Seksueel misbruik en seksueel geweld (algemeen)

Forum Lotgenoten Seksueel Geweld Achtergrond & Informatie Informatieve websites & mediaberichten Seksueel misbruik en seksueel geweld (algemeen)

Dit onderwerp bevat 106 reacties, heeft 6 stemmen, en is het laatst gewijzigd door mara 26/11/2019 om 13:56.

25 berichten aan het bekijken - 76 tot 100 (van in totaal 107)
  • Auteur
    Berichten
  • #235750

    Mark
    Moderator

    Tijdelijke spierverlamming tijdens seksueel misbruik

    Veel overlevers van seksueel misbruik hebben schuldgevoelens, omdat ze niet gevochten hebben, niet hebben gestreden. In plaats daarvan zijn ze bevroren: ze konden zich niet verweren, ze konden niet bewegen.

    Recent onderzoek naar tijdelijke spierverlamming
    Recent is er in Scandinavië onderzoek gedaan naar deze bevriezing. De medische term voor dit verschijnsel is ‘Tonic Immobility’ oftewel: tijdelijke spierverlamming.

    Tijdelijke spierverlamming in de dierenwereld
    Tijdelijke spierverlamming komt veel voor. Een uitstapje in de dierenwereld leert ons dat sommige dieren lijken ‘verlamd te zijn’ als ze in een levensbedreigende situatie verkeren. Een muis die gepakt is door een kat houdt zich dood. De kat slaat er nog een paar keer tegen, maar net als de speelgoedmuis verroert het beestje zich niet. De kat verliest interesse en hup: daar rent het muisje de tuin in. Gered!

    Onderzoek naar tijdelijke spierverlamming bij slachtoffers van verkrachting
    Het onderzoek naar Tonic Immobility, tijdelijke spierverlamming, is gedaan in Scandinavië onder 300 slachtoffers van verkrachting. Het onderzoek is gepubliceerd in de: ‘Acta Obstetricia et Gynecologica Scandinavica’. Wat zij hebben ontdekt is dat tijdelijke spierverlamming tijdens een verkrachting veel vaker voorkomt dan eerder werd aangenomen. Maar liefst 70 procent van de vrouwen gaven aan enige tijdelijke verlamming te hebben ervaren, terwijl dat door 48 procent van hen ‘extreme tijdelijke verlamming’ werd genoemd.

    Lees verder op hulpverleningnaseksueelmisbruik.nl >>

    #237220

    Luka
    Moderator

    Saskia werd misbruikt door een priester, en hij werkt nog steeds in het klooster

    Saskia werd misbruikt door een priester in een klooster. Die zaak is afgehandeld met een schadevergoeding en excuses. Maar ze maakt zich zorgen: de dader werkt nog in het klooster, en de kloosterleiding begrijpt haar niet.

    Ze kwam in het klooster voor rust. In die tijd, Saskia was 21 jaar, en net op kamers gegaan in Rotterdam, ging het niet zo goed met haar. “Ik liep vast in mijn opleiding en ik vond alleen wonen heel moeilijk. Er kwam bij dat ik al niet zulke geweldige romantische en seksuele ervaringen had. Iemand raadde me aan om een tijdje naar het klooster te gaan, dat leek me wel een goed idee.”

    Aangekomen in het Brabantse Heeswijk-Dinther, bij de Abdij van Berne, kalmeerden de stille gangen haar meteen en trof ze een ‘heel aardige’ priester. “Ik kwam daar met m’n verdriet, en hij begeleidde me naar mijn kamer. Het enige wat ik nog weet, is dat ik wakker werd, en hij op de rand van het bed zat. Hij had een slaapmiddel in mijn thee gedaan, zei hij.”

    Lees verder op Trouw.nl >>

    #238598

    Luka
    Moderator

    “Ik had hem binnengelaten”
    OPENHARTIG 06.09.18

    Enkele weken geleden berichtte de pers dat de radio-dj die in 2016 geen straf kreeg nadat hij een vrouw verkrachtte, opnieuw veroordeeld werd voor verkrachting. Opnieuw werd hij nauwelijks gestraft, ondanks het feit dat hij op zo’n korte tijd voor dezelfde feiten moest voorkomen. De zaak lokte, net als twee jaar geleden, dan ook heel wat reactie uit. Het slachtoffer zelf volgde de mediastorm in stilte mee. Nu gaat ze opnieuw op zoek naar haar stem. De eerste stap in dat proces: haar verhaal vertellen.

    Hier zit ik dan. Kwaad, gefrustreerd, gekwetst, vernederd en nog tal van andere emoties die zich de laatste weken een weg naar buiten aan het banen zijn. Wat ik op dit moment het felst voel, is de nood om mijn stem terug te krijgen. Ik probeer mijn anonimiteit te bewaren, maar heb alles gevolgd. Elk artikel, elke tweet, elke reactie over de zaak heb ik gelezen, gewikt en gewogen. Zoals Ygritte in Game of Thrones zei: “You know nothing, Jon Snow”. De zelftwijfel. Hoe het is om je grenzen zo brutaal genegeerd te zien. De hel van het aangifte doen. En het toch doen, ondanks alles. Omdat het nodig is.
    Die vrijdagavond laat stuurde hij me een berichtje: “Als je wil, kom ik nog af”. Zonder aanleiding. Ik antwoordde dat ik al half lag te slapen en de dag erna moest werken. Dat het geen goed idee was. Ik stuurde mijn collega-vriendin nog een berichtje, dat ik dat een beetje raar vond, en ook om mezelf gerust te stellen. Ik viel in slaap en werd even later gewekt door mijn deurbel. Twee keer, halflang. Slaapdronken liep ik naar de deur. Ik verwenste hem omdat hij me wakker had gemaakt, maar liet hem binnen. Wat moest ik anders doen? Het was middernacht, hij was in een stad waar hij niemand kende, en hij stond daar.

    “Het besef kwam als een mokerslag: ik was verkracht. Ik geloofde het niet echt. Want ik had hem binnengelaten.”

    De volgende ochtend was onwerkelijk. Op automatische piloot maakte ik me klaar om te gaan werken. Ik voelde me erg verward. Ik stuurde een berichtje naar een andere vriendin: “Weet ge nog die gast? Die stond vannacht aan mijn deur.” Haar antwoord: “Ge hebt die toch niet binnengelaten?” Hoe vaak zou ik dat nog moeten horen de weken daarna. Ik schaamde me rot. Rond de middag kwam mijn collega aan op het werk. Lachend vroeg ze hoe het nog was afgelopen met ‘die gast’. Ik voelde me verstijven. Stilletjes gaf ik toe dat hij echt was gekomen. Ze zag meteen dat er meer aan de hand was en vroeg me uit tot ik alles verteld had. In horten en stoten beschreef ik wat er die nacht gebeurd was. Ik heb toen duizend keer ‘sorry’ gezegd. Dat ik wist ‘dat ik de deur niet had mogen opendoen’, terwijl de tranen over mijn wangen stroomden. Het besef kwam als een mokerslag: ik was verkracht. Ik geloofde het niet echt. Want ik had hem binnengelaten.

    Die avond legde ik mijn twee beste vriendinnen een vraagstuk voor. Stel dat je iemand binnenlaat in je huis. Die persoon wil seks, jij niet. Je zegt ‘nee’ en je zegt nog eens ‘nee’. En je zegt ‘ik wil niet’ en ‘stop’ en ‘stop nu, haal hem er NU uit’. Je zegt die dingen met alle kracht die je op dat moment hebt – wat niet veel is. Je zegt het, maar je schreeuwt niet en je lichaam kan zich niet verzetten. Je kan hem niet wegduwen of slaan of wat dan ook. Je bent verlamd. Dan is het toch je eigen schuld? Want je hebt hem zelf binnengelaten. Ze waren het daar allebei niet mee eens, en stelden voor om aangifte te doen van verkrachting.

    “Je lichaam kan zich niet verzetten. Je kan hem niet wegduwen of slaan of wat dan ook. Je bent verlamd.”

    Aangifte? Neen, dat zou ik niet doen. Dat kon niet, het was wellicht toch niet erg genoeg. Het leek me beter om alles zo te laten; om mijn wonden te likken en verder te gaan. Het was vast mijn eigen schuld, ik had hem binnengelaten. Toevallig is de man van mijn vriendin zelf agent. Hij zei me dat ik aangifte moést doen, en wel zo snel mogelijk: de eerste 24 uur zijn cruciaal om nog sporen te vinden op je lichaam. Slik. Ik beloofde hen dat ik het zou doen.

    Een uur en een telefoongesprek later werd voor de tweede nacht op rij aan mijn deur gebeld. Ditmaal slechts één keer, en erg beslist. Mijn vriendin, die bij me was gebleven, deed open. Twee agenten kwamen mijn woonkamer binnen. Ik voelde me alsof ik iets misdaan had. Ik kwam amper uit mijn woorden. Ze namen ons mee naar het politiebureau. Door het raam van de combi keek ik hoe we wegreden. De hele situatie leek zo surreëel.

    De agenten vroegen of ik het oké zou vinden om mee te gaan naar het ziekenhuis om een Seksuele Agressie Set te laten afnemen. Ik stemde toe. De dokter en verpleegster deden hun best om de testen zo vlot mogelijk te laten verlopen. Een derde agent kwam de kit ophalen om naar het parket te brengen. Hij kwam de kamer binnen en verifieerde wie ik was. Toen zei hij: “Verwacht hier niet te veel van. Jullie hadden al eerder seks gehad hé. Je hebt hem gisteren dan nog bij jou laten slapen én je bent gewoon gaan werken. En dan dacht je ‘s avonds laat van ‘ik zal toch maar eens aangifte doen’. Zo erg kan het dan toch allemaal niet geweest zijn.” Ik kon geen woord uitbrengen. Ik zag hoe mijn vriendin haar kwaadheid verbeet. De verpleegster kwam terug binnen en vroeg of ik oké was, waarop ik in huilen uitbarstte. Ze heeft me zachtjes getroost en gezegd dat ik erg moedig was, en dat ik het juiste gedaan had. Daar ben ik haar vandaag nog steeds ongelofelijk dankbaar voor.

    “Ik deed alsof alles oké was en vertelde soms aan iemand wat er gebeurd was. Het voelde niet alsof het over mij ging.”

    De volgende dagen en weken maakte ik mee in een soort waas. Ik stond op en ging werken. Ik deed alsof alles oké was en vertelde soms aan iemand wat er gebeurd was. Het voelde niet alsof het over mij ging. De politie vroeg of ik bijstand wilde van slachtofferhulp. Ergens besefte ik dat ik iets ergs had doorgemaakt, dus besloot ik op het aanbod in te gaan.

    Ik keek oprecht uit naar het gesprek. Ik hoopte er mijn verhaal te kunnen doen aan iemand die het écht zou snappen en me misschien van mijn misplaatste schuldgevoelens af kon helpen. Niet alleen had ik het gevoel dat de hele situatie mijn eigen schuld was, ik voelde me ook schuldig omdat mijn verkrachter inmiddels in de gevangenis zat door mij. Maar het gesprek verliep erg stroef en ik ging er niet buiten met een opgelucht gevoel. Bij de vraag of ik een tweede gesprek wou, antwoordde ik van wel. Misschien lag het aan mij en zou het de volgende keer anders zijn.

    Intussen had ik ook een advocaat. Vergeet pro Deo als je voltijds werkt. Mijn familiale verzekering bood gelukkig een uitweg: ik mocht via hen een advocaat aanstellen. Ik wist niet dat dit een optie was, tot ik het uitzocht. Ook niemand in mijn omgeving wist dat dat kon. Ik geef het dus maar even mee – je weet maar nooit.

    “Mijn manier om ermee om te gaan was zorgen dat alles praktisch in orde was. Emotioneel liep ik mijlenver achter.”

    Ik had dus alles gedaan dat mogelijk was om voor mezelf te ‘zorgen’ in deze periode: ik maakte gebruik van de aangeboden professionele hulp, nam een advocaat onder de arm, had een sociaal netwerk waar ik op kon steunen en wist welke stappen zouden volgen. Telkens er op gerechtelijk vlak iets gebeurde, zoals bijvoorbeeld een zitting van de raadkamer, werd ik op de hoogte gehouden. Ik wilde alles weten: of hij aangehouden bleef, wat hij precies verklaard had. Dat was mijn manier om ermee om te gaan: zorgen dat alles praktisch in orde was. Maar emotioneel liep ik mijlenver achter.

    Tijdens het tweede gesprek met een hulpverlener van slachtofferhulp legde ik mijn hart en ziel bloot. Ik vertelde over de beschuldigende agent; over hoe vernederend zijn uitspraken hadden gevoeld en hoe moeilijk ik me daar kon over zetten. Ik zei dat ik iets wou doen, dat dit toch echt niet zomaar kon. De vrouw vroeg me of ik het niet te drastisch zou vinden om klacht neer te leggen. Ik kon het die agent toch niet kwalijk nemen? Hij kende de context toch niet? Ik slikte even en probeerde het gesprek verder te zetten. De vrouw stelde bijna geen enkele vraag, dus ik ratelde maar door.

    “Deze man heeft zich mijn lichaam toegeëigend. Krijg ik het ooit nog terug?”

    Toen zweeg ik even, om te zien of en hoe ze zou reageren. Ze bleef stil en keek een beetje voor zich uit, door het raam. Ze geeuwde, meermaals, met open mond. Ik werd kwaad – inwendig dan toch. Vond ze mijn verhaal niet spannend of sensationeel genoeg? Maar ik zei niets en knikte toen ze vroeg of het oké was het gesprek vroeger te stoppen. Het was immers heel druk. Of ik nog een derde gesprek wilde vastleggen? Ik bedankte beleefd. Voor de tweede keer voelde ik me in de steek gelaten door iemand die aan mijn kant zou moeten staan.

    De man die mij verkracht heeft, loopt ondertussen terug vrij rond. Tweeëneenhalve maand heeft hij vastgezeten. En ik met hem. Gedurende die tijd had ik geen idee wat er zou gebeuren. Ik stond op en ging slapen met honderden ‘wat als’-vragen die door mijn hoofd spookten. Wat als ze mijn verhaal zouden minimaliseren? Wat als hij onschuldig pleit? Wat als ze zijn woord zouden geloven boven het mijne? Deze man heeft zich mijn lichaam toegeëigend. Krijg ik het ooit nog terug?

    Toen de zaak voorkwam, was de procureur bijzonder hard in zijn betoog. Hij was ook principieel tegen het behandelen van de zaak achter gesloten deuren omdat hij vond dat mensen deze zaak moesten kennen. Toch vorderde hij slechts twintig maanden cel, met enkel de voorhechtenis effectief. Dit is ook de straf die door de rechter werd opgelegd. Daar kan ik nog steeds niet goed bij. Is België dan echt het land waar je als straf voor het verkrachten van niet één maar twee vrouwen slechts tweeëneenhalve maand naar de gevangenis moet en een aantal voorwaarden wordt opgelegd?

    “We kunnen niet verwachten dat er iets verandert als we collectief onze mond houden over wat er tussen onze benen gebeurt.”

