoeld in de Klachtenregeling Sociale Veiligheid’. Wel waren ze van oordeel dat er sprake was van ‘ongewenst gedrag, zoals bedoeld in de integriteitscode’.

    Er was geen sprake van seksuele intimidatie.

    Het was een onwerkelijk gevoel dat een commissie oordeelde over gebeurtenissen die mijn leven zo hebben vormgegeven. Nog altijd zie ik de wereld als een wrede plek waarin mensen erop uit zijn om mij kwaad te doen, als een plek waarin ik niemand meer vertrouw.

    Ik kwam voor mezelf op, ik koos ervoor om een moeilijk proces aan te gaan in de hoop op gerechtigheid, in de hoop dat Tom nooit meer de kans zou krijgen dit bij een ander te doen. Maar ik had verloren. De commissie gaf mij het gevoel alsof ik het allemaal verzonnen had.

    Ik was verschrikkelijk moe en kapot van het slopende proces, maar ik was toch bereid om door te vechten. Ik vroeg aan mijn advocaat of er een mogelijkheid was om in hoger beroep te gaan, of dat ik alsnog aangifte zou kunnen doen bij de politie. Maar hij zei dat ik het beter af kon sluiten en verder kon gaan met mijn therapie om het te verwerken. Hij zei dat een strafrechtelijk proces niet vergoed zou worden door de school, en de juridische kosten voor mij zouden zijn. En ook dat de kans groot zou zijn dat ik zou verliezen, en dat Tom mij dan zou aanklagen om zijn imago te herstellen. Hij zei: “Ik denk dat je zoiets er niet bij wil hebben.”

    Na die woorden had ik geen hoop meer, en ik had niet de energie om mezelf hier doorheen te slepen. Ik was maanden verder zonder iets te hebben bereikt. Mijn sociale leven was ik kwijt, ik had geen werk meer, en Tom liep gewoon nog rond op school.

    Heel eerlijk gezegd vraag ik me weleens af of ik er goed aan heb gedaan om de aanklacht officieel in te dienen. Want zelfs nu, bijna drie jaar later, ben ik nog steeds bezig met de verwerking van mijn verlies. Aan de ene kant ben ik trots dat ik voor mezelf ben opgekomen – aan de andere kant zijn de effecten van de aanrandingen én van het verliezen van de hoorzitting nog duidelijk voelbaar. Ik vermijd sociale situaties, heb regelmatig paniekaanvallen, slaap slecht, vertrouw niemand en ben continu angstig – ik ben zelfs gestopt met mijn therapie omdat ik mijn psycholoog niet vertrouwde.

    Iedere dag is voor mij een strijd om een normaal leven te leiden. Het voelt alsof ik mezelf opnieuw moet leren kennen.

    Toch wil ik mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt op het hart drukken niet te zwijgen. Ook al is de kans klein dat je zonder getuigen of bewijs kan aantonen dat de dader schuldig is, niks doen is nog altijd een slechtere optie. Al doe je het maar om te laten zien dat je nu wel voor jezelf durft op te komen. Deze hoorzitting was een van de moeilijkste momenten uit mijn leven – telkens moest ik me verdedigen, telkens moest ik zijn leugens bestrijden met feitelijkheden, wat ervoor zorgde dat ik vaak opnieuw twijfelde aan mezelf. Door dit proces wel aan te gaan, heb ik de macht over mezelf weer teruggegrepen.

    Er moet nog een hele hoop veranderen om seksueel geweld wettelijk en maatschappelijk gezien ‘erkend’ te krijgen. Het misbruik, de aanklacht en het verliezen van de hoorzitting speelden zich allemaal af voor #metoo, en het is idioot hoe er is gehandeld in mijn situatie. Maar sinds deze beweging wordt seksueel grensoverschrijdend gedrag in ieder geval serieus genomen, al is het maar uit angst dat het imago van een persoon, school of bedrijf wordt geschonden.

    Dankzij #metoo heb ik de moed gevonden om mijn verhaal alsnog te vertellen. Ik wil mezelf kenbaar maken en me aansluiten bij de duizenden andere vrouwen – en mannen – die te maken hebben gehad met seksueel misbruik, en die met hun verhalen pogingen blijven wagen om dit geweld te stoppen.

    * Tom is een gefingeerde naam

    Bron: Vice.com >>

    #244748
    Luka
    Moderator

    Nederlandse vrouwen vertellen over bazen en docenten die te ver gingen

    De werkvloer en het klaslokaal zijn vruchtbare plekken gebleken voor grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik.

    Er lijkt een internationale revolutie gaande in de wereld van seksueel geweld tegen vrouwen. De hashtag #metoo, waarmee vrouwen aangeven dat ze ervaring hebben met seksueel grensoverschrijdend gedrag – van intimidatie tot aanranding en zelfs verkrachting – domineert al een paar dagen Twitter, de praatprogramma’s op Nederlandse en internationale televisie, en het gesprek op de werkvloer.

    Die werkvloer is een vruchtbare plek gebleken voor verwerpelijk gedrag en machtsmisbruik, net als het klaslokaal van universiteiten en academies. In bijna alle sectoren zijn wel verhalen te vinden van (vooral) mannen die grenzen opzoeken en overgaan: van oneerbare voorstellen tot kruisgrijpen tot aanranding. Verwerpelijk is het sowieso, en in sommige gevallen gewoon hartstikke strafbaar. Maar de vraag ‘waar de grens dan precies ligt’ lijkt een vast onderdeel van het debat te zijn, net als het argument ‘of er dan niets meer mag’.

    Maar als je seksuele intimidatie of geweld overkomt, voel je precies waar die grens ligt – doordat-ie wordt overschreden. We spraken drie vrouwen die in de begindagen van hun carrière in de cultuursector (film, muziek en kunst) te maken kregen met bazen en docenten die (veel) te ver gingen en hun macht misbruikten.

    Iris*, 33, werkt in film- en televisiewereld
    Tijdens mijn studie liep ik stage bij een filmproducent. Van tevoren werd ik al gewaarschuwd, een vader van een vriendin kende deze man en zei dat ik uit moest kijken omdat de producent een ‘vrouwenverslinder’ zou zijn, iemand ‘die er wel van houdt’. Ik dacht: die man is 55, twee keer zo oud als ik, en hij is vader en getrouwd, dus deze waarschuwing geldt niet voor mij. Maar ik was dus wel direct op mijn hoede. Overdag was hij heel aardig en professioneel, maar als er alcohol in het spel was vermeed ik hem een beetje.

    Na afloop probeerde hij me plotseling te zoenen en zei hij: “Ik wil je al neuken sinds je voor het eerst bij ons kwam.”

    Na mijn stage kreeg ik vrij snel een baan, ergens anders, en hij nodigde me uit voor een première om dit te vieren. In de filmwereld zijn sowieso veel feestjes en daar wordt veel geflirt en gezoend, maar dat zijn mensen van dezelfde leeftijd of met een gelijke status. De producent vroeg nadat het feest was afgelopen of ik nog ergens wat wilde drinken, en ik ging daarop in, ook omdat ik veel met hem had samengewerkt en dat goed was gegaan.

    Toen we na afloop buiten stonden probeerde hij me plotseling te zoenen. Ik gaf aan dat ik niet wilde, en toen zei hij: “Ik wil je al neuken sinds je voor het eerst bij ons kwam.” Later die nacht stuurde hij nog twee berichtjes, of ik zeker wist dat ik niet wilde en of ik geen spijt had van mijn beslissing.

    Door deze gebeurtenis begon ik te twijfelen aan mijn competenties: had hij me alleen aangenomen omdat hij met me naar bed wilde? En ik begon te twijfelen aan mijn rol hierin: had ik het uitgelokt, bijvoorbeeld door nog wat met hem te gaan drinken? Waar ligt de grens van dit soort gedrag? Maar nu weet ik: dit doe je niet. De grofheid van het voorstel laat het ook zien, je bent niet iemand aan het versieren als je zegt dat je ‘iemand wil neuken vanaf het eerste moment’.

    De Nederlandse filmwereld is klein en ik wil het risico niet lopen dat het me kwalijk wordt genomen, daarom wil ik niet zeggen wie het is. Ook is het verneukeratief dat ik als vrouw twijfel aan mijn eigen verantwoordelijkheid van zijn gedrag, en dat ik denk: overdag is hij een aardige baas, hij is niet een slecht iemand, dus laat maar zitten. Het is natuurlijk geen aanranding, maar vanuit zijn machtspositie seksuele relaties aanknopen is net zo goed verwerpelijk.

    Eline*, 30, werkt in de klassieke-muziekwereld
    Door twee van mijn docenten heb ik persoonlijke ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het gebeurt veel in de wereld van klassieke muziek, maar de mannen wordt een hand boven het hoofd gehouden. Toen ik uiteindelijk de moed had om het aan de vertrouwenspersoon op mijn conservatorium te vertellen, zei zij: “Ja, dat is allemaal heel erg, maar wat wil je dat wij eraan doen? Wil je soms dat we hem ontslaan?”

    Het is een kleine wereld en voor je reputatie en carrière ben je afhankelijk van je leraar en hoe zo’n man met jou omgaat. Tijdens de opleiding loop je stage in een orkest, en het is de bedoeling dat je schnabbels krijgt aangeboden via hem. Er is dus zeker sprake van een machtsverhouding, en ik vraag me af of de mannen die hier misbruik van maken instinctief kiezen voor fragiele meisjes, waar ik er een van was.

    Deze man stond er al om bekend, maar bij mij is hij veel verder gegaan dan bij andere vrouwen.

    De sfeer in mijn groep was altijd dat ‘een drankje drinken met je leraar in de kroeg’ heel normaal was. Maar vanaf het moment dat ik 18 was, begon mijn bachelor-docent me een glas wijn aan te bieden na de les bij hem thuis. Ik vond het spannend: hij was iemand tegen wie ik opkeek, en deze man was geïnteresseerd in mij en wilde mij beter leren kennen. Hij heeft het heel sneaky gedaan, hij heeft me echt gegroomed [vertrouwen winnen van minderjarigen om er seks mee te kunnen hebben, red.]. Het werd steeds erger – op een gegeven moment was het zo dat hij tijdens de les zijn hand op de bank legde op de plek waar ik moest gaan zitten, waardoor ik dus óp zijn hand moest gaan zitten.

    Deze man stond er al om bekend, maar bij mij is hij veel verder gegaan dan bij andere vrouwen. Ik had al een laag zelfbeeld en was bang dat als ik hem zou afwijzen, dat ik hém daardoor zou vernederen en niet meer naar de les zou mogen komen. Daarom durfde ik niks te zeggen, ik durfde niet eens te bewegen. Toen het echt heel erg werd, had ik geen zelfrespect meer. Ik had het idee dat ik mijn hele studie vergooide en ik begon steeds slechter te spelen.

    Maar toen ik er uiteindelijk melding van maakte bij de school, gebeurde precies waar ik bang voor was: ze deden niks en bagatelliseerde mijn verhaal. Ik wil dit nu anoniem vertellen en ik wil geen aangifte doen, omdat ik niet dát meisje wil zijn. Ik wil niet dat andere vrouwen zeggen: ‘Maar zag je hoe kort haar rokje was, hoeveel wijn ze met hem dronk.’

    Ik heb mijn leraar er later op aangesproken, en zijn antwoord was: “Wat erg dat je het zo hebt ervaren, want ik vond het wél gezellig.” Ik vroeg hem of hij dan niet snapte dat hij boven mij stond en macht had, en dat ik daarom niets durfde te zeggen – toen beweerde hij dat hij mij als gelijke zag, wat natuurlijk onzin is. In een nieuw conservatorium-gebouw zijn alle muren van de klaslokalen van glas gemaakt – mij is ter ore gekomen dat dit mede is gedaan zodat docenten zich niet meer geborgen voelen en hun gang kunnen gaan.

    Ik weet dat ik me voor eeuwig bezoedeld voel, en beschaamd. En eigenlijk wil ik alleen maar dat hij doodgaat.

    Ik ben iemand die sowieso moeilijk grenzen aangeeft, maar dat zou niet moeten uitmaken: die man mag dit überhaupt niet doen. Natuurlijk vond ik het in het begin vleiend dat hij mij aantrekkelijk vond, dat vind ik van zo veel mannen – maar ik wilde natuurlijk niet dat hij aan me aan ging zitten. Ik weet nog steeds niet precies wat hij heeft aangericht met zijn gedrag en hoe dit mij heeft gevormd. Wel heb ik bij de volgende docent, die hetzelfde probeerde, veel sneller aangegeven dat hij moest stoppen. Ik weet wel dat ik me voor eeuwig bezoedeld voel, en beschaamd. En eigenlijk wil ik alleen maar dat hij doodgaat.

    Een ander meisje bij wie hij dit heeft gedaan heeft ook de schoolleiding erop aangesproken, en de enige consequentie is dat hij leerlingen nu niet meer thuis les mag geven. Hij heeft ook mijn zus geprobeerd te zoenen en een andere collega vertelde dat hij op de dansvloer een keer zijn hand in haar broek heeft gestopt. Waarom is deze man nog aan het werk?

    Xaviera*, 31, werkt in de kunstwereld
    Ik was net klaar met de kunstacademie. Dat is een periode waarin de vraag wat je erna gaat doen onderwerp van gesprek is. Heel gewild zijn de residenties aan de Rijksacademie, waar je een atelier, werkbudget en een stipendium krijgt. Maar ik was niet van plan om daar direct toelating voor te doen, omdat ik met alleen mijn bachelor op zak weinig kans maakte.

    Op een avond zat ik met een paar andere net afgestudeerden in een café, aan een grote ronde tafel. Aan de andere kant van de tafel zat een aantal docenten van onze voormalige opleiding, en schuin tegenover mij zat een van de afdelingshoofden. Onze groepjes waren niet met elkaar in gesprek, maar we kenden elkaar natuurlijk wel. Op een gegeven moment voelde ik iemand onder tafel telkens met zijn been tegen het mijne aan schuren. In eerste instantie dacht ik er niets van en schoof ik telkens een beetje op naar rechts. Maar het bleef doorgaan, want hij schoof steeds mee, mijn richting op. Nog steeds dacht ik er niet iets verkeerds van, ik dacht: hij is een man met lange benen, het gaat per ongeluk. Ook omdat ik dit zelf gewoon nooit zou doen: met iemand met wie je niet in gesprek bent onder tafel gaan voetje vrijen. Dat is gewoon gek en heel brutaal.

    Toen het gebeurde was ik nog best jong en bleu, maar nu weet ik dat dit er niet ‘gewoon bij hoort’.

    Het café ging dicht, en zoals het dan gaat sta je met z’n allen nog een beetje voor de deur afscheid te nemen. Toen kwam het afdelingshoofd naar me toe en sprak hij me aan. Hij vroeg of ik al wist wat ik wilde gaan doen, en of ik anders niet bij hem langs wilde komen wánt hij zat in de toelatingscommissie van de Rijksacademie. Ik zei hem dat ik daar nu geen toelating voor wilde doen en ben daarna vrij snel weggegaan. Achteraf heb ik er lang over nagedacht – hoe erg het is dat zo iemand dat zo ondoorzichtig inzet als machtsmiddel. Iedereen wil naar die vervolgopleiding, je krijgt er nota bene ook een dikke beurs voor.

    Ik heb er spijt van dat ik hem niet heb gevraagd wat hij precies bedoelde met zijn opmerking, en of hij dat zelf ook niet nogal onbehoorlijk vond. Hij heeft niet duidelijk uitgesproken dat hij er seks voor wilde, maar het wel geïnsinueerd: ‘je komt bij mij langs wánt ik zit in de commissie’. Tegenwoordig zit ik zelf regelmatig in de positie dat ik beslis over wie er op de kunstacademies waar ik lesgeef wordt toegelaten, en dat is een hele gevoelige en bevoorrechte plek. Ik doe er alles aan om te voorkomen dat ik me door vooroordelen laat leiden in zo’n toelatingsprocedure. Dat zo’n man zo’n mooie plek dan op deze manier misbruikt, dat is vreselijk.

    #Metoo vind ik een goed initiatief, maar eigenlijk vind ik #balancetonporc, waarbij je opgeroepen wordt om de naam van ‘het zwijn’ te noemen, nog beter. Toch durf ik het niet zo goed. Ik heb dit verhaal wel eens verteld aan mensen van mijn opleiding, en toen kwamen er wel meer geruchten over hem naar boven, over dat hij jonge studenten probeert te verleiden. Maar hij heeft een vrouw en jonge kinderen, en ik wil hem niet aan de schandpaal nagelen als ik niet heel zeker weet wat zijn bedoeling was.

    Toch vind ik het belangrijk om mijn verhaal te vertellen, omdat jonge vrouwen zich ook in dit schemergebied moeten kunnen uitspreken. Toen het gebeurde was ik nog best jong en bleu, maar nu weet ik dat dit er niet ‘gewoon bij hoort’. Het is sluw en kwalijk gedrag – mannen die dit doen maken het niet helemaal expliciet, waardoor ze niets strafbaars doen en waarschijnlijk wel best vaak krijgen wat ze willen. Zolang we niets zeggen, blijft het gewoon bestaan. Ik denk dat er ook veel mannen zijn die het niet doorhebben, en met #metoo creëer je in ieder geval bewustzijn. Ik denk dat er best veel mannen zijn geschrokken.

    *Alle namen zijn gefingeerd maar bekend bij de redactie

    Bron: Vice.com >>

    #245336
    Luka
    Moderator

    ZOEK HULP NA AANRANDING OF VERKRACHTING. JE BENT NIET ALLEEN!

    1 op de 8 vrouwen en 1 op de 25 mannen is slachtoffer van aanranding of verkrachting. Het Centrum Seksueel Geweld Groningen-Drenthe biedt 24/7 hulp. Claudia is slachtoffer van verkrachting en dankzij de hulp die zij kreeg kan ze verder met haar leven. Daarom deelt ze haar verhaal.

    Mijn naam is Claudia, ik ben een internationale student in Groningen. Begin 2019 ontmoette ik een jongen, waarvan ik dacht dat hij een goede vriend kon worden. Ik hielp hem met het vinden van een huis, net als iemand mij hielp toen ik in de stad kwam wonen. Geen van mijn vrienden mocht hem.

    Hij is arrogant, laat altijd onnodig zijn spieren zien en vertelt graag hoeveel vrouwen er geïnteresseerd in hem zijn. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat ook niet leuk vond, maar ik had medelijden met hem omdat hij geen vrienden had.

    Op een dag nodigde hij me uit bij hem thuis. Ik wilde eigenlijk niet gaan, want ik moest nog studeren en ik had onlangs een schaatsongeluk gehad, waardoor ik me niet goed kon bewegen. Maar hij stond erop dat ik langskwam en beloofde dat we samen zouden werken en eten. Ik ben niet goed in ‘nee’ zeggen, dus ik pakte mijn laptop en ging.

    Zodra ik bij hem aan kwam, bood hij me een nekmassage aan. Omdat het alleen mijn nek was, zag ik niet in waarom niet. Hij vroeg me op bed te gaan liggen en mijn schoenen uit te doen. Ik zei dat het ook wel in de stoel kon, maar hij stond erop dat ik ging liggen. Toen drukte hij met één hand mijn gezicht in het kussen en met zijn andere hand trok hij mijn rok, legging en ondergoed naar beneden. Hij verkrachtte me zeven keer. Ik wil niet in detail vertellen over de blauwe plekken die ik had op mijn rug, de bijtplekken op mijn benen, het bloed, of hoeveel pijn het deed om te fietsen en te lopen de volgende dag. Ik wil vertellen over de andere consequenties, want fysieke littekens verdwijnen.

    De dagen erna lag ik huilend op de vloer, niet in staat om met iemand te praten. Ik kon me niet meer focussen op mijn werk of studie, was doodsbang dat ik een SOA zou hebben. En omdat hij weet waar ik woon, was ik iedere keer als ik mijn fiets wegzette zo bang: ik voelde me gevolgd, geobserveerd, kleiner dan ik werkelijk ben: powerless.

    Ik heb mijn verhaal aan weinig mensen verteld. Ik dacht dat ze mij niet zouden geloven, want om eerlijk te zijn: wie is nou zo stom om iemand als hem te vertrouwen? Om zijn kamer in te gaan en nog steeds vertrouwen te hebben, ondanks alle signalen? Nou ik was dat, en waarschijnlijk ben ik dat nog steeds… Ik ben opgegroeid met liefde en ik vertrouw mensen makkelijk.

    Ik ben blij dat ik mijn beste vriendin mijn verhaal toevertrouwde. Zij was er voor mij en nam contact op met het Centrum Seksueel Geweld, want ik kon dat niet zelf. Ik kreeg medische en psychologische hulp. Ik ben zo dankbaar dat, na de eerste shock, toen ik eindelijk kon reflecteren op wat er gebeurd was, ik zoveel hulp en steun kreeg. Ik realiseerde me dat ik mezelf niet de schuld moet geven door te denken dat ik ‘stom’ ben geweest of ‘te veel vertrouwen’ heb.

    Ik ben een slachtoffer van verkrachting, maar ik ben niet alleen. En ik weiger om mijn leven als slachtoffer te leven. Als ik één advies aan andere slachtoffers mag geven: ‘Ga op zoek naar hulp, je bent niet alleen.’

    Bron: Studentenkrant.net

    #245740
    Mark
    Moderator

    In vertrouwen: ‘Mijn ex dwong mij tot ruwe sex’

    Seksueel geweld in relaties is een vorm van partnergeweld.

    Het ex-vriendje van Roos (31) dwong haar tot seksuele handelingen die zij verschrikkelijk vond, ondanks dat zij hem smeekte te stoppen. Dat geweld trok haar leven overhoop.

    Relatie
    Ik was achttien toen ik een relatie kreeg met Mart. Ik kende hem sinds mijn zestiende; we hadden toen eens een keer gezoend, maar ik vond hem een beetje een creep, dus ik heb het toen bij die ene keer zoenen gelaten. Op mijn achttiende zag ik hem weer. In mijn stamkroeg, in mijn geboortedorp waar ik alleen nog in de weekenden kwam. Doordeweeks woonde ik op kamers aan de andere kant van het land. Mijn verkering was net uit. Dat wist de hele community daar. En Mart dus ook. Hij zocht die avond toenadering en we begonnen wat te flirten. Halverwege de avond vroeg hij of ik zin had om met hem mee te gaan, ergens een pizzaatje halen. We sprongen samen op één fiets en reden zo door de straten. De pizzeria was al gesloten. Achteraf vertelde Mart me dat hij dat al wist en dat hij op deze manier hoopte mij bij hem thuis te krijgen. Dat lukte, ik ging met hem mee. We gingen naar zijn slaapkamer en begonnen te vrijen. Tijdens die eerste vrijpartij gebeurden er al dingen die ik niet prettig vond: Mart bracht zijn hand steeds naar mijn billen en anus. Ik duwde telkens zijn hand weg, maar na een tijdje zei hij: ‘Shhh… laat het maar gebeuren,’ en ging hij door. Ik bevroor onder zijn aanrakingen. Ik nam me voor dat het bij deze onenightstand zou blijven.

    We hielden wel contact, via MSN. Hij vroeg of ik er spijt van had dat ik met hem naar bed was geweest. Ik zei van niet, maar zei wel meteen dat het niet nog een keer zou gebeuren, waarop hij allerlei zielige emoticons stuurde en vroeg of ik nog wel een keer met hem uit eten wilde. Dat deed ik en zo kreeg ik toch een relatie met Mart. Ik had gevoelens voor hem. Ik kreeg met de tijd meer gevoelens voor Mart. We konden leuk praten samen, hadden dezelfde humor en deelde de liefde voor muziek. Zo kregen we een relatie. Achteraf gezien, denk ik dat ik zo niet heel bewust voor Mart heb gekozen, ik was 18 en ben er een beetje ingerold. Zo van, we zien het wel. Maar er was zeker een bepaalde chemie tussen ons.

    Twee meter kracht
    Mart was 23. In de weekenden en vakanties logeerde ik vaak bij hem. Onze vrijpartijen begonnen altijd op dezelfde manier: we lagen in bed televisie te kijken of te praten en opeens sprong hij dan boven op me en begon hij me overal aan te raken en te kussen. Het was zo overweldigend. Ik kreeg zo weinig lucht en ruimte dat ik amper kon ademhalen. Instinctief probeerde ik hem met handen, voeten en knieën van me af te duwen, maar hij zette steevast door, hoezeer ik ook tegenstribbelde. Mart was sterk en bijna twee meter lang, ik kon niet tegen hem op. Er klonk dan een stemmetje in mij dat zei: ‘Laat hem zijn gang maar gaan, des te sneller ben je er vanaf.’ En ik liet hem toe, hoewel het veel te heftig, te intimiderend voor mij was en hij steeds verder over mijn grenzen ging. Ik wilde heus graag sex met Mart, maar dan wel op een manier die ook voor mij goed voelde. Het klopte toch ook niet dat hij totaal niet naar mij luisterde of polste of dingen voor mij ook fijn waren? Of lag het aan mij? Gek genoeg legde ik de schuld nooit bij hem. Ik dacht oprecht dat het allemaal aan mij lag en dat ik het kon oplossen door anders te reageren. Soms bedacht ik op de fiets naar hem toe al dat het heel redelijk was als ik zou zeggen dat ik een keertje geen sex wilde hebben. Dan schoor ik mijn bikinilijn opzettelijk niet, zodat ik mezelf minder aantrekkelijk zou vinden en hopelijk meer weerstand kon bieden aan zijn pogingen me over te halen Maar Mart was nooit te stoppen en mijn nee’s werden totaal niet gerespecteerd.