    Hij had het al eerder gedaan. Hij had voorwaarden gekregen. Toch verkrachtte hij opnieuw iemand: MIJ. Hoeveel harder kan iemand zijn voorwaarden schenden? Zal de vorige zaak heropend worden nu hij zich tijdens zijn proeftermijn opnieuw schuldig maakte aan verkrachting? Zal zijn opschorting van veroordeling in de vorige zaak dan omgezet worden in een effectieve straf? Moet zijn eerste slachtoffer niet eindelijk erkenning krijgen voor de moed die ze had om aangifte te doen? En zal ik ooit vrede kunnen nemen met wat hem werd opgelegd, ook al voelt het voor mij niet alsof hij echt gestraft werd? Ik vraag het me echt – met een bang hart – af.

    Hoewel ik me heel klein en kwetsbaar voel door alles wat er gebeurd is, en uiteindelijk tot niet zo veel heeft geleid, geloof ik nog steeds dat het nodig is om aangifte te doen. We hopen allemaal dat het ver van ons bed blijft, en ik hoop met jullie mee. Maar elke kleine druppel helpt om de emmer te vullen. Op een dag loopt die over. Die dag is duidelijk niet vandaag, en waarschijnlijk ook niet morgen. Ik weet uit eerste hand hoe moeilijk het is, en als iemand me vraagt of ik spijt heb van mijn aangifte, moet ik altijd mijn best doen om te zeggen van niet. We kunnen niet verwachten dat er iets verandert als we collectief onze mond houden over wat er tussen onze benen gebeurt. Zelfs al kan je het niet de dag zelf, of de dag erna – jouw ervaring is wel degelijk belangrijk in the bigger picture. Dat geloof ik, en dat moet ik geloven. Er zal ooit wel iemand zijn die luistert.

    Bron: Charliemag.be

    #238664

    Mark
    Moderator

    De freeze reactie tijdens een verkrachting

    1 op de 8 vrouwen en 1 op de 25 mannen wordt eens in zijn of haar leven verkracht. Ondanks de hoge cijfers is het voor de meeste mensen moeilijk te begrijpen wat je als slachtoffer doormaakt. Mensen willen graag geloven dat als een verkrachting hen zou overkomen dat ze vechten, vluchten of zich hevig verzetten. De realiteit bewijst echter het tegendeel. Als slachtoffer kan je verstijfd raken van angst en niets doen. Dit wordt ook wel de ‘freeze reactie’ of ‘tonic immobility’ genoemd. De freeze reactie werd in een recente uitzending van Zembla ‘Verstijfd van Angst’ verder onderzocht.

    70% van de verkrachtingsslachtoffers doet niets of werkt mee
    Het is voor heel veel mensen niet te bevatten dat je in een levensbedreigende situatie, zoals een verkrachting, niet vlucht of vecht. Toch is dit vaak de realiteit. De freeze reactie is door klinisch psychologen goed te verklaren. Iva Bicanic, klinisch psycholoog en oprichter van het Centrum Seksueel Geweld, vertelt dat zo’n 70% van de verkrachtingsslachtoffers niets doet of meewerkt tijdens een verkrachting. Het is een overlevingsreactie van het lichaam die iedereen kan overkomen. Door niets te doen wordt de kans dat je als slachtoffer een verkrachting overleeft groter.

    Als een slachtoffer zich niet verzet, is het voor de wet dan wel een verkrachting?
    Officier van Justitie, Eva Kwakman, legt in ‘Verstijfd van angst’ uit, dat wanneer je je niet verzet hebt. Wanneer vanaf de buitenkant niet zichtbaar is geweest dat je het als slachtoffer niet wilde. Het voor de wet moeilijk te bewijzen is, dat sprake is geweest van een verkrachting. Wanneer een verkrachting om verschillende redenen moeilijker te bewijzen is, worden slachtoffers hier tijdens het informatief gesprek met de zedenpolitie op gewezen. In veel gevallen, zo blijkt uit de documentaire, schrikt dit slachtoffers af om een aangifte door te zetten.

    Verwijtende reacties vanuit de omgeving
    Naast dat een bevriezingsreactie een succesvolle aangifte moeilijker maakt, kan je als slachtoffer te maken krijgen met verwijtende reacties vanuit de omgeving. Reacties als: ‘waarom heb je je niet verzet?’, ‘kon je niet vluchten?’, kunnen maken dat je je als slachtoffer schuldig voelt aan wat er gebeurd is. Dit wordt ook wel ‘victim blaming’ genoemd. Naast dat slachtoffers die zich schuldig voelen aan wat er gebeurd is, minder snel aangifte doen bij de politie, lopen zij hierdoor ernstig vast in hun verwerking. Slachtoffers die met niet-steunende en verwijtende reacties vanuit hun omgeving te maken krijgen, kunnen het gevoel hebben voor een tweede keer slachtoffer te worden.

    Steun door de omgeving van essentieel belang
    Verwijtende reacties door de omgeving kunnen voortkomen uit onwetendheid. Mensen kunnen onderwerpen, zoals verkrachting, uit de weg gaan omdat dit als onprettig of zelfs eng ervaren wordt. Hierdoor kan de neiging ontstaan om weg te kijken of een foute situatie goed te praten. Dit terwijl het essentieel is dat je erkenning krijgt en op de best mogelijke manier gesteund wordt.

    Het is van belang dat er op maatschappelijk niveau meer bewustwording komt voor thema’s zoals de bevriezingsreactie. Zodat je je als slachtoffer niet onbegrepen voelt en de steun krijgt die je verdient. Professionele hulp is ontzettend belangrijk, maar steun en erkenning door de omgeving is daarnaast vaak een onmisbaar onderdeel in het verwerkingsproces.

    Ben je slachtoffer van verkrachting, aanranding of seksueel misbruik? Via deze deze pagina op SlachtofferWijzer lees je waar je terecht kunt voor hulp en ondersteuning op emotioneel, praktisch, juridisch en financieel gebied. Je staat er niet alleen voor.

    Bron: slachtofferwijzer.nl

    #239044

    Mark
    Moderator

    Seksueel misbruik op de werkvloer in Tilburg: ‘Stel je niet aan, het was maar een grapje’


    Seksueel intimidatie en misbruik. ,,Het gebeurt op elke werkvloer.” © John Back

    Slachtoffers van seksueel misbruik op het werk worden dubbel gestraft, daders komen er vaak mee weg. In de nasleep van #MeToo en de misbruikaffaire bij Prodemos vertellen drie Tilburgse vrouwen over wat hen overkwam. “Het gebeurt op elke werkvloer.”

    Het gevoel verantwoording te moeten afleggen. In de verhalen van drie Tilburgse vrouwen die op hun werk te maken kregen met seksueel grensoverschrijdend gedrag steekt het steeds de kop weer op. Hadden ze direct anders moeten reageren op opmerkingen? Hebben ze zich voldoende geweerd tegen eerste handtastelijkheden? Had ik me met geweld moeten lostrekken toen hij me vastgreep en meetrok? Steeds weer die vragen; van je chef, collega’s, de politie, je partner, vrienden en kennissen. En van jezelf, tot gekmakens toe.

    Ik was nog jong en naïef, met die chef speelde ik het spelletje zelfs mee. Pas later besefte ik: dat gedrag klopte niet.”

    Eslem, Werd geconfronteerd met ongepaste versierpogingen

    Ze doen hun verhaal bij Blauwe Maan, de Tilburgse organisatie die al bijna drie decennia kosteloos hulp biedt aan mensen die zijn geconfronteerd met onvrijwillige seks of seksueel misbruik. Dat overkomt vooral vrouwen, maar toch: een op de vijf cliënten is man.

    Lees dit een premium artikel verder op bd.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #239168

    Luka
    Moderator

    “Engagement is naast praten, mijn verwerkingsmechanisme voor misbruik”
    Maxine Willemsen over de nood aan positieve overwinningsverhalen van slachtoffers van seksueel misbruik

    Foto’s: Elodie Kona & Lisalotte Oosterom

    Maxine Willemsen (19) was als vijftienjarige twee keer het slachtoffer van seksueel geweld. Ze moest zichzelf bijeen rapen, meermaals, maar vandaag zet deze studente geschiedenis zich in voor anderen. Preventie van seksuele intimidatie, gelijke kansen en genderdiversiteit staan bovenaan haar politieke to-dolijst. Ze wil de wereld veranderen en begint in Mechelen, als jongste gemeenteraadslid ooit.

    Maxine ziet de permanente aanmeldpunten als een safe zone. “Niet elk slachtoffer kan bij een familielid of vriend terecht. Of wil een ouder of een leerkracht op de hoogte te brengen. Zo’n aanmeldpunt zou een neutrale plek zijn waar slachtoffers – hopelijk weg van alle mogelijke vooroordelen – hun verhaal kunnen vertellen.” Seksuele intimidatie gebeurt op verschillende manieren. Van een ongepaste opmerking tot een ongemakkelijke aanraking. Daar wil Maxine tegen vechten. Maar hoe? “Elke stad moet een permanent aanmeldpunt voor seksuele intimidatie en geweld hebben. “Wat als de politie mij niet serieus neemt en niet gelooft?”, zijn gedachten waarmee slachtoffers vaak worstelen. Dit maakt klacht indienen bij de politie een té grote stap.”

    VERLATINGSANGST
    “Zelf heb ik twee aanrandingen meegemaakt in een jaar tijd. Twee mannen hebben mij aangeraakt en betast. De details zijn onbelangrijk, maar de nasleep weegt door. Ik was vijftien jaar oud en had het mentaal moeilijk. Mama was toen zeven jaar overleden. En haar afwezigheid maakte de puberteit niet gemakkelijker. Ik ontwikkelde verlatingsangst die ook mijn reactie op de aanranding heeft beïnvloed.

    Voor die verlatingsangst – als gevolg van mama’s overlijden – ben ik jaren in therapie geweest. Maar over de aanranding heb ik nooit met een therapeut durven te praten. Ik ben toen eigenlijk gestopt met naar de psycholoog te gaan. Ik probeerde mijzelf te overtuigen dat de aanranding een nare droom was. Een nachtmerrie die mijn geheugen snel ging wissen. Niet dus.

    “Ik had een trauma opgelopen en belandde in relaties waar ik mezelf wegcijferde. Eigenlijk liet ik mezelf opnieuw misbruiken.”

    Ik besefte pas enkele jaren later dat ik een trauma had opgelopen en belandde in een reeks relaties waar ik mezelf wegcijferde. Eigenlijk liet ik mezelf opnieuw misbruiken. Volgens mij kan je – als vrouw – na seksueel geweld twee kanten opgaan: ofwel sluit je mannen volledig uit ofwel laat je ze te gemakkelijk binnen. Dat laatste was ik. Na die aanrandingen geloofde ik dat ik mannen moest pleasen. Mijn zelfvertrouwen ging de diepte in met een depressie tot gevolg.

    Drie jaar heb ik de aanrandingen voor iedereen verzwegen. Ik heb pas mijn huidige vriend op de hoogte gebracht toen eind vorig jaar een artikel in HUMO verscheen. Op hetzelfde moment heb ik het ook aan papa verteld. Ze waren niet boos of teleurgesteld, maar meelevend en begripvol.

    Hun reactie was een opluchting, want het ergste dat kan gebeuren, is dat je omgeving je niet gelooft of je gaat beschuldigen. Vaak beschouwt de maatschappij het slachtoffer als medeplichtige: ze was zat of ze had beter moeten opletten. Maar dit zijn allemaal excuses om seksueel geweld te minimaliseren. Als slachtoffer ben je nooit mededader.

    SPREAD THE WORD
    Dat ik na die aanrandingen niet naar de politie ben gestapt uit angst, is meer dan normaal. Ik heb er soms wel spijt van. Net daarom breng ik mijn verhaal nu naar buiten, om een voorbeeld te zijn voor andere slachtoffers. Ik begrijp dat klacht indienen een immense stap is. Maar de politie moet ook niet per se je eerste toevlucht zijn.

    “Praat met je loved ones of desnoods met een onbekende. Praten is écht key.”

    Door te praten over wat je zelf hebt meegemaakt, leer je omgaan met je trauma. Uiteindelijk ga je anderen in gelijkaardige situaties misschien aansporen om hun verhaal naar buiten te brengen. Velen zitten met een verleden van incest, aanranding of misbruik. Je merkt dan dat je allesbehalve alleen bent. Volgens mij is praten hét beste verwerkingsproces. Praat met je loved ones of desnoods een onbekende. Het maakt niet zozeer uit wie, maar praten is écht key.

    Nog een stap verder: ga in gesprek met een psycholoog. In therapie gaan eens je uit de misbruiksituatie bent geraakt, kan het verwerkingsproces misschien zelfs versnellen. Als je niet psychologisch begeleid wordt of er tenminste met een vertrouwenspersoon over praat, krijg je sowieso de shit achteraf.

    DE ‘WAAROM’-VRAAG
    Eens je een trauma blootlegt, moet je je spijtig genoeg ook verwachten aan onbegrip. “Waarom ben je niet gevlucht?”, is een typische ‘waarom’-vraag. Uhm, excuseer? Je bent bang en reageert op een ongewone situatie. Sommigen gaan vluchten, anderen verstijven. Ik bevroor en kon niet meer bewegen.

    “Waarom ben je niks gaan aangeven?”, is misschien wel the worst. Ten eerste: de dader is vaak iemand die jou kent. Of iemand uit je kennissenkring die je vaak tegen het lijf zal lopen. Ten tweede wil je als slachtoffer het hele gebeuren snel vergeten en liefst dat schaamtegevoel zo snel mogelijk kwijtgeraken. Je hebt duizend en één redenen. En je zou je toch niet moeten verantwoorden?

    “Ook positieve en overwinningsverhalen in de media zijn belangrijk. Slachtoffers hebben nood aan voorbeelden die kracht putten uit hun trauma.”

    Wat het beste werkt om de maatschappij bewust te maken van seksueel geweld, zijn choquerende of verwarrende verhalen. Zoals de man die voor de verkrachting van een 14-jarige twee jaar cel met uitstel kreeg. Maar ook het overwinningsverhaal is belangrijk, vooral voor de slachtoffers. Ze hebben nood aan voorbeelden die kracht putten uit hun trauma. “Hoe gaan andere slachtoffers met hun trauma om?”, is een vraag die zij zichzelf vaak stellen. Maar positieve verhalen komen nauwelijks aan bod in de media.

    De keerzijde van positief nieuws: het creëert minder bewustzijn voor het fenomeen voor zij die nog in denial leven. Om ongepaste reacties op seksueel geweld in te perken, moet er dus ook aandacht zijn voor de negatieve aspecten van seksueel geweld zoals bijvoorbeeld PTSS (posttraumatische stressstoornis, red.). Sommige slachtoffers zijn na hun trauma niet in staat om te gaan werken, laat staan om relaties op te bouwen. Dan is seksueel geweld misschien toch een dwingend maatschappelijk probleem?