    “Ik ging vaak uit tijdens de sex, net of ik er niet bij was”
    Na verloop van tijd merkte ik dat ik steeds vaker ‘uit’ ging tijdens de sex, met name als hij dingen bij mij deed die ik pijnlijk vond of eng. Zo vond hij het opwindend om mij te vingeren, maar dan wel met meerdere vingers tegelijk, het liefst zo veel mogelijk. Ook als het eigenlijk niet ging of paste. Hiermee deed hij me echt pijn, dat zag en wist hij, en toch ging hij door. Hij deed het veel te hard en te diep. Ik voelde pijnscheuten in mijn vagina, maar durfde niks te zeggen omdat ik me daarvoor schaamde. Dit was zogenaamd om mij te bevredigen en ik vond het als 18-jarige nog moeilijk om te zeggen op welke manier ik dat wilde. Hij bleef ook erg gefixeerd op anale sex. Ondanks dat ik zijn handen meerdere keren weg duwde, ging hij met zijn vingers naar en in mijn anus. Hij bleef hier zo op aandringen, dat ik uiteindelijk opgaf, met als gevolg dat hij me op allerlei plekken aan het ‘bevredigen’ was, en ik alleen maar pijn had. Ik kon die situatie niet aan. Vanuit het lichamelijke oerinstinct, om te overleven, kwam mijn lichaam in een freeze stand. Ik tunede als het ware uit, dissocieerde zelfs. Alsof ik er niet bij was en alles een zwarte waas werd. Als ik ‘bijkwam’ uit die zwarte waas focuste ik op leuke dingen, op zaken die in het verschiet lagen, op wat ik die dag verder nog allemaal zou gaan doen. Kennelijk was dit mijn escape, omdat het allemaal te heftig voor me was. De dingen die hij bij mij deed en die ik als zeer onplezierig heb ervaren, vind ik ook nu nog moeilijk om te benoemen, maar ik doe het toch, zodat het hopelijk anderen vrouwen sterkt in hun besef dat pijn of weerstand of iets gewoon niet willen altijd reden genoeg zijn om te zeggen: ‘Dit niet.’ En dat het heel normaal is dat je partner dan naar je luistert, en je je nooit schuldig hoeft te voelen als je ergens niet voor in bent.

    Wurgseks
    Een keer werd het extra eng, toen hij tijdens de sex mijn keel dichtkneep en ik amper lucht kreeg. Ik ben zelfs echt even helemaal weggeweest. Naderhand vroeg hij: ‘En wat vond je ervan dat ik je keeltje dichtkneep?’ Het gekke is dat ik me pas weer herinnerde dat hij dat gedaan had, toen hij me die vraag de volgende ochtend stelde. Zover heen was ik. Doordat ik me dit zo slecht kon herinneren, kon ik geen antwoord geven op zijn vraag. Het was heel verwarrend. Ik weet nog dat ik hem gevraagd heb waarom hij altijd maar doorging tijdens de sex, ook als aangaf dat ik iets niet wilde.

    “Wat vond je ervan dat ik je keeltje dichtkneep?”
    Uit dagboekfragmenten uit die tijd blijkt dat ik hem wel gevraagd heb waarom hij altijd doorging, zelfs als ik aangaf iets niet te willen. Zijn antwoord was: ‘Omdat je je verzet uiteindelijk toch altijd opgeeft.’ Hij had er duidelijk schik in om dit machtspelletje met mij te spelen. Veel van de dingen die hij in bed met mij deed, gaven hem ook niet direct lichamelijk genot, toch genoot hij ervan. Hij had zeker sadistische trekken.

    Nooit goed genoeg
    Het lijkt nu misschien alsof onze relatie enkel kommer en kwel was, maar dat was niet zo. We konden samen enorm lachen, speelden allebei in een band en deelden die passie voor muziek. Ik voelde zeker wat voor hem. Toch was het duidelijk dat hij weinig om mij gaf. Zo liet hij me bijvoorbeeld gerust alleen door een stuk donker bos fietsen. Ook zei hij dat ik een borstvergroting moest nemen en dat mijn zangstem niet goed genoeg was. Hij vergeleek me voortdurend met zijn ex, zijn grote liefde, en ik kwam er slecht vanaf. Door de manier waarop hij me behandelde, voelde ik me eigenlijk nooit goed genoeg.

    “Ik ging alles vanuit zijn perspectief bekijken”
    Je vraagt je misschien af waarom ik bij hem ben gebleven. Ik denk aan de ene kant dat onze relatie stand hield omdat ik er met niemand over sprak, niemand in mijn omgeving wist hoe hij mij behandelde en hoe vreemd hij zich soms gedroeg. Het was iets van ons tweeën, dat schepte een soort verbond. Daarnaast, en dat is lastig uitleggen, waren mijn gevoelens bij hem zo rauw en heftig, dat ik me daarin met hem verbonden voelde, Ik ging alles vanuit zijn perspectief bekijken, kreeg zelfs empathie voor hem. Heel vaak dacht ik: als ik dit niet toelaat, ontneem ik hem zijn genot. En ik was er heel sterk in gaan geloven dat zijn genot het allerbelangrijkst was. Mijn veiligheid hing daarvan af. Dingen vanuit zijn oogpunt bekijken voelde van levensbelang. Ik had niet door dat het voor mij zo destructief was en dat het bijzonder traumatisch kan zijn als iemand constant over je grenzen heen gaat. De reden waarom ik er destijds niet aan onderdoor ben gegaan, is omdat ik alles wegstopte en doordeweeks in mijn studentenstad afstand van hem nam en me met mijn studie bezighield. Dan was dit probleem er gewoon niet.

    Smeekbedes
    Mart bleef aandringen op anale sex. Hij wilde dat echt een keer proberen. Ik gaf hem zijn zin. Zonder glijmiddel of enige voorbereiding probeerde hij me te penetreren, waarop ik wanhopig zei dat het niet ging en dat het te veel pijn deed. Hij zei dat ik me meer moest ontspannen en ging gewoon door. Hij drong bij me binnen. Ik schreeuwde zonder geluid. Ik wilde dit niet. Ik smeekte hem te stoppen. Het deed hem niks. Op een of andere manier heb ik hem toch van me af weten te duwen en ervoor gezorgd dat hij ‘gewoon’ verder ging, vaginaal dus. Toen het hele drama voorbij was, merkten we dat het condoom gescheurd was. Daar schrok ik enorm van, omdat het bevestigde dat er iets was gebeurd dat niet had mogen gebeuren. Iemand anaal penetreren zonder glijmiddel kan helemaal niet, daarmee breng je iemand lichamelijk schade toe! Waarom was hij niet zuiniger met mij omgesprongen? Ik ging meteen naar de wc, durfde niks van mezelf ‘daar’ aan te raken. Ik voelde me enorm vies en wist niet wat ik moest doen om mezelf weer schoon te krijgen. Ik moest heel erg huilen. Het voelde alsof hij me verkracht had.

    “Hij kwam niet eens even checken of ik wel oké was”
    Op een gegeven moment werd ik bang dat hij zich zorgen zou maken over mij, dus raapte ik mezelf bij elkaar. Eenmaal weer op de kamer zag ik dat Mart vredig lag te slapen. Ook dat kwam hard aan, dat hij niet eens even wilde checken of ik wel oké was. Ik kon het niet opbrengen om naast hem te slapen, dus ging ik op een ander bed in de kamer liggen en huilde mezelf in slaap. De volgende ochtend zag Mart dat ik niet naast hem lag. Hij zette zijn zieligste stemmetje op en vroeg verbaasd waarom ik niet bij hem in bed lag, alsof ik hem iets had aangedaan, in plaats van andersom. Ik stond op en liep naar zijn bed om weer naast hem te gaan liggen. Zo veel macht had hij over mij. Ik deed wat hij wilde. Het was zijn schuld niet… Ik dacht opnieuw dat ik fout zat, niet hij.

    Anale verkrachting
    Na dit voorval heb ik hulp gezocht op een online forum waar ik over de anale verkrachting vertelde, in de hoop wat steun of advies te krijgen. Maar in plaats van support of medeleven kreeg ik als reactie dat ik dom was geweest. Ik had van de wisseling van anale sex naar vaginale sex ook nog een infectie opgelopen. Volgens de meiden die dit lazen, was dat mijn eigen schuld, ik had echt beter moeten weten. Zij vonden bovendien dat ik Mart ten onrechte van verkrachting beschuldigde. Ik had toch zelf ‘a’ gezegd. Door deze reacties werden mijn gevoelens van schuld en schaamte alleen nog maar groter. Ik kon met mijn verhaal bij niemand terecht. Hierdoor kwam ik nog meer in een isolement en kreeg ik nog meer het idee dat het aan mij lag.

    Na tien maanden verkering trok Mart de stekker uit onze relatie. Hij was niet meer verliefd, zei hij. Ik ben tot op de dag van vandaag blij dat hij dat gedaan heeft. Ik had die beslissing waarschijnlijk niet snel genomen. Sterker nog, ik had zelfs liefdesverdriet van onze breuk, ook al klinkt dat gek.

    Therapie
    Na een poosje kreeg ik een nieuwe relatie, met mijn huidige vriendin (ik ben biseksueel). Het viel haar al snel op dat ik moeite had met intimiteit en erg moest huilen en raar reageerde als ik haar wilde vertellen dat ik een keertje geen zin in seks had, omdat ik bijvoorbeeld moe was of niet lekker. Ik was er zo aan gewend geraakt hem altijd zijn zin te geven, dat ik al dat geven heel gewoon was gaan vinden. Een vanzelfsprekendheid naar de ander, die ik van mezelf verwachtte. Er kwam een moment waarop ik voor de eerste keer met haar praatte over mijn meest traumatische ervaring. Door niet langer te zwijgen was de geest uit de fles en werd het in mijn hoofd een grote wirwar, een eindeloze film waarin ik alles herbeleefde. Er ontstonden hele discussies in mijn hoofd. Waarom had ik me niet meer verzet? Waarom had ik dit toegelaten? Wat was mijn eigen aandeel geweest? En wat als ik mijn verhaal met anderen zou delen, dan zouden zij toch ook op z’n minst antwoord willen op die waaromvragen? Ik was mensen toch een verklaring schuldig? Ik moest toch kunnen uitleggen hoe het zat? Ik kreeg de hele situatie maar niet scherp in mijn hoofd en belandde in een depressie.

    Na veel zelfonderzoek en met behulp van verschillende therapieën ben ik gaan begrijpen wat er lichamelijk en emotioneel allemaal met me gebeurd was. Dat ik bepaalde escapes had ontwikkeld omdat ik niet met de situatie om kon gaan, en dat het makkelijker was te denken dat het aan mij lag dan toe te geven dat ik een partner had die continu zijn zin doordrukte. Ik heb antwoorden gevonden op vragen als: waarom ben ik niet weggelopen? Waarom heeft dit tien maanden voortgeduurd? Waarom heb ik hem zijn gang laten gaan? Ik kan eindelijk tegen mezelf zeggen dat het nooit mijn schuld geweest is. Ik heb gedaan wat ik kon, want als ik destijds anders of beter had gekund, had ik dat zeker niet nagelaten. Hij was fout, niet ik.

    Hulp nodig?
    Sinds 1 april 2019 is er een nieuw online platform voor vrouwen die te maken hebben met partnergeweld: safewomen.nl. Ongeveer een op de drie vrouwen maakt partnergeweld mee; seksueel geweld in relaties is een vorm van partnergeweld. Vaak is het ontzettend moeilijk om daar met iemand over te praten of hulp te zoeken. Bijvoorbeeld door schaamte, door angst voor de gevolgen, omdat vrouwen niet weten dat ze met partnergeweld te maken hebben of omdat ze niet weten waar ze terecht kunnen voor hulp. SAFE biedt met de website een laagdrempelige plek voor vrouwen om anoniem en op eigen tempo uit te zoeken in welke situatie ze precies zitten en welke hulpopties er zijn. De website is ontwikkeld met hulp van ervaringsdeskundige, vrouwen die zelf partnergeweld hebben meegemaakt.

    Wil je meer weten over SAFE? Kijk op http://www.safewomen.nl of mail naar safe.elg@radboudumc.nl. SAFE is een initiatief van de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc (met subsidie van ZonMw). Je kunt ook terecht bij het Centrum Seksueel Geweld als je met seksueel geweld te maken hebt of hebt gehad, of dit nu in een relatie is of niet.

    Bron: marieclaire.nl

    #245934
    Skye
    Moderator

    Rebecca’s verhaal

    DEPRESSIEF… maar waarom eigenlijk?


    Gedrogeerd & misbruikt


    18 jaar & zwanger na misbruik

    #246086
    Lucky1959
    Lid LSG

    SEKSUELE VERWAARLOZING EVENZEER EEN PROBLEEM ALS MISBRUIK

    Maarten Ghysels is enerzijds psychiater, relatietherapeut en seksuoloog, maar anderzijds ook lichaamsgericht psychotherapeut en seksueel psychotherapeut. Hij is een van de sprekers op het jaarlijks congres over seksueel geweld, waarvan Blik op Hulp mediapartner is. Hij waardeert naar eigen zeggen de waarde van zowel de klassieke als de meer holistische benadering van hulpverlening. “Het zijn twee volwaardige vakgebieden die veel aan elkaar te geven en van elkaar te leren hebben. Helaas is er een kloof tussen beide kennisgebieden. Dat zorgt ervoor dat in de klassieke hulpverlening een aantal aspecten rond seksueel geweld onderbelicht blijven”. In dit exclusieve interview legt hij uit welke zaken dat zijn en hoe je er in de hulpverleningspraktijk mee om kunt gaan.

    SCHRIKKEND LICHAAM
    Bij elk geweld schrikt ons lichaam, maar zeker bij seksueel geweld. Uit onderzoek blijkt dat hoe jonger dit gebeurt, hoe groter de schade. Ghysels: “Het lichaam trekt samen, krimpt in elkaar, we houden onze adem in. Als we niet kunnen vechten of vluchten, treedt er een bevriezingsreactie op. Als de dreiging blijft – en dat is praktisch altijd het geval bij seksueel geweld, omdat de macht van de dader bezit van ons heeft genomen – dan blijven we in deze stresstoestand verder leven. Zonder dat we dat beseffen. Onze weefsels blijven gespannen en verkrampt en we ademen niet meer in het gebied waarin onze integriteit geschonden is. Onze buik en onderbuik is gespannen of leeg en onze onderrug zit op slot. Eigenlijk is ons bekken dan één groot bekkenpantser. Deze samengedrukte toestand is terug te vinden tot op celnivo”.

    ADEMHALING
    Een herstel van het seksueel misbruik is volgens Ghysels pas compleet als ook de weefselschade hersteld is. “Daar bedoel ik mee: als het slachtoffer opnieuw volop tot in zijn bekken ademt, als er geen verkrampingen meer in zijn bekken zijn en daar weer een vrije stroming is. Ik heb vele slachtoffers van seksueel geweld begeleid die vertelden dat ze hun misbruik verwerkt hadden. Maar aan de manier van ademen, aan hun gespannenheid in hun lichaam en vooral hun bekken werd duidelijk, dat dit misbruik slechts ten dele verwerkt was. Vaak kwamen ze naar mij omdat ze zich niet volwaardig seksueel voelden. Dat kan ook niet zolang de weefsels niet hersteld zijn.

    HECHTINGSTHEORIE
    De deskundigheid van Ghysels richt zich de laatste jaren vooral op het gebied van de vroegtijdige seksuele ontwikkeling. Deze blijkt als onderbouw van ons volwassen liefdesleven veel belangrijker dan mensen in de regel denken. Ghysels legt uit: “De hechtingstheorie heeft het verband al gelegd tussen hechting in de prille kinderjaren en hechting in volwassen intieme relaties. Maar dit verband is veel omvattender en dat beschrijf ik in mijn werk. In die vroegtijdige ontwikkeling, dus vanaf de geboorte tot zes jaar, vindt heel veel seksueel misbruik plaats. Het overgrote deel van dit misbruik wordt niet als misbruik gezien. Dat heeft natuurlijk ook met de definitie te maken. Voor mij is seksueel misbruik elke vorm van grensoverschrijdend gedrag dat de seksuele integriteit van het kleine kind schendt. De gezonde seksuele ontwikkeling wordt beschadigd. Dit is een bredere kijk dan de bekende manier van kijken in de maatschappij en de hulpverlening”.

    VERLANGENS, ANGSTEN EN AFKEER
    “De grens naar de gezonde ontwikkeling van het kind wordt zowel overschreden door de prille seksuele ontwikkeling van het kindje te overspoelen met volwassen verlangens als door het te overspoelen met volwassen angsten en afkeer”, gaat Ghysels verder. “Om dat goed te kunnen plaatsen hebben we een nieuw begripskader nodig: de juiste seksuele spiegel. Voor een gezonde ontwikkeling heeft een kind een juiste seksuele spiegeling nodig, in elke fase van zijn kinderlijke ontwikkeling. Een juiste seksuele spiegeling ligt in het midden tussen twee uitersten: seksueel misbruik aan de ene kant en seksuele verwaarlozing aan de andere”.

    SPIEGELING
    Van een juiste spiegeling is volgens de Vlaamse psychiater sprake als een klein kindje uitreikt met zijn seksuele gevoelens, het recht heeft om daar welkom mee te zijn, bij ouders die hem daarin zien en verwelkomen. “Hij heeft ouders nodig die hem zien in zijn prille seksuele gevoelens en niet door de ogen van volwassenen die naar zijn seksueel uitreiken kijken. Dit is voor vele ouders niet zo gemakkelijk. In vele aspecten in de opvoeding kijken ze met volwassen ogen, in plaats van zich te verplaatsen in de leefwereld van een kindje”.

    MISBRUIK
    “Wanneer een klein kindje met zijn seksuele gevoelens uitreikt en een ouder vermengt dit met zijn volwassen begeerte dan is dit een ernstige vorm van seksueel misbruik”, vervolgt Ghysels. “Deze seksuele begeerte is veel te heftig en te groot voor een kind. Het voelt zich overspoeld door volwassen gevoelens. Het verstijft en verlamt en geeft ernstige weefselschade in het geslacht zelf, maar ook rondom in de botten en spieren. Ook alle bekkenbodemspieren, de spieren in de onderrug en de onderbuik. Een dergelijke situatie is meestal zo heftig dat het kindje gedwongen wordt niet meer in zijn bekken en zijn gevoelens aanwezig te blijven. Vaak zien we dan dat een kind naar zijn hoofd of zelfs buiten zijn lichaam vlucht. We hebben het dan over de bekende vorm van seksueel misbruik”.

    AFKEER
    Volgens Ghysels is er echter ook een minder bekende vorm van misbruik: misbruik door volwassen afkeer. “Deze zelfde schade treedt ook op als een ouder niet zijn seksuele begeerte, maar zijn afkeer, walging en angst vermengt met de leefwereld en het uitreiken van het kleine kindje. De afkeer die het kindje voelt in de ogen van deze ouder of in zijn aanraking dringt heel diep in zijn weefsels binnen. Dit is een zeer penetrerende energie die op dezelfde manier schade aan de weefsels geeft. We kennen allemaal het gezegde, een blik kan doden, wel dit is hier het geval. De blik van Medusa veranderde omstaanders in steen. Een klein kindje versteent in zijn weefsels als een ouder zo kijkt of met die zelfde energie aanraakt”.

    OVEREENKOMSTEN
    “Ik heb de kans gehad om clienten te begeleiden met beide vormen van misbruik en heb heel grote overeenkomsten gezien. Deze vorm van seksueel misbruik blijft buiten het aandachtsveld van de hulpverlening en media. Het is verborgen seksueel misbruik. Alleen in de seksuele lichaamspyschotherapie wordt er op deze manier aandacht aan gegeven. Zowel een kind misbruiken door seksuele begeerte als door seksuele afkeer is seksueel misbruik”, aldus Ghysels.

    VERWAARLOZING
    Van seksuele verwaarlozing is sprake als ouders het seksuele uitreiken van het jonge kind totaal negeren. “En dat is iets dat in deze tijd steeds meer voorkomt”, stelt Ghysels vast. “Vele jonge ouders zijn bang dat hun kindje op de kleuterklas zou vertellen dat een ouder met hun penisje of spleetje is bezig geweest. Om dit te voorkomen, raken ze het geslacht van hun kindje nog amper aan. Ze denken dat ze op deze manier geen schade geven. Maar het tegendeel is waar. Het kindje dat in zijn seksueel uitreiken zich genegeerd voelt, gaat zich ook onzeker voelen, zich schuldig voelen en schamen. Zijn weefsels gaan zich ook samentrekken. Dat gebeurt ook bij ons als volwassene als we ons genegeerd voelen. We trekken samen, verstijven en worden onzeker. Hier maak ik me heel veel zorgen over. We beseffen collectief nog niet hoeveel schade dit geeft. Het is heel belangrijk dat ouders dit weten en dat ook hulpverleners die weten.

    VLAGGENSYSTEEM
    De juiste seksuele spiegel ligt volgens Ghysels in het midden tussen de beide uitersten van seksueel misbruik en seksuele verwaarlozing. Instanties als Sensoa hebben een vlaggensysteem voor ouders en scholen ontwikkeld waarbij ze interacties als gezond, gevaarlijk en schadelijk benoemen. “Een zeer goede stap in de goede richting”, stelt Ghysels. “Maar natuurlijk is een juiste seksuele spiegel voor elke maatschappij en cultuur verschillend”.

    GROTER KADER
    Maar hoe kun je als hulpverlener dan de kwaliteit van zorg voor plegers en slachtoffers van seksueel geweld zo goed mogelijk bieden? “Daar kan ik geen universeel antwoord op geven, want elke vorm van hulpverlening heeft zijn eigen grenzen en beperkingen. Maar wat wel goed is om voor ogen te houden is dat je als hulpverlener over het algemeen met een cliënt te maken hebt waar je je aandacht op richt. Je biedt hulp aan een slachtoffer van seksueel geweld of aan een dader van seksueel geweld. Maar het is belangrijk dat je het grotere kader ook blijft zien. Het is bekend dat elk trauma dat de vorige generatie niet geheeld heeft, nagenoeg automatisch overgaat op de volgende generatie. Dit geldt ook zeker voor seksueel trauma”.

    HERHALING
    In zijn boek Traumaseksualiteit beschrijft Peter John Schouten hoe slachtoffers van seksueel geweld vanaf het moment dat het geweld plaatsvond, handelen vanuit de macht van de dader. Ghysels: “Die macht blijft tot de wond van het geweld helemaal geheeld is. Ik wil elke hulpverlener dit boek aanraden ook al is het geschreven voor mannen die slachtoffer zijn van mannen of van vrouwen. Hij beschrijft ook hoe het seksueel geweld zich herhaalt. Het is bekend dat het domein waarin het trauma zich heeft voorgedaan, ook het domein is waarin slachtoffers heling zoeken. Daarin zijn ze immers gebroken. Bij seksueel misbruik door te heftig verlangen of afkeer, is het slachtoffer zichzelf kwijt geraakt via zijn seksualiteit. Hij zal naar seksuele wegen zoeken, maar heeft daar geen volwassen vermogens toe. Omdat hij zo beschadigd is, zal hij ofwel in herhaling vallen als slachtoffer ofwel dader worden. Om zichzelf te helen wordt hij grensoverschrijdend naar anderen waar hij macht over heeft. Helaas zijn kleine kinderen daarbij een zeer gemakkelijk slachtoffer.

    CIRKEL
    Door het begrip seksueel misbruik uit te breiden tot misbruik vanuit begeerte of vanuit afkeer wordt de dader-slachtoffer cirkel ook meer zichtbaar. “Een slachtoffer kan dader worden door zijn lust te vermengen met de prille ontwikkeling van het kind”, stelt Ghysels. “Of door met afschuw en afkeer het geslacht van zijn eigen kind aan te raken, vaak het kind met het tegenovergestelde geslacht, het geslacht van de eigen misbruiker. Bij niet verwerkt misbruik tot op weefselniveau kan dit laatste gemakkelijk gebeuren. Op deze manier zien we dat een slachtoffer op zijn of haar beurt dader kan worden. Ik denk dat het heel belangrijk is dat er aan de dader slachtoffer cirkel meer zorg en aandacht wordt gegeven zonder een vorm van veroordeling”.

    VERWACHTINGEN VAN DE HULPVERLENING
    Slachtoffers van seksueel misbruik verwachten dat ze zich veilig voelen in de relatie met hun hulpverlener. Ghysels: “Ze willen zich gezien voelen in alle aspecten van hun mens-zijn en niet dat ze gediagnosticeerd worden in een bepaalde categorie die hun problemen maar gedeeltelijk ziet. Tegelijk hebben deze mensen geen enkele reden om hulpverleners te vertrouwen. Ze zijn immers juist in een vertrouwensrelatie misbruikt. Daarnaast hebben ze ook allerlei andere dingen in hun leven meegemaakt. Ze zijn dan ook veel meer dan alleen slachtoffer van seksueel geweld. Op het congres over seksueel geweld zal hij uitvoeriger op al deze thema’s ingaan.

    Drs. Maarten Ghysels
    Maarten Ghysels spreekt op het jaarlijks congres over seksueel geweld. Hij is psychiater, relatietherapeut en seksuoloog. Hij werkt ook als lichaamsgericht psychotherapeut en sexual-grounding therapeut (seksueel lichaamspsycho-therapeut). Hij is onder meer schrijver van “De vroegkinderlijke seksuele ontwikkeling en haar invloed op ons volwassen liefdesleven”. Ook schreef hij diverse andere boeken, studie bundels en artikelen in kranten en tijdschriften.

    Bron: blikophulp.nl

    #246125
    Mark
    Moderator

    Misbruik verwoestte het gelukkige leven van Gabi (19): ‘Ik dacht echt, ik kom hier nooit levend uit’

    Twintig keer is Gabi (19) opgenomen geweest vanwege haar trauma’s, depressie en eetstoornis. Ze heeft drie klinieken van binnen gezien. Ze zat dagen in een isoleercel. “Ik dacht: nu ben ik definitief gek geworden.” Maar nu vertelt ze haar verhaal. Over vallen, doorgaan, vallen en doorgaan.

    Er is een oude Gabi en een nieuwe Gabi. De oude Gabi was een wat ze zelf noemt ‘meisje-meisje’. Jurken, rokjes, spontaan, sociaal, enthousiast. De nieuwe Gabi draagt broeken, grote truien en is stil, rustig, onzeker zelfs. Doet alles om maar niet op te vallen. “Ik wil onzichtbaar zijn voor de mensen die me pijn kunnen doen.”

    Nooit alleen
    Gabi Schulenberg (19) vertelt haar verhaal aan de keukentafel in het Brabantse Zevenbergen, in het huis waar ze werd geboren en nu nog steeds met haar ouders en broertje woont. Het is koud buiten, maar de zon schijnt. Ze is vandaag even naar buiten geweest.

    “En dat ging goed”, zegt ze, “dankzij hem.” Ze wijst naar haar bruin-witte hondje dat kwispelend aan haar voeten ligt. Mellow heet-ie. Mellow maakt haar leven weer ‘een beetje leefbaar’. “Hij laat me nooit alleen. Zelfs niet als ik naar de wc ga.”

    Gelukkig
    “Mijn ellende begon toen ik tien was. Daarvoor was alles goed.” Ze komt uit een ‘warm nest’, heeft een leuk broertje, lieve ouders, had op de basisschool altijd vriendinnetjes. Of ze gelukkig was? “Ja”, zegt ze. “Ik was echt heel gelukkig. Als ik er nu aan terugdenk, denk ik: what the fúck is er allemaal gebeurd, daarna?”

    Er heel erg over uitweiden wil Gabi niet – want het is een onderwerp waarover ze niet graag praat, en ze denkt bovendien dat mensen er ook niet graag over willen lezen. In het kort: Gabi is langere tijd seksueel misbruikt. Door wie, waarom en hoe, dat doet er niet toe voor dit verhaal, vindt ze.

    “Ik wil vooral vertellen wat het met me heeft gedaan. En hoe belangrijk goede hulp is voor mensen zoals ik.”

    Zelfverkozen stilte
    De 10-jarige Gabi voelde: wat hier gebeurt, is niet goed. “Ik had donders goed door dat het niet hoorde, maar ik schaamde me en dacht dat het misbruik door mij kwam. Er was een stemmetje dat tegen me zei: ‘Ja, Gabi, jíj hebt het laten gebeuren’.”

    Die zelfverkozen stilte was niet goed, zegt Gabi nu. Doordat ze niet over haar problemen sprak, haar verdriet en woede niet kon uiten, implodeerde ze. “Ik richtte al mijn gevoel naar binnen toe. Ik werd onzeker, voelde me kwetsbaar.”

    Gezicht in de wc
    Toen ze naar de middelbare school ging, was het misbruik al gestopt, maar kwam er een nieuw probleem bij. Ze werd gepest. Het begon met buitensluiten – haar tafel werd dan weggeschoven als er groepjes in de klas moesten worden gemaakt. Het eindigde met een boterham naar haar hoofd, haar schooltas incluis boeken in de sloot, iemand die haar met haar gezicht in de wc-pot duwde.

    “Het dieptepunt was dat een groepje me na schooltijd vanaf het perron voor de trein probeerde te duwen.”

    Ongelukkig en onzeker
    Ook in een andere klas ging het pesten door. “Ik denk dat mijn klasgenoten voelden hoe ongelukkig en onzeker ik was. Ik was een makkelijk slachtoffer.” Ze weet zeker: als ze niet misbruikt zou zijn, zou dat pesten haar niet zijn overkomen. “De oude Gabi was dit niet overkomen, die had een grote bek opgezet.” Ze glimlacht bij de woorden ‘grote bek’.

    Maar de nieuwe Gabi ging steeds minder eten. “Eerst kwam het omdat ik door de stress en angst voor het gepest geen hap meer door mijn keel kreeg. Maar toen besefte ik dat mijn eetpatroon iets was waar ík controle over had. Het was veilig: ik hoefde me niet meer bezig te houden met mijn klasgenoten, maar met calorieën. Bovendien was dat afvallen ideaal in mijn ogen: ik werd letterlijk onzichtbaar.”

    Muizenhapjes
    Soms at ze de hele dag niets. Soms at ze wel tijdens het avondeten – muizenhapjes. “Mijn ouders hebben alles geprobeerd. Van lekkere broodjes smeren en meegeven naar school, tot taart halen, mijn lievelingseten maken, en dreigementen: je mag pas van tafel als je bord leeg is.”

    Gabi lacht als ze eraan terugdenkt. Ze ziet zichzelf nog de aardappelen hier door de keuken gooien.

    In de derde klas werd ze door een zorgcoördinator naar de GGZ doorgestuurd. Ze biechtte aan haar ouders op dat ze een eetstoornis had – voor hen een bevestiging van wat ze al vreesden. Ook het pestverhaal kwam boven tafel.

    Kern van het probleem
    “Ik denk wel dat ze zijn geschrokken. Maar ik was niet meer bezig met andere mensen. Ik was ver weg. Dat zie je wel vaker bij depressieve mensen: die zien niet meer echt wat er om hen heen gebeurt.”

    Ze belandde in een kliniek voor jongeren met een eetstoornis. “Ik zat daar voor een deel op mijn plek, maar ik had natuurlijk ook een trauma en een depressie.” De kern van haar probleem – de trauma’s – werden volgens Gabi lang over het hoofd gezien.

    In totaal zat ze in drie klinieken. Bij de tweede kliniek ging het mis. Vorig jaar. Als Gabi eraan terugdenkt, schiet maar één woord door haar hoofd: gekte. Pure gekte. “Ik dacht echt: ik kom hier nooit meer levend uit. En dat wílde ik ook helemaal niet. Ik greep alles aan om mezelf pijn te doen. Ik wilde niet meer bestaan.”

    In de isoleercel
    “Ik kreeg ook van die scheurkleding aan, wat je ook altijd in films ziet in gevangenissen. Daar zitten geen ritsjes of knopen aan waar mensen zichzelf iets mee kunnen aandoen. Ze hebben me zelfs een keer in een isoleercel gestopt omdat ze me met drie man niet meer konden houden. Zo wild was ik. Tien dagen lang alleen maar met je eigen gedachten in een kamer. Dat is lang hoor.”

    Een toekomst zag Gabi niet meer. Vroeger wilde ze graag een gezinnetje. En rechercheur worden. Of psycholoog. Ze grijnst. “Dat wordt hem niet meer, psycholoog. Ik heb er nu zelf zó veel gezien…”

    De derde kliniek was een plek waar ze voor haar gevoel pas echt terechtkon. “Ik was een paar jaar verder en heel veel ellende verder, hè, en pas toen was ik ergens waar ik dacht: hier kunnen ze me helpen.”

    Lange wachttijden
    De lange wachttijden in de jeugdzorg hebben haar, denkt ze, de das om gedaan. Voor de eerste opname moest ze drie maanden wachten. “Dat klinkt misschien niet heel lang, maar als elke dag zwart en leeg is, dan is zelfs een uur al eindeloos lang.”

    Tijdens haar opnames is Gabi gaan schrijven. Gedichten, korte hoofdstukjes. Over hoe ze zich voelt, hoe het eraan toe gaat in de kliniek, hoe de buitenwereld naar haar kijkt, maar ook over hoe jeugdzorg beter zou kunnen.

    De hele Gabi
    Daar is nu haar boek over verschenen, Stille tranen. “Ik heb me door die wachttijden heel lang ongezien gevoeld, en daarna ook bij de behandelaars. Ze behandelden elke keer maar een stukje van mijn problemen, maar niet álles. Niet de hele Gabi.”

    “Maar Jeugdzorg doet ook heel veel goede dingen. De kliniek waar ik nu zit, luistert naar wat ík wil. Dat heb ik aan Jeugdzorg te danken. Ze pakken hier álles aan.”

    Sinds maart is Gabi thuis. Zonder langdurige opnames tussendoor. “En komt ook door Mellow. Die is nu precies negen maanden bij mij, hij is een hulphond en waarschuwt me als ik ergens ben waar te veel prikkels zijn. Als hij dat niet zou doen, dan kan ik zo out gaan.”

    Ze slaat zachtjes met haar vlakke hand op de keukentafel. “Gewoon naar de grond. M’n kop kan het dan niet aan.”

    Gevoel niet veranderd
    Vraag haar hoe het nu met haar ‘kop’ is, en ze haalt haar schouders op. “Mensen denken: ze is weer thuis, ze heeft een hond, gaat naar buiten, dus het is goed. Maar mijn gedrag is dan wel veranderd, maar mijn gevoel niet. Ik flip niet meer, maar ben nog steeds somber, ondanks die hele apotheek aan medicijnen die ik slik.”

    Het maakt, vertelt Gabi op zachtere toon, dat ze gesprekken heeft bij de Levenseindekliniek. Zodat die, mocht het Gabi niet meer lukken het leven te leven, haar wens tot euthanasie in vervulling kan laten gaan.

    Het geeft rust. “Sommige mensen snappen dat niet. Die zeggen dan: ‘Maar je bent toch beter nu!’ Maar mijn hoofd is niet gezond. Ik weet ook niet of mijn ouders het zullen accepteren als hun dochter zou gaan, maar ze kunnen het wel respecteren. Ik wil gelukkig worden, maar als dat niet lukt, wil ik in rust en liefde kunnen gaan met mijn vriendinnen en familie om me heen. We hebben er gesprekken over.”

    Genieten van de zon
    “Weet je?” Ze kijkt even naar buiten. Zon. Daar kan ze af en toe weer van genieten. “Het is niet zo dat ik morgen euthanasie wil. Er zijn nog traumabehandelingen die ik kan doen. Hoop sterft als laatste.”

    Wat haar de meeste hoop geeft? Dat soms, heel soms, een sprankje van de oude Gabi weer terug is. “Inclusief die grote bek.”

    Bron: rtlnieuws.nl

    #246816
    mara
    Lid LSG

    Rebecca werd 2 keer verkracht: Ik bevroor compleet

    „Op mijn achttiende liep ik zeven maanden stage in Amerika. Tijdens deze stage ben ik verkracht op een huisfeestje van een goede vriend. In Amerika is het normaal dat je blijft slapen tijdens een feestje, dus zo geschiedde. Het was een groot huis met meerdere slaapkamers.”

    „De volgende ochtend wilde ik vertrekken om te gaan werken. Ik werd echter hard aan mijn arm een van de kamers in getrokken. De jongen die het deed was ook blijven slapen maar ik kende hem verder niet. Hij duwde me op het bed en verkrachtte me. Ik wist dat er anderen in de woonkamer zaten, maar ik durfde niet te gillen. Daarnaast durfde ik me niet te verzetten uit angst dat de jongen agressiever zou worden. Woorden kwamen mijn keel niet uit en mijn lichaam deed niet mee. Ik bevroor compleet.”

    „Na afloop liep de jongen de kamer uit en zag ik hem in de keuken doodnormaal een ontbijtje maken. Ik zei gedag en liep de deur uit alsof er niets aan de hand was. De woede kwam pas toen ik thuis kwam. Ik voelde me vies en ontzettend boos. Niet eens op hem, maar op mezelf.”

    Gedrogeerd
    „De tweede verkrachting was vijf jaar later, ook in Amerika. Ik was met een vriendin op vakantie in Las Vegas. We zaten in een hotel met een eigen club en tijdens een avondje uit werd ik in die club gedrogeerd. Ik weet niets meer van de verkrachting. Achteraf zijn we er via camerabeelden achter gekomen dat ik ben meegenomen naar een hotelkamer.”

    „De dag erna werd ik wakker in bed met een onbekende man. Mijn lichaam deed heel veel pijn, maar ik wist niet wat er was gebeurd. Naarmate de tijd verstreek, kreeg ik meer flashbacks en kwam het besef. Ook die ervaring ging voor mij gepaard met schaamte en ik hield opnieuw mijn mond. Ik heb zeven jaar met mijn geheimen rondgelopen en gaf mezelf de schuld. ’Ik ben hiervoor op de wereld gezet’, dacht ik.”

    Taxi
    „Dat mijn lichaam totaal bevroor en me elke keer in de steek liet, maakte mij angstig. Tot ik in 2015 in een taxi zat met een jongen. Hij wilde seks en ik wilde niet, maar in tegenstelling tot de vorige twee keer werd ik woedend. Het werd zwart voor mijn ogen en ik schopte hem met alle macht weg. Ik kwam in de overlevingsstand: niet een derde keer! Ik wist de taxi uit te komen zonder dat hij me kon aanraken.”

    Ouders
    „Na deze ervaringen is mijn leven wel veranderd. Ik ben na die laatste ervaring letterlijk dingen gaan vermijden: ik ging niet meer uit, wilde niet meer met de trein en niet meer alleen naar de supermarkt. Ik heb bijna een half jaar thuis gezeten uit angst voor wat er kon gebeuren als ik buiten zou komen. Mijn ouders wisten ondertussen van niets.”

    „Pas drie jaar geleden ben ik hulp gaan zoeken. Omdat ik zo lang met mijn ervaringen heb rondgelopen had ik mezelf wijsgemaakt dat niemand me zou geloven. Ook dacht ik dat mensen mij een aandachtszoeker zouden vinden. Pas toen de huisarts me direct doorverwees naar de psycholoog was ik opgelucht: ik werd eindelijk gehoord!”

    Paniekaanval
    „Ik ken mijn vriend al tien jaar: vanuit vriendschap zijn we we langzaam een relatie begonnen. We hebben nu 3,5 jaar een relatie en hij is mijn eerste vriendje. Mannen duwde ik uit angst altijd weg als ze te dichtbij komen. Seks met hem lukte in het begin niet. Mijn vriend wist niets van mijn verleden en elke keer tijdens de seks kreeg ik een enorme paniekaanval en moest ik huilen. Seks riep bij mij immers herinneringen op die ik juist wilde vergeten.”

    „Ik was bang en had een grote afkeer tegen seks. Mijn vriend schrok elke keer heel erg als ik een paniekaanval kreeg. Hij nam de schuld op zich en vroeg wat hij fout deed. Toen ik hem mijn verhaal vertelde, luchtte dat ontzettend op. Langzaam ontdekten we manieren waardoor de seks voor mij wel fijn en veilig voelt.”

    Depressie
    „Mijn angst is dankzij therapie weggenomen, al kamp ik met een complexe vorm van PTSS. Daarnaast zit ik momenteel – met mijn zoontje – intern in een kliniek vanwege een postnatale depressie. Ik kreeg na de bevalling afgelopen oktober namelijk een afkeer jegens hem, nam hem alles kwalijk. Waarschijnlijk komt dat omdat ik te vroeg ben gestopt met traumatherapie.”

    „Mijn ervaringen houden me niet meer elke dag bezig: ik kan nu weer prima alleen naar de supermarkt. De angst zit me niet meer dwars, maar zit er nog wel. Ik heb met name angst voor onbekende mannen en de urgentie voor zelfbescherming. Naar Amerika wil ik nog wel terug, maar dit keer met mijn vriend. En alleen als hij me belooft dat hij me geen seconde loslaat.”

    Deze week is de campagne ’Wat kan mij helpen’ van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gestart. De campagne wil mensen die tegen hun wil seks hebben gehad, motiveren zo snel mogelijk professionele hulp te zoeken. Maar liefst 70% van de vrouwen bevriest – net als Rebecca – tijdens een heftige gebeurtenis. Die freeze levert vaak een schuldgevoel op, terwijl het een natuurlijke reactie van het lichaam is. Zo snel mogelijk hulp vragen, helpt om na zo’n ingrijpende seksuele ervaring verder te kunnen. Rebecca zelf vraagt met #freeze op Instagram aandacht voor het feit dat zoveel mensen bevriezen tijdens een nare seksuele ervaring.

    Bron: De Telegraaf >>

    #247195
    Luka
    Moderator

    Vice – Deze Belgische fotograaf verbreekt de stilte rond onze verkrachtingscultuur

    “Bij een verkrachter denken we nog te vaak aan iemand die je opwacht in een donker steegje. Terwijl de meeste verkrachters juist mensen zijn die het slachtoffer kent of vertrouwt, zoals een vriend of partner.”

    Elise Dervichian (23) maakte haar eindwerk Fotografie over iets wat nog steeds een taboeonderwerp is in België: de verkrachtingscultuur (ook bekend als ‘rape culture’). Haar project portretteert een aantal vrouwen die het lef hadden om hun ervaringen met seksueel geweld te delen, en zichzelf daarbij te laten fotograferen. We spraken met Elise over hoe ze te werk ging en de moeilijkheden die dat met zich meebracht. Ze legt ons ook uit hoe ze de manier waarop wij als maatschappij kijken naar verkrachtingen en seksueel geweld wil veranderen.

    Alice

    DE VERANDERING IS RADICAAL: JE GAAT VAN OPWINDING NAAR HAAT. JE GAAT VAN “DIT IS LEUK”, DIT IS “NICE”, NAAR “WAAR BEN IK MEE BEGONNEN”. JE WILT HEM DUIDELIJK MAKEN DAT JE HET NIET MEER WILT, MAAR JE BENT JONG EN ONZEKER. JE SLUIT JE MOND EN WACHT TOT HET VOORBIJ IS. IN EVEN WEINIG TIJD ALS HET DUURT OM DIT TE VERTELLEN, HEEFT EEN LUL DE LOOP VAN MIJN LEVEN RADICAAL VERANDERD.

    VICE: Hey Elise, wat dreef je om aan dit project te beginnen?
    Elise: Ik ben drie jaar geleden zelf verkracht geweest, en voor mijn eindproject aan de Brusselse kunsthogeschool Le Septantecinq moest ik een persoonlijk project maken. Ik wist meteen wat ik wilde doen: meisjes vinden die hetzelfde als ik hadden meegemaakt, en ze fotograferen.

    “De verkrachtingen die deze vrouwen meemaakten worden nooit besproken in de media.”

    De verkrachtingen die deze vrouwen meemaakten worden nooit besproken in de media. Dat gebeurt enkel in extreme gevallen zoals dat van Julie van Espen, waarbij het slachtoffer verkracht en vermoord werd. Bij een verkrachter denken we nog te vaak aan iemand die je opwacht in een donker steegje. Terwijl de meeste verkrachtingen juist worden gepleegd door iemand die het slachtoffer kent en vertrouwt, zoals een vriend of partner. Ik wil met dit project een conversatie starten over dit soort misbruik, dat door onze samenleving niet serieus genomen en bijna als normaal wordt gezien.

    Het belangrijkste in dit project zijn de getuigenissen en de problematiek die wordt aangekaart. De foto’s zijn eerder een extraatje die de getuigenissen nog krachtiger maken. Het gezicht van een slachtoffer te zien is confronterend, maar de grote hoeveelheid getuigenissen en foto’s in deze reeks is dat ook.

    Hoe ben je in contact gekomen met deze vrouwen?
    Velen van hen zijn vriendinnen van me. Daarna heb ik een oproep op Facebook geplaatst, en de rest gebeurde via mond-tot-mond.

    “Seksueel misbruik is een van de misdrijven die het moeilijkst wordt erkend, omdat mensen altijd de daden van het slachtoffer in vraag stellen, en niet die van de dader.”

    Je komt zelf ook voor in deze reeks.
    Dat klopt. Het was niet makkelijk om over mijn verkrachting te vertellen, dat was ook voor mij een hele opdracht.

    Elise

    IK BEN IN MIAMI MET MIJN NICHT. IK ONTMOET EEN JONGEN DIE MET ME FLIRT EN ME ZIJN GLAS WIJN AANBIEDT. PLOTS KRIJG IK EEN BLACK-OUT EN HERINNER ME NIET MEER WAT ER VERVOLGENS ALLEMAAL GEBEURDE. WANNEER IK LATER WEER BIJ BEWUSTZIJN KOM, BEN IK HELEMAAL ALLEEN OP HET FEESTJE. ER ZIJN MISSCHIEN NOG VIJF MENSEN, INCLUSIEF DIE ENE JONGEN. IK KRIJG EEN DRANKJE EN HET BEGINT OPNIEUW. IK BEN VERLAMD. IK BELAND IN EEN APPARTEMENT DAT TOEBEHOORT AAN EEN MAN DIE IK NOG NOOIT EERDER HAD GEZIEN. IK WORD LATER WAKKER IN HET BED VAN DEZE MAN. HIJ IS OUD EN DOET ME WALGEN. HIJ KNUFFELT ME. IK WEET DAT DEZE MAN ME HEEFT VERKRACHT, IK WEET NIET WAT DE ANDEREN HEBBEN GEDAAN EN IK ZAL HET NOOIT WETEN. IK WAS EEN VRIJE EN ZELFZEKERE VROUW, MAAR IK BEGRIJP NU DAT WIJ VROUWEN NIET VRIJ ZIJN, NIET KUNNEN DOEN WAT WE WILLEN. ANDERE MENSEN KUNNEN IN ONZE PLAATS BESLISSINGEN NEMEN.

    Hoe was het om aan dit project te werken?
    Het voelde alsof ik een intiem deel van mijn leven moest blootgeven toen ik die simpele oproep op Facebook plaatste. Maar daardoor hebben er ook meisjes die ik niet rechtstreeks kende contact met me opgenomen. Ik hoop dat ik mijn serie kan blijven voortzetten en uitbreiden, en nog meer vrouwen kan bereiken.

    Na mijn verkrachting zocht ik naar gespreksgroepen waarbij ik in contact kon komen met mensen die hetzelfde hadden meegemaakt als ik. Maar die bestaan praktisch helemaal niet in Brussel. Dus besloot ik om via dit project zelf op zoek te gaan naar die mensen. Toegegeven: het was emotioneel behoorlijk zwaar, en heeft me veel energie gekost.

    Hoeveel vrouwen heb je in totaal gefotografeerd en geïnterviewd?
    Dertig. Daar heb ik ongeveer vijf maanden over gedaan.

    “Veel te veel vrouwen hebben dit meegemaakt, en we moeten ons er niet meer voor schamen.”

    Sommige vrouwen trokken na jullie ontmoeting hun getuigenis toch weer in. Was het voor de vrouwen die je vastlegde moeilijk om je te vertrouwen?
    Eerlijk gezegd: nee. Alle vrouwen waarmee ik heb gewerkt waren heel gemotiveerd om te praten over wat ze hadden meegemaakt. Er heerste een gevoel van solidariteit. Ik besloot me eerder te focussen op het aantal verhalen dan op de details van één specifiek verhaal, om te benadrukken hoe gangbaar dit soort misbruik is. Veel te veel vrouwen hebben dit meegemaakt, en we moeten ons er niet meer voor schamen.

    Anna

    IK HUILDE DIE DAG OP VENICE BEACH. IK WAS ERHEEN GEGAAN OM MEZELF TE TROOSTEN. DIE DAG WAS IK ZWAKKER DAN NORMAAL, EN HIJ HAD DAT OPGEMERKT. DE MAN DIE MIJ HEEFT MISHANDELD, HEEFT MIJ GEHYPNOTISEERD. IK HERINNER ME DAT IK OVER DE TIJDSPANNE VAN ENKELE UREN VERSCHILLENDE KEREN “NEE” ZEI. DAARNA HEB IK MEZELF LATEN DOEN, BEETJE BIJ BEETJE.