    Mijn huidige vriend helpt mij om opnieuw van mezelf te houden. Ik moet mijn eigenwaarde en zelfliefde terugvinden. “Als anderen van jou en je lichaam houden, ga je je beter voelen”, dacht ik. Maar mijn lichaam is van mij en moet ik niet met iedereen delen. Dat mag natuurlijk, zolang het een eigen keuze is.

    Stap voor stap heb ik mezelf omringd met de juiste vrienden. Vrienden die mij onvoorwaardelijk graag zien en ikzelf dolgraag zie. De reactie die je krijgt op het moment dat je over het misbruik vertelt, bepaalt hoe je er zelf uiteindelijk mee omgaat en onthult ook wie je echte vrienden zijn. Bepaalde vrienden, die je al lang kent, gaan afstand van je nemen of zich zelfs helemaal terugtrekken uit je leven, maar je gaat ook vrienden en familie hebben die dichter naar je toegroeien. Dat zijn de keepers.

    Engageer en overleef

    “Engagement is naast praten, mijn verwerkingsmechanisme.”

    Eens ik van mijn depressie verlost was en opnieuw gezonde relaties had opgebouwd, kon ik mij engageren. Engagement is naast praten, mijn verwerkingsmechanisme. Mijn grootste tip aan slachtoffers is dan ook: engageer jezelf. Schrijf je in voor praatgroepen, ga spreken op bijeenkomsten of werk mee aan het beleid.

    Je hebt slachtoffers die vanuit hun ervaring psychologie gaan studeren. Of hun frustraties neerpennen in opiniestukken. Als je niet kan schrijven: teken of schilder. Steek je woede en frustratie in kunst. Of sport het er allemaal uit. Conclusie: let it out!

    Maar neem vooral de tijd om jezelf te vinden. “Je moet doen wat jou gelukkig maakt”, klinkt het cliché. Maar als je jarenlang met jezelf in de knoop hebt gelegen, weet je niet wat jou nu juist gelukkig maakt. Daar moet je zelf naar op zoek gaan. Ik heb alleszins mijn uitlaatklep gevonden: anderen helpen. Niet alleen als politica, maar ook als jonge survivor van een trauma.”

    Bron: charliemag.be

    #239374

    Mark
    Moderator

    We zitten als samenleving met een onrealistisch beeld van verkrachting

    Gewelddadige verkrachters, zoals Steve Bakelmans, zijn de uitzondering. De meeste verkrachters zijn net doodnormale mannen, op zoek naar intimiteit, zo doorprikt rechtspsycholoog André De Zutter (46) ons beeld van de meedogenloze bruut. ‘Ze zoenen, fluisteren lieve woordjes of brengen je nadien naar huis.’

    “Ik blijf het moeilijk hebben om daar emotioneel afstand van te nemen. Maar tegelijk denk ik dan: misschien is dat niet eens zo slecht.” Ook bij rechtspsycholoog André De Zutter (46), expert in daderprofielen van verkrachters, komt de moord op Julie Van Espen hard binnen. “Het menselijke aspect blijft je aangrijpen. Dat had ik in mijn onderzoek wel wat onderschat.”

    We spreken elkaar met zicht op zee, in Knokke. In het appartement van zijn ouders, waar André De Zutter deze week zijn vader verzorgt. Zo’n 250 kilometer veraf van de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar de Limburger doceert. Voor het proefschrift waarmee hij vorig najaar promoveerde, verdiepte hij zich jarenlang in meer dan vijfhonderd zedendossiers. De Zutter: “In het begin zag ik plots overal daders. Een man alleen in de speeltuin? ‘Vast wel een pedofiel. Die moeten we in het oog houden.’ Op den duur werd mijn vrouw er gek van. ‘André, hou daar nu eens mee op.’ (lacht) En ze had een punt: ik was aan het overschatten. Zo’n 99,9 procent van de mannen verkracht nooit. Laten we dat niet vergeten.”

    Lees dit premium artikel verder op demorgen.be of als lid van LSG in het ledendeel.

    #239480

    Luka
    Moderator

    Wat gebeurt er in je lichaam tijdens een bevriezingsreactie?

    In de ZEMBLA-uitzending ‘Verstijfd van angst’ vertelt Marcelle Bos hoe ze jarenlang worstelde met het feit dat ze niet protesteerde toen ze werd verkracht. Ze kreeg namelijk een freeze-reactie. “Tijdens een levensbedreigende situatie kunnen er drie reacties van je lichaam optreden: vluchten, vechten en bevriezen”, legt psycholoog Agnes van Minnen uit.

    Agnes van Minnen is hoogleraar klinische psychologie aan de Radboud Universiteit en expert op het gebied van PTSS, trauma en angst. Ze heeft eerder het boek ‘Verlamd van angst’ geschreven, dat gaat over verstijven van angst tijdens seksueel misbruik.

    Overlevingsstand
    Vluchten, vechten en bevriezen zijn natuurlijke, automatische reacties die door je hersenen worden ingegeven om je leven te redden. Je brein maakt razendsnel een keuze uit de drie opties in hiërarchische volgorde. “Als het slachtoffer kan vluchten, is dat de eerste reactie, want dat is het makkelijkste. Daarna volgt de optie om te vechten en daarna om te bevriezen.”

    Je lichaam staat tijdens een levensbedreigende situatie in een overlevingsstand, dus de overwegingen worden instinctief gemaakt. “Het is te vergelijken met dat je je vinger brandt en je hand terugtrekt, zo snel gebeurt de handeling”, licht ze toe. “Je kiest er dus niet bewust voor.”

    Verlamming van je spieren
    Een bevriezingsreactie leidt bij sommige mensen tot verlamming van je spieren, bij anderen juist tot stijfheid van de spieren, alsof je letterlijk bevriest. In tegenstelling tot de vlucht- of vechtreactie, daalt de hartslag en ademhalingsfrequentie bij bevriezing. Verder neemt je lichaamstemperatuur af en vernauwen de bloedvaten waardoor je het ijskoud kan krijgen. “Door al die lichamelijke reacties overleef je makkelijker: je hebt minder zuurstof nodig en je verliest minder bloed bij eventuele verwondingen”, zegt Van Minnen.

    Dissociatie, het gevoel dat je wordt ontkoppeld van je lichaam, is een onderdeel van de verlammingsreactie. “Dit heeft als voordeel dat je emoties en pijn blokkeert, waardoor het nog steeds een optie is om te vluchten of te vechten zodra het kan”, aldus Van Minnen. “Maar dat betekent ook dat je het gevoel hebt dat je niet meer zelf kunt beslissen over wat je doet en hoe je reageert.” Een slachtoffer kan zelfs glimlachen tijdens seksueel geweld, terwijl hij of zij in feite doodsbang is.

    Vaak kunnen slachtoffers tijdens de freeze-reactie niet om hulp roepen, omdat hun spieren – dus ook de spieren rondom de stembanden – verlamd zijn. Van Minnen vergelijkt het gevoel met wat mensen in nachtmerries meemaken: “Je wilt heel hard wegrennen of schreeuwen, maar het lukt niet.”

    ‘Meewerken’ aan seksueel geweld
    Ondanks dat de spieren verlamd of verstijfd zijn, is penetratie nog steeds mogelijk. Zelfs als dat met geweld gebeurt, kunnen vrouwen toch vochtig worden. Voor slachtoffers is dit achteraf vaak onbegrijpelijk, ze konden niets doen maar dat gedeelte werkte wel. “Dit kan worden verklaard vanuit het overlevingsperspectief”, vertelt Van Minnen. “Door het vochtig worden van de vagina bereidt de vrouw een penetratie voor, gewild of ongewild.” Dit zorgt ervoor dat minder verwondingen of scheurtjes in de vaginawand ontstaan. “Het lichaam beschermt je dus tegen lichamelijke verwondingen, omdat het ‘meewerkt’ aan het seksueel geweld.”

    Levendige details herinneren
    De ‘bevriezing’ duurt zo lang als de situatie levensbedreigend is. Ook al lijkt het alsof het slachtoffer niet meer reageert, de hersenen zijn super alert. Dit verklaart ook waarom slachtoffers na zo’n reactie vaak nog zoveel levendige details kunnen herinneren, vertelt Van Minnen. “Informatie naar buiten toe wordt afgeremd, waardoor je niet kan bewegen, maar alle informatie van buitenaf komt op een normale manier of zelfs versterkt binnen.”

    Mensen die een verlammingsreactie hebben, houden de dader voortdurend in de gaten om alsnog te kunnen vluchten of vechten zodra het kan. “Je lichaam verandert dan in een milliseconde van een verlamde naar een spieractieve toestand om ervandoor te gaan.”

    De omgeving na een freeze-reactie
    Van Minnen ziet in haar praktijk dat slachtoffers na een freeze-reactie vaker last hebben om deze traumatische gebeurtenis te verwerken. “Dat komt ook door de vragen van de omgeving, zoals ‘waarom heb je niets gedaan?’ waardoor slachtoffers zichzelf gaan afvragen ‘waarom heb ik in godsnaam niets gedaan?'” Maar, vertelt ze, “eigenlijk hebben ze iets goeds gedaan, want ze hebben het overleefd en dat was de bedoeling van je lichaam.”

    Bron: zembla.bnnvara.nl

    #239856

    Mark
    Moderator

    Bij seksueel misbruik kan uit angst een genitale respons optreden

    Hoe komen wetenschappers tot dat ene inzicht dat het verloop van hun hele carrière bepaalt? Daarover vertellen ze in de rubriek Eureka, elk weekend in het AD, verzorgd door de redactie van New Scientist. Deze week: Ellen Laan, hoogleraar seksuologie bij het UMC Amsterdam.

    ‘Mijn onderzoek richt zich op seksualiteitsbeleving van vrouwen, wat hen motiveert en of ze hierin verschillen van mannen. Heteroseksuele vrouwen betalen over het algemeen nog steeds een hoge prijs voor vrijen met een man. Ze hebben minder orgasmes, meer pijn en veel meer last van grensoverschrijdend gedrag door anderen.

    ‘Een van mijn eureka-momenten beleefde ik tijdens mijn promotieonderzoek. Ik onderzocht bij vrouwen de relatie tussen de genitale respons en gevoelens van seksuele opwinding met een vaginale fotoplethysmograaf, een soort elektronische tampon. Deze tampon registreert de doorbloeding van de vaginawand en op deze manier kan de genitale opwinding bij de vrouw zeer nauwkeurig in kaart worden gebracht.

    ‘De genitale respons bleek net zoals bij mannen deels automatisch op te treden bij het kijken naar een erotische film; door bloedstuwing krijgt de man een erectie en de vagina van de vrouw wordt nat en haar clitoris gezwollen. Een eyeopener voor mij was de realisering dat dit dan ook kan plaatsvinden bij een ongewenste seksuele situatie. Als er sprake is van misbruik of van verkrachting, dan kan er een genitale respons optreden. Het optreden van een genitale respons is dus geen bewijs van instemming.

    ‘De laatste jaren is er meer over dit mechanisme bekend geworden en weten we dat dit regelmatig voorkomt. Het mechanisme is waarschijnlijk gebaseerd op angst, waardoor alle bloedvaten open gaan. Een extreem voorbeeld is mannen die met volledige erecties voor een vuurpeloton staan om te worden gefusilleerd. Natuurlijk niet omdat ze opgewonden zijn, maar omdat ze in doodsnood zijn.’

    Bron en reacties: newscientist.nl

    #239973

    Luka
    Moderator

    Een psychologe getuigt: ‘Er zijn heel wat redenen waarom slachtoffers van seksueel misbruik zwijgen’

    Line De Vlamynck, psychologe gespecialiseerd in zedenfeiten, vertelt over de slachtoffers die haar contacteren in de nasleep van Chris Dusauchoit en Valerie Van Peel: ‘Het is de verwarrende mentale spagaat waar slachtoffers vaak lang mee leven: ik heb dit uitgelokt.’

    ‘Er zijn heel wat redenen waarom slachtoffers zwijgen. Ten eerste is er een onlogisch, maar diepgeworteld schuld- en schaamtegevoel bij slachtoffers. De meeste daders verkrachten niet met expliciet geweld. Ze kruipen in het hoofd van het slachtoffer, misbruiken de band die ze vaak al met of haar hebben en maken hun slachtoffer wijs dat ze eraan meedoen of er zelfs schuldig aan zijn. ‘Je bent onweerstaanbaar mooi’, ‘je hebt me verleid’, ‘jij vond het toch ook leuk’ of ‘ik zal je eens iets tonen’, al die uitingen van psychisch geweld bezwaren de slachtoffers met de verantwoordelijkheid over wat er gebeurde.’

    Lees het hele opinie stuk op knack.be

    #239974

    Luka
    Moderator

    Tess Milne praat openlijk over verkrachting

    Tess Milne is te gast bij het YouTube-kanaal van Jurre Geluk. In zijn programma Seksmobiel doet de presentatrice een boekje open over een ingrijpende gebeurtenis in haar leven, waar ze lange tijd niet over kon praten. Op negentienjarige leeftijd werd ze verkracht: “Ik heb daar anderhalf à twee jaar niet over gepraat.”

    In de YouTube-serie worden de meest uiteenlopende seksvragen gesteld. Aan Jurre en zijn gast de taak deze zo openhartig mogelijk te beantwoorden. En openhartig is Tess zeker. “Ik heb nog nooit zoiets gedaan, over seks praten in een progamma”, vertelt ze een tikkie zenuwachtig aan het begin. Voorheen wees ze dit soort vragen altijd af, omdat ze bang was dat het alleen over haar zou gaan. Maar nu hoopt ze anderen te helpen, door haar eigen verleden te delen.

    Tess en Jurre krijgen een vraag voorgeschoteld over een jongen die zich afvraagt waarom zijn vriendin niet met hem wil zoenen. Volgens de blondine kan het zijn dat hier een ingewikkelder antwoord achter schuilt, en geeft het advies zijn lief hiernaar te vragen. “Ik heb zelf ook iets naars meegemaakt met een jongen”, doet ze een boekje open. “Ik heb daar anderhalf à twee jaar niet over gepraat. Daarna wel, en toen was ik er schijnbaar klaar voor.” Jurre vraagt zich hardop af wat ze bedoelt, waarna Tess begint over het feit dat ze op negentienjarige leeftijd is verkracht.

    “Ik kan er nu over praten, gelukkig”, begint ze. “Ik heb een hele nare ervaring gehad met een jongen die mij verkracht heeft eigenlijk. Toen was ik negentien. Ik kon het gewoon niet aan.” Haar tweelingzus was haar steun en toeverlaat. “Ik zag dat ik daar andere mensen mee kon helpen, en dat geeft verlichting.”