    Na de getuigenissen zelf, was ook de publicatie een moment waarop deze vrouwen – waaronder jijzelf – moedig moesten zijn. Hoe voelde het om je werk te presenteren?
    Dat was moeilijk. Net zoals de gedachte dat dit interview gelezen zal worden me bang maakt. We hebben altijd de indruk dat mensen ons niet zullen geloven. Seksueel misbruik is een van de misdrijven die het moeilijkst wordt erkend, omdat mensen altijd de daden van het slachtoffer in vraag stellen, en niet die van de dader. “Tja, maar ze was dronken”, zeggen ze dan, of “ze was te uitdagend gekleed.”

    “De meeste mannen die deze verkrachtingen hebben begaan, beseffen het misschien niet eens!”

    Je project draagt als titel Culture du viol [Verkrachtingscultuur, red.], een nogal controversiële term…
    Ik denk dat het juist heel belangrijk is om deze term te gebruiken, omdat het dit soort verkrachtingen perfect definieert. Ze zitten diep geworteld in onze samenleving, omdat we er nooit over praten. De meeste mannen die deze verkrachtingen hebben begaan, beseffen het misschien niet eens!

    Tijdens mijn evaluatie vloog één van de juryleden tegen me uit omdat ik volgens hem álle mannen de schuld gaf door de term ‘verkrachtingscultuur’ te gebruiken. Maar voor mij was die keuze juist heel bewust en super belangrijk, omdat die verkrachtingscultuur nu eenmaal bestaat en we erover moeten praten. Ik heb fotoprojecten gezien die op visueel vlak veel extremer waren, maar mensen toch niet zo wisten te verontrusten als het mijne. Ik heb mensen die naar mijn werk keken zien huilen.

    Verkrachtingscultuur is ook een erkend sociologisch begrip.
    Ja, maar toch verontrust het heel wat mensen. Terwijl deze verkrachtingen door onze maatschappij zelfs niet als misdaden worden erkend. De meeste meisjes die ik sprak hebben geen klacht ingediend, omdat er toch niets zou gebeuren. Een winkeldiefstal wordt nog steeds sneller als misdaad gezien dan dit soort verkrachtingen.

    Ophelie

    IN MINDER DAN EEN KWARTIER WAS HIJ KLAAR EN BEGON HET ALLEMAAL: DE LUGUBERE GEDACHTEN, DE STIGMATISERING WAARMEE JE GECONFRONTEERD WORDT ALS SLACHTOFFER – OF BETER GEZEGD, ALS OVERLEVENDE. HET TRAUMA ZELF IS NIET HET ZWAARSTE, MAAR DE CONSTANTE STRIJD OM ERVOOR TE ZORGEN DAT ZULKE VOORVALLEN SERIEUS WORDEN GENOMEN, EN BEHANDELD WORDEN MET DE NODIGE RESPECT. TOEN DE MENSEN RONDOM MIJ TE HOREN KREGEN WAT ER MET MIJ WAS GEBEURD, VONDEN ZE DAT HET MIJN EIGEN SCHULD WAS, OMDAT IK EXTRAVERT WAS EN COMFORTABEL MET MIJN SEKSUALITEIT. WAT HIJ DEED DUURDE AMPER EEN KWARTIER, MAAR HET ZAL ME MIJN HELE LEVEN BLIJVEN ACHTERVOLGEN.

    Verkrachtingen door ‘doodnormale’ mannen die de slachtoffers vertrouwden: is dat waar je werk dan vooral om draait?
    Ik wil mensen er vooral van bewust maken dat we zulke verkrachtingen niet mogen verzwijgen, maar ze serieus moeten nemen en erover moeten praten, zodat we er uiteindelijk anders mee leren omgaan. Iedereen moeten erkennen dat deze daden verkrachtingen zijn – sommigen betwijfelen dat blijkbaar nog steeds.

    Voor jou ligt het probleem dus vooral bij hoe mensen kijken naar dit soort verkrachtingen?
    Ja. Seksuele voorlichting moet op een geheel andere manier worden gegeven op school, met extra veel aandacht voor het onderwerp ‘toestemming’. In feite heeft het allemaal met elkaar te maken: zolang er seksisme is en vrouwelijke lichamen geseksualiseerd worden, zal er altijd misbruik zijn. Alleen al het feit dat Instagram tepels censureert, is een probleem. Het betekent dat een vrouw haar volledige borsten niet mag laten zien, omdat dat onvermijdelijk seksueel is. Al die aspecten dragen bij aan de verkrachtingscultuur, en daarom moeten we dit probleem op veel verschillende niveaus aanpakken.

    Voor meer getuigenissen, klik hier >>

    #247325
    mara
    Lid LSG

    TESS MILNE OPEN OVER NARE SEKSUELE ERVARING: ‘WE MOETEN MEER PRATEN OVER SEX’

    Presentatrice Tess Milne (31) vertelt in de LINDA.original ‘Erotisch borduren’ waarom het belangrijk is dat we opener leren praten over sex.

    Zij durfde er namelijk lange tijd niet over te praten.

    TESS MILNE
    Met Bho Roosterman praat Tess over de nare seksuele ervaring die zij in haar jeugd had. Op de vraag hoe dat haar seksleven heeft gevormd, antwoordt ze: “Het zet je in een vertraging. Sex, wat eigenlijk iets leuks en gezelligs is, wordt opeens traumatisch en eng.” De presentatrice laat weten dat ze lang heeft geworsteld met misplaatste schuldgevoelens.

    Lees ook Tess Milne overweldigd door lieve reacties na openheid over verkrachting

    IN GESPREK
    Milne laat weten dat ze heel lang niet durfde te praten over het seksuele misbruik. “Dat heeft mijn herstel wel in een time-out gezet.” Toen ze eenmaal met iemand erover sprak, voelde ze opluchting. “Omdat je erachter komt dat je niet de enige bent die zoiets meemaakt.” Daarom vindt ze het zo belangrijk dat er meer gepraat wordt over sex, zodat er bij een nare ervaring ook sneller over gepraat wordt.

    Bron: linda.nl

    #248049
    Luka
    Moderator

    Ik werd verkracht door mijn vriend maar besefte dat pas veel later

    Inmiddels weet ik dat als je íets in iemand steekt die dat niet wil, het onder de noemer ‘verkrachting’ valt.

    Opgelet: dit artikel bevat beschrijvingen van seksueel geweld

    Ik wist niet dat ik verkracht was tot ik anderhalf jaar later aan mijn moeder vertelde wat er gebeurd was. “Hij heeft je verkracht, dit is verkrachting,” was het enige wat ze kon uitstamelen. Dat het niet in de haak was wist ik natuurlijk maar al te goed – de klappen die ervoor kwamen waren een goede hint, net als de dwang en het kotsen en huilen tijdens de daad.

    Maar dat een verkrachting niet alleen gaat over een ongewenste ‘piemel in kut’, was mij onbekend. Dat die piemel van alles kan zijn, en die kut ook een ander gat, was mij onbekend. Inmiddels weet ik dat als je íets in iemand steekt die dat niet wil, het onder de noemer ‘verkrachting’ valt – dus valt de pijpbeurt waar hij mij toe dwong daar ook onder. De anale verkrachting waar hij de volgende ochtend mee dreigde, heb ik gelukkig weten te ontwijken.

    Het was niet de eerste keer dat ik seksueel geweld mee maakte. Op mijn zestiende ben ik aangerand door mijn toenmalige beste vriend. Hij stak herhaaldelijk zijn hand in mijn onderbroek, ik zei ‘nee’, hij zette een plaat van Norah Jones op in de hoop dat ik dan wel zou willen, ik bleef angstig ‘nee’ zeggen en hij bleef zijn hand in mijn onderbroek steken.

    Dit was duidelijk: hij stak zijn hand in mijn onderbroek + ik wilde niet en zei nee = aanranding.

    Het geweld van mijn ex daarentegen was wat minder duidelijk. Het was een stuk agressiever en ik was doodsbang, maar kan iets een verkrachting zijn als je er zelf aan mee doet? Het leek me geen aanranding, maar was het dan misbruik? Dat de man van wie ik dacht dat het de liefde van mijn leven was in staat was mij dit aan te doen, was al erg genoeg. Het label ‘verkrachting’ kon ik er op dat moment niet bij hebben.

    Vanaf dat moment was het ‘uit’, maar toch bleven we nog een tijd lang krampachtig bij elkaar komen. Soms zat ik om vijf uur ‘s nachts ineens op de fiets in de hoop dat we het goed konden maken, maar meestal resulteerde dit in scheldpartijen. Soms keken we een film alsof er niks gebeurd was – en zodat we geen ruzie konden maken –, maar dan lag ik in zijn armen en hoorde ik hem toch uit het niets zeggen: “Je bent een hoer.” Ik kan het nu bijna niet geloven, maar ik heb zelfs nog seks met hem gehad. Ik blokkeerde alle beelden in mijn hoofd, maar meestal haalde mijn lichaam mijn gedachten in, met plotselinge huilbuien en paniekreacties als gevolg.

    We waren vier jaar samen voor de bom explodeerde. Na drie jaar ging ik vreemd, en een jaar lang hield ik dat voor me. Ik vond het al erg genoeg dat ik het had gedaan en wilde hem geen pijn doen. Ik wist zelf ook niet wat het allemaal betekende, dus voordat ik hem er eventueel mee zou lastig vallen, wilde ik daar eerst achterkomen. Toch ontfutselde hij dat er iets was gebeurd, maar het duurde nog lang voor ik de hele waarheid op tafel durfde te leggen. Dat maakte hem alleen maar wanhopiger. We maakten nachtenlang ruzie en stonden om acht uur ’s ochtends in de rij van de supermarkt om nog meer drank en peuken te halen. Hij scheurde een poster die ik voor hem had gemaakt in duizend stukjes, en nadat ik die weer in elkaar had geplakt, zette hij ‘m in de fik.

    Ook de buren konden meegenieten van onze ellende. In één van die nachten kwamen drie verschillende buren naar buiten om te vragen of het zachter mocht, maar het is nooit bij iemand opgekomen om even de politie te bellen. Iets wat ik met terugwerkende kracht erg graag had gewild, en nu dan ook zelf altijd doe als ik hoor dat het ergens niet pluis is.

    Hij verzon plannetjes om mij net zo vies en bedrogen te laten voelen als hij zich voelde. Een van die plannen ging als volgt: hij zou een sekswerker bezoeken en vervolgens ‘liefdevolle’ seks met mij hebben. Daarna pas zou hij mij vertellen dat hij zich daarvoor door iemand anders had laten pijpen. Maar het liep een beetje anders: hij liet zich pijpen door een sekswerker, maar toen hij thuis kwam stapte hij af van zijn originele idee. In plaats van liefdevolle seks, begon hij gelijk ruzie met mij te maken. Hij kneep me fijn, zat bovenop me, sloeg me en dirigeerde me van het matrasje in de woonkamer naar zijn bed; iets wat ik al niet wilde. Hij dwong me hem te pijpen. Zijn brute pornofantasieën, waar hij blijkbaar van hield, liet hij op mij los. Al huilend en bijna kotsend, forceerde hij mij om door te blijven gaan.

    De volgende ochtend vertelde hij wie de beurt voor mij had gehad. Later liet hij mij in zijn opschrijfboekje lezen dat zijn plan echt was geweest om liefdevolle seks met me te hebben. Zijn plan om ‘mij vies te laten voelen’: geslaagd.

    Twee jaar later confronteerde ik hem met wat mijn moeder mij duidelijk had gemaakt. We hadden elkaar toen een half jaar helemaal niet gezien of gesproken, maar toen ik na hard ploeteren mijn masterdiploma behaalde was hij eigenlijk de enige met wie ik dit wilde delen. In mijn dronken staat van zijn won het idee dat ik ooit van hem hield van mijn verstand en alle narigheid die zich tussen ons had afgespeeld. Ik belde hem op om mijn feestelijke nieuws te delen. “Dus je komt je zwemdiploma laten zien. Bel maar terug als je nuchter bent,” zei hij.

    We spraken voor wat later af, maar mijn nuchtere-ik was het er eigenlijk al niet meer mee eens. Om hem niet een nieuwe reden te geven om boos op mij te worden, ben ik toch gegaan. “Weet je dat je mij verkracht hebt?” vroeg ik hem. “Ja,” zei hij. “Maar wat maakt het nou uit hoe je het noemt? Het is niet ineens erger geworden, ofzo.”

    Er ging een hele hoop narigheid aan vooraf, maar dit was het moment dat bij mij eindelijk het kwartje viel. Doordat hij zo rustig reageerde op mijn vraag of hij zich bewust was van wat er gebeurd was, zag ik ineens met wie ik te maken had: een man die mij met voorbedachte rade verkracht heeft. Een man die vreemdgaan erger vindt dan verkrachting. Ook begreep ik op dat moment dat hij dondersgoed weet wat hij gedaan heeft, maar dat ík de enige was die het niet wilde zien. Nog steeds vind ik het af en toe moeilijk om te zien dat de twee personen die hij naar mijn beleving is – de man van wie ik hield én de man met het vuur in de ogen – eigenlijk maar één iemand is. Hij is die twee mensen samen.

    Deze confrontatie was de laatste keer dat ik hem zag, maar dat wil niet zeggen dat hij mij vervolgens met rust liet. Dat wij elkaar weer hadden gezien en dat ik in eerste instantie degene was die contact had gezocht, was voor hem een vrijbrief om mij continu te bestoken met nare woorden en cryptische teksten. Een periode van ruim een half jaar volgde waarin hij aan een medium versie van stalken deed, en ik zweeg. Hij stuurde mij brieven, dronken sms’jes en e-mails. Wanneer ik zijn nummer blokkeerde, belde hij me met een andere telefoon. Ik kreeg brieven waaruit bleek dat hij voor mijn deur had gestaan. Hij stuurde mij dialogen met zichzelf, waarin hij precies beschreef wat hij met mij gedaan had, in de vorm van zelfverzonnen sessies met een zelfverzonnen psycholoog. Ik reageerde nergens meer op. Het was geen stortvloed aan contact, maar ik was altijd bang voor wat er kon komen – dat ik weer moest lezen wat voor kankerhoer ik wel niet was.

    Telkens als ik hoopte dat hij mijn zwijgen eindelijk begrepen had, en ik even adem kon halen, kwam er weer iets. Ik heb hier een aantal keer een melding van gemaakt bij de politie, tot ik er niet meer tegen kon en besloot aangifte te doen. Bij de politie werden al mijn politienachtmerries werkelijkheid. Toen ik eindelijk mijn moed bij elkaar had geraapt om naar het bureau te gaan, met een stapeltje brieven onder de arm, werd mij verteld dat ik een keuze moest maken of ik aangifte deed voor de verkrachting of voor het stalken. Die twee vallen onder verschillende afdelingen – ik kon niet alles op een grote hoop gooien.

    De verkrachting vond ik erger, dus ik kon m’n brieven weer mee naar huis nemen en een nieuwe afspraak maken. De agent die ik over de brieven sprak was nog wel aardig, alleen kon hij “helemaal niks” met mijn verhaal. De vrouw die ik daarna aan de lijn kreeg van de afdeling zedenmisdrijven, bevestigde precies waarom ik al die jaren niet naar de politie durfde te gaan – ze nam me alles behalve serieus. Sceptisch vroeg ze waarom ik nooit eerder was gekomen, waarom ik nooit eerder aangifte had gedaan en waarom ik zo lang bij hem was gebleven. Ze zei dat ze niet zo veel voor me kon doen en raadde me sterk af om door te gaan met de aangifte, omdat het een vreselijke traumatische ervaring is en ze me nu al kon vertellen dat er niet genoeg bewijs was. De brief waarin hij precies beschrijft wat hij met mij gedaan heeft, zou volgens haar ook niet als bewijs kunnen dienen.

    Natuurlijk is het heel goed dat je onschuldig bent tot het tegendeel bewezen is, maar nadat ik de telefoon ophing kreeg ik het gevoel dat ík een leugenaar ben tot het tegendeel bewezen is.

    Mijn moeder liet het er niet bij zitten en nam me mee naar een feministische advocaat, een vrouw die veel van dit soort zaken behandelt. In een kwartier vertelde ik mijn verhaal – tijd is geld bij advocaten, dacht ik –, maar ook zij raadde me af om naar de politie te gaan. “Je hebt je verhaal nu in een kwartier verteld, en een verhoor bij de politie duurt uren,” waarschuwde ze me. Volgens haar zou het herbeleven van de verkrachting, waarin ik alle details keer op keer zou moeten herhalen, vreselijk traumatisch zijn. “Het is naar om te zeggen, maar ik heb ergere zaken behandeld die ook op niets uitliepen,” vertelde ze me.

    De moed zakte me in de schoenen. “Maar,” zei de advocaat, “ik kan wel een toverbrief sturen.” De ‘toverbrief’ was een brief aan mijn ex, waarin ze schreef dat hij mij met rust moest laten en wel om deze, deze en deze reden, en dat als hij dat niet doet dat er dan een civiele zaak zou komen. Met deze brief leek de zaak die vlak daarvoor nog zo hopeloos leek, ineens niet meer zo hopeloos.

    Helaas was de bevrijding uiteindelijk maar van korte duur: een heel jaar lang liet hij niks van zich horen, tot het moment dat de man zonder smartphone ineens WhatsApp had en daarmee een nieuwe ingang had om mij te bereiken. Hij stuurde me een cryptisch gedicht. Het was maar een kort berichtje, maar zodra hij iets van zich laat horen voelt het alsof hij mij uit het niets tackelt. Alsof ik nooit van hem af kom en gedoemd ben om aan hem vast te zitten.

    Ik blokkeerde hem direct en krabbelde weer overeind. Weer een jaar later vond hij toch nog een manier om de geblokkeerde wegen te omzeilen, en kort geleden stuurde hij mij een nachtelijke mail. Voor het eerst in 2,5 jaar tijd heb ik daarop gereageerd: een laatste smeekbede om me alsjeblieft met rust te laten. Ik vroeg hem het me te gunnen om deze strijd verder alleen te voeren, zonder dat ik constant in mijn achteruitkijkspiegel hoef te kijken. Wonder boven wonder zei hij dat hij dat zou doen, hopelijk houdt hij zich daaraan.

    In het jaar na de toverbrief, waarin hij eindelijk zijn mond hield, kon ik mijn weg richting zelfliefde beginnen. Lange tijd hoorde ik bij alles wat ik deed zijn stem door mijn hoofd galmen: ‘kankerhoer’, of zijn lievelingstekst: ‘wat kan je wel’. Maar op een gegeven moment merkte ik dat het niet zijn stem was die ik hoorde, maar mijn eigen. Ik had hem niet meer nodig om slecht over mezelf te denken.

    Aangezien hij niet meer in de buurt was om die dingen tegen mij te zeggen, besefte ik dat ik zelf deze narigheid uit mijn hoofd moest krijgen. De enige manier waarop dat kon gebeuren, was door controle te nemen over mijn eigen gedachten, en dus ook over mijn eigen geluk.

    Ik deed alles wat hij verboden had. Verfde mijn haren, neukte er op los. Het plezier van seks liet ik me niet zomaar afnemen. Maar die avontuurtjes gingen ook vaak gepaard met paniekaanvallen wanneer ik een piemel te dicht bij mijn gezicht zag komen of alleen maar kon denken ‘hijwildatikhempijphijwildatikhempijp’.

    Ik besloot toch een beetje voorzichtiger met mijn lijf om te gaan. Een fijne therapeut liet me inzien hoe mijn ex mij klein probeerde te houden om zelf groot te lijken. Ik leerde dat niet alleen de nacht van de verkrachting traumatisch was, maar dat ik door van alles en nog wat een ‘complex trauma’ te pakken heb en het dus niet zo gek is dat ik er zo lang pijn van heb.

    Soms heb ik het gevoel alsof ik op het randje van de afgrond sta, en zie ik hem als een verslaving waar ik maar niet van afkom, maar ik weet dat ik nooit meer terug zal gaan. Ik leef een creatief bestaan en mijn werk en identiteit zijn lang doordrenkt geweest van deze ellende. Dankzij de therapie weet ik nu dat ik niet bén wat er gebeurd is, en dat voelt als een gigantische bevrijding. Ik voel me eindelijk niet meer ‘de verkrachting’ en kan weer aan nieuwe dingen beginnen. Eindelijk voel ik meer liefde voor mezelf, dan de hoop dat iemand anders me dat gaat geven.

    Bron: Vice.com >>

    #248453
    Mark
    Moderator

    ‘Jij zat aan me, maar de school geloofde me niet’

    In deze rubriek schrijven lezers een brief aan iemand die een belangrijke rol in hun leven heeft gespeeld, positief of negatief. Dit keer Fleur (30). Ze schrijft een brief aan de docent die haar op het conservatorium aanrandde en verkrachtte.

    Ha M.,

    17 jaar was ik, toen ik terechtkwam op het conservatorium. Ik was streng christelijk opgevoed, had op een reformatorische basisschool en middelbare school gezeten en daar zat ik, in een wereld die niet verder vandaan kon liggen dan de wereld die ik kende. Een enorme sprong in het diepe. Ik was ontzettend naïef, daar heb jij misbruik van gemaakt.

    Jij gaf het vak waar ik slecht in was en wilde me wel bijles geven, zei je. Prima, natuurlijk, graag. Hoe kon ik vermoeden dat je intenties niet zuiver waren? Je was al vanaf het begin best aanrakerig. Een arm om mijn schouder, een hand op mijn been. Het zal wel normaal zijn in deze muziekwereld, dacht ik. Ik zag overal om me heen mensen knuffelen, kennelijk ging dat hier zo. Ik zocht er niets achter.

    ‘Hoe vaker ik bij je thuis kwam, hoe verder je ging’

    Op een dag kon je geen lokaal regelen voor de bijles en stelde je voor om het dan maar bij jou thuis te doen. Ik ben er met open ogen ingelopen. Vanaf het moment dat je niet meer het risico liep dat iemand het zag, liep het uit de hand. Met je vlotte babbel praatte je zo op me in dat ik in eerste instantie het gevoel had dat het er allemaal bij hoorde. Mijn gevoel schreeuwde dat dat helemaal niet zo was, dat je moest oprotten, maar je chanteerde me. ‘Als je niet meewerkt, dan geef ik je een onvoldoende.’ Je kwam met je vingers op plaatsen waar je nooit had mogen komen. Hoe haal je het in je botte harses om dat te doen met een meisje van 17?

    Hoe vaker ik bij je thuis kwam, hoe verder je ging. Met lood in mijn schoenen ging ik naar je toe. Je was niet zozeer fysiek beangstigend, maar vooral heel manipulatief. Ik had het gevoel dat ik geen keus had. Later werd het: ‘Je houdt je bek, anders zorg ik dat je niet verder kunt studeren.’ Maar ik hield mijn bek niet. Na drie keer was het genoeg. Ik vertelde het tegen de coördinator van de opleiding. Jij werd op het matje geroepen, ontkende alles en de school geloofde jou.

    ‘Een paar maanden geleden had je het gore lef om me een bericht te sturen via Facebook’

    Uiteindelijk heb ik mijn propedeuse niet gehaald en heb ik door jou moeten stoppen met mijn studie. Je maakte me wijs dat muziek niets voor mij was en dat ik niet geschikt was voor de opleiding, maar op een andere locatie heb ik het conservatorium toch kunnen afmaken. Dat voelde als een soort wraak naar jou.

    Ik wil dat je je goed realiseert wat je nou eigenlijk hebt aangericht. Je zult het niet beseffen, maar je hebt 13 jaar lang macht uitgeoefend op mijn leven. Ik was bang voor mannen, durfde ‘s avonds niet alleen over straat om de hond uit te laten. Nu is dat klaar. Ik heb met hulp met de situatie en het verleden leren omgaan en kan en wil het nu achter me laten.

    Een paar maanden geleden had je het gore lef om me een bericht te sturen via Facebook. Daar heb ik uiteraard niet op gereageerd, maar via deze brief wil ik toch even mijn hart luchten. Als je dit leest – en dat hoop ik heel hard – dan weet je dondersgoed dat het over jou gaat. Je blijft met je poten van de rest van mijn leven af, M.

    Je geeft nog steeds les aan het conservatorium. Het liefst zou ik met terugwerkende kracht naar het bestuur van de school gaan, nu ik veel sterker in mijn schoenen sta. Zeker weten doe ik het niet, maar ik vermoed dat ik niet de enige was. Ik hoop dat je een keer door de mand valt.

    Fleur

    Bron: rtlnieuws.nl

    #248460
    Luka
    Moderator

    Hoe het is om aangerand te worden als je alleen op reis bent

    “Ik ben naar een ander hostel gegaan en heb me daar een paar dagen verstopt. Aangifte heb ik niet gedaan – in Panama wil je niet in aanraking komen met de politie.”

    Let op: dit artikel bevat beschrijvingen van seksueel geweld. Onderaan vind je meer informatie over wat je kan doen als jou dit is overkomen.