     

    Bron: rtlnieuws.nl

    Lees ook: Tess Milne: ‘Toen die jongens weg waren, heeft hij me verkracht’

    #240070

    Skye
    Moderator

    Hulp aan vrouwen die seksueel misbruik hebben meegemaakt

    Vrouwen die in hun jeugd misbruikt zijn, vinden het moeilijk om dat te bespreken. Onderzoek laat zien dat vrouwen gemiddeld zestien jaar wachten voordat ze, uit eigen beweging, met iemand over hun ervaring praten. Ze voelen zich schuldig, schamen zich ervoor, zijn bang om niet geloofd te worden, of leggen zelf geen verband tussen hun problemen en het vroegere misbruik. Het eerder signaleren van de (late) gevolgen, en daar adequaat op reageren vanuit de gezondheidszorg en hulpverlening, kan voorkomen dat problemen escaleren. Zo kan het remmen van de wens, van mensen met misbruikervaringen, om hier over te praten, contraproductief werken en de klachten juist versterken.

    Signaleren
    Er bestaan veel algemene signalen die kunnen wijzen op seksueel misbruik in de jeugd. Deze kunnen onderverdeeld worden in

    1. de gevolgen van seksueel misbruik,
    2. verhoogd zorggebruik en consumptie van medicatie en
    3. de communicatie tussen professional en cliënt.

    1. Gevolgen van seksueel misbruik

    • (chronische) posttraumatische stressstoornissen (PTSS), angststoornissen en depressie,
    • vermijdingsgedrag,
    • zelfbeschadigend gedrag,
    • seksuele problemen,
    • een negatief zelfbeeld,
    • relatie- en interpersoonlijke problemen,
    • herhaald slachtofferschap,
    • medische onverklaarbare klachten.

    In het algemeen geldt dat hoe jonger het slachtoffer is, hoe dichterbij de pleger staat en hoe langer het geweld duurt, des te ernstiger de gevolgen zijn. Als een kind seksueel misbruikt wordt door een bekende pleger, zoals de eigen (stief)vader, dan beïnvloedt dat de hele verdere ontwikkeling. Het gebrek aan veiligheid en stabiliteit zorgt voor tal van problemen in de ontwikkeling van kind tot volwassene, met name op het terrein van de hechting. Wanneer het gaat om herhaaldelijk en/of langdurig meemaken van seksueel misbruik dan kan dit chronisch (ook wel type-II) trauma tot gevolg hebben, waarbij PTSS op de voorgrond staat.

    2. Zorggebruik

    • Een deel van de slachtoffers maakt beduidend vaker gebruik van de zorg. Zij melden zich tweemaal zo vaak met zogenaamde ‘vage klachten’ bij de huisarts.
    • Er is een grote groep die allerlei vormen van zorg mijdt of onnodig uitstelt, vooral die medische zorg waarbij lichamelijk contact nodig is. De triggers, flashbacks en herbelevingen (zie begrippenlijst) zijn zeer waarschijnlijk de oorzaak van het zorg-mijdende gedrag dat cliënten vertonen.
    • Verder is er een hoger gebruik van medicatie, zoals pijnstillers, antidepressiva en slaap- en kalmeringsmiddelen.

    3. Communicatie tussen professional en cliënt

    • In het contact met professionals kunnen ‘triggers’ spelen die vrouwen angstig maken, ook voor herhaling van het misbruik. De gevoeligheid van cliënten voor dit soort zaken kan sterk wisselen. Dit speelt vooral in het contact met professionals die zorg verlenen ‘aan het lichaam’, zoals bij het uitkleden, lichamelijk contact en lichamelijk onderzoek, het innemen van ondergeschikte lichaamshoudingen en het gebruik van latex handschoenen. De triggers spelen dus vooral in het contact met artsen en paramedici (tandartsen, verloskundigen, verpleegkundigen), maar kunnen ook veroorzaakt worden door uiterlijk, geuren, bewegingen en beroepshouding.
    • Het is belangrijk om aandacht te besteden aan de uitleg over de noodzaak van het onderzoek of procedures. Ook helpt het wanneer er tijdens het onderzoek doorlopend wordt gecommuniceerd en de cliënt wordt gerustgesteld en geïnformeerd over wat er gaat gebeuren en de cliënt zelf het onderzoek te allen tijde af kan breken of onderbreken.
    • Het helpt als de professional zelf de rust kan bewaren, ook bij onthulling van ernstige vormen van misbruik.
    • Het geslacht van de professional kan een rol spelen als trigger. Het helpt als cliënten kunnen kiezen tussen een vrouwelijke of een mannelijke hulpverlener.
    • Het helpt als cliënten zelf de keuze hebben om al dan niet een lichamelijk onderzoek te ondergaan of een vertrouwenspersoon mee kunnen nemen.

    Lees verder op movisie.nl >>

    #240128

    Mark
    Moderator

    Seksueel grensoverschrijdend gedrag bij jongeren en volwassenen: feiten en cijfers

    Hoe vaak komt seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik voor bij jongeren en volwassenen? In deze ‘Feiten en cijfers’ vind je recente cijfers voor Vlaanderen en voor België.

    • Wat is seksueel grensoverschrijdend gedrag?
    • Wat is seksueel misbruik?
    • Hoe vaak komt seksueel misbruik voor in België?
    • Cijfers grensoverschrijdend gedrag uit onderzoek
    • Meldingen van seksueel misbruik bij de hulpverlening
    • Aantal meldingen van misbruik bij politie en justitie in België
    • Wie is kwetsbaar voor seksueel grensoverschrijdend gedrag?
    • Waar komt seksueel grensoverschrijdend gedrag het meest voor?
    • Meer informatie over seksueel grensoverschrijdend gedrag

    Lees verder op sensoa.be >>

    #240132

    Mark
    Moderator

    Wat is seksueel geweld?

    De Wereldgezondheidsorganisatie heeft een definitie opgesteld rond seksueel geweld:

    “Elke seksuele daad die tegen iemands wil wordt uitgevoerd. Het kan door eender welke persoon uitgevoerd worden ongeacht zijn of haar relatie tot het slachtoffer, in gelijk welke omgeving. Iemand tot seksuele daden dwingen tegen zijn of haar wil, of die daad nu volledig gesteld werd of niet, alsook een poging tot het betrekken van iemand in seksuele daden zonder dat deze de aard of de conditie van de daad snapt, of zonder dat zij/hij kan weigeren deel te nemen of onwil kan uiten bijvoorbeeld door ziekte, beperking, de invloed van alcohol of drugs, of door intimidatie of druk.”

    Vormen van seksueel geweld
    Er bestaan verscheidene vormen van seksueel geweld. De voornaamste zijn aanranding van de eerbaarheid en verkrachting. Wel worden er nog andere vormen van seksueel geweld onderscheiden. Al deze vormen van seksueel geweld zijn ernstig én strafbaar.

    Slachtoffers kampen vaak met schuldgevoelens, het is echter belangrijk om aan te kaarten dat de verantwoordelijkheid altijd bij de dader ligt. Het zogezegde uitlokken van seksueel geweld is en blijft een fabel. Zolang men geen uitdrukkelijke toestemming geeft, is dit een vorm van seksueel geweld. Niemand ‘verdient’ of vraagt om seksueel geweld.

    Lees verder op besafe.be >>

    #240166

    Luka
    Moderator

    ‘Ik heb mijn verhaal aan mijn vriendin moeten typen, via Messenger, terwijl ze naast me zat’: slachtoffers van verkrachting getuigen
    ‘Je bent zo machteloos. Als een hert dat in de koplampen van een auto kijkt terwijl het wordt aangereden’


    ‘De enige reden waarom ik voor de verkrachter van het Gentse Citadelpark vijftien jaar heb kunnen vorderen, is omdat hij de gsm van zijn derde slachtoffer had gestolen.’ – Zedenmagistraat Myriam Claeys (rechts) Beeld Wouter Van Vaerenbergh

    ‘Ik ben een sterke, zelfstandige vrouw en ik heb geen zin om door die ene klootzak een zielig vogeltje te worden.’ Het leven van Cynthia (26) en Kristien (21) werd helemaal door elkaar geschud toen ze het slachtoffer van een verkrachting werden. Ze vonden steun bij het Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG) in het UZ Gent. Met de zaak-Julie Van Espen wordt de noodzaak van zulke zorgcentra alleen maar duidelijker. ‘Eén op de drie vrouwen in België krijgt volgens de Wereldgezondheidsorganisatie te maken met seksueel geweld, maar wij denken dat het cijfer in werkelijkheid nog veel hoger ligt.’

    Lees dit premium artikel verder op demorgen.be of als lid van LSG in het ledendeel.

    #240245

    Luka
    Moderator

    Iva Bicanic over seksueel misbruik: ‘Vertel je dat je bent aangerand dan krijg je een spervuur aan kritische vragen’

    Iva Bicanic praat al jaren in haar spreekruimte met jongeren over misbruik. Sinds kort doet ze dat ook in tv-studio’s. ‘We moeten mensen helpen hun kompas te herstellen.’

    Klinisch psycholoog Iva Bicanic – in Nijmegen geboren uit Kroatische ouders, haar vader kreeg als jonge wetenschapper in 1971 een aanstelling aan de universiteit – is hard op weg een bekende Nederlander te worden als deskundige op het gebied van seksueel misbruik. Ze zat in het BNNVara-programma Verkracht of niet en toen Leaving Neverland over Michael Jackson op tv werd uitgezonden, voorzag ze de documentaire in de studio van commentaar. Afgelopen april werd ze door een vakjury uitgeroepen tot ‘invloedrijkste persoon in de publieke gezondheidszorg’ van het jaar. Ze is het gezicht van het Centrum Seksueel Geweld, dat ze heeft opgezet, hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum van het universitaire ziekenhuis in Utrecht, onderzoeker en – nog steeds – behandelend therapeut. Ze behandelt kinderen en jongeren tot 25 jaar; haar promotieonderzoek deed ze naar verkrachte pubermeisjes.

    Lees dit premium artikel verder op volkskrant.nl of als lid van LSG in het ledendeel.

    #240964

    Mark
    Moderator

    Rotterdamse zedenrechercheur: ‘Al loop je in je blote kont over de Coolsingel, niemand mag ongevraagd aan jou zitten’

    “We zien het wel vaker: studenten van de EUR die nog met de dader in college zitten”, zegt Léontine Verberg. Bij de casemanager van het Centrum Seksueel Geweld komt een verhaal als dat van studente Cece Dao regelmatig voorbij. De Vietnamese studente Communicatie & Media (IBCoM) begon in maart een petitie om haar vermeende aanrander, een studiegenoot, te schorsen, zodat ze hem niet meer tegen het lijf zou lopen op de campus.

    Nadat Dao de petitie begon, kreeg ze naar eigen zeggen heel veel reacties van studenten met soortgelijke verhalen. In tegenstelling tot Dao doen ze vaak geen aangifte, uit angst voor reacties en (oordelende) vragen. Het Centrum Seksueel Geweld (CSG) hoort vaker vergelijkbare verhalen van EUR-studenten, maar kan vanwege de privacy van de slachtoffers niet verder ingaan op specifieke zaken. Wel roept Verberg slachtoffers op om vooral langs te komen bij het CSG. “Je doet jezelf tekort als je dat niet doet”, zegt ze. Zedenrechercheur Lincy Lansbergen van de Politie Rotterdam en casemanager Verberg van het (CSG) leggen uit wat je kunt verwachten als je melding maakt van seksueel geweld.

    Gevallen van seksueel geweld komen vaker voor dan de meeste mensen weten, zeggen beide experts. Het aantal zaken wordt niet bekendgemaakt, maar bij politie Rotterdam werken maar liefst honderd zedenrechercheurs. Bij de CSG-vestiging in Rotterdam kwamen er eind mei in twee dagen al elf mensen langs. Bij het centrum wordt het forensisch medisch onderzoek (FMO) gedaan, maar slachtoffers kunnen zich ook melden voor medische en psychologische zorg. Casemanagers als Verberg staan slachtoffers bij. Terugkerend thema bij veel zaken is het gevoel van schuld en de schaamte om seksueel geweld te melden.

    De politie heeft precies dezelfde ervaring, zegt Lansbergen: “Bij zaken als die van de studente die bij De Esch is aangevallen, waar het gaat om een voor het slachtoffer onbekende dader, worden wij al vrij snel ingeschakeld. Juist als de dader een bekende is, dan is de drempel vaak hoger om ons te bellen. Dat zien en horen wij ook heel vaak. En bij veruit de meeste zaken is de dader een bekende.”

    ‘Erg jammer’
    Dat die drempel zo hoog is, vindt Lansbergen ‘erg jammer en niet nodig’, omdat een belletje slachtoffers zou kunnen helpen. Aangifte doen hoeft niet meteen bij het eerste telefoontje, je kan ook alleen een melding doen of een informatief gesprek krijgen, benadrukt ze. ”Maar de keuze om te bellen is helemaal aan het slachtoffer zelf.” Wie wilt, kan aangifte doen. Dat hoeft niet als slachtoffers dat niet willen.

    ‘Wij geven slachtoffers van seksueel geweld weer het initiatief terug.’

    Je kunt direct naar de politie bellen, maar het kan zelfs jaren later nog. “Voor het sporenonderzoek is het belangrijk om binnen een week contact op te nemen”, legt Lansbergen uit. Sporen op het lichaam zijn de eerste zeven dagen terug te vinden. Daarna wordt overlegd met de forensische artsen wat nog mogelijk is. Soms kunnen in een woning, op straat of op kleding nog sporen gevonden worden. “Zulke zaken leggen we aan de telefoon allemaal rustig uit.” Wie besluit naar de politie te gaan, krijgt daar eerst een informatief gesprek. “Dit vindt plaats op het politiebureau, maar mensen denken dat ze dan aan een verhoortafel komen. Dat is niet zo, wel wordt het geluid opgenomen.” De politie heeft voor het gesprek een soort woonkamer-achtige setting. “Wij geven slachtoffers van seksueel geweld weer het initiatief terug. Als ze het gesprek niet voort willen zetten, is dat geen enkel probleem.”

    In het gesprek luistert de politie naar je verhaal, maar ze geven ook veel informatie. “Dat is zeker voor het slachtoffer belangrijk. Dan vertellen we wat er allemaal op je afkomt als je aangifte gaat doen. Het is aan het slachtoffer om dan te beslissen of en wanneer hij of zij aangifte wilt doen. Een tijdje terug kwam iemand na een half jaar terug met de boodschap: ‘Nu ben ik er echt klaar voor’. En dat is belangrijk.”

    Wie een melding maakt, kan mogelijk meer slachtoffers voorkomen. Ook als er geen aangifte gedaan wordt. “We gaan soms alsnog over tot een onderzoek, zeker als er misschien nog mensen gevaar lopen. Dan moeten wij wel iets met die melding.”

    Na het informatieve gesprek kan de politie besluiten om een forensisch medisch onderzoek te laten doen om sporen veilig te stellen. “Wij doen aan waarheidsvinding”, zegt Lansbergen over het verschil tussen het CSG en de politie. “Wij kijken of er sprake is van een strafbaar feit. Voor het Centrum Seksueel Geweld is dat niet belangrijk. Zij zijn hulpverleners en zij zijn er voor het slachtoffer. Slachtoffers kunnen ook direct naar het CSG gaan als ze niet naar de politie willen. Ook dan krijgen ze hulp.”

    Centrum Seksueel Geweld
    Het Rotterdamse CSG is gevestigd in het gebouw van de GGD aan de Schiedamsedijk 95. De rechercheurs gaan na het gesprek bij de politie mee naar het centrum. “Het is fijn voor een slachtoffer dat de rechercheurs, waarmee ze het informatieve gesprek hebben gehad, ook aanwezig zijn bij het medisch onderzoek”, vertelt casemanager Léontine Verberg. Zij benadrukt dat ook hier slachtoffers van seksueel geweld de regie hebben. “Als slachtoffers tijdens het onderzoek op een bepaald moment willen stoppen dan wordt dat gerespecteerd.” In het centrum zijn allerlei voorzieningen voor slachtoffers. In de omkleedruimte hangt een warmtelamp voor als slachtoffers onderkoeld zijn. En Verberg zorgt ervoor dat er altijd een pakketje schone, nieuwe kleding op voorraad is.

    Ook biedt het centrum psychische hulp. Mensen worden tot ongeveer zes maanden later gevolgd, zo kunnen ernstige psychische problemen ook op tijd gevonden worden. Het centrum heeft nog geen eigen maatschappelijk werker of psycholoog, maar zorgt er wel voor dat mensen de nodige hulp kunnen krijgen. Slachtoffers krijgen altijd het mobiele nummer van de betrokken casemanager voor het maken van vervolgafspraken of voor overleg bij hulpvragen.  “Laatst kreeg ik een berichtje van een jongen die na een jaar appte dat hij zijn rijbewijs gehaald had. Het leven ging weer door. Dat was een mooi moment.”

    “De dag na het incident bellen we het slachtoffer. We leggen uit welke stressklachten kunnen ontstaan. Slaapproblemen, flashbacks, je huis liever niet uit willen, enzovoort. We leggen uit wat kan helpen en dat het meestal minder wordt. Het is een normale reactie op een abnormale situatie.” In datzelfde telefoongesprek vraagt het CSG ook hoe het slachtoffer de gesprekken en de onderzoeken heeft ervaren.

    Vernederende vragen
    Vanuit de rol als waarheidsvinder stelt de politie bij een aangifte veel vragen, heel veel vragen. Vernederende vragen, zo wordt weleens gezegd. “Voor ons doel van waarheidsvinding is het nodig om alles te weten, die vragen kunnen als vervelend ervaren worden, terwijl dit niet zo bedoeld is”, zegt Lansbergen. “Bij een aangifte willen we alles weten. Als slachtoffers zeggen ‘en toen gebeurde het’, is dat niet voldoende. Wij gaan meer in op details. Ook stelt de politie vragen als: wat had je aan? Had je gedronken? Die vragen zijn niet oordelend bedoeld, zegt de zedenrechercheur.

    “Slachtoffers voelen zich vaak schuldig. Ik zeg dan: ‘Al loop je in je blote kont over de Coolsingel, dan nog mag niemand ongevraagd aan jou zitten.’” Naakt over straat gaan mag van de wet overigens niet, voegt de agent er snel aan toe. Toch worden vragen als ‘wat had je aan’ gesteld. “Stel: je had een roze rokje aan”, legt Lansbergen uit. “Als we later de verdachte spreken en hij heeft het over een vrouw in een rode broek, dan kan dat voor ons een teken zijn dat er mogelijk meer slachtoffers zijn. Daarnaast willen we ook voor het onderzoek en de mogelijke vervolging alles weten. Bijvoorbeeld voor camerabeelden is het belangrijk om te weten hoe iemand eruit zag.”

    De politie zegt alle zaken serieus te nemen – al kan Verberg uit eigen ervaring Rotterdamse voorbeelden noemen waarbij de slachtoffers dat niet zo ervoeren. “Slachtoffers voelen zich soms niet serieus genomen, vertellen ze ons. In bepaalde gevallen bellen we dan de recherche om over de casus te overleggen.”

    ‘We blijven dan ook zeggen: niemand heeft het recht om aan jou te zitten als je dat niet wilt’

    Valse aangiftes komen niet vaak voor, zegt Lansbergen. Wat met meer regelmaat voorkomt zijn zaken die ‘mentale verkrachting’ worden genoemd. Mensen hebben het gevoel verkracht te zijn, maar zijn dat strafrechtelijk gezien niet. Het CSG staat ook deze slachtoffers bij. Verberg: “Soms gaat het zo snel dat iemand overdonderd is, of zelfs bevriest. De ander kan dan geen idee hebben dat het tegen de zin is van het slachtoffer. Slachtoffers, zowel mannen als vrouwen, kunnen tijdens een zedenincident een genitale respons ervaren. Dat kan heel verwarrend zijn voor een slachtoffer.”
    Deze stressreactie draagt vaak bij aan het schuldgevoel dat slachtoffers hebben. “Ze denken dan: wilde ik dit misschien toch? Vond ik dit toch fijn? Wij kunnen uitleggen dat dit niet zo werkt. We blijven dan ook zeggen: niemand heeft het recht om aan jou te zitten als je dat niet wilt”, herhaalt Verberg nog eens.

    Wat willen Lansbergen en Verberg meegeven aan slachtoffers?
    Zedenrechercheur Lansbergen: “Je kunt ons altijd bellen. De drempels zijn niet zo hoog als je denkt. Mensen durven vaak niet 112 te bellen. Maar dat kan bij elke heterdaadsituatie, zelfs als je bijvoorbeeld ziet dat een bushokje vernield wordt. Maar dus ook bij alle zedendelicten. De politie komt dan direct naar je toe. Wij zijn zo 24/7 beschikbaar. Is er geen sprake van een noodsituatie, maar heb je bijvoorbeeld een vraag, dan kun je ook bellen met 0900-8844 (08:00-17:00). Je kan dan doorgeschakeld worden naar de zedenafdeling.”

    Verberg van het Centrum Seksueel Geweld: “Je doet jezelf tekort als je niet langskomt. Vaak zien we mensen die na jaren vastlopen en dan pas hulp zoeken. De zorg hier is gratis. Een andere tip is om vrij snel tegen een leidinggevende of leerkracht te zeggen dat er iets heel ergs gebeurd is. Je hoeft niet aan te geven wat, maar zeggen dat er iets is, kan al voor heel veel begrip zorgen.” Bellen naar het CSG kan op 0800-0188. Ook hier kun je informatie inwinnen.

    Bron: erasmusmagazine.nl

    #241582

    Mark
    Moderator

    Podcast waarin Iva Bicanic spreekt over seksueel geweld, haar werk als psychologe en de rol van omstanders

    In ‘De Balie Spreekt’ gaan redacteuren van De Balie op zoek naar drijfveren in het leven en werk van publieke personen. Met in deze aflevering programmamaker Lola ‘t Hart in gesprek met klinisch psycholoog Iva Bicanic.

    Bicanic houdt zich voornamelijk bezig met de behandeling van seksueel trauma vanuit haar werk als hoofd Landelijk Pyschotraumacentrum UMC Utrecht en voor het Centrum Seksueel Geweld. Ze werd uitgeroepen tot de Meest Invloedrijke Persoon in de Publieke Gezondheid 2018.

    Maar wat wil ze precies op de kaart zetten en waarom is het zo belangrijk dat het in het publieke debat ook over seksueel geweld en trauma gaat? “Één ding wat maar niet in beweging komt, is hoe omstanders reageren op slachtoffers. Daar moet een volgende #MeToo over gaan.” En Bicanic legt uit waarom iedereen het nummer van het Centrum Seksueel geweld (0800-0188) in zijn of haar telefoon moet zetten.

    Beluister de podcast op art19.com >>

    #241739

    Luka
    Moderator

    Verkrachter zoekt vaak intimiteit: ‘Zou je van mij kunnen houden?’

    Acht op de tien verkrachtingszaken leiden niet tot een vervolging. Een op de twintig aangiften van verkrachting is vals. En het stereotiepe beeld van de agressieve verkrachter die vooral zoekt naar macht, klopt vaak niet.

    Hoe verbaasd rechtspsycholoog André de Zutter (Vrije Universiteit Amsterdam) soms ook was, dit zijn toch echt de conclusies van zijn jarenlange onderzoek. Hij heeft zo’n 500 dossiers van verkrachtingen onder de loep genomen en vergeleken.

    “Ik had ook het beeld van de machtswellusteling die vrouwen vernedert en gewelddadig tekeergaat”, zegt hij aan de telefoon. “Maar dat was maar bij een heel klein percentage van alle zaken aan de hand.”

    Het kwam in de 500 onderzochte gevallen vaker voor dat de dader juist zoveel mogelijk ‘normale seks’ probeerde te hebben. “Dat was voor mij heel frappant. Iemand die op zoek is naar geborgenheid en genegenheid, zoiets associeer je totaal niet met een verkrachting.”

    De Zutter trok nog een aantal opmerkelijke conclusies. Bijvoorbeeld dat de politie niet veel beter is in het herkennen van een valse aangifte dan een ongetrainde student. En dat slachtoffers van seksueel geweld in de meeste gevallen meewerken in plaats van geweld te gebruiken tegen de dader.

    ‘Hardnekkige mythes doorbreken’
    “Heel goed dat dit onderzoek is gedaan, want het ontkracht hardnekkige mythes rondom seksueel geweld”, zegt Iva Bicanic. Zij is psychotraumatherapeut en coördinator van het Centrum Seksueel Geweld (CSG), waar slachtoffers medische en psychologische zorg krijgen en forensisch onderzocht worden. Bicanic heeft in het verleden ook onderzoek gedaan naar pubermeisjes en jonge vrouwen die zijn verkracht.

    De psychotraumatherapeut en rechtspsycholoog geven hun uitleg of visie op alle aangestipte conclusies uit De Zutters onderzoek. Te beginnen bij de vraag waarom in 80 procent van alle onderzochte verkrachtingszaken niemand wordt vervolgd.

    Dat komt vooral door een gebrek aan bewijs. Bicanic: “Je moet bewijzen dat de verdachte dwang of geweld heeft gebruikt om de seks tegen de zin van het slachtoffer door te zetten. Niet eenvoudig, want er is vaak niemand bij. Daarbij doen de meeste slachtoffers niks of werken ze mee, waardoor dwang of geweld niet nodig is.” Met betrekking tot mogelijk bewijs is het volgens haar cruciaal om zo snel mogelijk naar een CSG te gaan. “Binnen een week zijn bijvoorbeeld nog sporen op iemands lichaam te vinden en kan eventueel letsel worden geduid.”

    In 2017 waren er 1715 aangiften van verkrachting, meldt Slachtofferhulp Nederland op basis van CBS-cijfers. Vermoedelijk is het slechts een fractie van het aantal daadwerkelijke zaken. Bij CSG melden zich wekelijks zo’n 32 slachtoffers, die korter dan een week geleden zijn aangerand of verkracht.

    Na een informatief gesprek over het misbruik besluit een flink deel van de slachtoffers geen aangifte te doen volgens De Zutter. Erover praten is confronterend en veel slachtoffers schamen zich. Vooral omdat ze verlamd raakten van angst op het moment van de verkrachting.

    “Dat is een automatische overlevingsreactie van je lichaam”, legt Bicanic uit. “Het komt ontzettend vaak voor: zo’n 70 procent van de verkrachtingsslachtoffers doet niets of werkt mee. Liever verkracht worden dan de dood – is de instinctieve reactie van je lichaam. Het is heel normaal, maar veel slachtoffers denken onterecht ‘ik ben een sukkel en had moeten terugvechten’.”

    Dat knagende gevoel kan op termijn leiden tot PTSS (posttraumatische stressstoornis).

    De Zutter merkte dat vrijwel iedere vrouw (hij onderzocht alleen verkrachting van vrouwen door mannen) duidelijk heeft gezegd dat ze geen seks wilde met de dader. “Maar er komt een bepaald kantelpunt, dat ze denken: hier ontsnap ik niet meer aan. Dan gaan ze meewerken.”

    Agenten zijn eigenlijk niet beter in het herkennen van valse aangiften, maar wel zekerder dat hun oordeel juist is.

    André de Zutter

    Soms proberen de slachtoffers een deal te maken. “Als je me niet anaal neemt, dan zal ik slikken”, las de rechtspsycholoog in een verklaring. Zo’n wanhoopsafspraak, om erger te voorkomen, lijkt de ‘gemiddelde’ verkrachter in de kaart te spelen.

    “De grote meerderheid wil seks met wederzijdse instemming”, zegt De Zutter. Daders zijn vaak bekenden van het slachtoffer en zoeken intimiteit. Dat botst volgens hem met het ‘klassieke beeld’ van de verkrachter. Een gevolg van de uitgebreide media-aandacht voor ‘gruwelzaken’ als die van Anne Faber en de brute verkrachting van een 18-jarige student in Rotterdam.


    Een stille tocht in Rotterdam na de verkrachting van de Indonesische student ROBERT BAS / NOS

    De daders in deze zedenzaken waren volgens de onderzoeker uitzonderlijk gewelddadig. “Zou je van mij kunnen houden?” of “ik wil dat jij ook klaarkomt, het is geen eenrichtingsverkeer”, zijn slechts twee van de voor De Zutter “tenenkrommende” dingen die slachtoffers te horen kregen van hun verkrachter.

    De rechtspsycholoog begon zijn onderzoek in 2011, met hulp van professor Van Koppen en dr. Horselenberg. Hij vergeleek verkrachtingszaken uit de jaren 90 tot en met 2010. Seksueel geweld met dodelijke afloop heeft hij niet meegenomen in zijn onderzoek. Aanstaande vrijdag promoveert De Zutter op zijn onderzoek.

    Bicanic vindt het belangrijk dat het onderzoek een realistisch inzicht geeft in de praktijk. Wat haar het meeste opviel, is dat 5 procent van alle aangiften vals blijkt te zijn. “Dat percentage werd altijd hoger ingeschat, dus dit een belangrijke bevinding voor professionals. Door de mythe dat veel beschuldigingen nep zijn, worden mensen vaak niet geloofd als ze wel verkracht zijn. En dit kan schadelijker zijn dan de verkrachting zelf.”

    Ook De Zutter had vooraf verwacht dat er vaker valse aangiften werden gedaan rondom zedenzaken. Nog altijd ligt het percentage vijf keer hoger dan bij andere misdrijven, maar hij vindt het belangrijkste dat het politieonderzoek zo secuur mogelijk wordt gedaan.

    50/50
    “Vooral omdat agenten eigenlijk niet beter zijn in het herkennen van valse aangiften, maar wel zekerder zijn dat hun oordeel juist is.” Hij doet die uitspraak op basis van een experiment. Een groep zedenrechercheurs, een groep studenten van de Politieacademie en willekeurige studenten scoorden allemaal rond de 50 procent bij het beoordelen of een aangifte echt of nep was.

    Het grote verschil was dat de zedenrechercheurs veel zekerder van hun oordeel waren. Gezien de statistieken is dat volgens de rechtspsycholoog een gevaarlijke houding. “Kijk maar naar de zaak in Limburg onlangs.” Anderhalf jaar na een verkrachting door een tbs’er moest de politie zijn excuses aanbieden aan het slachtoffer.