    Seksueel geweld en intimidatie kan je overal overkomen, ook op reis. Hoe vaak Nederlandse backpackers, soloreizigers of vakantiegangers hiermee te maken krijgen, is niet bekend – bij het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn er geen cijfers bekend.

    In Engeland werden in de afgelopen vier jaar duizend slachtoffers van seksueel geweld op reis gemeld. Maar of dit getal in de buurt komt van de daadwerkelijke incidenten, is lastig te zeggen; van aanranding of seksueel geweld doen veel mensen helemaal geen aangifte, en het is best voor te stellen dat dit nog lastiger is als je (alleen) op reis bent in een land dat je niet goed kent.

    Zelf werd ik aangerand in een hostel in Colombia: het was vroeg in de morgen toen ik naar de wc moest en ik onderweg een paar backpackers passeerde die aan het feesten waren en duidelijk nog niet hadden geslapen. Net voor ik het toiletgebouw binnen wilde stappen, stond er een jongen voor mijn neus die me de weg versperde. Ik zei gelijk “fuck off”, maar hij pakte me beet en duwde me een douchecabine in. Hij begon me te betasten, drukte zijn mond op de mijne en zijn handen waren overal, ook op mijn borsten en op mijn vagina. Ik verzamelde al mijn kracht en zei: “I said fuck off!”, gaf hem een zet naar buiten en smeet de deur snel dicht. Ik hoor mezelf nog denken: ben ik nou zojuist aangerand?

    Toen ik mijn verhaal aan anderen vertelden, bleek ik niet de enige. Tijdens het backpacken en daarna hoorde ik meerdere verhalen van vrouwelijke medereizigers over seksuele intimidatie, geweld en stalking. De meesten deden daarna net als ik geen aangifte, en de redenen hiervoor varieerden: een taalbarrière, het corrupte imago van de lokale overheid of schaamte.

    Hieronder lees je de verhalen van vier vrouwen die ik hierover sprak. Ze deelden hun ervaringen niet eerder met hun omgeving, en wilden om privacyredenen niet met hun eigen naam in het artikel.

    Elise* (27) Groningen
    Toen ik aankwam in de hoofdstad van Panama was ik al een jaar alleen op wereldreis. Ik had een bed geboekt in een gemengde slaapzaal. Midden in de nacht werd ik wakker van een man die blijkbaar mijn ondergoed opzij had geschoven en met zijn tong in mijn kruis zat. Het was zó ranzig. Ik ben compleet overstuur de badkamer in gerend. De receptionist van het hostel vroeg wat er was. Mijn Spaans is niet goed, dus alles moest met Google Translate. De dader had blijkbaar tegen de receptionist gezegd dat ik “het zelf wilde” – ik schrok daar enorm van en voelde veel woede. Ik wilde zo snel mogelijk weg.

    Ik ben naar een ander hostel gegaan en heb me daar een paar dagen verstopt. Ik heb nooit aangifte gedaan. Panama is niet bepaald een land waar ik in aanraking wil komen met de politie. En daarbij: wat begin ik tegen een aanrander die zich er waarschijnlijk in het Spaans vloeiend uit lult? Ik heb het zelfs nooit aan m’n ouders verteld; ze zouden alleen maar ongerust worden. Mijn moeder had denk ik direct een vliegticket naar huis voor me geboekt.

    Ik heb het mezelf in de tijd daarna kwalijk genomen dat ik bevroor toen het me overkwam – ik had verwacht dat ik iemand totaal naar de grond zou slaan. Ik heb met mezelf afgesproken dat dit me nooit meer overkomt.

    Gaby* (25) Enschede
    Ik verbleef in een gemengde kamer in een hostel in Australië, waar de bewuste jongen uit India ook sliep. Op een ochtend was ik met mijn schoenen bezig toen hij ineens bij me op bed kwam zitten. Hij pakte zomaar mijn hand, en ik heb meteen gezegd dat ik daar geen behoefte aan had. De dagen erna achtervolgde hij me overal naartoe. Als ik naar het strand ging, kwam hij bij me zitten; als ik de wc uitstapte, stond hij plotseling voor me, en zelfs toen ik na twee dagen naar een andere stad ging, was hij daar ook ineens – zonder dat ik had gezegd dat ik daarheen ging.

    Hij hield niet op, het was heel frustrerend en intimiderend. Hij vond het normaal wat-ie deed, hij vond West-Europese vrouwen het aantrekkelijkst, vertelde hij me. Na een week heb ik gedreigd dat ik de politie erbij zou halen. Uiteindelijk heeft de hosteleigenaar hem uit het hostel gezet. Daarna heb ik hem niet meer gezien, maar ik was als de dood dat hij me zou volgen naar Nieuw-Zeeland.

    Helen* (28) Diemen
    In 2016 logeerde ik in een hostel in Chicago. Ik lag te slapen op het onderste bed van een stapelbed. Boven mij sliep een jongen die ik niet kende en nog nooit gesproken had. Het was ochtend en de rest van de kamergenoten waren allemaal al weg. Opeens klom de jongen naar beneden en kwam hij bij me op bed zitten. Hij legde zijn hand op mijn been en maakte me zo wakker. Ik zei dat hij weg moest gaan, maar dat deed hij niet – hij begon over mijn been te wrijven. Ik lag toen nog onder de dekens, maar wilde uit bed stappen om weg te kunnen gaan. Maar het bed stond in een hoek, en de jongen zat zo dat ik er niet uit kon. Hij bleef maar doorgaan met mij betasten en ik verstijfde helemaal. Ik wist niet wat ik moest doen.

    Ik weet niet meer precies hoe het toen ging, maar plotseling werd ik gered door een kamergenoot die weer binnenkwam. Ik vond het zo intimiderend, en toch heb ik het nooit verteld aan het hostel of zo. Ik twijfelde of ik moest vragen om een andere kamer, maar ik wilde er geen gedoe van maken.

    Nabi* (22) Eindhoven
    Ik was alleen op reis en wandelde in de Colombiaanse stad Santa Marta naar een supermarkt. Toen ik een hoek omging, werd ik plotseling door een man bij mijn arm gegrepen. Hij duwde me met zijn onderarm op mijn hals tegen de muur. Ik hoorde en voelde zijn adem in mijn nek en hij drukte zo hard tegen mijn keel dat ik het benauwd kreeg. Hij probeerde mijn broek naar beneden te trekken, maar gelukkig had ik een jumpsuit aan.

    Ik schrok zo erg en het duurde even voordat ik me realiseerde dat ik de man die me aanviel moest slaan. Gelukkig heb ik jarenlang aan vechtsport gedaan. Ik heb zijn arm omgedraaid en hem een elleboog en het hardste knietje ooit gegeven. Het geluid wat hij toen maakte zal ik nooit vergeten. Vervolgens rende ik zo snel als ik kon naar mijn hostel.

    Ik heb geen aangifte gedaan – dat heeft daar toch geen zin omdat de politie enorm corrupt is. Ik was bang dat ik zelf zou worden opgepakt, want als je geen sterk bewijs hebt, kunnen ze je aanklagen voor smaad. Ook mijn ouders heb ik nooit iets verteld. Die waren er al op tegen dat ik alleen op reis zou gaan, want ze vonden me te jong; ik was toen 20. Als ze mijn verhaal horen, ben ik bang dat ik helemaal niet meer alleen weg mag.

    Die man dacht dat hij wel even een klein, blond, Nederlands meisje kon aanranden. Ik denk er nog regelmatig aan terug: als ik hem eerder had kunnen stoppen, had ik dan andere herinneringen gehad aan deze stad?

    *De echte namen van de vrouwen zijn bekend bij de redactie

    Slachtoffers van seksueel geweld in het buitenland kunnen een beroep doen op consulaire bijstand van het ministerie van Buitenlandse Zaken, laat een woordvoerder weten. Er is een noodnummer dat 24/7 bereikbaar is: +31 247 247 247 . “Aangifte kunnen wij niet voor je doen, maar we kunnen wel adviseren over hoe het werkt in dat land, en vaak hebben we een lijst met namen van lokale advocaten. Buitenlandse Zaken kan erop toezien of het incident wordt opgepakt door de lokale autoriteiten.”

    Iva Bicanic van Centrum Seksueel Geweld vertelt dat het belangrijk is om melding te maken van wat je is overkomen, ook al zit je in het buitenland. “Het liefst binnen zeven dagen nadat het is gebeurd. Dan is het misdrijf nog het verst en kunnen niet alleen sporen, maar ook de ziel worden veiliggesteld. Na zo’n gebeurtenis kan je eerst verdwaasd zijn, maar al snel kunnen er negatieve gedachten door je hoofd kruipen. En dan zit je daar in je eentje aan de andere kant van de wereld met de stress. Door vroeg te kijken wat we voor je kunnen doen, proberen we later leed te voorkomen. Zet ons telefoonnummer voor de zekerheid in je telefoon: 0800-0188.”

    Bron: Vice.com >>

    #248623
    Luka
    Moderator

    Hoe zit het eigenlijk met seksueel geweld op Nederlandse festivals?

    Augustus 2017
    “Het is bewezen dat drank ervoor zorgt dat grenzen minder goed aangegeven worden én minder goed gevoeld worden door de ander; dit bedoel ik niet als victim blaming, want seksueel geweld mag gewoon niet.”

    We horen weinig over seksueel geweld op Nederlandse festivals, maar dit betekent niet dat het niet voorkomt. Broadly sprak met beveiligers, beleidsmakers, slachtoffers en festivaldirecteurenover hun ervaringen en kijk op de zaak.

    Op een festivalterrein wordt behalve muziek ook een hele hoop drugs en alcohol geconsumeerd, en verdovende middelen verhogen het risico op geweld – daar zijn onderzoekers het al jaren over eens. Het Trimbos Instituut stelde vast dat 32 tot 50 procent van de geweldsdelicten in Nederland alcohol-gerelateerd is, en seksueel geweld hoort daar ook bij. Maar hoe het precies zit met seksueel geweld op Nederlandse festivals, daar is nooit specifiek onderzoek naar gedaan en cijfers zijn er dus niet.

    Seksueel geweld op internationale festivals
    Toch verschijnen er steeds meer internationale berichten in de media over dit onderwerp: deze zomer werden op het grootste festival van Zweden, Bråvalla, 4 mensen verkracht en er werden 23 meldingen gedaan van seksuele agressie. De organisatie besloot daarom het festival in 2018 niet door te laten gaan. De Zweedse comédienne Emma Knyckare had een ander idee: een festival waar alleen niet-mannen mogen komen, “totdat ALLE mannen zich weten te gedragen.” Ze kreeg direct veel bijval, en op Instagram zei ze een paar dagen later dat het man-vrije rockfestival er inderdaad gaat komen, in 2018.

    Ook op Glastonbury in Groot-Brittannië waren er net als bij voorgaande edities dit jaar meldingen van seksueel geweld, en de Belgische festivals Dour en Pukkelpop riepen naar aanleiding van het geweld in Zweden op om “extra waakzaam te zijn”. In een interview met De Standaard zei David Salomonowicz van de communicatieafdeling van Dour: “We nemen al jarenlang maatregelen om de veiligheid van de festivalgangers te garanderen. Die gaan we nu verder aanscherpen.”

    Als ik hem spreek aan de telefoon vertelt hij dat er op het terrein, waar 200.000 bezoekers komen, speciale preventieteams rondlopen die zich richten op slachtoffers van drugs én seksuele intimidatie. “Maar het is onmogelijk om ieder individu in de gaten te houden, dus we adviseren onze bezoekers om vooral je eigen vrienden goed in de gaten te houden – je maten bieden de beste veiligheid.” Op de takecare-pagina van de site staat inderdaad welke verschillende partijen er zijn voor jouw veiligheid, maar ‘seksueel geweld’ wordt niet expliciet genoemd als probleem – wel waar je moet zijn als je een soa hebt of als je een condoom nodig hebt, “in het geval van leuke kennismaking”.

    Salomonowicz vertelt dat er behalve preventieteams ook psychologische hulp en mensen van het Rode Kruis aanwezig zijn, maar officieel heeft Dour nog nooit klachten binnengekregen over aanrandingen of verkrachtingen. Maar, zegt hij in het interview met De Standaard: “Als het in Zweden gebeurt, dan is het een beetje naïef om te denken dat het hier niet zou gebeuren.”

    In Nederland wordt er beleidsmatig weinig gedaan aan seksueel geweld op festivals, blijkt uit de gesprekken die we hebben gevoerd met festivaldirecteuren, en uit de huisregels die op veel festivalwebsites staan: daar wordt seksueel geweld in de meeste gevallen niet expliciet benoemd, of er wordt in algemene zin gesproken van ‘respectvol omgaan met elkaar’.

    Berichten over aanrandingen en verkrachtingen op Nederlandse festivals zijn bijna niet te vinden, maar in juni van dit jaar verscheen er wel een nieuwsbericht over vrouwen die waren betast op Parkpop, en die hiervan melding hadden gemaakt bij de politie. Woordvoerder Yvette Verboon van de Politie Den Haag vertelt me hoe het met deze zaak is afgelopen, namelijk dat het bij die meldingen is gebleven: “Er is verder geen aangifte uit voortgekomen.”

    Wat weten we wel?
    Over seksueel geweld in Nederland in het algemeen is wel wat meer bekend, onder meer door uitgebreid en jaarlijks onderzoek van Rutgers, het Kenniscentrum op gebied van seksualiteit. Bijvoorbeeld dat seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren iets is afgenomen in 2017, ten opzichte van 2012: voor mensen tot 25 jaar geldt dat 14 procent van de meisjes en 3 procent van de jongens ooit seksuele handelingen heeft moeten verrichten of seks heeft gehad tegen haar of zijn zin in. Een kwart van de meisjes, en bijna 40 procent van de jongens praat hier niet over, en als ze dat wel doen, is dat eerder met vrienden dan met de politie bijvoorbeeld.

    Dat je er niets over hoort, betekent dus zeker niet dat het niet gebeurt. Zo spraken we met twee meisjes die werden aangerand op Nederlandse festivals, en uit interviews met beveiligers blijkt dat zij meerdere ervaringen hebben met (vooral) meisjes die werden aangerand of verkracht tijdens verschillende festivals.

    Uit eerder onderzoek van Rutgers naar volwassenen tussen de 25 en 70, blijkt dat 13 procent van de mannen en 42 procent van de vrouwen ooit te maken heeft gehad met seksueel geweld. In 12 tot 15 procent van de gevallen gaat dit over verkrachting, dus waarbij het lichaam wordt binnengedrongen, en 90 procent hiervan gebeurt door een bekende. Het CBS toonde daarnaast aan dat aangiftes van verkrachting in de laatste tien jaar met de helft zijn afgenomen, terwijl het aantal slachtoffers hetzelfde was gebleven.

    Hoe dit komt dat er steeds minder aangiftes worden gedaan is niet duidelijk, maar het zou wel een verklaring kunnen zijn voor het feit dat festivalorganisaties geen meldingen binnenkrijgen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, terwijl uit ervaringsverhalen van zowel beveiligers als slachtoffers blijkt dat het wel gebeurt.

    Rutgers heeft recent wel een steekproef gedaan waarin aan de 1001 online ondervraagden werd gevraagd naar ervaringen met seksueel geweld in het uitgaansleven: daaruit is gebleken dat 42 procent van de vrouwen tussen de 18 en 30 jaar seksueel intimiderend gedrag heeft meegemaakt in een kroeg of club, zoals vastgepakt worden of gezoend worden.

    Over seksueel geweld in het (nachtelijk) uitgaansleven verschijnen wat meer nieuwsberichten: eerder deze maand werd duidelijk dat de Rotterdamse club Vie 3 maanden dicht moet, omdat er in het afgelopen jaar 11 vrouwen zouden zijn gedrogeerd, aangerand of verkracht. En eerder deze maand werd er een artikel over seksuele intimidatie in het uitgaansleven gepubliceerd door DJ Broadcast, waaruit blijkt dat ook op de sites van de meeste Nederlandse clubs geen huisregels te vinden zijn over wat je moet doen als je slachtoffer wordt van seksueel geweld, of wat het beleid is dat een club of bar daarover voert.

    Maar wat zegt dit over seksueel geweld op festivals in Nederland?
    Wat we zeker weten, is dat een festival een plek is waar er verschrikkelijk veel bierfusten worden opgezopen en er een heleboel lege pillenzakjes worden gevonden. Jellinek geeft antwoord op de vraag ‘hoeveel Nederlanders drinken’, en op party’s, festivals of clubs heeft ruim 98 procent van de ondervraagden alcohol gedronken. Wat xtc betreft gaat het om 55 procent van mensen die ooit een pil heeft gebruikt op een festival of feest. Dit is voor de meeste mensen geen probleem, en zelfs een belangrijke reden om een festival te bezoeken. Het leven vieren met chemische middelen of alcohol, pakt voor veel mensen prima uit.

    Maar dat grenzen hierdoor vervagen, kan wel een gevaar opleveren: “Uit een Deens onderzoek onder 2500 jonge vrouwen die zich meldden bij een rape center, bleek dat er in 60% van de gevallen alcohol in het spel was,” vertelt Iva Bicanic van Centrum Seksueel Geweld door de telefoon. “Het is wel bewezen dat drank ervoor zorgt dat grenzen minder goed aangegeven worden én minder goed gevoeld worden door de ander; dit bedoel ik niet als victim blaming, want seksueel geweld mag gewoon niet.”

    Bicanic is psycholoog in het UMC Utrecht en richtte Centrum Seksueel Geweldop, een rape center waarvan er inmiddels 15 zijn in Nederland. “Het zijn plekken waar vrouwen direct na een verkrachting naartoe kunnen en waar politie, verpleegkundigen, psychologen en hulpverleners allemaal samenwerken.”

    Bicanic kan niet zeggen of er in het festivalseizoen meer of specifieke slachtoffers van seksueel geweld op festivals binnenkomen. Maar dat er statistisch weinig bekend is over seksueel geweld op festivals, betekent volgens haar niet dat het daar niet of minder voorkomt. “Er komen bij ons in de rape centers twee gevallen per week binnen waarvan het incident korter dan zeven dagen geleden is – dat is relatief weinig, maar de rest gaat eerst naar huis om te douchen, of die krijgen we helemaal niet te zien. Je hebt acknowledged en unacknowledged seksueel geweld.”

    Met unacknowledged doelt de psycholoog op aanrandingen en verkrachtingen die door de slachtoffers niet direct als zodanig erkend worden, omdat het niet gebeurt doordat een onbekende je van je fiets trekt en in de bosjes sleurt, maar bijvoorbeeld door iemand met wie je al de hele avond hebt staan zoenen en flirten, en die in een benevelde sfeer van drank of drugs verdergaat dat je eigenlijk wilde, of op een andere manier over je grenzen heen gaat.

    Wat zouden festivals wel kunnen doen?
    Als laatste spreek ik met Barbara van Dam, van het bedrijf Event Safety Institute, dat festivals adviseert en helpt om ze veiliger te maken. Ze is daar werkzaam als adviseur evenementenveiligheid, en tijdens mijn research stuitte ik op een blog van haar, die ze eind juli publiceerde, met de titel Veiligheid van vrouwen op evenementen. Daarin kaart ze het probleem aan van seksueel geweld tegen vrouwen op festivals, ook naar aanleiding van de berichten uit Zweden en van Parkpop in Nederland. “De organisatie van een festival start met een risicoanalyse als basis voor een veiligheidsplan, en ik vind het vreemd dat seksueel geweld bij die voorbereidingen nergens wordt genoemd. Alles wordt doorgerekend: een warm-weerscenario en of er wel genoeg wc’s zijn, maar er wordt niet uitgezocht hoe we ervoor zorgen dat meisjes en vrouwen veilig naar een festival kunnen blijven gaan?”

    Als ik haar vraag hoe ze denkt dat dat komt, zegt ze: “Omdat het niet wordt erkend als probleem – festivalorganisaties worden vanuit de gemeente niet verplicht om hierover na te denken. Ik zou dat wel graag willen. Op het moment dat het nog niet geëscaleerd is, moeten we ervoor zorgen dat het ook niet gebeurt. We moeten het gewoon voor zijn, want elk slachtoffer is er één teveel.”

    Van Dam heeft al nagedacht wat festivals zouden kunnen doen om wel een agendapunt te maken van seksueel geweld, en zo speciaal beleid te voeren dat zowel preventief als na afloop kan helpen voor slachtoffers: “Het begint bij de veiligheidsplannen die festivals van tevoren moeten maken; daarin zou de veiligheid van vrouwen ook meegenomen moeten worden. En daar weer een onderdeel van is het informeren van de beveiligers, dat ze bewust omgaan met dit soort incidenten en weten welke stappen ze daarna kunnen ondernemen. En bij het inrichten van het festivalterrein, inclusief de route naar en van de camping, moet gekeken worden naar (persoonlijke) veiligheid en sociale controle.”

    De plannen die vooraf gemaakt worden voor de veiligheid van vrouwen, zouden volgens haar ook gecommuniceerd moeten worden richting de bezoekers: “Het is essentieel dat slachtoffers weten dat ze op een vertrouwelijke en veilige manier kunnen worden opgevangen door beveiligers, politie en de organisatie.” En als je als omstander getuige bent van intimidatie, een aanranding of verkrachting, maar zelf niet durft te handelen, raadt ze aan om een foto te maken of een beveiliger om hulp te vragen.

    Als afsluiter heeft Van Dam nog één heldere oplossing: “Kom gewoon niet aan vrouwen.”

    Het omdraaien van de oplossing, en het probleem dus niet neerleggen bij festivals en de slachtoffers maar bij de daders, is een mooi maar voorlopig nog utopisch idee. Maar na alle gesprekken en research wordt wel duidelijk dat we te maken hebben met een vicieuze cirkel als het om dit onderwerp gaat: festivals krijgen geen officiële meldingen van aanrandingen en verkrachtingen binnen van slachtoffers, en denken daarom dat het niet gebeurt op hun festivalterrein. Daarom lijken ze het onnodig te vinden om hier speciaal beleid voor te maken, en daardoor weten omstanders, beveiligers en medewerkers vaak niet precies wat ze met dit soort situaties aanmoeten. Bovendien is het voor de slachtoffers zelf onduidelijk waar ze naartoe kunnen, behalve naar beveiligers of de EHBO, die voor het moment misschien een oplossing kunnen bieden, maar niet structureel en niet inhakend op de juridische of psychologische gevolgen van seksueel geweld. Bovendien blijkt uit cijfers over seksueel geweld in het algemeen dat slachtoffers überhaupt maar nauwelijks aangifte doen van aanranding of verkrachting – terwijl het overal voorkomt, en in behoorlijke cijfers.

    Ook voor Bicanic van Centrum Seksueel Geweld is het zo snel mogelijk melden van seksueel geweld een van de belangrijkste dingen die je als slachtoffer kan doen, zei ze afgelopen juni nog in Trouw, nadat ze een belangrijke prijs kreeg voor haar werk van de afgelopen twintig jaar: “Verstop het niet, maar meld het als je verkracht bent.”

    De grenzeloosheid van een goed festival is natuurlijk een van de beste redenen om er naartoe te gaan – maar daar mogen mensen geen misbruik van maken door over de grenzen van een ander heen te gaan.

    Ben je slachtoffer geworden van seksueel geweld, op een festival of elders? Het telefoonnummer van Centrum Seksueel Geweld is 0800-0188, en dit nummer is 24 uur per dag bereikbaar en gratis.

    Bron: Vice.com >>

    #249499
    mara
    Lid LSG

    Yvonne werd seksueel misbruikt: Hij zei dat het ons geheimpje was

    Yvonne van Galen (42) werd op jonge leeftijd drie jaar lang seksueel misbruikt. Wie haar dit leed heeft aangedaan, houdt ze voor zich. Vandaag deelt zij haar verhaal en hoe ze er weer bovenop is gekomen.

    ,,Het begon geleidelijk aan. We speelden spelletjes op zijn spelcomputer en op een gegeven moment wilde hij dat ik ging voorspellen of we een bepaald level zouden bereiken. Als ik het goed had, vond hij dat we dat moesten vieren. Dat hield in dat ik een opdracht moest uitvoeren of ondergaan. De opdrachten waren allemaal seksueel getint, denk aan tepels aanraken, elkaar in het kruis betasten, orale bevrediging, etc. Ik denk dat het gemiddeld twee keer per maand plaatsvond. Ik zat in de bovenbouw van de basisschool toen het begon. Hij zei dat het ons geheimpje was.’’

    Onderdrukken
    ,,De eerste opdracht die ik kreeg, vond ik op zich nog spannend: het was nieuw voor mij, maar daarna voelde ik me eigenlijk heel onbehaaglijk. Ik heb mezelf diverse keren verzet door hem een knietje te geven of te bijten, maar dan drukte hij mij tegen de muur of tegen de grond. Ik moest dan beloven dat ik weer rustig zou doen. Om het goed te maken, moest ik dan een extra opdracht uitvoeren.’’