    Bicanic vindt het belangrijk dat de zedenrecherche wat doet met de onderzoeksresultaten. “Juist omdat slachtoffers vaak niet worden geloofd.”

    De politie was niet bereikbaar voor een reactie op het onderzoek. Mogelijk als gevolg van de acties voor een betere cao door de politiebonden.

    In een eerdere publicatie over De Zutters onderzoek zei de Nationale Politie tegen de Volkskrant zich niet te herkennen in de kritiek. De Politieacademie reageerde dat de onderwijstrajecten op basis van wetenschappelijk onderzoek steeds worden vernieuwd.

    Bron: NOS.NL

    #242199

    Luka
    Moderator

    OVER GRENZEN
    Werkt ook op je VR-bril

    Jouw naaktfoto op internet, een ongewenste hand op je been of die mislukte Tinderdate in een hotel. In Over Grenzen vertellen vrouwen over hun seksuele grenzen. Klik op een verhaal en kruip in hun huid.

    Bron: Volkskrant.nl >>

    #243253

    Mark
    Moderator

    Tien minuten met… psycholoog Iva Bicanic

    Journalist Eva Nyst spreekt met psycholoog Iva Bicanic in een nieuwe aflevering van de podcast Tien minuten met… Bicanic is hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis en drijvende kracht achter het Centrum Seksueel Geweld.

    Beluister de podcast op medischcontact.nl >>

    #243501

    Mark
    Moderator

    Iva Bicanic: ‘Artsen moeten het web van schuld en schaamte doorzien’
    Psycholoog Iva Bicanic behandelt misbruikte kinderen

    Ze werkt in het Wilhelmina Kinderziekenhuis met kinderen die zijn getraumatiseerd door seksueel geweld. Iva Bicanic wil dat artsen de misbruikcirkel doorbreken door te vragen naar negatieve ervaringen. ‘Het delen met anderen is onderdeel van traumaverwerking.’

    Eerst wilde ze kinderarts worden, en nog tot tien jaar geleden zei ze dat ze alsnog geneeskunde zou gaan studeren als ze de loterij zou winnen. ‘Dat zeg ik nu niet meer. Ik werk in het kinderziekenhuis, dicht bij artsen. Mijn droom is toch deels in vervulling gegaan’, aldus Bicanic. Na haar middelbare school werd ze uitgeloot voor geneeskunde. Ze ging daarom in Leuven medicijnen studeren.

    Een jaar later was ze terug in Nederland. Waarom? Als Bicanic die vraag krijgt, staat ze in de deuropening van een spreekkamer in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) van het UMC Utrecht. Het is vijf uur ’s middags en ze moet naar een volgende afspraak. Ze kijkt verbaasd en antwoordt: ‘Van de 101 eerstejaars moesten 99 ermee ophouden. In Leuven worden studenten in juni één keer getentamineerd en wel mondeling. We hadden gefeest al die maanden en dus zakten we.’ In Nederland werd ze het jaar daarop weer uitgeloot en besloot ze bewegingswetenschappen te gaan studeren, gevolgd door psychologie. Ze liep stage bij Francien Lamers-Winkelman, toen hoogleraar kindermishandeling aan de VU. Het was de ‘combinatie van realistisch zijn over de schade van misbruik en tegelijk hoop en perspectief bieden door goede traumabehandeling’, die Bicanic niet meer zou loslaten. Nu is ze hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum van het WKZ en landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld.

    Centrum Seksueel Geweld
    Iva Bicanic is initiatiefnemer en landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld. Het centrum is een samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen, GGD, ggz, politie en Slachtofferhulp Nederland. Het verleent acute hulp binnen een week na een verkrachting of aanranding. In die eerste zeven dagen is de kans op psychisch herstel, het voorkomen van zwangerschap en geslachtsziekten en het veiligstellen van sporen het grootst. Slachtoffers kunnen op zestien plekken in het land, onder meer in ziekenhuizen en GGD’en, terecht. Het centrum is 24 uur per dag bereikbaar.

    Iets rustiger aan
    Bicanic groeide op in een beschermde omgeving. Haar ouders kwamen begin jaren zeventig uit Kroatië via de Verenigde Staten naar Nederland voor de wetenschappelijke carrière in de natuurkunde van haar vader. Moeder Bicanic, econoom, bleef thuis en bezorgde Iva en haar broertje een warme jeugd. ‘Als ik naar school ging, draaide ik me op de hoek altijd nog even om. Elke dag zwaaide mijn moeder me uit’, vertelt ze. Zelf werkte Bicanic de afgelopen jaren te hard, vindt ze. ‘Tussen 2012 en 2016 was ik naast mijn klinisch werk het Centrum Seksueel Geweld landelijk aan het uitrollen, deed mijn opleiding tot klinisch psycholoog en promoveerde ik. Die inzet was toen nodig om mijn doelen te bereiken.’ Ze heeft een switch gemaakt, zegt ze. ‘De afgelopen twee jaar heb ik geen enkele nacht doorgewerkt, terwijl ik dat in die drukke periode regelmatig deed. Of ik sliep twee uurtjes.’ Haar man – universitair hoofddocent bewegingswetenschappen in het AMC – prikkelde haar om het iets rustiger aan te doen. ‘Collega’s om je heen zullen het niet zeggen, zij zijn enthousiast over je projecten en blij dat je de kar trekt.’ Maar ze gunt iedereen die ‘een beetje de weg kwijt is en om half vier nog mails verstuurt’, dat iemand zegt dat het wat minder mag.

    Nu het Centrum Seksueel Geweld staat, breekt de tijd van oogsten aan. Begin juli maakte het centrum bekend dat het aantal meldingen in 2018 met ruim 50 procent was gestegen tot 3200. Maar Bicanic wil meer. Ze wil het maatschappelijke gesprek over seksueel geweld op gang helpen en kennis verspreiden. Ze wil een jaarlijkse check-up voor misbruikte kinderen en victim blaming voorgoed uit de wereld helpen. Welbespraakt is ze, en onderbouwt haar woorden met voorbeelden en cijfers. Eén op de acht vrouwen en één op de vijfentwintig mannen zegt ‘ja’ op de vraag of ze ooit verkracht zijn. 7 procent van de kindermisbruikers is een vrouw, maar bij jongens boven de 16 is een derde van de daders vrouw. En: bijna de helft van de misbruikte kinderen krijgt later opnieuw seksueel misbruik te verduren.

    Pardon, de hélft van de misbruikte kinderen?
    ‘Ja, 48 procent van de misbruikte kinderen gaat weer misbruikt worden. Een kind wordt onder druk gezet om het misbruik geheim te houden, vertelt het aan niemand en krijgt dus geen hulp bij de verwerking. Als gevolg daarvan ontstaan schuldgevoelens, een negatief zelfbeeld en posttraumatische stressstoornis (PTSS). Deze klachten maken het kind kwetsbaar voor een volgende keer. Dat noemen we revictimisatie. Dat is wel het meest trieste van het hele onderwerp.’

    ‘Achteraf gaan slachtoffers zichzelf veroordelen’

    Welke klachten hebben misbruikslachtoffers?
    ‘Of ze nou een keer zijn misbruikt, meermaals of chronisch, bijna altijd hebben slachtoffers te kampen met schuldgevoelens. Ze steken zichzelf daarmee de dolk in de rug, die verantwoordelijk is voor eetproblemen, automutilatie, sombere gevoelens, suïcidaliteit, angst en stemmingsproblemen, maar ook een laag zelfbeeld. Kinderen denken dat ze slecht, vies en minderwaardig zijn. Vaak praten ze er met niemand over en wordt dat beeld jarenlang niet gecorrigeerd. Mensen lopen vooral vast op hun eigen oordelen over hoe ze hebben gehandeld tijdens het misbruik. Ze hebben meestal niks gedaan, of meegewerkt. Dat moet wel om te overleven, maar achteraf gaan slachtoffers zichzelf veroordelen. Bij jongens is er nog meer schuld en schaamte. De maatschappij vindt dat ze zich tegen misbruik kunnen weren. Maar jongens reageren net zo op seksueel misbruik als vrouwen. Niks doen of meewerken is normaal slachtoffergedrag, ook voor mannen. Een andere reden waarom mannen er niet snel over spreken is de genitale respons. Een op de vijf mannen en vrouwen krijgen verschijnselen van opwinding tijdens een verkrachting, een fysieke reactie die niets zegt over toestemming. De helft van de misbruikte jongens denkt daardoor dat ze homoseksueel zijn. Als een kind er met niemand over spreekt, dan trekt het zijn eigen conclusies. Ongeveer de helft van de kinderen loopt vast.’

    ‘Van alle soorten trauma geeft seksueel misbruik de grootste kans op PTSS’

    Wat bepaalt of mensen vastlopen?
    ‘Het blijkt vooral de steun van de omgeving te zijn. Het is cruciaal dat slachtoffers serieus genomen worden, in het bijzonder door de ouders. Van alle soorten trauma geeft seksueel misbruik de grootste kans op PTSS. Dat komt omdat seksueel misbruik heel dichtbij komt, veel mensen doodsangst ervaren en ze er niet over praten. Terwijl het delen met anderen onderdeel is van traumaverwerking. Als ik een ongeluk heb met mijn auto, ga ik mensen bellen. Zij gaan mij dan geruststellen: “Het komt wel goed, het is maar blik, we komen naar je toe.” Dan gaat mijn stressniveau naar beneden en begint de verwerking van die ervaring. Maar kinderen vertellen meestal niet over misbruik. Hoe langer het duurt en hoe dichterbij de dader in het eigen netwerk zit, des te langer het duurt voordat het naar buiten komt. In Nederland heeft een op de drie misbruikte mannen en een op de vier misbruikte vrouwen het nooit verteld. De mensen die dat wel doen, doen dat vaak pas als ze volwassen zijn. Slechts 15 procent vertelt het direct na de gebeurtenis. Dat zijn vaak gevallen van stranger rape en date rape. Het is heel anders als je 25 bent en je hebt je hele leven gezond gefunctioneerd met ouders en een vriendenkring die achter je staan en je wordt door een malloot van je fiets getrokken. Dan bel je misschien makkelijker voor hulp. Maar ook die mensen lopen tegen victim blaming – schuldvraagomkering – aan. Waarom fietste je daar? Wat deed je daar alleen? Zulke vragen zijn niet helpend en kunnen schadelijker zijn dan de gebeurtenis zelf.’

    Welke rol kunnen artsen spelen?
    ‘Ik vind het gek dat we anno 2019 zoveel weten over de omvang van seksueel misbruik, over de impact op ziel en lichaam, en vooral het verband tussen negatieve ervaringen in de jeugd en gezondheid, en het toch niet standaard is om ernaar te vragen. Misbruik gaat vaak samen met andere vormen van traumatisering, vooral affectieve verwaarlozing. Een kind krijgt thuis niet de aandacht die hij nodig heeft. Dat maakt een kind ontvankelijk voor de aandacht van anderen. Dat wordt soms van generatie op generatie doorgegeven. Artsen kunnen die cirkel stoppen door ernaar te vragen. Dat is de eerste stap.

    Waarom moeten juist artsen daarnaar vragen?
    Er is een behoorlijk sterk verband gevonden tussen kinderen die langdurige traumatisering hebben ondergaan en COPD, hartproblemen, diabetes, botbreuken, overgewicht, depressie en suïcidepogingen. Voor een arts is het relevant om te weten welke stress het lichaam van de patiënt heeft moeten verduren toen die nog een ukkepukje was. En als een arts ernaar vraagt, zegt die daarmee dat het bestaat. Dat is een belangrijke boodschap. En wat een arts nu vraagt, kan later nog doorwerken. Er kan een onthulling komen op een ander moment, bij een ander persoon of op een andere plaats. Een medicus kan gewoon vragen naar negatieve ervaringen, die hebben we allemaal. Wees niet bang dat de patiënt het niet aankan. Die mensen zijn ijzersterk, ze hebben dit allemaal overleefd. Vraag eens bij wijze van experimentje een week lang naar negatieve ervaringen, ook aan mannen. Turf bij hoeveel mensen de medische klacht met die ervaringen samenhangt. En denk aan de mensen die niet willen worden aangeraakt. Veel mensen vermijden het bezoek aan een arts, terwijl ze medisch gezien wel zouden moeten gaan. Als een arts ziet dat iemand gespannen is bij lichamelijk contact, dan zou hij kunnen zeggen: “Ik zie dat u spanning heeft.” Misschien zegt iemand: “Ja, dat heb ik altijd al gehad.” Dan kan de arts zeggen: “Vertel me daar alles over.” Daarmee geeft de dokter aan oog te hebben voor wat er speelt op psychisch vlak. Ze hoeven geen therapeut te zijn om dit te signaleren. Artsen kunnen hierover ook bellen met het expertisecentrum. En er is een site die mensen met misbruikervaringen helpt die naar een medisch specialist moeten.’

    Huisarts Marieke Dijkzeul beschreef onlangs in een column haar ontreddering toen een jonge vrouw die al jaren in haar praktijk komt, onthulde dat ze vanaf haar 13de door haar ouders was geprostitueerd.

    ‘Het is niet de tekortkoming van de hulpverlener. Het is vaak de bedoeling van het kind dat misbruik niet naar buiten komt. Als we dat als professionals snappen, maakt dat het ook iets makkelijker te accepteren. Het heeft mij ook geholpen om niet meer te gaan trekken. Als een kind niets meer wil zeggen, vraag ik of ze een jaar later nog eens op bezoek wil komen. Dan houd ik toch een beetje vinger de aan de pols. Afgezien van een soa of een zwangerschap zijn er eigenlijk geen signalen van misbruik. 30 procent van de bewezen misbruikte kinderen laat niks zien. Soms omdat ze niet weten dat ze misbruikt worden, maar ook omdat ze erg hun best doen om de omgeving te laten geloven dat er niks aan de hand is. In plaats van zich blind staren op signalenlijstjes, is het beter als artsen zich verdiepen in de dynamiek en de complexiteit van seksueel misbruik. Als hulpverleners hebben we het web van schuld, schaamte, isolatie, dubbele gevoelens en vervreemding te doorzien waarin slachtoffer en dader gevangen zitten. Dan snap je ook beter waarom het niet de bedoeling is dat het naar buiten komt; voor sommige kinderen betekent het uitkomen van misbruik dat het gezin uit elkaar valt.’

    Hoe vergaat het deze kinderen verder in hun leven?
    ‘Gedurende het leven kunnen de herinneringen een nieuwe lading krijgen en kunnen nieuwe klachten en emoties ontstaan. In de medische wereld krijgen chronische patiënten een jaarlijkse check-up. Ik zou graag willen dat ook kinderen die behandeld zijn na misbruik jaarlijks terugkomen bij de psycholoog en arts. Zo heb ik pas een meisje van 4 behandeld dat door haar oom was misbruikt. De behandeling is klaar. De ouders zeggen dan het liefst tegen mij: “Tot nooit meer ziens.” Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de kans bestaat dat we elkaar terugzien. Bijvoorbeeld als ze 12 is en meer informatie heeft over het lichaam, over seks, over wensen en grenzen en over de wet. Dan komt er een nieuwe betekenis van de gebeurtenissen. En soms zie ik zo’n meisje weer op haar 21ste. Sommige mensen lukt het levenslang te zwijgen tot ze 70 worden en hun cognitieve vermogens achteruitgaan. In verzorgingshuizen krijgen ouderen soms nachtmerries over gebeurtenissen die soms zestig jaar geleden hebben plaatsgevonden.’