    ,,Ik onderdrukte mijn emoties. Als ik pijn had of voelde dat ik moest huilen, beet ik op mijn tanden en probeerde ik het maar te ondergaan. Ik dacht dat het anders alleen maar langdradiger zou worden en ik wilde er snel vanaf zijn. Dat het niet goed voelde en niet klopte, wist ik natuurlijk wel, maar ik kon er niks mee op dat moment. Ik heb het mezelf heel lang kwalijk genomen dat ik niet anders heb gehandeld door het bijvoorbeeld aan iemand te vertellen. Het heeft heel lang geduurd voordat ik mezelf daarvoor heb kunnen vergeven.’’

    ,,Toen ik naar de middelbare school ging, ben ik gevlucht in drugs. Het begon met softdrugs, maar al snel zat ik aan de harddrugs, zoals speed en cocaïne. Toen ik het uitgaansleven begon te ontdekken, combineerde ik drugs met alcohol en propte ik XTC-pillen naar binnen alsof het snoepjes waren. Op een gegeven moment begon ik ook thuis te gebruiken. Ik was boos op het leven en voelde me machteloos. Als ik drugs gebruikte, raakte ik in een andere state of mind en hoefde ik niet zoveel met mijn emoties bezig te zijn. Ik werd depressief en had zelfmoordgedachten. Ik dacht altijd: ‘Als ik maar genoeg chemische troep tot me neem, dan blijf ik er vanzelf wel een keertje in.’’

    ,,Toen ik 17 jaar was, ben ik van school gestuurd vanwege mijn gedrag. Mijn ouders vroegen zich af waarom ik zo onhandelbaar was. Ik moest ineens antwoorden geven, dus toen heb ik eruit gegooid dat ik misbruikt was. Ik heb het daardoor ook niet als opluchting ervaren. Ze waren in shock, omdat ze helemaal niks in de gaten hebben gehad. Ze probeerden met mij te praten en wilde hulp inschakelen, maar dat wilde ik niet. Ik had al zo’n muur om mij heen gebouwd. Ik ging gewoon door met waar ik mee bezig was.’’

    Dieptepunt
    ,,Toen ik 24 was, heb ik na een feestje onder invloed van drank en drugs een wildvreemde man mee naar huis genomen. Die avond ben ik mijn autosleutel en huissleutels kwijtgeraakt. Ik heb toen mijn keukenraam ingeslagen om binnen te komen. De volgende dag had ik geen idee meer wat er die avond was gebeurd. Al de sporen in huis maakten wel het een en ander duidelijk. Ik ben toen in paniek een hiv-test gaan doen en heb mijn sloten laten veranderen. Gelukkig was de test negatief. De situatie hakte erin en toen besefte ik dat het tijd was om af te kicken van drugs.’’

    ,,Ik heb therapie gehad en daar ben ik onder begeleiding gaan praten over alles. Toen ik eenmaal clean was, kon ik het leven positiever inzien. Hetgeen dat mij het meest heeft geholpen in het proces is de ommekeer in mijzelf: het besef dat het zo niet verder kon, dat er iets moest gebeuren, dat ik het niet alleen kon en moest gaan praten. Mijn zelfbeeld was ontzettend laag en ik heb hard moeten werken om dat weer op peil te krijgen. Het is een heel proces geweest dat jaren heeft geduurd en daar heb ik echt voor in de spiegel moeten kijken.’’

    ,,Ik ben vorig jaar begonnen mijn verhaal op te schrijven voor mijn eigen verwerkingsproces. In dat schrijfproces zijn er ook weer een aantal dingen gaan spelen, zoals herinneringen en blokkades op seksueel gebied. Toen het op papier stond, voelde ik voor het eerst in mijn leven opluchting: geheimen vreten je immers toch op vanbinnen. Ik heb het manuscript als eerst aan mijn man laten lezen. Hij reageerde positief.’’

    ,,Alles wat ik heb meegemaakt, heeft mij sterker gemaakt. De ervaringen die ik heb opgedaan, hebben mij geleid naar het punt waar ik nu ben. Het leven is te kort om blijven hangen in een negatief verleden. Het misbruik beperkt mij niet meer. Ik ben een sterke vrouw en sta midden in het leven. Ik ben bezig met mijn dromen te verwezenlijken. Ik heb geleerd dat ik de enige ben die mij gelukkig kan maken.”

    Bron: telegraaf.nl

    #249603
    Luka
    Moderator

    OPINIE SEKSUALITEIT ONLINE
    Bij seksuele voorlichting hoort ook de telefoon

    De onlinewereld speelt onder jongeren een grote rol in de beleving van seksualiteit. Hoogste tijd om aandacht te besteden aan de geneugten én risico’s, stellen Tineke Hendrikse en Krista Schram.

    Sinds januari is wraakporno strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht. De wetgever beoogt hiermee de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een nieuwe dimensie te geven: ook online moet men worden beschermd tegen seksueel misbruik. Het is een positieve ontwikkeling dat de wetgever op deze manier het schenden van privacy strafbaar stelt en daarmee opkomt voor de rechten van de slachtoffers van wraakporno.

    Tegelijkertijd moet deze strafbaarstelling ook gepaard gaan met andere interventies. Het wordt hoog tijd dat wij ons gaan realiseren dat de online- en offlinewereld, ook op seksueel ­gebied, niet langer ­gescheiden zijn, maar onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

    Een typisch voorbeeld van het ­online-beleven van seksualiteit is (vrijwillige) sexting, dat wil zeggen het vertrouwelijk delen van naaktfoto’s of -filmpjes met een geliefde. Onder jongeren is dit inmiddels een geaccepteerde manier om een seksuele relatie vorm te geven, zo blijkt uit ons onderzoek vanuit Hogeschool Inholland onder hbo-studenten in de Randstad.

    Slachtoffer van exposen
    Deze ogenschijnlijk veilige vorm van seksueel contact kan achteraf tóch niet zo veilig blijken als degene naar wie jij foto’s of filmpjes hebt gestuurd deze zonder jouw toestemming naar derden doorstuurt. Dan ben je plotseling slachtoffer van ‘exposen’, zoals het onder jongeren en in de media wordt genoemd.

    Uit verschillende onderzoeken blijkt dat exposen iemand levenslang kan beschadigen. Jongeren kunnen psychische klachten ontwikkelen of een negatief zelfbeeld vormen. Bovendien kan het voor jonge vrouwen van Marokkaanse, Turkse en Hindoestaanse afkomst leiden tot blijvende uitsluiting, waardoor de banden met de eigen familie worden verbroken en de kans op een huwelijkspartner binnen de gemeenschap is verkeken.

    Deze invloed blijkt tevens uit ons onderzoek waarvoor wij met 82 studenten spraken en 24 hbo-professionals en experts interviewden.

    Onderbelicht
    Helaas is het besef dat men ook online onveilige seks kan hebben nog een onderbelicht onderwerp bij zowel jongeren als volwassenen. Dit is zorgelijk, zeker omdat onlineseks een steeds groter onderdeel wordt van iemands seksuele leven. Daardoor wordt ook de kans op slachtofferschap van onveilige seks online groter. Een goed begin om meer bewustwording van de risico’s te creëren, is door het onderdeel te maken van seksuele voorlichting op scholen.

    Seksvoorlichter Kim Holland voorziet inmiddels in die behoefte, want zij besteedt er aandacht aan in haar programma ‘Kim licht voor’, waarin ook de geneugten en de risico’s van sexting aan bod komen. Haar initiatief verdient in onze ogen meer navolging. Want, in de woorden van een van de studenten:

    ‘Waar je eerder uitleg kreeg over tampons, maandverband en condooms, zou nu ook een ­telefoon in het rijtje moeten liggen. De telefoon is nu namelijk ook belangrijk in seksualiteit.’

    Tineke Hendrikse en Krista Schram, docent-onderzoeker en ­associate lector publiek vertrouwen in veiligheid Hogeschool Inholland

    Bron: de Volkskrant >>

    #249616
    mara
    Lid LSG

    NATHALIE WERD MISBRUIKT: ‘ZIJN OUDERS ZATEN GEZELLIG BENEDEN’

    Dat sex tegen je wil diepe sporen achterlaat, weet Nathalie als geen ander. Ze werd drie jaar lang misbruikt door de zoon van vrienden van haar ouders. Als tiener kampte ze daardoor met depressieve klachten.

    Haar mentor merkte dat ze niet lekker in haar vel zat en stimuleerde haar hulp te zoeken. Nathalie deelt haar verhaal nu om anderen te helpen professionele hulp te zoeken.

    ONS GEHEIM
    De eerste keer dat Nathalie betast werd door de zoon van de beste vrienden van haar ouders, was ze tien jaar. Stefan was drie jaar ouder. “Het gebeurde op zijn kamer. Onze ouders waren beneden en hadden geen idee wat er zich boven afspeelde. Hij zei dat ik er niets over mocht zeggen. Het was ons geheim.”

    Het betasten ging steeds verder. “Keer op keer. Hij deed me pijn, maar hij trok zich hier niets van aan als ik dit tegen hem zei. Als beschermingsreactie trad ik buiten mezelf. Ook ging ik enorm aan mezelf twijfelen. Was het allemaal wel zo erg? Vond ik het ook niet fijn om aandacht te krijgen van iemand? In plaats van dat ik om hulp vroeg, ben ik alles gaan verdringen. Ik deed alsof er niets was gebeurd en ging door met mijn leven.”

    PSYCHOLOOG
    Het misbruik stopt na drie jaar, als Stefan een vriendin heeft. Nathalie zit inmiddels op de middelbare school, waar een mentor in de gaten heeft dat het niet goed gaat met Nathalie en haar adviseert met een psycholoog te gaan praten. Na een jaar vertelt Nathalie pas wat er gebeurd is.

    Ze is blij dat haar mentor er destijds voor gezorgd heeft dat het balletje is gaan rollen. Ze vertelde uiteindelijk, samen met haar psycholoog, ook haar ouders over het misbruik. “Mijn ouders reageerden heel fijn. Ze waren vooral verdrietig en namen het zichzelf kwalijk dat ze het nooit hadden opgemerkt. Ook ben ik onderzocht door de gynaecoloog. Ik heb me tijdens het misbruik vaak zorgen gemaakt. Was ik zwanger? Heeft hij iets beschadigd? Het was fijn om van een professional te horen dat ik helemaal gezond was.”

    SPOREN
    Nathalie is nog dagelijks bezig met de gevolgen van het misbruik, maar weet inmiddels wat professionele hulp kan betekenen: “Ik blijf zoeken naar de juiste hulp. En dat adviseer ik anderen ook. Op advies van mijn ggz-instelling heb ik mijn verhaal gedeeld met Slachtofferhulp Nederland. Ik heb ook toegang gekregen tot hun online community, zodat ik in contact kan komen met lotgenoten. Dat is heel prettig. De stap om hulp te vragen is moeilijk, dus als je de kracht hebt gevonden om dat te doen, vind dan ook de kracht de hulp te vinden die bij jou past.”

    NIET OKÉ? JE KUNT ER DIRECT IETS MEE
    Achteraf had Nathalie gewild dat ze eerder hulp had gevraagd. Wat er ook is gebeurd, hoe je ook twijfelt, als je sex tegen je wil hebt meegemaakt, heb je reden om hulp te zoeken, het liefst zo snel mogelijk. Om antwoorden te vinden op je vragen en je weer rust te geven. Dus voelt voor jou een seksuele ervaring niet oké? Je kunt er direct iets mee.

    Bekijk hier wat anderen heeft geholpen. 

    Dit verhaal is waargebeurd. Om privacyredenen zijn de naam en foto niet van de werkelijke persoon.
    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de Rijksoverheid.

    Link: Linda >>

    #250009
    Luka
    Moderator

    Lindsay werd verkracht en strijdt nu voor openheid bij seksueel geweld: ‘Het is niet je eigen schuld’

    Als twintiger hoort daten er voor velen bij. En als het goed is, is dat – op een gebroken hart hier en daar na – vooral heel erg leuk. Lindsay Arts kent echter ook de andere kant van daten. Na een date werd ze in 2016 slachtoffer van seksueel geweld. “Ik dacht altijd dat je door een onbekende in een donker steegje van je fiets werd getrokken.”

    Via Tinder scoort de vrolijke Lindsay (27) een date. “Op de app hadden we al best wat gepraat, daarna via WhatsApp ook”, vertelt ze. “Dan komt natuurlijk de vraag: gaan we afspreken?” De klik is er, dus Lindsay gaat met de jongen op stap. “Ik breng altijd iemand op de hoogte met wie ik ben en waar. Na een half uur laat ik altijd even weten hoe het gaat.” Ook dit keer. Het is gezellig, dat geeft ze door aan de vriendin in kwestie. Na de date vraagt Lindsay of hij nog even thuis wat wil komen drinken. “Het was immers heel gezellig.”

    Bevroren in eigen huis
    Eenmaal thuis gaat het mis. “We zoenden, ik wist niet zo goed wat ik daarvan vond. Hij wilde verder, ik gaf aan dat ik dat niet wilde. Voor ik het wist had hij zijn handen om mijn nek en bevroor ik volledig.” Twee maanden lang vertelt Lindsay aan niemand wat er is gebeurd. “Ik was in shock. In mijn beleving is verkrachting door een wildvreemde in het park van je fiets worden getrokken.”

    Ze krijgt paniekaanvallen en besluit dan toch een vriendin op te bellen. “Het kwam er hortend en stotend uit. Daarna ben ik hulp gaan zoeken, ik moest zorgen dat ik er bovenop kwam. Maar door zolang te wachten heb ik wel een posttraumatische stressstoornis ontwikkeld.”

    Inmiddels is het 3,5 jaar later en probeert Lindsay haar nare ervaring om te zetten in een positieve les voor anderen. Zo is ze een van de gezichten van een campagne om mensen bewuster te maken van seksueel geweld. “We willen zorgen dat iedereen die hiermee te maken heeft gehad, de juiste hulp kan vinden en krijgen.”

    Daarnaast wil Lindsay taboes doorbreken. “Veel mensen doen aan victim blaming; het slachtoffer de schuld geven. Wanneer je vertelt dat je bent verkracht, komt dat heel dichtbij voor mensen. Verkrachting, dat is iets dat in grote steden gebeurt. Als het jou is overkomen, dan zal het vast je eigen schuld zijn.” Je kunt dat mensen niet kwalijk nemen, aldus Lindsay. “Verkrachting is lastig te begrijpen en er is vaak geen dader waar je je op af kunt reageren.”

    Tinderen voor de seks
    Ook Lindsay had last van die vooroordelen. “Mensen vonden me naïef, ik had beter moeten weten. Tinder draait toch alleen om seks? Maar het is niet eerlijk om zo makkelijk te oordelen, je weet namelijk niet wat erachter zit.” Mensen gaan er daarnaast vaak vanuit dat je wel terugvecht. “Terwijl de meeste mensen bevriezen. Dat is geen keuze die je maakt, dat is een reactie van je lichaam. Sommigen werken soms mee; in dat geval is het een reactie van je lijf om te zorgen dat je blijft leven.”

    Inmiddels durft Lindsay te stellen dat ze na heel wat moeilijke jaren haar leven weer op de rit heeft. “Ik mag meewerken aan een campagne, kan mijn verhaal op veel plekken vertellen en ik ben bezig met een boek. Maar er blijft altijd iets knagen. Heel soms denk ik: was het maar anders gegaan. Ik vind het zo kak dat ik bevroor, terwijl ik er niets aan kan doen. Ik weet niet wat er was gebeurd als ik wél was gaan vechten. Die onmacht, daar heb ik soms last van.”

    De schaamte voorbij
    Ze wil andere slachtoffers – mannen én vrouwen – meegeven zo snel mogelijk te praten. “Je moet die schaamte voorbij. De kans op PTSS neemt ook af als je snel hulp krijgt. Maar ik begrijp dat het heel lastig is.” Daarin je eigen tempo bepalen, is van belang. “Het hielp dat niemand bij mij ooit heeft gepusht alles tot in detail te vertellen. Ik mocht het op mijn tempo doen. Veel mensen luisterden gelukkig zonder oordeel, wat het ook makkelijker maakte. Het was oké.”

    De dader
    En de dader, hoe zit het daarmee? Lindsay wilde aangifte doen, maar door een fout werd die niet in behandeling genomen. In maart 2019 kon ze dankzij haar deelname aan een uitzending van Zembla alsnog aangifte doen van de verkrachting. De verdachte is verhoord, maar het is niet tot een strafzaak gekomen.

    Bron: In de buurt – Amersfoort >>

    #250021
    Luka
    Moderator

    Duffy doet haar verhaal: Verkracht worden is alsof je doorleeft na moord

    In een lang en emotioneel bericht op haar website heeft Duffy (35) dan toch details gedeeld over de vreselijke periode die ze heeft doorstaan. Eerder dit jaar verklaarde de zangeres haar jarenlange afwezigheid van het podium met een schokkend bericht over haar ontvoering en verkrachting, zonder in detail te treden. Nu deelt de popster uit Wales wel het hele verhaal.

    ,,Tijdens mijn verjaardag jaren geleden werd ik gedrogeerd in een restaurant, om vervolgens vier weken lang gedrogeerd te worden en naar het buitenland te worden ontvoerd. Ik herinner me helemaal niets van de vliegreis en bevond me opeens achterin een auto. Ik werd in een hotelkamer gestopt, waar de dader mij verkrachtte. Ik was doodsbang en durfde niet te vluchten. Ik heb geen idee hoe ik de kracht heb gevonden om die dagen door te komen, maar ik voelde een soort overlevingsdrang,” aldus Duffy op haar website.

    Mensenrechten
    Uiteindelijk vloog haar verkrachter terug met haar naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij haar opnieuw drogeerde, nota bene in haar eigen huis. ,,Ik weet niet of hij mij toen ook weer verkracht heeft. Ik voelde me een zombie. Ik weet wel dat ik niet naar de politie durfde te stappen, omdat ik dacht dat ik anders vermoord zou worden. Ik kon het risico niet lopen om ‘nieuwswaardig’ te worden in verband met mijn veiligheid. Dus ik moest mijn instinct volgen. Ik vluchtte en vond een plek waar hij me niet kon vinden.”

    De traumatische gebeurtenissen zijn van grote invloed geweest op het leven van de zangeres. Ze was zo ondersteboven van wat er was gebeurd, dat ze denkt dat het haar 90.000 uur heeft gekost om zich weer enigszins stabiel te voelen. ,,Ik wilde het liefst mijn naam veranderen en naar een ver land verdwijnen. Het voelde alsof ik was beroofd van mijn mensenrechten. Maar een derde van mijn leven is al verwoest door dit incident en ik wilde mezelf, en alles wat ik in de muziek heb bereikt, niet zomaar uitvlakken. Verkracht worden is alsof je doorleeft nadat je bent vermoord. Je leeft, maar je bent dood. Maar ik schaam me niet langer voor dat wat er gebeurd is.”

    Politie
    Twee keer heeft Duffy haar verhaal bij de politie gedaan, al was dat niet geheel uit eigen beweging. Iemand dreigde haar verhaal wereldkundig te maken, en die afpersing maakte haar zo angstig dat ze besloot een vrouwelijke agent in vertrouwen te nemen. Een tweede keer vertelde ze een andere agente over hetgeen haar was overkomen, na een incident waarbij drie mannen haar huis probeerden binnen te dringen. ,,De identiteit van de verkrachter is iets tussen mij en de politie.”

    De zangeres, die in 2008 doorbrak met de hit Mercy, is geholpen door een psycholoog gespecialiseerd in trauma en seksueel geweld. ,,Zonder haar was ik hier nooit doorheen gekomen. In de nasleep ben ik een gevaar voor mezelf geweest. Het duurde acht sessies voordat ik oogcontact met haar kon hebben, daar worstelde ik zo mee.” Ze was zo bang voor haar verkrachter, dat ze in de drie jaar die erop volgden vijf keer verhuisde voor ze een plek had gevonden waar ze zich veilig voelde.

    Opvallend genoeg wil ze juist nu, in een tijd dat mensen vanwege de coronacrisis thuis zitten, haar verhaal doen. ,,Ik heb bijna tien jaar in mijn eentje doorgebracht. Soms zag ik wekenlang niemand, geen levende ziel. Mijn haar was vol klitten”, schrijft ze. ,,Ik voel me verplicht om te vertellen hoe moeizaam het was om te herstellen. Ik hoop dat je je door mijn verhaal minder schaamt als je je eenzaam voelt.”

    Ik heb bijna tien jaar in mijn eentje doorgebracht. Soms zag ik wekenlang niemand, geen levende ziel

    ,,Je zal je afvragen: waar was je familie? Degenen die wilden helpen waren gewoon te ver weg. dat is de tol die ik heb betaald door mezelf schuil te houden. Dat zorgde ervoor dat ze van me vervreemden. Wat mij overkwam was niet alleen een aanslag op mijn leven, het had ook impact op vele anderen. Het duurde extreem lang om de scherven weer op te rapen.”

    Duffy wil weer kunnen zingen, het geeft haar vrijheid. Hoe of wat weet ze nog niet precies. ,,Ik zal nu weer terugkeren naar de stilte. Ik vind dat ik het verdien om ooit weer werk uit te brengen, maar ik betwijfel of ik ooit nog de zangeres zal zijn zoals mensen mij hebben leren kennen.”

    ,,Ik hoop dat ik door het delen van mijn verhaal weer een lach in mijn ogen krijg, licht in mijn leven, dat zolang afwezig is geweest”, besluit Duffy. ,,Ik kan dit decennium nu achter me laten. Hopelijk krijg ik nu nooit meer ‘Wat is er met Duffy gebeurd-vragen’. Nu ben ik vrij.”

    Twee weken geleden liet Duffy het liedje Something Beautiful horen op de Britse radio, als een hart onder de riem in de moeilijke tijden. Ze heeft geen plannen om het officieel uit te brengen, maar is hieronder wel te beluisteren:

    Bron: AD >>

    #250121
    Luka
    Moderator

    Wat betekent het grijze gebied bij seksuele intimidatie nou eigenlijk?
    Een groot probleem is dat daders hun seksueel grensoverschrijdend gedrag vaak anders ervaren dan hun slachtoffers.

    Seksueel grensoverschrijdend gedrag is vaak ongelooflijk alledaags. Het kan iets zijn als een goedmoedige collega die tijdens het poseren voor een groepsfoto ineens een warme hand op je billen legt, een eenzame man op een bankje die verlekkerde dingen over je benen begint te lispelen zodra je langsloopt, of een sekspartner die verbeten doorgaat terwijl je zelf al een tijdje geen zin meer hebt.

    Het is ronduit vervelend – soms zelfs beangstigend en vernederend – als zoiets je overkomt. Tegelijkertijd kan het lastig zijn om er iets tegen te ondernemen. Want ook al is iemand keihard over je grens gegaan, buiten de context van je eigen gevoelens is dat soms moeilijk hard te maken. Als het over seksueel wangedrag gaat, valt al snel de term ‘grijs gebied’ – alsof er een vetvlekje op ons morele kompas zit, waardoor we niet meer kunnen aflezen wie er schuldig is. “Bedoelde die collega het niet gewoon als grapje?” is zo’n vraag die zich opdringt. “Maak ik problemen die er eigenlijk niet zijn? Lokte ik die smerige opmerking niet een beetje uit met mijn opzichtige benen?”

    Het is moeilijk om in helder zwart-wit over seksueel grensoverschrijdend gedrag te praten, omdat het onduidelijk is waar die grens ligt. “Ik worstel met het idee van spreken over een grijs gebied,” zegt psycholoog en hoogleraar seksuologie Ellen Laan. “Bij iets als straatintimidatie geldt dat of iets vervelend is of niet, vaak helemaal afhangt van de context. Als een ontzettend aantrekkelijk iemand jou op straat tegenkomt en zegt “wow gorgeous, mag ik je telefoonnummer”, dan kan dat best leuk zijn. Maar als een type met slechte tanden en een bierbuik hetzelfde doet, is het misschien juist erg vervelend. Die context bestaat uit meerdere dingen: de omgeving waar het zich afspeelt, wie het is die aan het roepen is, wat voor eerdere ervaringen de persoon die het ondergaat heeft gehad. Het is ingewikkeld om universele uitspraken over te doen of wat wel of niet kan. Een democratisch principe, waarbij iets fout is als de meerderheid het als vervelend beschouwt, helpt hierbij niet.”

    “Bij straatintimidatie gaat het al heel snel over de vraag wat acceptabel is en wat niet,” zegt ook socioloog Mischa Dekker. Hij onderzoekt hoe intimidatie op straat in Frankrijk en Nederland een politiek probleem geworden is, en komt de notie van een ‘grijs gebied’ daarbij dikwijls tegen.