    De recente reeks onthullingen van seksueel misbruik op de werkvloer heeft Bicanic met belangstelling gevolgd. ‘MeToo kan overal gebeuren, ook in het ziekenhuis. Ook artsen kunnen over de grens gaan bij patiënten en andersom, of patiënten of medisch personeel onderling. De medische wereld van artsen, verpleegkundigen en patiënten mag je gesloten noemen, want er komt maar heel zelden een melding terecht bij vertrouwenspersonen.’ Er is vrij veel onderzoek gedaan naar veiligheid in ziekenhuizen en misbruik blijkt amper te worden gemeld, zegt Bicanic. ‘Het UMC Utrecht heeft twaalfduizend medewerkers en nog veel meer patiënten. Er zijn geen misbruikvrije ziekenhuizen. Typisch voor misbruik is dat mensen denken dat het hun niet zal overkomen. Quatsch. We helpen het thema naar een hoger niveau door het probleem niet te negeren, maar door de dynamiek te begrijpen en te zien waarom het zo belangrijk is om ernaar te vragen.’

    Bron: medischcontact.nl

    #244166

    Luka
    Moderator

    ‘Je moet niet zo’n kort rokje aandoen!’

    Student en schrijfster Una Jongenelis (21) was dertien jaar toen een iets oudere jongen tijdens schoolkamp een opmerking maakte over haar borsten. ‘Pas je op dat ze er niet uitvallen? Dikke tieten!’ Ons jongerenplatform 3FM Tussenuur sprak met Una.

    Ze was zich nog helemaal niet bewust van de seksuele aantrekkingskracht van haar borsten en wilde zo snel mogelijk naar huis. ‘Ik schaamde me echt kapot!’

    Ze was destijds al superonzeker en de opmerking over haar borsten maakte het er niet beter op. ‘Ik vond het zo raar dat iemand anders al bezig was met mijn borsten, terwijl ikzelf nog helemaal niet wist wat ik ermee aan moest.’ Het was haar eerste confrontatie met seksuele intimidatie.

    ‘Hoeveel voor een kwartier met jou?’
    Una woont in het centrum van Amsterdam en krijgt wel een paar keer per week een intimiderende opmerking naar haar hoofd geslingerd als ze op straat loopt of fietst. ‘Hoeveel voor een kwartier met jou?’ ‘Die ass is wel tight,’ ‘Wil je erlangs schoonheid? Moet je wel even lief doen, geef kusje, geef kusje,’ en ‘Als je geen aandacht wil, moet je niet zo’n kort rokje aandoen!’

    Meestal gebeurt het ‘s nachts, als ze terugfietst naar huis. Maar het gebeurt ook gewoon op klaarlichte dag. Een tijd terug fietste ze op een maandagmiddag naar de pont in Amsterdam-Noord toen er een scooter aan kwam rijden met twee jongens erop. De bestuurder spuugde haar vol in het gezicht en riep ‘Hoer!’ Ze heeft zich vaak aangevraagd waarom hij dit deed. Misschien lag het aan het rokje dat ze droeg?

    Het liefste reageert ze op zo’n opmerking, maar ze weet dat het het beste is om haar mond te houden. ‘Ik heb weleens wat gezegd of een middelvinger opgestoken, maar daar wordt het alleen maar erger van. Uiteindelijk kies ik toch voor mijn eigen veiligheid, want je weet nooit hoe die jongen of man daar vervolgens weer op reageert.’

    Kijk niet zo boos, het was maar een grapje
    Ondanks dat Una ervoor kiest om op het moment zelf niks te zeggen, is ze helemaal klaar met seksuele intimidatie en besloot ze er werk van te maken. Ze maakte een stripboek vol tekeningen en opmerkingen die zij en haar vriendinnen te horen krijgen. Ze bracht het boekje uit onder de titel Kijk niet zo boos, het was maar een grapje.

    Als Una aan mensen probeert uit te leggen wat nou precies het probleem is van seksuele (straat)intimidatie, krijgt ze vaak te horen: ‘Ah joh, dat is toch maar een grapje.’ Meisjes en vrouwen moeten het vooral niet te serieus nemen. Maar dat doet Una wel, want ‘er is zoveel ruimte en anonimiteit op straat om dit te doen. Het is gewoon zo makkelijk. Iedereen is gefocust op zijn eigen ding. Niemand let op elkaar en als iemand iets hoort of ziet, doet-ie niks.’

    Lange broek en trui
    Tegenwoordig neemt Una een lange broek en trui mee als ze weet dat ze ‘s avonds alleen over straat moet. ‘Ik heb nu bijvoorbeeld een vrij strak shirtje aan waar veel huid te zien is, dus als ik vanavond uit zou gaan, neem ik een vestje mee. Ook al is het superwarm. Anders val ik te veel op, en dat wil je niet.’ Haar vader heeft aangeboden een zelfverdedigingscursus te betalen zodat ze zich minder bang voelt. Dat wil ze best doen, maar: ‘Ik vind het ook heel kwalijk dat ík een cursus moet volgen omdat iemand anders zich niet kan inhouden.’

    Una wil mensen niet heropvoeden met haar boekje, maar ze wil wel dat mensen ervan bewust zijn dat dit gebeurt. ‘Heb het erover. Geef aan wat het met je doet! En ik zou het zo fijn vinden als jongens die het niet geloven, het een keer zíen gebeuren. Dat ze zíen wat het met een meisje doet.’

    Begin juli bracht Una het boekje uit en ze is blij dat ook veel mannen het bestellen. Of er nog meer van dit soort creatieve projecten aan gaan komen? Ja! Ze heeft meerdere ideeën, waaronder een soort van poncho dat bepaalde delen van het vrouwelijk lichaam moeten bedekken. Of iets wat je onder je rokje kunt doen, zodat mannen schrikken als ze eronder kijken. ‘Dat lijkt me nou echt geweldig!’

    Bron: Human >>

    #244294

    mara
    Lid LSG

    Seksueel misbruik en de onzichtbaarheidsmantel

    #244747

    Luka
    Moderator

    Ik verloor de zaak tegen de docent die me aanrandde

    Tom stelde zich op als een soort mentor. Hij zei dat ik het over alles kon hebben, dat hij mij als zijn zus zou behandelen. Door dat laatste ben ik hem echt gaan vertrouwen. Ik dacht dat ik veilig was.

    Waarschuwing: dit artikel bevat beschrijvingen van seksueel geweld.

    Het begon eigenlijk al in 2012, vlak voor ik op stage zou gaan. Door problemen thuis ging het niet goed met me, ik sliep slecht en kon mijn aandacht nergens goed bij houden. Op die bewuste dag zat ik wat voor me uit te staren toen Tom*, een docent van mij, vroeg of hij me na de les even kon spreken.

    Toen het lokaal leeg was, vroeg hij of het wel goed met me ging. Ik zei dat ik vreselijk moe was, en toen hij doorvroeg over mijn thuissituatie, brak ik. Ik vertelde hem dat mijn ouders uit elkaar waren en er daardoor thuis veel problemen waren ontstaan – dat ik me eenzaam, machteloos en onbegrepen voelde, en tegelijkertijd enorm verantwoordelijk. En ook dat ik het gevoel had dat ik nergens terecht kon met mijn verdriet.

    Tom luisterde en stelde zich direct op als een soort mentor, als iemand naar wie ik toe kon om te praten over mijn zorgen en onzekerheden. Ik stelde me open omdat ik hem vertrouwde. Ik had hem leren kennen als een amicale man, als iemand die vriendelijk was tegen iedereen. Hij kon het vooral goed vinden met studenten die gemotiveerd waren en ambitie toonden; daar was ik er eentje van.

    Maar hij had ook een andere kant, had ik toen al eens gezien: hij was een trotse man, iemand die erg vasthield aan zijn eergevoel. Hij werd boos als hij kritiek kreeg en sprak negatief over collega’s die populairder waren dan hij. Eerder in ons studiejaar was hij een tijd ziek geweest, en ik en mijn klasgenoten vonden zijn vervanger een leuke docent van wie we veel leerden.

    Tom was gepassioneerd over zijn lessen, maar zijn stijl was wat ouderwets. Dat was bij zijn vervanger heel anders. Toen Tom terugkeerde, mocht de vervangende docent nog een tijdje blijven om andere lessen te geven. Tom vond dat maar niks: hij vroeg ons om de lessen van de vervanger te boycotten. Hij liet duidelijk merken dat hij zich bedreigd voelde.

    In 2014 keerde ik terug na een stageperiode van een jaar. Ik moest nog een half jaar lessen volgen, dan zou ik mijn diploma halen. Ik had net mijn relatie beëindigd en thuis ging het wederom niet goed. Ik woonde met mijn vader in een te kleine caravan, dus elke dag hing ik lang rond op school om te kunnen werken.

    Ik voelde me die dagen heel alleen – er waren nauwelijks lessen om te volgen, dus zag ik mijn klasgenoten maar één keer per week. Ik had behoefte om met iemand te praten over hoe ik me voelde, dus liep ik naar Toms lokaal. Ik had geen les meer van hem, maar in het gesprek vlak voor mijn stage had hij me het gevoel gegeven dat ik bij hem terecht kon – het was fijn om gehoord te worden.

    Tom bood wederom een luisterend oor, en ik vertelde hem dat ik thuis niet goed aan mijn opdrachten kon werken en daarom veel op school rondhing. Hij stelde toen voor dat ik het hokje dat aan zijn lokaal grensde zou gebruiken als werkplek – daar kwam verder niemand, en het was er rustiger dan in de gangen.

    Tom wilde ook graag weten hoe het verder met me ging, dus deed hij de deur dicht voor wat meer privacy. Ik had het gevoel dat hij mijn situatie begreep, en hij bood zich zelfs aan als vertrouwenspersoon. Hij zei dat ik het over alles kon hebben, dat hij mij als zijn zus zou behandelen. Door dat laatste ben ik hem echt gaan vertrouwen. Ik dacht dat ik veilig was.

    In de weken die volgden spraken we bijna als vrienden met elkaar, en hij zei dat hij me met van alles wilde helpen: geld, administratieve rompslomp, werk, en natuurlijk emotionele steun. Wel begon hij toen al steeds meer dubbelzinnige opmerkingen te maken. Op een gegeven moment vertelde hij dat hij een pornofilm wilde maken, en hij vroeg of ik daar niet in wilde acteren. Ook stopte hij ‘voor de grap’ geld in mijn bh, omdat ik dat niet van hem wilde aannemen.

    Ik trok me door dit soort gedrag juist wat meer terug, en ik ging niet in op zijn seksuele opmerkingen. Als reactie daarop begon hij te dreigen: ik kon maar beter aan niemand vertellen over de dingen die hij tegen me zei, anders zou hij de geheimen over mijn persoonlijke situatie aan het licht brengen, en dat zou mijn toekomst en carrière kunnen verknallen, zei hij. Zo begon zijn chantage – in het begin nog onder het mom van een grapje, maar zijn toon werd steeds dreigender. Ik was bang, dus verzette ik me niet en ging er zelfs in mee. Waarom is achteraf moeilijk te begrijpen, maar op dat moment voelde het alsof ik verstrikt was geraakt in een situatie waar ik niet meer uit kon, alsof Tom de controle nam over beslissingen die ik niet wilde maken.

    Zijn seksuele gedrag uitte zich in steeds meer vormen. Hij deed vaak de deur van het lokaal op slot en de gordijnen dicht als ik er was, en dan begon hij me fysiek aan te randen. Hij stopte zijn vingers in mijn broek en decolleté, sloeg op mijn kont en kuste in mijn nek.

    Ik was in die tijd heel instabiel, zelfvertrouwen had ik nauwelijks en ik had behalve Tom geen vrienden of andere mensen om me heen die ik vertrouwde. Ook liep ik met veel schaamtegevoelens rond over Toms gedrag, dat steeds meer uit de hand liep, en het feit dat ik het niet kon stoppen.

    Ik dacht dat ik het allemaal aan mezelf te danken had, dat ik waardeloos was – dat was voor mij de enige manier om ermee te dealen. Soms ging hij heel erg ver: dan zei hij hoe hij mij seksueel zou gebruiken, probeerde hij me te zoenen en stopte zijn handen onder mijn kleren. Hij dwong me mijn schaamhaar te laten groeien, en controleerde dat ook. Als hij vond dat mijn shirt te hoog zat, trok hij het naar beneden tot mijn decolleté te zien was.

    Deze dingen gebeurden allemaal als we alleen in zijn lokaal waren, maar het bleef ook doorgaan als ik thuis was. Ik moest foto’s van mezelf sturen, vervolgens alle appjes verwijderen, en dit bewijzen door een screenshot te sturen van het lege chatgesprek. De volgende dag controleerde hij mijn telefoon nog een keer extra, of ik niks naar mezelf gemaild had. Op een gegeven moment werd dit zelfs een dagelijks ritueel. Natuurlijk denk ik nu: hoe kan het dat hij zo ver kon gaan, waarom ging ik daarin mee? Maar Tom wist mij precies zo onder druk te zetten dat hij mij het gevoel gaf dat ik er niet onderuit kon – en zelfs dat ik verraad zou plegen als ik niet met hem mee zou gaan.

    Op een dag bood Tom mij een lift naar het station aan, omdat er niet genoeg geld op mijn OV-kaart stond voor de bus. Waarom ik überhaupt op zijn voorstel inging, snap ik nu nog steeds niet, maar voor mijn gevoel kon ik toen niet anders; ik was bang voor de gevolgen als ik nee zou zeggen. Een paar meter van elkaar vandaan liepen we naar zijn auto – niemand mocht ons samen zien.

    Toen we eenmaal de parkeergarage uitreden, greep hij direct naar mijn kruis en trok mijn broek open. Op dat moment was ik ervan overtuigd dat hij me zou gaan verkrachten. Ik probeerde mezelf gerust te stellen door te denken dat ik het ritje gewoon even uit moest zitten – het station ligt op vijf minuten rijden van het schoolgebouw. Maar hij reed hij niet naar station, maar richting mijn huis. Dat is een rit van 45 minuten.

    Ik kon letterlijk geen kant op – ik zat vast in zijn auto die met 120 km per uur over de snelweg sjeesde. Ik was zo bang voor wat er ging gebeuren dat ik bevroor. Ik weet nog dat ik in stilte aan mezelf beloofde dat ik dit nooit meer zou laten gebeuren. Gelukkig haalde hij zijn hand op een gegeven moment weg, en even had ik de hoop dat hij zich had bedacht.