    De discussie over dat grijze gebied is niet nieuw, benadrukt Dekker. In de jaren zestig en zeventig waren feministische activisten er in elk geval al heel stellig over: straatintimidatie gaat over macht, niet over seks. Als mannen op straat naar vrouwen roepen, fluiten of grijnzen is dat geen onbeholpen poging tot sjans, maar een uiting van macht en dominantie. Een grijs gebied was er wat hen betreft dus niet. “Die stelligheid was een reactie op de victim precipitation theory die in de jaren vijftig in zwang was geraakt. Bij die theorie wordt er vooral gekeken naar hoe een slachtoffer van een misdrijf zich gedragen heeft: heb je bijvoorbeeld meer kans om verkracht te worden als je op een bepaalde manier loopt of praat. Door die benadering kwam de schuld voor een aanzienlijk deel bij het slachtoffer te liggen, het nodigde uit tot victim blaming. Feministen waren het daar niet mee eens, en wilden zich daar heel erg tegen afzetten.”

    Dat leidde tot de opvatting dat elke vorm van ongewenste toenadering in de publieke ruimte per definitie een vorm van seksisme is. In Frankrijk wordt deze manier van denken aangehouden bij voorlichting over straatintimidatie op middelbare scholen, vertelt Dekker. Aan de meisjes in de klas wordt verteld dat ze slachtoffer zijn van mannelijk machtsvertoon, de jongens wordt opgeroepen om vooral op te houden met die dominantie. Het is een duidelijke boodschap, maar hij ziet ook dat het bij leerlingen voor vervreemding kan zorgen.

    “Leerlingen op scholen in de voorsteden van Parijs zien die voorlichting bijvoorbeeld als iets elitairs, iets wat afkomstig is van hoogopgeleide, witte mensen uit de binnenstad,” legt hij uit. Culturele achtergrond en klasse spelen ook mee als het gaat om de vraag welk gedrag acceptabel is, wat het in de praktijk moeilijker maakt om een harde grens te bepalen.

    “Ik snap zo’n zwart-wit benadering vanuit activistisch oogpunt, want het gaat relativering van straatintimidatie tegen – mensen die “ach, het was maar een grapje” zeggen. Maar om bij mannen daadwerkelijk een gedragsverandering teweeg te brengen, moet je ze duidelijk maken dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn. Je moet dat grijze gebied serieus nemen,” aldus Dekker.

    “Dat probeert bijvoorbeeld het team van Qpido, een stichting die voorlichting over seksualiteit en weerbaarheid organiseert in Amsterdam. Zij zeggen: voor een deel komt straatintimidatie voort uit mannelijke dominantie en vervelende intenties, maar een groot deel is het ook simpelweg sociale onhandigheid, zeker bij jongeren. Daarom geven zij bijvoorbeeld flirtles aan jongens en meisjes, om ze te leren hoe ze om een leuke manier contact kunnen leggen met anderen. Het is een compleet andere aanpak dan in Frankrijk, veel minder ideologisch. Maar als we door middel van educatie een cultuurverandering willen bewerkstelligen, is het belangrijk om bij te houden wat in de praktijk het beste werkt.”

    Als het om straatintimidatie gaat, lijkt het er dus op dat het grijze gebied zich uitstrekt tussen twee parallelle waarheden: de perceptie van het slachtoffer en de perceptie van de dader. De één voelt zich geïntimideerd en ongemakkelijk, de ander waant zich een ouderwetse casanova die met welgemeende complimentjes de levens van passerende vrouwen probeert op te vrolijken.

    Laan is het er mee eens dat zo’n verschil in perceptie kan bijdragen aan het ontstaan van grijze gebied. Ze voegt daar aan toe dat de manier waarop verreweg de meesten van ons seksueel gesocialiseerd zijn, ertoe leidt dat vrouwen vaker slachtoffer worden van seksuele intimidatie, terwijl de meeste plegers mannen zijn.

    “We worden allemaal opgevoed met het idee dat mannen van nature een onuitputtelijke zin in seks hebben, waardoor ze bijna wel de fout in moéten gaan”, aldus Laan. “Ik zie dat ook bij jonge, vaak hoogopgeleide vrouwen in mijn spreekkamer, die bij mij komen omdat ze pijnklachten hebben tijdens seks. Dat ze pijn krijgen, betekent dat ze dingen doen waar ze niet voldoende opgewonden voor zijn. Toch heerst bij hen heel sterk het idee dat ze hun mannelijke sekspartner hun zin moeten geven, of ze dat nou zelf willen of niet, vanuit een soort heilig ontzag voor de mannelijke seksuele drift. Het komt niet bij ze op om te zeggen ‘dit doet pijn, laten we iets anders doen’, nee, dat neuken moet gebeuren.”

    Voor vrouwen is seksualiteit gecompliceerd, zegt Laan. “In seksuele voorlichting wordt bij meiden vaak de nadruk gelegd op weerbaarheid, en op het voorkomen van zwangerschap en soa’s. Zo is het net of seks voor meiden veel gevaarlijker is dan voor jongens. En als je als vrouw openlijk seksueel bent, loop je het risico dat je een slet wordt gevonden, door zowel mannen als vrouwen.”

    “Tegelijkertijd zie je overal hoogst geseksualiseerde beelden van vrouwen, die juist heel veel plezier in seks lijken te hebben. In porno hoef je maar de grote teen van een vrouw aan te raken, of ze ligt al in extase. Die verwarring voel je als vrouw ook op straat: je hoort er mooi en vrouwelijk uit te zien, maar ook weer niet té, want dan verlies je het recht om het vervelend te vinden als je wordt nageroepen. We vinden dat vrouwen de hele tijd op de rem moeten trappen, terwijl mannen volop gas mogen geven.”

    Laan benadrukt dat de vrouwelijke en de mannelijke seksualiteit in feite juist helemaal niet zo van elkaar verschillen. “Maar zowel mannen als vrouwen hebben het beeld dat het wel zo is.”

    Een verschil in perceptie, oftewel het grijze gebied, maakt het lastig om straatintimidatie, en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het algemeen, strafbaar te stellen. Volgens strafjurist Stéphanie Heinerman, die werkt als strategisch juridisch adviseur is bij Bureau Clara Wichmann, is ons strafrecht eigenlijk niet goed ingericht om met seksueel wangedrag om te gaan. “Wat volgens het recht strafbaar is, is veel nauwer en kleiner dan wat we als maatschappij als grensoverschrijdend beschouwen”.

    Dat komt onder andere omdat binnen het strafrecht de intentie van de pleger erg zwaar weegt. Als iemand niet de opzet heeft gehad om een misdrijf te begaan, is het al een stuk minder waarschijnlijk dat hij of zij strafbaar gedrag heeft vertoond. Seksueel wangedrag is al lastig te bewijzen, omdat het zich over het algemeen tussen twee personen afspeelt en er geen getuigen bij zijn, maar het wordt al helemaal moeilijk als een dader kan volhouden niet door te hebben gehad dat het slachtoffer er niet van gediend was.

    Heinerman noemt wetgeving ‘het sluitstuk van de maatschappij’. “Het hobbelt altijd een beetje achter maatschappelijke ontwikkelingen aan”, zegt ze. “En in het strafrecht ben je gebonden aan wat er in de wet staat.”

    “Voordat seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar is, moet er sprake zijn van dwang, een overduidelijk machtsverschil, of het slachtoffer moet in een hulpeloze toestand hebben verkeerd”, legt Heinerman uit. “Dwang veronderstelt dat het slachtoffer zich moet hebben verzet, maar dat is niet per se een veelvoorkomende reactie van slachtoffers. Wat vaak voorkomt is dat een slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag juist verstijft, vanuit een overlevingsimpuls.”

    Het is nu zo dat veel seksueel grensoverschrijdend gedrag zo vaak voorkomt, dat we het als normaal en daarom niet strafbaar zijn gaan beschouwen. “Betast worden in het uitgaansleven bijvoorbeeld; voor veel vrouwen hoort dat er gewoon een beetje bij. Terwijl het toch echt grensoverschrijdend gedrag is.”

    Wel ziet Heinerman dat er verandering op komst is, en dat er sinds de #MeToo-beweging binnen het strafrecht steeds meer oog komt voor de maatschappelijke veranderingen. Vorig jaar schreef de minister van Justitie en Veiligheid een brief aan de Kamer, met daarin het voornemen om het Wetboek van Strafrecht meer in lijn te brengen met de maatschappij. “Het voorstel is om bij seksuele misdrijven niet meer zozeer te kijken naar de opzet van de pleger, maar ook naar de wil van het slachtoffer. Dat zou een enorme verruiming betekenen van wat er strafbaar is, niet alleen qua fysiek seksueel overschrijdend gedrag, maar ook qua verbale en non-verbale intimidatie op straat en online.” Plegers zouden dus strafbaar zijn als ze hadden kunnen weten dat wat ze deden tegen de zin van de ander was – net zoals je ook strafbaar kan zijn wegens heling als je in de vroege ochtend op straat een fiets koopt voor tien euro.

    Laan denkt ook dat deze verandering in het Wetboek van Strafrecht wenselijk is. “Al krijg je natuurlijk wel het probleem van mannen die zeggen dat ze dan niet eens meer mogen flirten zonder een overtreding aan hun broek te krijgen. Dat vind ik een ontzettende bagatellisering van het probleem, trouwens, als je zo reageert wil je het gewoon niet begrijpen.”

    Voor Laan bestaat de weg naar minder seksuele problemen en grijze gebieden uit meer begrip en kennis. “Met de Stichting voor Seksueel Welzijn pleit ik voor het idee van seksuele gelijkwaardigheid. Er blijkt steeds meer uit wetenschappelijk onderzoek dat vrouwen en mannen in hun vermogen tot lustgevoelens, opwinding en klaarkomen helemaal niet veel van elkaar verschillen. Maar er is wel een verschil in hoe ze hun seksualiteit uitvoeren. Als seks alleen maar om penetratie draait, dan is het logisch dat vrouwen minder klaarkomen, en dat het voor hen dus minder leuk is. Maar we accepteren dat, omdat we denken dat het zo hoort.”

    Meer seksuele gelijkwaardigheid lost het probleem van seksuele intimidatie wellicht niet helemaal op, maar zou seks voor vrouwen in ieder geval een stuk minder gecompliceerd en bedreigend maken.”Ik vind het onzinnig idee dat je altijd maar moet benadrukken dat er voor mannen ook een voordeel is”, zegt Laan, “maar het is natuurlijk wel zo: als het voor vrouwen leuker wordt, is het dat voor mannen ongetwijfeld ook.”

    Bron: Vice.com >>

    #251990
    Luka
    Moderator

    SARAH GETUIGT OVER SEKSUEEL GEWELD

    “ZE VROEGEN WAAROM IK ZO LANG HAD GEWACHT. ‘ALS HET ECHT ZO ERG WAS, GA JE TOCH METEEN NAAR DE POLITIE?’”

    Sarah* stond op het punt om af te studeren. Ze voelde zich onoverwinnelijk. Tot ze op de meest intieme manier werd gekwetst: op weg naar haar kot werd Sarah van haar fiets getrokken en verkracht. Lees hier haar verhaal.

    “Ik zat in mijn laatste jaar unief. Het was augustus. Ik had een tweede zit. Ik had heel juli aan mijn eindwerk gewerkt en nu kon ik het eindelijk afleveren. Ik fietste naar de faculteit om het in te dienen. Het was lekker warm weer en de terrassen zaten overvol. Er was een uitgelaten sfeer. Studenten liepen af en aan en er heerste een gezellige drukte. Ik voelde me onoverwinnelijk. Dat herinner ik me nog.

    Dat moment toen ik mijn eindwerk indiende was geweldig. Die twee herexamens die ik nog had, één ervan zelfs de volgende dag, zouden een makkie zijn. Ik fietste van de faculteit weer richting mijn kot. Dat was iets buiten de stad. Dat heb ik vaak vervloekt want ik moest altijd door weer en wind fietsen. Maar mijn nonkel had daar een studio en ik kon er tegen een spotprijsje intrekken. Als student zeg je dan geen nee.

    IK PASSEERDE HET SPORTCOMPLEX EN DOOK HET GROEN IN. IK KWAM ANDERE MENSEN TEGEN. JONGENS DIE VOETBALDEN, WANDELAARS. IK PASSEERDE EEN JONGEN DIE NAAST ZIJN FIETS OP HET GRAS ZAT. HIJ ZWAAIDE EN RIEP ‘HEY TIJGER, KOM JE ERBIJ ZITTEN?’ IK LACHTE EN WUIFDE TERUG, RIEP DAT IK NAAR HUIS MOEST, EN DAT HET VOOR EEN ANDERE KEER ZOU ZIJN.

    Niet veel later hoorde ik een fietser achter me. Ik reed wat naar rechts zodat hij gemakkelijk kon passeren. Maar niemand passeerde. Ik keek achterom en ik zag die jongen fietsen. Hij lachte en zei: ‘Dan rij ik toch met jou mee naar huis?’ Ik lachte, zei dat dat niet nodig was en wenste hem een fijne dag. Hij versnelde en kwam naast me rijden. Hij vroeg waarom ik niet wou dat hij meeging. Of ik een probleem met hem had. Of ik iemand thuis had zitten. De toon werd bitsiger. Hij probeerde me van het baantje te rijden. Ik maakte een inschattingsfout. Ik dacht, ik ben niet sneller dan hem. Laat ik hem gewoon van zijn fiets duwen. Ik strekte mijn arm, klaar om hem te duwen. Maar hij pakte mijn pols. Een seconde later lagen we allebei op de grond. Ik krabbelde recht, riep: ‘Klootzak, ben je gek geworden!’ Ik probeerde mijn fiets recht te zetten, het wiel was gedraaid. Het leek of heel mijn fiets stuk was, ik kreeg hem niet recht door mijn trillende handen.

    Ik voelde een por in mijn rug. ‘Wat ga je nu doen?’ werd er gelachen. Ik draaide me niet om. Ik bleef proberen mijn fiets recht te krijgen. Opnieuw een por. ‘Hey tijger.’ Ik siste dat hij me met rust moest laten. Ik kreeg weer een por, een stevige, en viel recht naar voor op mijn fiets. Mijn knie lag open, ik probeerde recht te komen. Maar hij trok me naast mijn fiets. Het ging heel snel. Zijn handen waren ineens overal. Ik lag op mijn buik. Ik kon geen kant uit. Ik had precies geen kracht meer in mijn lijf. Ik liet hem begaan. Het ging snel. Ik denk nog geen twee minuten. Terugkijkend was ik tot op ‘het moment’ nooit bang. Ik was geagiteerd. Het was een jongen van mijn leeftijd, zelfs jonger denk ik. Hoe kon dat fout gaan. Ik kon hem toch perfect terechtwijzen?

    IK DACHT DAT ALTIJD ALS ZOIETS JE OVERKWAM, JE EEN POWERBOOST KREEG. DAT JE EEN 100-DECIBELSTEM KRIJGT, OF JE EEN MMA-VECHTER WORDT. NIETS VAN. IK KON NIETS. IK DACHT NIETS. IK ZEI NIETS. HET GEBEURDE GEWOON.

    Ik herinner me hoe stil het was. Hij zei niets, maakte zelfs geen geluid. Ik hoorde vogeltjes fluiten. Ik rook het gras. Ik voelde de zon schijnen. Ik hoorde mensen naderen. Ik voelde dat hij stopte. Hij sprong op zijn fiets. Een jong koppel passeerde toen hij weg was. Ik sprong recht. Ze vroegen of het ging. Ik stamelde dat ik van mijn fiets was gevallen. Ze hebben nog naar mijn knie gekeken. De jongen heeft mijn stuur weer vastgezet.

    Ik ben naar mijn kot gereden. Ik ben in de douche gegaan, heb de wonde op mijn knie verzorgd. Ik heb mijn cursus gepakt en ben beginnen studeren voor mijn examen. Ik heb spaghetti gegeten. Ik heb me klaargemaakt en ben naar de stad gereden om iets te gaan drinken met mijn vriendin. Het was een gezellige avond. Ik heb gelachen, dat weet ik nog. De volgende dag legde ik een perfect examen af, zo voelde het toch.

    Het was pas daarna dat ik een klop kreeg. Mijn lijf trilde en ik kreeg het niet meer onder controle. Mijn vriendin kwam langs en zei nog lachend ‘zoveel heb je gisteren toch niet gedronken?’ Na aandringen, lang aandringen, kwam het verhaal er met horten en stoten uit. Fragmentarisch, ik heb niet alles gezegd. Ze was verbouwereerd, ze wist niet hoe te reageren. Ik vertelde het verhaal immers nuchter, met hier en daar een kwinkslag. Ik bleef terugkomen op mijn fiets die nog altijd stroef reed en dat ik hoopte dat ik geen nieuwe moest kopen.

    MIJN VRIENDIN ZEI DAT IK NAAR DE POLITIE MOEST GAAN. IK WOU NIET. IK ZEI DAT IK NOG MOEST STUDEREN VOOR MIJN EXAMEN TWEE DAGEN LATER.

    Ik studeerde me kapot. Ik negeerde de berichtjes die binnenkwamen. Ik legde een examen af, voldoende deze keer. Ik was afgestudeerd. Maar ik voelde me niet onoverwinnelijk. Niet meer. Medestudenten juichten, samenvattingen werden verscheurd. Ik stond er in een roes bij. Ik sprong terug op mijn fiets en dacht, komaan bijt een keer door. Je gaat naar de politie. Je hebt er nu tijd voor. Gewoon dat even afhandelen en dan is het voorbij.

    Ik kwam aan in het politiebureau. Ze voegen waarvoor ik kwam. Ik zei dat ik iets lastig had meegemaakt. ‘Toch geen moeilijk examen zeker?’ werd er gelachen. Ik lachte mee. Ik vertelde mijn verhaal, in bullet points, onsamenhangend. Ik wou er gewoon van af. Ik kon of wou niet antwoorden op andere vragen. Ik kon me de locatie niet meer herinneren. Ik kon enkel zeggen dat het een jongen was op een fiets en dat mijn fiets stuk was. Ik weet nog dat ik zei dat hij vriendelijk was. Ik kon geen andere details geven. Ze bleven dezelfde vragen stellen. Ik werd geagiteerd, kort. Het leek of we geen stap vooruit kwamen. Ze vroegen waarom ik zolang had gewacht. ‘Als het echt zo erg was, ga je toch meteen naar de politie?’ Nu was er geen bewijsmateriaal meer, als dat er al zou zijn, als er al iets strafbaar was gebeurd. De zaak zou moeilijk zijn, lieten ze verstaan.

    ‘WAT IS ER NU EIGENLIJK GEBEURD, JUFFROUW? WANT WE SNAPPEN JE VERHAAL NIET.’ IK DURFDE NIET BENOEMEN WAT ER WAS GEBEURD. IK HOOPTE DAT ZE TUSSEN DE REGELS ZOUDEN LEZEN. IK KREEG HET WOORD ‘VERKRACHT’ NIET OVER MIJN LIPPEN.

    Maar ze lazen niet tussen de regels. Misschien konden ze het niet. Niet met de info die ik gaf. Ik haalde mijn schouders op. Ik zei dat het niets was. Ik ging naar buiten. Ik heb me niet meer onoverwinnelijk gevoeld sindsdien. Dat besef ik nu.

    We zijn nu enkele jaren later. Ik moet altijd lachen als ik in de magazines artikels lees over verkrachtingen of seksueel geweld. Over hoe sterk de slachtoffers zijn, hoe ze de gruwel hebben overleefd. Dat is wel zo, waarschijnlijk. Ik dacht twee jaar na datum ook dat ik best een sterke griet was. Ik had het toch maar even geflikt: afgestudeerd, zonder enige vertraging me op de arbeidsmarkt gegooid, een job gevonden, een goeie, en ook nog eens een lief gevonden. Volgens de magazines ben je dan een survivor.

    Ik heb even in die roes kunnen leven. Me overtuigd dat ik oké was. Dat ik het had geplaatst. Dat ik vanaf nu alleen maar vooruit ging kijken en vooral voluit ging leven. Zonder dat iemand me ooit nog ging beperken. De eerlijkheid en de realiteit hebben me ingehaald, vijf jaar later. De buitenwereld ziet me nog steeds als een lachebek, iemand die ervoor gaat, die altijd wel een avontuur beleeft. Maar als ik eerlijk ben, heeft die jongen me nog steeds in zijn macht.

    Ik loop niet meer zo zorgeloos rond. Dat merk ik aan kleine dingen. De auto meteen vergrendelen als ik instap. Perfect weten wie met me mee afstapt van de trein. Geen oortjes gebruiken als ik fiets om alle omgevingsgeluiden toch maar te kunnen detecteren. Oversteken als ik een luide groep jongens zie afkomen. Op zich zijn dat dingen die niet al te erg zijn. Maar het kruipt ook verder.

    IK BEN GEREMD IN SOCIALE CONTACTEN. IK HAP NAAR ADEM ALS IK MET EEN VREEMDE ALLEEN IN DE LIFT MOET STAPPEN.

    Die nieuwe ontmoetingen met collega’s van een ander kantoor, verschrikkelijk. Onnozel geflirt op café? Daar draait nu mijn maag van om. Ik merk dat mijn favoriet seizoen zelfs is veranderd. Vroeger was het de zomer, hands down. Dat heeft nu een zure smaak. Ik kies nu voor de herfst. Ik haat het wanneer het warmer wordt en de winkels volhangen met kleedjes en andere zomerspullen. Die draag ik al lang niet meer. Al jaren niet. Ook al weet mijn verstand dat het niet uitmaakte of ik een rok of een broek had gedragen, het was toch gebeurd. Ik ben bang geworden van mijn eigen lijf, van mijn eigen vrouwelijkheid.

    Dan kan je jezelf niet meer wijsmaken dat je oké bent. Ik ben in therapie. Ik haat het dat ik elke week 80 euro moet uitgeven voor iets waar ik geen schuld aan heb. Ik haat het dat ik mijn verhaal elke keer opnieuw moet doen. Ook al is het om me te helpen. Ik ben het beu gehoord. Ik wil verder. En het lukt me niet. Ik voel me voor de zoveelste keer gestraft als ik bij de psycholoog binnenkom en ze me zegt dat we nog een lange weg te gaan hebben. Het voelt als emmers water naar zee brengen. Het voelt alsof ik continu minuten aan kostbaar leven voel wegstromen.

    Ik voel geen woede naar hem. Dat heb ik eigenlijk nooit gevoeld, hoe vreemd dit ook klinkt. Ik was op de verkeerde plek op het verkeerde moment. Een nuchtere analyse. Ik heb soms mijn verhaal verteld. Dat doe ik nu niet meer, buiten nu omdat het anoniem is. Ik kreeg die enkele keren meteen de reactie dat het een schande was dat ik geen klacht had ingediend. Dat er waarschijnlijk anderen na mij zijn geweest enkel en alleen omdat ik de ballen niet had om aangifte te doen. Dat was een slag onder de gordel, maar bevestigde de woede die ik voor mezelf voelde. Die lafbek die ik was.

    HET HEEFT DRIE JAAR AAN INTENSIEVE GESPREKKEN GEKOST OM ME NIET SCHULDIG TE VOELEN OVER HET FEIT DAT IK GEEN AANGIFTE DEED. HIJ IS VERKEERD, IK NIET, EN TOCH. ELKE KEER ALS IK EEN VERHAAL LEES, DENK IK ‘IK HOOP DAT HET NIET DOOR MIJ KOMT’.

    Ik voel geen woede naar de politie. Ik geloof oprecht dat ze wilden luisteren en helpen. Maar ze de tools niet hadden. Mijn verhaal was niet gemakkelijk om gehoord te worden. Mijn therapeut wordt daar gek van. Ook hier zit de fout niet bij mij. Mijn verhaal mag nog zo onsamenhangend zijn. Het moet gehoord worden en opgevolgd worden.

    Ik voel niet meer de noodzaak om toch nog een klacht in te dienen, hoewel ik de dingen nu beter kan vertellen. Ze vinden hem toch niet meer. Ik heb ook het gevoel dat het mij niet verder gaat helpen. Ik bewandel nu de weg van de therapie, om het te kunnen plaatsen, om voort te kunnen gaan, om wie weet ooit nog eens onbezorgd te fietsen, maar altijd zonder oortjes.”

    *De naam van de getuige werd gewijzigd om haar privacy te respecteren.

    Bron: Amnesty.be >>

    #252283
    Luka
    Moderator

    ’Achteraf gezien heeft hij mij meerdere malen verkracht’

    In de VROUW-rubriek Tussen de lakens vertellen vrouwen over hun seksleven. Dit verhaal komt van Sharon (29). Ze heeft een tijdje een relatie met een man gehad, die het alleen lekker vond als ze tegenstribbelde. „Mijn nee wond hem op. Achteraf gezien heeft hij mij gewoon meerdere malen binnen onze relatie verkracht.”

    „Max was qua looks helemaal mijn type. Groot, sterk, wat langer gitzwart haar, mooie donkere ogen, zes jaar ouder. Echt zo’n man waar je je veilig bij zou moeten voelen. Dat straalde hij uit, maar het tegendeel bleek waar. Onze relatie begon wel oké en ik was toen ook nog zo verliefd op hem dat ik sommige ietwat merkwaardige zaken voor lief nam. Zo was zijn wil wet en bepaalde hij echt alles. Maar dat maakte me niets uit, zolang we maar samen waren.”