    Maar toen droeg hij me op om de locatievoorzieningen op mijn telefoon uit te zetten. We waren inmiddels in de buurt van mijn huis, maar hij sloeg af richting het bos, en daar stopte hij. Hij begon me te zoenen en uit te kleden. Ik was helemaal verstijfd, ik kon letterlijk niks bewegen. Hij ging met zijn hoofd naar beneden en verkrachtte me oraal. Hij was nog nooit zo ver gegaan. Hij haalde zijn telefoon tevoorschijn en begon foto’s van me te maken, terwijl ik verstijfd in zijn auto lag. Ik kon alleen maar naar de klok staren. Bij elkaar duurde het een halfuur, maar het voelde oneindig. Plotseling raakte hij paranoïde door een vrouw die haar hond aan het uitlaten was en stopte met waar hij mee bezig was. Daarna reed hij alsnog naar mijn huis.

    Die autorit zal ik nooit vergeten – het heeft een permanent litteken op mijn ziel gekerfd.

    Toen we mijn straat inreden, eiste hij dat ik mezelf onderspoot met deodorant. Zelf spoot hij wat parfum op, en vervolgens begon hij zijn auto schoon te maken met een doekje – ik denk om sporen van mij te wissen. Juist door deze schoonmaakactie kreeg ik het idee dat hij zich hierop had voorbereid, en ook dat dit voor hem niet de eerste keer was.

    Ik stapte uit de auto en liep huilend en met een omweg naar huis – ik wilde niet dat mijn vader iets zou merken. Toen ik thuiskwam stapte ik gelijk onder de douche en bleef er een uur onder staan: ik voelde me zo vies en gebruikt. Tegelijkertijd was ik verschrikkelijk opgelucht dat die vrouw met haar hond was langsgelopen – daardoor was Tom niet nóg verdergegaan.

    Na die keer in de auto is het nooit meer zover gekomen – ik had mezelf dit beloofd, en zo ging het ook. Tom nam ook afstand; er was een jongen uit zijn klas met wie ik begon te daten, en ik vermoed dat hij bang was dat ik hem zou vertellen over zijn misbruik. Een paar maanden later haalde ik mijn diploma en ging ik van school af. Ik hoefde Tom nooit meer te zien.

    Bijna een jaar later, in de lente van 2015, kreeg ik een tijdelijke baan aangeboden op mijn oude school. Ik kon op dat moment geen ander werk vinden, en ik wist dat ik op een andere locatie zou werken dan waar Tom lesgaf. Dus ik nam het baantje aan. De eerste maanden ging het goed, ik kwam Tom nooit tegen. Ook ontmoette ik een nieuwe liefde.

    De zomervakantie stond voor de deur, en mijn nieuwe relatie werd steeds serieuzer. Ik wilde mijn vriend vertellen wat er was gebeurd, wat twee keer zo eng was omdat hij Tom ook kende. Hij reageerde gelukkig heel begripvol en liet mij inzien dat het niet mijn schuld was.

    In september begon mijn baantje weer, en toen ging het mis. Ik kwam Tom onverwachts tegen met twee collega’s, toen ik thee aan het halen was in een keukentje. Ik wilde snel weer weg, maar Tom begon een gesprekje met me, alsof er nooit iets was gebeurd: “Alles goed meid?”

    Dit was de eerste keer dat ik hem tegenkwam nadat ik alles in een ander daglicht was gaan zien – nadat ik me realiseerde dat hij misbruik van mij had gemaakt, en ik niet schuldig was aan zijn gedrag. Vanbinnen was ik extreem kwaad, maar ik hield me in. Hij wees naar een gaatje in mijn blouse en stopte plotseling zijn hand in mijn broek – natuurlijk buiten het gezichtsveld van zijn collega’s. Ik sloeg zijn hand weg en stormde de keuken uit. Ik appte mijn vriend over wat er net gebeurd was en besloot ook direct dat ik het er niet bij wilde laten zitten – ik deed de camera van mijn telefoon aan en liep naar het lokaal van Tom.

    Daar filmde ik hem stiekem terwijl ik hem confronteerde. Ik zei tegen hem dat ik niet meer wilde dat hij aan me zat, waarop hij reageerde met: “Oh, sorry…”. Ondanks mijn woede en angst lukte het om mezelf te beheersen, maar meer dan zijn excuses kreeg ik er toen niet uit.

    Na deze confrontatie begon mijn werk eronder te lijden. Met mijn vriend besprak ik wat ik met de situatie aan moest, en toen besloot ik om aan de schoolleiding te vertellen wat er was gebeurd. Ik maakte een afspraak met de bedrijfsarts, die mij na het verhaal doorverwees naar een vertrouwenspersoon.

    Ongeveer op datzelfde moment vroeg mijn manager een gesprek met mij aan, omdat hij zag dat ik mijn werk niet goed meer deed. Het was eng om alles op tafel te gooien, maar ik wist dat het vroeg of laat moest gebeuren. Ik zat tegenover hem en zei: “Ik moet iets vertellen, maar ik wil er zeker van zijn dat ik veilig ben. Tom heeft mij maandenlang aangerand, en vorige week nog een keer.”

    Het gezicht van mijn manager betrok helemaal. Hij zei direct dat hij dit gesprek niet verder met mij mocht voeren, en verwees me door naar een hogere manager. Ik had geen idee waar ik op dat moment aan begonnen was. Gesprek na gesprek volgde – met de manager, met HR, met de teamleider, en iedere keer moest ik mijn verhaal opnieuw vertellen. Na twee uur lang praten mocht ik naar huis, en ik werd vrijgesteld van mijn werkzaamheden. Tom werd diezelfde dag ook ondervraagd.

    Een paar dagen later kreeg ik een brief: de hoogste directeur van de school wilde samen met zijn jurist in gesprek met mij. Opnieuw moest ik vertellen wat er was gebeurd. Zij vertelden mij dat Tom een advocaat had ingeschakeld, en toen raakte ik in paniek – alles ging ineens zo snel en zo officieel. Ik had me helemaal niet kunnen voorbereiden hierop. Ik vroeg om een time-out met mijn vertrouwenspersoon, zodat ik met haar de vervolgstappen kon doorspreken.

    Zij verzekerde mij dat het heel normaal was dat iemand die aangeklaagd wordt, een advocaat inschakelt. Ik moest me vooral niet bang laten maken – ik was degene die nu een statement aan het maken was. Samen gingen we terug naar de directeur, en de jurist vertelde toen dat als ik besloot over te gaan tot een formele klacht, er door een onafhankelijke commissie besloten zou worden of de klacht gegrond was.

    Dat zou middels een hoorzitting gebeuren. Na zowel Tom en mij verhoord te hebben, zou de commissie een advies voor de school opstellen: of mijn klacht gegrond was en Tom inderdaad ontslagen zou moeten worden, of dat hij bijvoorbeeld een waarschuwing zou krijgen of overgeplaatst zou moeten worden. Natuurlijk kon ik er ook voor kiezen om officieel aangifte te doen bij de politie, maar deze procedure was voor mij al zwaar genoeg.

    Ik besprak dit met mijn vertrouwenspersoon, en zij vertelde dat ik inderdaad een klacht zou moeten indienen als ik wilde dat hij ontslagen zou worden – en dat wilde ik. Na kort twijfelen hakte ik de knoop door: ik schreef een verzoek tot een formele klacht, waarin ik Tom aanklaagde voor seksuele intimidatie, wangedrag en aanranding.

    Als je 21 bent, hoor je je bezig te houden met dingen als uitgaan en plezier maken met je vrienden. Ik was 21 en onderweg naar een afspraak met mijn advocaat. Tijdens het gesprek puzzelden we samen de bewijslasten die ik had bij elkaar. Tom had telkens mijn telefoon gecontroleerd, maar ik had wel een paar dingen bewaard: berichtjes, een paar geheime screenshots en wat foto’s.

    De hoorzitting was op vrijdag de dertiende. Ik had een ‘afzonderlijke zitting’ aangevraagd, waardoor Tom en ik niet in één ruimte hoefden te zitten tijdens het verhoor. Er zaten vier mensen tegenover me, rechts zat mijn advocaat, en links die van Tom. De hoorzitting begon en de voorzitter stelde mij een aantal vragen over hoe het aanranden ooit was begonnen en wat er precies was gebeurd. Ik had het gevoel dat mijn bewijzen heel overtuigend waren. Na drie uur lang vragen beantwoorden, waarin Tom en ik om en om werden verhoord – en ik niet kon horen wat hij allemaal zei – was het eindelijk klaar. Binnen twee weken zou ik het advies van de commissie te horen krijgen. Ik had er een goed gevoel over.

    Alles was afgelopen – alle moeite die ik al die maanden had gestoken in het verzamelen van bewijs, in de gesprekken met de directie van de school, de advocaat, de therapeut en de vertrouwenspersoon, het telkens opnieuw moeten vertellen wat er was gebeurd, het was allemaal klaar. Ik kon naar huis en kon niks meer doen.

    De dagen gingen langzaam voorbij, het wachten op de uitslag duurde oneindig lang. In mijn hoofd had ik mezelf al verteld dat ik had gewonnen – dat Tom ontslagen zou worden en dat ik daardoor gesterkt zou zijn om alsnog aangifte tegen hem te doen. Ik wist dat ik niet alles kon bewijzen, maar ik dacht: de commissieleden zien toch ook wel dat hij dingen deed die niet klopten?

    Toen stond mijn advocaat op mijn voicemail: “Hai Gillian, ik heb de uitslag binnen. Het is niet positief, zou je mij terug willen bellen?” Hij stuurde de uitslag ook door, samen met de notulen van de hoorzitting, waarin ik dus kon lezen wat Tom die dag allemaal had gezegd. Ik kon het niet geloven toen ik het las, wat hij allemaal had beweerd – waarom draaide hij de rollen om en beweerde hij bijvoorbeeld dat ik hem zoende in de auto, en híj het niet wilde? Het was zijn woord tegen het mijne. Ik was zo gefrustreerd en verdrietig dat ik alleen maar kon schreeuwen.

    De uitslag was onderverdeeld in een aantal kopjes. Overal stond dat mijn klacht ongegrond was verklaard wegens gebrek aan bewijs, en door het door mij onvoldoende kunnen onderbouwen van feitelijkheden.

    Hoe had ik dat in hemelsnaam kunnen doen? Had ik een geluidsopname moeten maken? Had ik het koffiebekertje moeten bewaren waar hij in spuugde? Had ik direct zijn DNA van mijn huid af moeten schrapen? Hoe had ik dit kunnen onderbouwen met feitelijkheden als er niemand bij was als het gebeurde?

    De commissie oordeelde dat ‘er geen sprake was van seksuele intimidatie of belaging, zoals bedoeld in de Klachtenregeling Sociale Veiligheid’. Wel waren ze van oordeel dat er sprake was van ‘ongewenst gedrag, zoals bedoeld in de integriteitscode’.

    Er was geen sprake van seksuele intimidatie.

    Het was een onwerkelijk gevoel dat een commissie oordeelde over gebeurtenissen die mijn leven zo hebben vormgegeven. Nog altijd zie ik de wereld als een wrede plek waarin mensen erop uit zijn om mij kwaad te doen, als een plek waarin ik niemand meer vertrouw.

    Ik kwam voor mezelf op, ik koos ervoor om een moeilijk proces aan te gaan in de hoop op gerechtigheid, in de hoop dat Tom nooit meer de kans zou krijgen dit bij een ander te doen. Maar ik had verloren. De commissie gaf mij het gevoel alsof ik het allemaal verzonnen had.

    Ik was verschrikkelijk moe en kapot van het slopende proces, maar ik was toch bereid om door te vechten. Ik vroeg aan mijn advocaat of er een mogelijkheid was om in hoger beroep te gaan, of dat ik alsnog aangifte zou kunnen doen bij de politie. Maar hij zei dat ik het beter af kon sluiten en verder kon gaan met mijn therapie om het te verwerken. Hij zei dat een strafrechtelijk proces niet vergoed zou worden door de school, en de juridische kosten voor mij zouden zijn. En ook dat de kans groot zou zijn dat ik zou verliezen, en dat Tom mij dan zou aanklagen om zijn imago te herstellen. Hij zei: “Ik denk dat je zoiets er niet bij wil hebben.”

    Na die woorden had ik geen hoop meer, en ik had niet de energie om mezelf hier doorheen te slepen. Ik was maanden verder zonder iets te hebben bereikt. Mijn sociale leven was ik kwijt, ik had geen werk meer, en Tom liep gewoon nog rond op school.

    Heel eerlijk gezegd vraag ik me weleens af of ik er goed aan heb gedaan om de aanklacht officieel in te dienen. Want zelfs nu, bijna drie jaar later, ben ik nog steeds bezig met de verwerking van mijn verlies. Aan de ene kant ben ik trots dat ik voor mezelf ben opgekomen – aan de andere kant zijn de effecten van de aanrandingen én van het verliezen van de hoorzitting nog duidelijk voelbaar. Ik vermijd sociale situaties, heb regelmatig paniekaanvallen, slaap slecht, vertrouw niemand en ben continu angstig – ik ben zelfs gestopt met mijn therapie omdat ik mijn psycholoog niet vertrouwde.

    Iedere dag is voor mij een strijd om een normaal leven te leiden. Het voelt alsof ik mezelf opnieuw moet leren kennen.

    Toch wil ik mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt op het hart drukken niet te zwijgen. Ook al is de kans klein dat je zonder getuigen of bewijs kan aantonen dat de dader schuldig is, niks doen is nog altijd een slechtere optie. Al doe je het maar om te laten zien dat je nu wel voor jezelf durft op te komen. Deze hoorzitting was een van de moeilijkste momenten uit mijn leven – telkens moest ik me verdedigen, telkens moest ik zijn leugens bestrijden met feitelijkheden, wat ervoor zorgde dat ik vaak opnieuw twijfelde aan mezelf. Door dit proces wel aan te gaan, heb ik de macht over mezelf weer teruggegrepen.

    Er moet nog een hele hoop veranderen om seksueel geweld wettelijk en maatschappelijk gezien ‘erkend’ te krijgen. Het misbruik, de aanklacht en het verliezen van de hoorzitting speelden zich allemaal af voor #metoo, en het is idioot hoe er is gehandeld in mijn situatie. Maar sinds deze beweging wordt seksueel grensoverschrijdend gedrag in ieder geval serieus genomen, al is het maar uit angst dat het imago van een persoon, school of bedrijf wordt geschonden.

    Dankzij #metoo heb ik de moed gevonden om mijn verhaal alsnog te vertellen. Ik wil mezelf kenbaar maken en me aansluiten bij de duizenden andere vrouwen – en mannen – die te maken hebben gehad met seksueel misbruik, en die met hun verhalen pogingen blijven wagen om dit geweld te stoppen.

    * Tom is een gefingeerde naam

    Bron: Vice.com >>

25 berichten aan het bekijken - 76 tot 100 (van in totaal 107)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.

gasten online: 30 ▪︎ leden online: 7
yassetfly, Vatho, Luka, Famke, Redouan123, Move, Marjolein
FORUM STATISTIEKEN
topics: 1.721, reacties: 9.790, actieve leden: 578