    „Max was qua looks helemaal mijn type. Groot, sterk, wat langer gitzwart haar, mooie donkere ogen, zes jaar ouder. Echt zo’n man waar je je veilig bij zou moeten voelen. Dat straalde hij uit, maar het tegendeel bleek waar. Onze relatie begon wel oké en ik was toen ook nog zo verliefd op hem dat ik sommige ietwat merkwaardige zaken voor lief nam. Zo was zijn wil wet en bepaalde hij echt alles. Maar dat maakte me niets uit, zolang we maar samen waren.”

    Hardhandig
    „Hij was in bed heel dominant en ook wel wat hardhandig. Ik was wel wat gewend tussen de lakens, dus ook daar maakte ik me niet direct druk om. Het was ergens ook wel opwindend. En bovendien; in het begin van een nieuwe relatie is het altijd een beetje aftasten, ook in bed. We zouden elkaar vast wel vinden. Als ik iets niet prettig vond, probeerde ik hem subtiel de juiste richting op te sturen. Al had hij daar geen oren naar.”

    „We waren een half jaar bij elkaar toen ik tot mijn spijt moest constateren dat we in bed gewoon niet de beste match waren. Hij kon niet op een tedere manier seks met mij hebben. Het moest altijd heftig, altijd ruig. Hij dronk ook veel, wat zijn weerslag op ons seksleven had. Als er een borrel in zat, dan was hij niet te houden. Vaak dronk ik ook maar een wijntje extra om in dezelfde stemming te komen. Het is regelmatig voorgekomen dat ik zo tipsy was, dat ik de volgende ochtend amper nog wist wat we nou precies gedaan hadden.”

    Kanker
    „En toen werd mijn moeder ziek. Ze bleek een ongeneeslijke vorm van kanker te hebben en ging heel snel achteruit. Ik wilde zo veel mogelijk met en van haar genieten en bij haar zijn. Naar seks met Max stond mijn hoofd totaal niet; ik was zo verdrietig. Hij vond dat ik niet zo moest zeuren; seks zou me juist laten ontspannen. Hoe harder ik ’nee’ zei, hoe meer hij aandrong. Mijn ’nee’ wond hem gewoon op.”

    „Ik heb meerdere keren seks met Max gehad terwijl ik heel duidelijk had aangegeven dat ik het echt niet wilde. Hij dwong me. Ik liet het gebeuren, om een enorme scène te voorkomen. Als ik zou blijven volhouden, zouden we knallende ruzie krijgen en dat kon ik er echt niet bij hebben. Daar had ik de energie niet voor. Ik heb hem een paar keer in tranen zijn gang laten gaan. Hij had totaal geen oog voor mij. Hij had maar één doel: klaarkomen.”

    Uitgemaakt
    „Zodra hij zijn zaad kwijt was, viel hij in slaap. De volgende ochtend vroeg hij of ik het ook lekker had gevonden. Ik was inmiddels zo murw geworden, dat ik alleen maar knikte. Tijdens mijn moeders laatste weken heb ik het uitgemaakt met Max. Ik kon het niet langer opbrengen. Mijn liefde voor hem was compleet verdwenen door hoe hij met mij omging. Ik wilde me kunnen focussen op mijn moeder. Hij werd woest toen ik de relatie verbrak en bazuinde rond dat ik verschrikkelijk ben in bed.”

    „We zijn inmiddels drie jaar verder en ik heb een heel leuke en fijne vriend met wie ik het in bed perfect heb. Soms knuffelen we alleen maar of we liggen naakt tegen elkaar aan; de daad is niet ons hoogste doel. Alles is zo anders. Ik heb mijn nieuwe vriend verteld over Max en wat hij met mij deed. ’Dat is gewoon verkrachting!’, riep hij geschokt. Zo had ik er nog niet naar gekeken, maar hij heeft wel gelijk. Ik ben gedwongen tot seks. En daar is inderdaad maar één woord voor…”

    Aangifte
    „Ik vind het nog steeds lastig het te bestempelen als verkrachting, merk ik. Ik was er toch zelf bij? Ik heb het toch uiteindelijk toegestaan? Ik had het ook kunnen uitmaken en kunnen weglopen. Maar Max had mij op zo’n manier in zijn greep en ik zat ook in zo’n lastige persoonlijke situatie, dat ik dat niet deed. Maakt hem dat dan minder schuldig? Eigenlijk niet. Ik zou aangifte kunnen doen, maar dat doe ik niet. Ik kan het toch niet bewijzen en het is mijn woord tegen het zijne. Ik wil door en niets meer met Max te maken hebben. Maar het is natuurlijk van de zotte dat zulke kerels hier mee wegkomen. En misschien doet Max dit ook bij andere vrouwen…”

    Bron: de Telegraaf >> 

    #252374
    Mark
    Moderator

    Seksuele intimidatie op de werkvloer? Dit kun je ertegen doen


    © GETTY

    Ineens legt je baas een hand op je been of net iets te laag in je rug. Of je collega noemt jou consequent ‘die lekkere blonde.’ Seksuele intimidatie op de werkvloer komt nog altijd regelmatig voor: 1 op de 13 Nederlanders krijgt ermee te maken. Wat kan je in zo’n geval het beste doen?

    Als Danielle 14 jaar oud is krijgt zij een bijbaantje bij een opticien. Alles lijkt goed te gaan, tot haar baas haar vraagt mee te helpen bij een andere zaak die te kampen heeft met een personeelstekort. Nietsvermoedend gaat zij aan de slag bij de opticien, een man van middelbare leeftijd. “Het was rustig en ik vroeg of ik iets kon doen. Hij zei: ‘Ja dat kan wel, maar dat wordt dan na werktijd’.” Danielle vindt deze opmerking wel vreemd, maar besluit hem verder te negeren. Tot de opticien voorstelt om haar ogen op te meten, aangezien het toch heel rustig is in de winkel.

    ‘Ik was 14 en durfde niet tegen hem in te gaan’

    Ze gaat met hem mee in het daarvoor bedoelde kamertje en hij draait de deur op slot. “Ik was 14 en durfde niet tegen hem in te gaan. Hij legde een hand op mijn been en die kroop steeds verder omhoog.” Danielle slaat zijn hand weg, weet het slot open te krijgen en rent het kamertje uit. Als ze weer in de winkel staat, begint ze hard te huilen. Ze vertelt aan klanten die op dat moment de winkel in komen lopen dat ze ziek is. Zij vragen de opticien om haar naar huis te sturen. “Ik heb het thuis meteen aan mijn ouders verteld. Die hebben contact opgenomen met de manager van mijn eigen filiaal. Er zijn toen vervolgstappen genomen en er is een onderzoek geweest waar ik niet veel mee te maken heb gehad.”

    Goed gehandeld
    Danielle – nu 32 – heeft vandaag de dag geen last meer van dit incident, maar nu zij zelf kinderen heeft, kijkt zij er vol walging op terug. “Ik voel me er op zich prima over. Ik heb geen blijvende schade opgelopen. Ik kon nog helder nadenken en een ontsnappingsplan bedenken. Maar als ik er nu op terugkijk, denk ik: hoe vies dat je zoiets bij een 14-jarige doet, als je zelf dik in de veertig bent.” Ze is wel tevreden met hoe er destijds gehandeld is. “Mijn werkgever is er goed achteraan gegaan en de opticien in kwestie is ontslagen.” Ze is achteraf blij dat ze zelf ook direct actie heeft ondernomen. “Vertel het aan een vertrouwenspersoon of je familie. Ga het vooral niet bij jezelf zoeken of jezelf de schuld geven.”

    Arbeidsrecht advocaat Mirjam Decoz bevestigt hoe belangrijk het is om je uit te spreken als je te maken krijgt met seksuele intimidatie op de werkvloer. Decoz heeft zich gespecialiseerd in zaken waarin integriteit of ongewenste omgangsvormen aan de orde zijn. Ze staat niet alleen werknemers bij in de klachtprocedure, maar adviseert ook werkgevers bij het opstellen en implementeren van een beleid op dit gebied en is voorzitter van klachtencommissies bij meerdere bedrijven. Wij vroegen haar naar concrete stappen die je kan nemen als je te maken krijgt met seksuele intimidatie op de werkvloer.

    Wat is seksuele intimidatie?
    Een van de obstakels die zich daarbij voordoen, is dat het soms moeilijk te bepalen is waar de grens ligt. Gaat die hand op jouw bovenbeen of die ene opmerking al te ver? Soms kan het heel duidelijk zijn, maar vaak is het een glijdende schaal. Grapjes en complimenten kunnen snel omslaan in grensoverschrijdend gedrag. Volgens Decoz is seksuele intimidatie omschreven in de wet als ‘gedrag met een seksuele connotatie’. “Een arm om een collega slaan die net zijn moeder is verloren, kan troostend bedoeld zijn. Maar een gemiddeld mens weet goed het verschil te merken tussen die troostende arm en een met een andere intentie.”

    Een ander element van de definitie is dat je door gedrag in je waardigheid wordt aangetast, omdat het gedrag vernederend of kwetsend is. Hierdoor voel je je namelijk onveilig in je werkomgeving.

    ‘Je komt terecht in een tosti-ijzer: je zit aan twee kanten klem’

    Als jij bijvoorbeeld wordt aangeduid als ‘die ene met de lange benen’, kan dit een vorm van seksuele intimidatie zijn, zo stelt Decoz. “Als er zo over jou gesproken wordt, word je aangetast in je waardigheid. Dit kan komen door zowel opmerkingen of fysieke gebaren als blikken. Er zijn verschillende uitingsvorming.” Het kan helpen om met vrienden of andere dierbaren over jouw ervaringen te praten. Zo voel je je gehoord en kan je peilen of er inderdaad raar gedrag heeft plaatsgevonden. “Zorg goed voor jezelf en wees je bewust van het feit dat jij bepaald gedrag niet prettig vindt”, adviseert Decoz. “Bespreek het met je partner, familie of vrienden zodat ze je kunnen helpen bepalen wat is normaal is en wat niet.”

    Het is belangrijk om te zorgen dat je steun hebt, hoe ingewikkeld dit ook kan zijn. Volgens Decoz durven veel mensen bijvoorbeeld niet aan hun partner te vertellen wat hen overkomt op werk omdat een partner vanuit emoties kan reageren. “Een partner kan bijvoorbeeld boos reageren dat mensen van zijn vrouw af moeten blijven.” Dit is niet altijd de reactie waar je op zit te wachten als jou iets naars is overkomen. “Een vrouw komt dan in een tosti-ijzer terecht: op je werk zit je klem en thuis kan je niet je ei kwijt.” Uiteraard geldt dat voor mannen die met seksuele intimidatie op hun werk te maken krijgen precies hetzelfde.

    Zelfzorg
    Naast het zoeken van steun, is het belangrijk dat je eventueel bewijs veiligstelt. Advocaat Decoz raadt aan om zoveel mogelijk bij te houden wat jou overkomt en dit ook aan anderen te communiceren. “Als er appjes zijn, bewaar die dan en gooi ze niet weg. Dit kan namelijk bewijs zijn.” Zorg ook dat je niet alleen mensen vertelt wat jou overkomt, maar zorg voor schriftelijk bewijs. “Schrijf zo snel mogelijk op wat jou overkomt in de vorm van een dagboek. Hou bij wat jou precies overkwam en op welke datum dit gebeurde. Je kan het ook appen aan een vriend of vriendin.” Herinneringen vervagen en met goede notities blijven details helder. “Het is een vorm van zelfzorg, want als je bewijs weggooit sta je 1-0 achter”, zo stelt Decoz. “Vaak zijn collega’s wel bereid te verklaren in een klachtonderzoek, maar dan ben je afhankelijk van iemand anders.”

    Waar kan je terecht
    Het tijdig aanpakken van ongewenst gedrag kan verdere escalatie voorkomen. Als het niet te ernstig is, kan gewoon aanspreken een uitstekend middel zijn. “Dat kan met een knipoog. Zeg bijvoorbeeld: lees jij het beleid er nog maar eens even op na”, aldus Decoz. Weet jij niet goed hoe je iemand het beste kan aanspreken? “De vertrouwenspersoon op je werk kan je tips en tricks meegeven om zelf iets op te lossen. Ook kan zo iemand functioneren als een filter en je behouden voor te grote stappen. Of juist andersom: wat zit jij klem, laten we kijken wat er mogelijk is.”

    Mocht jouw werkgever om welke reden dan ook geen degelijk vertrouwenspersoon hebben, valt hier omheen te werken. “Het is mogelijk om via een arbodienst een abonnement af te sluiten bij een vertrouwenspersoon”, adviseert Decoz. “Je hoeft alleen te betalen als je diegene ook daadwerkelijk nodig hebt. De kans zit er dik in dat je werkgever dat wil doen: zij hebben namelijk ook baat bij een goede klachtafwikkeling. Geef je werkgever de kans om het intern op te lossen.” Hier kan je alles lezen over hoe een vertrouwenspersoon je kan helpen.

    Kan je blijven?
    Kan je na het indienen van een klacht over seksuele intimidatie bij je werkgever blijven? “Als je gelijk hebt gekregen, zou je gewoon je baan moeten kunnen houden”, legt Decoz uit. Maar in de praktijk blijken de arbeidsverhoudingen daarna vaak verstoord te zijn. In twee derde van de klachten die zij behandelt, loopt het uit op een beëindiging van de arbeidsrelatie.

    En als voorzitter van klachtencommissies merkt zij goed hoe veel stress zo’n onderzoek veroorzaakt. “Ook na het indienen van een klacht denkt een slachtoffer: ‘Nou sorry, maar bij dit bedrijf wil ik niet meer werken’.” Decoz is van mening dat er momenteel nog te weinig wetgeving is die een klachtenonderzoek in goede banen leidt. Dan wordt het bijvoorbeeld onzorgvuldig of niet grondig genoeg aangepakt, waardoor niet alle feiten boven water komen. Terwijl het juist zo belangrijk is dat een slachtoffer zich serieus genomen voelt. “Je moet zorgen dat diegene zich gesteund en geholpen voelt, zodat hij of zij kan aanblijven.”

    Verlaagde drempel
    Een goede vertrouwenspersoon en een strak georganiseerde klachtenregeling kunnen de drempel voor vrouwen en mannen om zich uit te spreken, verlagen. Je weet dan als werknemer dat je melding of klacht serieus wordt genomen en het werkt bovendien preventief. Ook na de opkomst van de #MeToo-beweging in 2017 blijft het namelijk knap lastig om een melding te maken van seksueel overschrijdend gedrag. En bij lang niet iedereen loopt het zo goed af als bij Danielle. Ondanks dat zij tevreden is met hoe haar klacht behandeld is, heeft het incident zijn sporen achtergelaten. “Ik durfde een tijd niet alleen te zijn met volwassen mannen. Wanneer ik alleen was met iemands vader dacht ik al snel: oei, hij zou toch geen rare dingen doen.”

    Ook een klein incident kan een grote impact hebben. Maar je machteloos voelen, hoeft niet: zoek steun, verzamel bewijs, maak het bespreekbaar en praat zo nodig met een vertrouwenspersoon. Dan weet ook een dader dat zijn of haar blikken, opmerkingen of handtastelijkheden echt te ver gaan en dat je bereid bent om voor jezelf op te komen.

    Bron: evajinek.nl

    #252407
    Mark
    Moderator

    Suzanne (31) werd jarenlang misbruikt door haar vader: ‘Wat heeft die man een schade aangericht’

    Suzanne (foto) zag haar vader vorige maand voor het eerst in acht jaar terug, in de rechtszaal in Dordrecht. Hij is veroordeeld voor ontucht met zijn (toen) minderjarige dochter. © Shody Careman

    Vanaf haar negende werd Suzanne* (31) seksueel misbruikt door haar vader. Hij is veroordeeld tot drie jaar cel. De psychische schade verwoestte haar leven, maar Suzanne zette zichzelf terug op de rails. ,,Als ik straks oud en krakkemikkig ben, wil ik niet terugkijken op m’n leven en denken: joh, wat heb ik het verkloot.’’

    Acht jaar na hun contactbreuk waren Suzanne en haar vader in juni voor het eerst weer samen in een ruimte, in de rechtszaal in Dordrecht. De Heerjansdammer zat in het verdachtenbankje, zijn dochter op de publieke tribune. ,,Het was raar om hem na al die tijd weer te zien’’, vertelt ze nadien vanuit haar huiskamer in haar huidige woonplaats Wageningen.

    Lees dit premium-artikel verder op ad.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #252636
    Luka
    Moderator

    Bevroren kun je niet terugvechten: over hoe 70% bevriest bij seksueel misbruik

    Wanneer iemand #MeToo zegt, weet bijna iedereen gelijk waarover het gaat. De slogan ‘Me Too’ werd in 2017 wereldberoemd, nadat talloze slachtoffers van seksueel misbruik de hashtag gebruikten om hun ervaringen te delen. Dit is inmiddels drie jaar geleden en nog steeds lijkt het onderwerp een taboe te zijn.

    Zo laat het inmiddels opgeheven Instagram-account @abusers_nl zien hoe slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag hier vaak stil over bleven. Vragen als ‘Wat zouden mensen over mij denken?’ en ‘Wat als ik niet geloofd zou worden?’ zorgen ervoor dat velen liever zwijgen dan spreken.

    Dit Instagram-account wilde een veilige plek vormen waar de verzwegen verhalen wel worden geloofd. Het zorgde voor veel ophef, wat in mijn ogen maar al te goed illustreert waarom het zo lastig is om erover te praten.

    Stigma en ongeloof omtrent seksueel misbruik
    Op @abusers_nl werden verhalen gedeeld van mensen die zeggen slachtoffer te zijn geweest van seksueel misbruik. Inmiddels is het account uit de lucht, omdat de oprichter door de vele bedreigingen zich niet veilig voelde om hiermee door te gaan. In een artikel van VICE vertelt de oprichter het account te zijn gestart, om een veilige plek te creëren voor slachtoffers waar ze wel geloofd worden.

    Binnen een week tijd kreeg het account 12.000 volgers en stroomden de ervaringen van slachtoffers binnen. Vervolgens plaatste @abusers_nl de verhalen op de Instagram-pagina. Ik vind het mooi om te lezen dat verhalen die lang waren verzwegen dankzij het account toch naar buiten worden gebracht. Wat me echter opvalt is dat slachtoffers hun verhaal alleen in anonimiteit kwijt durven.

    De voorkeur om anoniem te blijven is niet zonder reden. OneWorld kopt in een vergelijkbaar artikel over het beladen Instagram-account de titel ‘Slachtoffers van seksueel misbruik zijn nergens veilig’. Slachtoffers kunnen rekenen op ongeloof en stigma: mensen die in reguliere media met naam hun verhaal doen, ontvangen dikwijls negatieve reacties.

    Naast dat er veel ongeloof is doordat er vaak een gebrek aan bewijs is, is er ook sprake van stigmatisering van slachtofferschap. Een slachtoffer van seksueel misbruik wordt gauw als ‘beschadigd’ of ‘getraumatiseerd’ bestempeld.

    Let’s Talk About Yes
    Terwijl ik dit schrijf moet ik bekennen dat die stigmatisering mij er ook lang van heeft weerhouden om mijn eigen ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag te delen. Ik snap eigenlijk heel goed waarom mensen alleen in anonimiteit hun verhaal durven te delen. Ikzelf voelde en voel nog steeds schaamte voor wat mij is overkomen. Alsof ik een zwak persoon ben, die dit zomaar heeft laten gebeuren. Terwijl ik mezelf juist als een sterk en autonoom wezen zie. De campagne van Amnesty International liet me echter op een andere manier naar mijn ervaring kijken.

    De #LetsTalkAboutYes campagne van Amnesty International is geïnitieerd om de huidige Nederlandse wet te veranderen. Volgens de Nederlandse wet is er namelijk pas sprake van verkrachting als er geweld of dwang is. Een nieuw wetsvoorstel van Minister Grapperhaus maakt seks zonder instemming wél strafbaar, maar in mindere mate en noemt het geen verkrachting: hij noemt dit seks tegen de wil. Een onderscheid maken tussen seks tegen de wil en verkrachting doet geen recht aan het slachtoffer, vindt Amnesty International.

    Het overgrote deel van Nederland is het hiermee eens. Uit nieuw onderzoek door I&O Research blijkt dat ruim 76% van de Nederlandse bevolking vindt dat seks zonder instemming ook verkrachting is. De huidige wet geeft het gevoel: ‘Het valt wel mee, het was maar seks tegen de wil’, aldus een slachtoffer van verkrachting.

    Sterker nog, het schijnt dat 70 procent van de slachtoffers bevriest uit angst volgens het rapport van I&O Research. Naast een mogelijke flight or fight response blijkt dus de meerderheid een freezing response te hebben. Bevroren kun je niet terugvechten. Dit maakt de verkrachtingswet van Grapperhaus schrijnend en doet geen recht aan slachtoffers van seksueel misbruik.

    De relatie met mijn lijf na seksueel misbruik
    Toen ik las dat 70 procent van de slachtoffers bevriest uit angst, vielen voor mij de puzzelstukjes op hun plaats. Ik heb heel lang gedacht dat ik iets had kunnen doen, me ertegen had moeten verzetten. Echter, ik kon niks anders dan bevriezen en het maar laten gebeuren. Dit maakt mij niet zwak, dit maakt mij menselijk. Het is een menselijke reactie om uit angst te verstijven wanneer zoiets je overkomt.

    Dit heeft voor mij de drempel verlaagd om er niet langer over te zwijgen. Lange tijd heb ik er nooit wat over gezegd en het seksuele misbruik verkleind in mijn hoofd. Ik geloofde namelijk zelf haast niet dat dit was gebeurd, vooral omdat het een goede vriend was. Ik maakte er een ander verhaal van, om het van me af te kunnen zetten. Maar ik merk dat ik hiermee mezelf tekort heb gedaan.

    Het heeft veel impact op mijn eigen relatie met intimiteit gemaakt. Ik werk nog steeds aan het herstellen van de relatie met mijn lijf. Ik had moeite met mezelf open te stellen naar andere mensen. Intimiteit toe te staan tussen lichamen. Ik zag het als iets verkeerd, want wat er met me gebeurd is was fout.

    Op het moment heb ik dan wellicht geen duidelijke ‘nee’ gegeven, maar mijn stilte door bevriezing was zeker geen ‘ja’. Nu weet ik dat ik me er niet voor hoef te schamen en dat het niet mijn schuld was. Zoals de campagne van Amnesty International laat zien, ga je op zo’n moment in overlevingsstand.

    Wat kun jij doen bij seksueel misbruik?
    Met enige twijfel om dit artikel te publiceren, weegt de urgentie van mijn boodschap toch zwaarder. Ergens ben ik nog steeds bang voor wat anderen van mij zullen denken. Het gaat echter niet om mijn verhaal: het gaat erom dat álle verhalen gehoord worden en dat elke grens die wordt overschreden er één te veel is. Met mijn openheid probeer ik schaamte en stigmatisering tegen te gaan.

    Ik wil geen medelijden of als ‘beschadigd’ worden bestempeld. Mijn wens is dat mensen gaan leren van de verhalen die worden verteld en dat de bevragingscultuur omgezet wordt naar een luistercultuur. Ik hoop dat reacties als ‘Wat had je aan?’, ‘Wat heb jij zelf gedaan op dat moment?’ en ‘Kan je het bewijzen?’ veranderen in reacties als ‘Je hoeft je niet te schamen’, ‘Het is niet jouw schuld’ en ‘Ik zie en geloof je’.

    Uiteraard wil ik niet ontkennen dat het lastig blijft om over zoiets persoonlijks en pijnlijks te spreken. Ik bewonder het Instagram-account @abusers_nl en de mensen die via de hashtag ‘MeToo’ hun verhaal hebben verteld. Ik wens elk slachtoffer van seksueel misbruik toe een veilige kring te vinden, waarin ze hun ervaring kunnen delen. Het is al verdrietig genoeg om slachtoffer te zijn, laten we het alsjeblieft niet nog zwaarder maken door ongeloof en stigma. In plaats daarvan open het gesprek, bied een luisterend oor en neem elk verhaal serieus.

    Nu je toch de tijd hebt genomen voor het lezen van mijn artikel, zou je dan ook een moment willen nemen om een kaartje naar Minister Grapperhaus te sturen? Via deze link kun je een oproep doen aan de minister om de verkrachtingswet aan te passen.

    Hieronder heb ik mijn ervaring van me afgeschreven door middel van poëzie en vervolgens in beeld gebracht.

    Bron: Commen >>

25 berichten aan het bekijken - 101 tot 125 (van in totaal 148)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.
gasten online: 21 ▪︎ leden online: 0
No users are currently active
FORUM STATISTIEKEN
topics: 2.759, berichten: 14.841, leden: 1.609
Scroll Up